Een vraag van mij aan m'n wiskunde (b2) docent, waar hij incl. de hele klas (dus ook ikzelf) nog niet zijn uitgekomen.

aanvulling: de bovenste lijn is K, de onderste is L
Door kaatsen via de lijnen K en L de kortste weg van A naar B. Je kunt dit op twee manieren doen zoals je kunt zien.
De vraag was welke weg het kortste is (APQB, of ARSB), of dat ze even lang zijn. En om dit dan te bewijzen.
om het alvast iets overzichtelijker te maken:
ARSB = A"B"
APQB = A'B'
Als je A en B op de deellijn van K en L neemt, dan zijn beide wegen -logischerwijs- wel even lang.
hoewel het in de tekening misschien zo lijkt, zijn AR en PQ niet evenwijdig, dat wordt duidelijker als je A en B op andere punten kiest.

aanvulling: de bovenste lijn is K, de onderste is L
Door kaatsen via de lijnen K en L de kortste weg van A naar B. Je kunt dit op twee manieren doen zoals je kunt zien.
De vraag was welke weg het kortste is (APQB, of ARSB), of dat ze even lang zijn. En om dit dan te bewijzen.
om het alvast iets overzichtelijker te maken:
ARSB = A"B"
APQB = A'B'
Als je A en B op de deellijn van K en L neemt, dan zijn beide wegen -logischerwijs- wel even lang.
hoewel het in de tekening misschien zo lijkt, zijn AR en PQ niet evenwijdig, dat wordt duidelijker als je A en B op andere punten kiest.



