Ethernet bestaat in een aantal snelheden, 11 Mbps voor draadloos, 10 Mbps, 100 Mbps en 1000 Mbps voor vast verbindingen (koperdraad of glasvezel).
De vaste verbindingen zijn gestandaardiseerd, waarbij achtereenvolgens gecodeerd zijn :
- de snelheid;
- de signaal-techniek;
- een streepje;
- de bekabelings-soort.
Voorbeelden :
10Base-5 is 10 Mbps gebruikmakend van baseband-technologie, over dikke coax-bekabeling (RG-2), de -5 staat voor de 500 yards die een segment maximaal lang mag zijn;
10Base-2 is 10 Mbps gebruikmakend van baseband-technologie, over dunne coax-bekabeling (RG-58U), de -5 staat voor de 500 yards die een segment maximaal lang mag zijn;
10Base-T is 10 Mbps, gebruikmakend van baseband-technologie, over UTP-bekabeling (CAT-3), de -T staat voor het "twisted" pair;
10Base-FL is 10 Mbps gebruikmakend van baseband-technologie, over glasvezel met actieve hubs/switches;
10Base-FP is 10 Mbps gebruikmakend van baseband-technologie, over glasvezel met passieve hubs (het licht wordt met prisma's over de poorten verdeeld);
10Broad-36 is 10 Mbps gebruikmakend van breedband-technologie, over TV-type coax (RG-59), de 36 staat voor de 3600 yards die een segment maximaal lang mag zijn;
100Base-TX is 100 Mbps, gebruikmakend van baseband-technologie, over UTP-bekabeling (CAT-5), de -T staat voor het "twisted" pair;
100Base-T4 is 100 Mbps, gebruikmakend van baseband-technologie, over UTP-bekabeling (CAT-3), de -T4 staat voor het "twisted" pair, 4 paren in gebruik;
100Base-FX is 100 Mbps, gebruikmakend van baseband-technologie, over glasvezel-bekabeling.
enz. enz.
The number of things that Arthur couldn't believe he was seeing was fairly large