[nohtml]
ChristiaanVerwijs schreef op 25 februari 2003 @ 17:00:
Men moet de mens in deze discussie beschouwen als een biologische structuur die beschikt over een bewustzijn. Als ik iets doe, dan ben ik me daar het merendeel van de tijd bewust van. Binnen de cognitieve psychologie bestaan feitelijk twee elementaire typen problemen; de ?hard? en ?easy? problems. De ?easy problems? zijn die aspecten van ons bewustzijn die middels empirisch onderzoek onderzocht kunnen worden en die teruggeleid kunnen worden tot neurologische mechanismen. De ?hard? problems zijn die zaken die niet met die methoden te beantwoorden zijn.
Een voorbeeld van een ?easy problem? (die term is overigens relatief) is de vraag hoe mijn aandacht zich richt op de letters die ik lees terwijl ik lees. Er is weinig twijfel over of alle ?easy problems? opgelost kunnen worden met de huidige wetenschappelijke methoden. Het probleem is alleen om het antwoord zo specifiek mogelijk toe te spitsen op wat we weten en zo compleet mogelijk te maken. Het duurt mogelijk slechts enkele eeuwen voordat al deze ?easy problems? opgelost zijn.
Het ?hard problem? is de vraag waarom wij ons bewust zijn van onszelf en wat we doen. Deze vraag kun je niet beantwoorden door de neurologische structuren te bespreken/onderzoeken, daar dan nog steeds de vraag geldt ?waarom? ik mij daar dan van bewust ben. Waarom weet ik dat ik dit op dit moment schrijf? Waarom ben ik niet slechts een passieve robot die dit opschrijft en waarbij deze processen zich in-the-dark bevinden? Wij ervaren allerlei kwalitatieve aspecten. We ervaren emoties, ervaren dingen als goed of slecht en kennen waarden toen aan die ervaringen. Waarom maken de fysiologische ervaringen die we meemaken zo?n rijk innerlijk leven mogelijk?
Er zijn vele pogingen gedaan de ?hard problems? op te lossen. Zo heeft men voorgesteld dat er een bepaalde gamma-golven zijn in het brein die delen van het brein met elkaar synchroniseren. Dat verklaart dan wel hoe bepaalde ervaringen andere ervaringen op kunnen wekken, maar nog niet waarom ik mij daar dan van bewust moet worden. Er is tot op heden geen enkele brug geslagen tussen de fysieke ervaring en mijn kwalitatieve subjectieve ervaring.
Een aanpak van sommige filosofen is dan ook om deze ervaringen dan maar te ontkennen. Dennet doet dat bijvoorbeeld. Maar dat is een vrij onwetenschappelijke benadering; als we het niet op kunnen lossen moet het ook maar niet bestaan. En dat terwijl dit het eerste en meest duidelijk is dat wij zelf iedere dag ervaren.
Ik vind dat je in je stukje wel erg veel privé-meningen en feiten door elkaar gooit - wordt als je hier weinig van weet wel erg lastig die van elkaar te onderscheiden. Je maakt hier een aanname, namelijk dat bepaalde problemen niet op te lossen zijn met behulp van de wetenschap (wat ik overigens een zeer bekrompen en benepen visie vind, we beoefenen de (neuro)wetenschappen nog geen 100 jaar op enigszins serieus niveau en op dit moment is hier werkelijk geen zinnig woord over te zeggen), vervolgens verklaar je iedereen die het met die aanname niet eens is voor onwetenschappelijk (wat in de wetenschappelijke wereld feitelijk equivalent is met voor gek verklaren), zonder ook maar 1 bewijs te geven voor je aanname. Je gelooft toch zelf niet dat je daarmee wegkomt?

De huidige wetenschap benadert problemen functioneel. Zij bekijkt hoe dingen werken en bepaald hoe ze wel of niet meer werken als iets veranderd wordt. Men gaat uit van bepaalde mechanismen. Dit wordt ook wel de reductionistische benadering genoemd; men onderkent losse elementen die los onderzocht worden. Van deze elementen beschrijft men vervolgens de functie. Hoe werken ze?
[...]
