Ff een paar vraagjes tegelijk...
Ik ben bezig met een profielwerkstuk over hoe dingen uit de natuur terug te vinden zijn in de manier waarop mensen bepaalde voorwerpen vormgegeven hebben, en in de materiaalkeuze daarbij. Er zijn een paar dingen die ik niet zeker weet, en ik wil natuurlijk geen onzin inleveren...
Bij een biologieles in een grijs verleden heb ik eens iets gelezen over boogconstructies. Er staat dat in gebouwen (kerken enzo) boogconstructies (of iets wat erop lijkt) worden gebruikt omdat die meer kracht kunnen dragen.
(Ff wat voorbeeldjes:)

Ik geloof best dat dat zo is, maar waarom? Kan iemand me dat, eventueel met formules of een tekeningetje ofzo, uitleggen?
En nog iets, vliegtuigen, duikboten en auto's probeert men zo te maken dat ze de minste last van weerstand van het water of de lucht hebben. Ik weet dat dan de Cw-waarde zo laag mogelijk moet zijn, maar waar is die van afhankelijk? Waarom is de weerstand bij bepaalde 'gestroomlijnde' vormen lager dan bij een rechte vierkante voorkant? Is dat gewoon omdat de lucht/het water er dan makkelijker langs kan stromen, of zit er meer achter?
Er stond ook bij dat de weerstand minder wordt als je op bepaalde plaatsen een minder glad oppervlak hebt (ribbels op bepaalde plaatsen op schaatspakken bijvoorbeeld). Wat is de redenering daarachter?
Ik ben bezig met een profielwerkstuk over hoe dingen uit de natuur terug te vinden zijn in de manier waarop mensen bepaalde voorwerpen vormgegeven hebben, en in de materiaalkeuze daarbij. Er zijn een paar dingen die ik niet zeker weet, en ik wil natuurlijk geen onzin inleveren...
Bij een biologieles in een grijs verleden heb ik eens iets gelezen over boogconstructies. Er staat dat in gebouwen (kerken enzo) boogconstructies (of iets wat erop lijkt) worden gebruikt omdat die meer kracht kunnen dragen.
(Ff wat voorbeeldjes:)

Ik geloof best dat dat zo is, maar waarom? Kan iemand me dat, eventueel met formules of een tekeningetje ofzo, uitleggen?
En nog iets, vliegtuigen, duikboten en auto's probeert men zo te maken dat ze de minste last van weerstand van het water of de lucht hebben. Ik weet dat dan de Cw-waarde zo laag mogelijk moet zijn, maar waar is die van afhankelijk? Waarom is de weerstand bij bepaalde 'gestroomlijnde' vormen lager dan bij een rechte vierkante voorkant? Is dat gewoon omdat de lucht/het water er dan makkelijker langs kan stromen, of zit er meer achter?
Er stond ook bij dat de weerstand minder wordt als je op bepaalde plaatsen een minder glad oppervlak hebt (ribbels op bepaalde plaatsen op schaatspakken bijvoorbeeld). Wat is de redenering daarachter?
[ Voor 9% gewijzigd door Verwijderd op 17-02-2003 16:05 ]