Om maar even met de deur in huis te vallen:
Hoe groter een dier, hoe ouder het wordt.
kijk naar een muis en een olifant en je zult zien dat de olifant een keer of 30 ouder kan worden.
Sommige insectjes worden zelfs maar een paar dagen oud. Hier zit verband in. Het gaat niet voor elke soort op, want er is ook een schildpad die wel 250 jaar oud kan worden, maar hier zit absoluut een verband in.
Daar kun je ophouden met denken en er vanuit gaan dat het zo is. Maar je kunt ook kijken naar wat dat voor ons als mens zijnde betekend.
Hoe kleiner het dier, hoe langzamer de tijd voor dat diet gaat. Over het algemeen want ook dit is niet liniair zoals alles in de natuur. Als een kevertje naast een rotje loopt dat knalt, duurt het maar een fractie van een seconde voordat de kever opgeblazen wordt. Als een mens naast een atoombom loopt, kan het minuten duren voordat de schokgolf die persoon bereikt. Als een ster in de ruimte ontploft kan het wel vele jaren duren voordat de schokgolf ons bereikt.
Kijk richting het heelal...
Als wij een reisje naar een ster maken zijn we honderden jaren onderweg. Zo oud worden we niet. Misschien met de technologische vooruitgang wel, maar niet zoals de natuur ons oorspronkelijk gemaakt heeft.
Zijn wij niet gewoon lichamelijk veel te klein om de ambitie te hebben duizenden lichtjaren verder te willen reizen in de toekomst. Juist omdat we niet zo oud worden, kunnen we die tijdspanne die daarvoor nodig is niet overbruggen (ook hier weer LOS van het feit dat we straks misschien wel 1000 jaar worden).
Is dat niet een soort van natuurlijke grens tot waar we kunnen gaan en waar het voor onze soort ophoudt?
Hoe groter een dier, hoe ouder het wordt.
kijk naar een muis en een olifant en je zult zien dat de olifant een keer of 30 ouder kan worden.
Sommige insectjes worden zelfs maar een paar dagen oud. Hier zit verband in. Het gaat niet voor elke soort op, want er is ook een schildpad die wel 250 jaar oud kan worden, maar hier zit absoluut een verband in.
Daar kun je ophouden met denken en er vanuit gaan dat het zo is. Maar je kunt ook kijken naar wat dat voor ons als mens zijnde betekend.
Hoe kleiner het dier, hoe langzamer de tijd voor dat diet gaat. Over het algemeen want ook dit is niet liniair zoals alles in de natuur. Als een kevertje naast een rotje loopt dat knalt, duurt het maar een fractie van een seconde voordat de kever opgeblazen wordt. Als een mens naast een atoombom loopt, kan het minuten duren voordat de schokgolf die persoon bereikt. Als een ster in de ruimte ontploft kan het wel vele jaren duren voordat de schokgolf ons bereikt.
Kijk richting het heelal...
Als wij een reisje naar een ster maken zijn we honderden jaren onderweg. Zo oud worden we niet. Misschien met de technologische vooruitgang wel, maar niet zoals de natuur ons oorspronkelijk gemaakt heeft.
Zijn wij niet gewoon lichamelijk veel te klein om de ambitie te hebben duizenden lichtjaren verder te willen reizen in de toekomst. Juist omdat we niet zo oud worden, kunnen we die tijdspanne die daarvoor nodig is niet overbruggen (ook hier weer LOS van het feit dat we straks misschien wel 1000 jaar worden).
Is dat niet een soort van natuurlijke grens tot waar we kunnen gaan en waar het voor onze soort ophoudt?