Het hierboven beschreve wordt ook wel ?the binding problem? genoemd. Het brein als structuur bestaat uit allerlei losse componenten die niet met elkaar communiceren. Daarmee bedoel ik dat er geen kleine CPU in je hoofd zit die alle informatie ontvangt en verwerkt. Er is geen centrale verwerking. Hoe binden we al die stukken bij elkaar om te komen tot een holistisch beeld van de mens? Hoe maken die delen mijn bewustzijn mogelijk?
Hetzelfde probleem speelt op celniveau. De activiteit van alle enzymen is perfect op elkaar afgestemd, hoe kan dit? Er is geen centrale verwerking, geen eenheid die de activiteit van ieder enzym op zich regelt. (Je zou misschien kunnen beargumenteren dat dit de nucleus is, maar feitelijk is deze zeer decentraal georganiseerd en is deze maar 1 radertje in het complex van interacties). De werkelijke regulatie van de activiteit van alle enzymen vindt plaats door een extreem complex netwerk van positieve en negatieve feedback van eiwitten, producten en substraten op elkaar. Het is mogelijk de activiteit van al die eiwitten afzonderlijk te begrijpen (alleen heel veel werk, maar daar zijn we druk mee bezig), het is al veel moeilijker (maar niet onmogelijk) om alle crosslinks ertussen vast te leggen. Hoe het komt dat het geheel functioneert, was tien jaar geleden nog grotendeels onduidelijk. Nu, dankzij een enorme vooruitgang op het gebied van modelling, databases en rekenkracht, wordt meer en meer duidelijk hoe een cel op moleculair niveau werkt en hoe alle delen samen een geheel vormen.
Toch heb je om het totale plaatje van alle interacties tussen alle enzymen en substraten/produkten in een cel te beschrijven, een netwerk van niet meer dan enkele tienduizenden nodes nodig, die elk met op zijn hoogst vijftig andere nodes contact maken, enkele uitzonderingen daargelaten. De hersenen bestaan uit miljarden neuronen, die gemakkelijk contact kunnen maken met honderden anderen en waarbij bovendien de contacten zelf weer beïnvloed kunnen worden door andere neuronen. Een dergelijk netwerk gaat ver onze modelling vermogens voorbij, en ik waag zelfs te betwijfelen of het ooit daarbinnen zal vallen. Maar dit betekent niet dat het fundamenteel ononderzoekbaar is via een reductionistische benadering - De reductionistische benadering is in dit geval alleen niet erg functioneel. Het enige wat we nu kunnen doen, is in dat netwerk bepaalde subsystemen onderscheiden, net zoals de voorlopers van de celbiologen tijdens het eerste deel van de vorige eeuw in staat waren bepaalde hoofdsystemen (noem bijvoorbeeld de glycolyse) te bestuderen door de cel als 1 geheel te bekijken en op bepaalde tijdstippen de inhoud van die cel te bepalen. Helemaal niet zo anders als wat we met de huidige scanners doen als we in de hersenen willen kijken: We zien de functionaliteit op het niveau van grote gebieden, die een functie uitvoeren. Hoe ze dit doen, is nog steeds een groot raadsel.
Het is gemakkelijk te zeggen dat de wetenschap al zoveel problemen heeft opgelost die onoplosbaar leken en dat dat hier ook wel zal lukken. Maar bij al deze problemen gold dat zij van toepassing waren op observeerbare eigenschappen van objecten. De problemen waren van toepassing op functies en structuren. Het bewustzijn is geen probleem dat van betrekking is op fysieke structuren en functies. Het probleem is anders in een totaal andere manier. Het kan niet benadert worden door de huidige reductionistische aanpak.
Deze vroege celbiologen veronderstelden regelmatig de aanwezigheid van een niet-stoffelijke "levenskracht" die ervoor zorgde dat de cel leeft. Dit "leven" was voor hen zo mysterieus, zo niet-stoffelijk, zo onmeetbaar, zo adembenemend complex, dat hieraan wel een niet-stoffelijke, buiten het lichaam staande aandrijvende kracht moest staan. Nu weten we dat dit voor een cel niet nodig is, maar in de vorm van de ziel drijft deze kracht nog steeds ons bewustzijn aan - volgens sommigen dan. Maar wat is het verschil?
Het bewustzijn is een niet-stoffelijk begrip, net zoals gevoelens, emoties, qualia (om op een andere - zeer interessante - discussie die ik lurken gevolgd heb, terug te komen). Maar zo zijn er wel meer, zoals het begrip "leven". Want wat is leven? Je kan het misschien definiëren door aan de hand van voorbeelden een paar algemene eigenschappen ervan af te leiden, maar dat kan voor het begrip "bewustzijn" ook. Echter, we hebben vastgesteld dat het voor een cel niet nodig is te veronderstellen dat er een niet-stoffelijke component noodzakelijk is voor het functioneren ervan. De cel zelf, op te vatten als een neuraal netwerk van enzymen die interacties hebben, kan in alle opzichten levend lijken zonder de aanwezigheid van die niet-stoffelijke component. Waarom zou dit voor de hersenen niet kunnen? Als
bewezen wordt dat dit voor de hersenen niet kan, als
bewezen wordt dat een neuraal netwerk dat exact gelijk is aan de hersenen, niet bewust is,
dan wordt het tijd die conclusie te trekken. Maar zolang dit niet bewezen of zelfs aannemelijk gemaakt is, is deze conclusie prematuur en naar mijn mening ongeloofwaardig en voegt deze nodeloos extra entiteiten toe. De ziel wordt daarmee een marsmannetje dat water door een pijp duwt...
Kortom; we weten geen klap over het bewustzijn op dit moment - behalve dat het er is. De aanname dat het bewustzijn nabootsbaar moet zijn komt voort uit de aanname dat mens volledig uit ?materiaal? bestaat. En vooralsnog mogen we die aanname wel maken, maar niet als volledige waarheid gebruiken. Zelfs als we een mens 1-1 kopiëren is, en de kloon is tevens bewust, dan hebben we bewustzijn nog steeds niet verklaard. We hebben mogelijk ontdekt dat zij over te brengen is - maar niet waarom het er is.
Dat klopt. Dit experiment zou wel bruikbaar zijn als het resultaat een niet bewuste kloon was, maar verder lijkt het me niet erg relevant.
Een ander probleem, ?the problem of other minds?, treed hier echter ook op. Het is onmogelijk voor mij om te bewijzen dat jij (de lezer van deze post) een denkend en ervarend wezen bent. Het is zeker aannemelijk dat jij dat bent, maar ik weet het niet. Misschien ben jij wel een robot of besta jij in zijn geheel niet. Zelfs als je dus een mens 1-1 zou klonen EN hij gedraagt zich als een mens, dan weet je niet of hij ook ervaart zoals jij en ik doen (althans, ik weet ik ervaar ? van jou weet ik het niet zeker). Zelfs als hij zou aangeven dat hij dat doet hebben we daar niets aan, want als hij slechts zo ?geprogrammeerd? is?
Ik weet ook niet of jij leeft. Je voldoet aan de eisen die ik in mijn definitie zoals opgesteld hierboven aan leven stel, maar dat geldt ook voor bewustzijn: Ik voldoe aan alle meetbare eisen die jij aan bewustzijn stelt. Misschien vind je de waarnemingen waarop je je oordeel baseert of ik bewust ben of niet, niet betrouwbaar, en die waarop ik baseer of jij leeft of niet, betrouwbaarder, maar dat is een oordeel dat jij maakt. Hetzelfde geldt of voor jou de kleur rood overeenkomt met mijn perceptie van rood, of noem maar een willekeurige waarneming op. In hoeverre is een rood voorwerp echt rood, of slechts een illusie van rood met als doel jou om de tuin te leiden?
Het problem of other minds stelt de authenticiteit van waarneming ter discussie: Klopt wat je waarneemt wel? Het probleem zit hem dan ook niet in de "mind" van de anderen, maar in je eigen hersenen: Is de input van je zintuigen te vertrouwen. Het antwoord is "nee", maar dat is een heel andere discussie.
Natuurlijk kan ik een computerprogramma schrijven die op mijn vraag ?are you conscious?? beantwoordt ?yes I am?. Dat kan ik met 1 regel code. Maar is dat programma zich dan bewust van zichzelf? Met bijna volstrekte zekerheid; nee. Misschien volgt bewustzijn wel uit complexiteit, maar dan is dat een soort natuurwet. Bovendien zijn we dan wat omhooggevallen, want wij zijn absoluut niet de meest complexe structuren in dit universum. Het brein van een olifant is enorm veel groter dan het onze, is het zich dan van zichzelf bewust? Het lijkt onlogisch dat bewustzijn volgt uit complexiteit.
Wilde je beweren dat een olifant (overigens, in aantallen neuronen en vooral aantallen connecties tussen neuronen is het brein van een olifant kleiner dan dat van de mens, meen ik mij te herinneren - als hersengrootte zo gemeten wordt, zijn de menselijke hersenen de grootste van alle dieren) niet zelfbewust is? Er zijn voldoende tekenen dat dit in ieder geval niet zo is. Zo kunnen olifanten persoonlijkheidsstoornissen hebben, depressiviteit, schizofrenie en psychose zijn ze niet vreemd. Om het problem of other minds eens aan te halen,. hoe weet jij wat er in het hoofd van een olifant gebeurt? Of in dat van een muis, dat van een kat, enzovoorts, om maar eens iets te noemen?
Een sterk argument dat de mate van zelfbewustzijn gekoppeld is aan de complexiteit van de hersenen, is de correlatie tussen complexiteit van die hersenen en de mate van zelfbewustzijn die we in het dierenrijk waarnemen. Hoe minder complex het zenuwstelsel van een organisme is, hoe minder deze tekenen van zelfbewustzijn vertoont. Dit is zelfs grotendeels onafhankelijk van de architectuur van het zenuwstelsel, aangezien zowel in de protostoma als in de deuterostoma dezelfde trend optreedt, terwijl de architectuur van de zenuwstelsels op macroscopisch niveau volledig verschillend is.
Ik zet mijn geld er niet op in. Ik geloof dat de mens meer is dan slechts het lichaam. Of dat een ziel is of iets anders weet ik niet. Het doet er ook niet zo toe. Het is in ieder geval iets dat nog lang niet verklaard is en dat met een grote kans ook nooit zal worden. Als je weet hoe de wetenschap werkt, dan is die conclusie ook erg logisch. De enige ?hoop? is het veranderen van de methoden. Zo zou men gebruik kunnen maken van introspectie ? het in jezelf kijken om tot conclusies te komen. Strikt empirische methoden zijn totaal niet toepasbaar op het bewustzijn. De huidige wetenschap is er niet, en zal er ook niet komen als ze door blijft gaan met slechts het beperkte set middelen dat ze nu gebruikt.
"Als je weet hoe de wetenschap werkt, is die conclusie ook erg logisch." Hiervoor verdien je toch een prijs voor de drogreden van het jaar, weet je

Je mag proberen mij ervan te beschuldigen dat ik niks van wetenschap weet, in welk geval ik je hard uit zal lachen, maar ik vind die conclusie die je bedoelt uitermate onlogisch en het is mij evident dat die gebaseerd is op je
geloof en in niet op wat de wetenschap jou vertelt.
En introspectie - kom op, je weet net zo goed als ik dat die techniek je misschien sterkt in je geloof, maar op wetenschappelijk gebied niets te bieden heeft. De kennis die je ermee opdoet is niet overdraagbaar, niet reproduceerbaar en niet controleerbaar. Hoe hevig je ook gelooft in je eigen waarheid, voor mij wordt hij er namelijk geen spat geloofwaardiger op, integendeel zelfs - Ik zou haast gaan denken dat je narrowminded bent en vastgeroest zit in het denkpatroon van je eigen geloof, hoe openminded je jezelf ook vindt

Ook openmindedness is niet overdraagbaar namelijk

Maak alsjeblieft niet de fout wetenschap en geloof - nog erger,
jouw geloof - te verwarren. Mijn mening is dat de wetenschap ook dit probleem principieel aan zou moeten kunnen (praktisch heb ik er zo mijn twijfels bij, ik denk (geloof) dat zowel de benodigde computerrekenkracht als de hoeveelheid informatie die je in je hersenen moet opslaan, zwaar ontoereikend is en zal blijven, wegens fysische grenzen) met de middelen die ze heeft en dat het probleem in niets verschilt van de vele andere die opgelost zijn, behalve in de complexiteit.