Even voor de duidelijkheid, dit zijn lenzen die bedoeld zijn voor (analoge en digitale) spiegelreflex camera's. Je hebt er dus niks aan voor je minolta s404. Daarvoor heb je iets als een Nikon D100 of een Canon D60 nodig. (Afhankelijk van het merk, want die lenzen passen altijd maar op 1 merk). Als het Minolta lenzen zijn heb je er helemaal niks aan voor een digitale camera, want Minolta maakt (nog) geen digitale spiegelreflex.
Nu even terug naar de lezen:
70-210 f/4.5-5.6
Eerst de 70-210, dit betekent dat de kortste brandpuntsafstand 70mm is, en de langste brandpuntsafstand (het meest ingezoomd) 210mm. Dit betekent dus dat het een 3x zoomlens is, de langste brandpuntsafstand is 3x zo groot als de kortste. Maar nu nog welk "gebied" die 3x zoom bestrijkt, alleen 3x zoom zegt namelijk weinig:
14-24mm -> supergroothoek
24-45mm -> groothoek
45-50mm -> standaard
50-150mm -> licht tele
150-300mm -> tele
meer dan 300mm -> supertele
Dit is zo'n beetje welke brantpuntsafstanden er zijn, en hoe het genoemd wordt. Hoe groter de brandpuntsafstand, des te meer je "inzoomt". Een lens met een 70-210 mm is dus een lichte telelens op de kleinste brandpuntsafstand, en een normale telelens op de grootste afstand. Dit maakt hem vooral geschikt voor het fotograferen van portretten, en sport-dingen die niet al te ver weg zijn.
Nu nog de f/4.5-5.6. Dit gaat over het maximum diafragma, dit is f/4.5 op de kleinste brandpuntsafstand en f/5.6 op de grootste. Ergens tussenin gaat het over van 4.5 naar 5.6, misschien met een tussenstap. Zoals je misschien wel weet, is je diafragma de lensopening, en dit bepaalt dus hoeveel licht er naar binnen kan vallen. Bij een groter diafragma valt er meer licht naar binnen, je kunt dus met minder licht fotograferen. Hoe groter je diafragma hoe beperkter je scherptediepte (het gebied dat scherp is voor en achter het punt waar je op scherpgesteld hebt) wordt. Vaak wil je bij het fotograferen van portretten een groot diafragma, om de achtergrond onscherp te krijgen, waardoor deze minder afleidt. Als je veel in minder goede omstandigheden fotografeert of heel snelle sluitertijden nodig hebt, is een groter maximum diafragma aan te raden, maar lenzen met een groter max diagfragma (bij zoomlenzen vaak f/2.8) zijn stukken duurder dan de goedkopere met een wat kleiner, en vaak varierend max diafragma (reken op zo'n 1600 euro voor een 70-200 of 210 f/2.8). Als je dit niet nodig hebt en je alleen met meer licht fotografeert, kun je je een hoop geld besparen door een wat minder "snelle" lens te kopen. Bijkomstig voordeel is dat ze een stuk lichter zijn.
Nu weer even een vergelijkingstabelletje, lenzen worden vaak sneller genoemd met een groter maximum diafragma:
0.5-1.4 -> zeer snel
1.4-2.8 -> snel
2.8-5.6 -> normaal
5.6-11 -> traag
Die zoomlens is dus niet al te bijzonder qua maximum diafragma. De 5.6 zit nog wel net binnen het autofocusbereik van de camera, veel camera's willen namelijk niet meer automatisch focussen als het max diafragma onder de 5.6 komt (een groter getal dan 5.6 dus).
en deze : 24-105 f/3.5-4.5
Deze heeft een iets beter max diafragma dan de vorige, dat is niet zo gek, want de max brandpuntsafstand is korter. Bij kortere lenzen is het makkelijker om een groter diafragma te maken ( f/3.5 betekent, de lensopening is de brandpuntsfastand (f) gedeeld door 3.5, dat betekent dus dat de lensopening bij een 200mm f/3.5 lens dus 2x zo groot is als bij een 100mm f/3.5 lens).
Het zoombereik van die lens is 24-105mm, een "standaardzoom", hij heeft een beetje groothoek, een beetje tele, en het standaardbereik er tussenin. Jouw minolta s404 heeft een 35-140mm "35mm equivalent" lens. Dat betekent dat hij niet echt die brandpuntsafstanden heeft, maar dat hij ermee vergeleken kan worden. Dat betekent dus dat als je een 35mm spiegelreflex hebt met een 35mm lens, je hetzelfde op de foto krijgt als met jouw s404 volledig uitgezoomd.
Met die 24-105mm heb je iets meer groothoekbereik dan met jouw camera, je kunt dus iets meer "uitzoomen". De 105mm is echter iets korter dan de 140 van jouw s404, je kunt dus iets minder ver "inzoomen". Het is dus ook een (ruim) 4x zoom, maar, zoals je ziet, zegt dat weinig. Met de 70-210 kun je dus een stuk minder ver "uitzoomen", maar een stuk verder "inzoomen" dan met de s404.
Maar nu even terug naar de praktische kant: deze lenzen zijn dus niet geschikt voor een s404. Je moet zogenaamde "converterlenzen" hebben. Vaak zie je bijvoorbeeld een 1.4x teleconverter. Dit is een een voorzetlens die je voor de normale lens schroeft. Je max brandpuntsafstand wordt dan (35mm equivalent) 140x1.4 is ongeveer 200mm. Je kunt dus iets verder "inzoomen", en alles iets meer naar je toe halen, of van iets verder weg fotograferen. Vaak kun je met zo'n converter niet goed meer uitzoomen, en kun je hem alleen op een klein deel of zelfs het max van je zoombereik gebruiken. Een 2x converter doet hetzelfde, maar dan 2x zoveel, 280mm dus. Helaas geldt wel: hoe "sterker" de teleconverter, des te meer het ten koste gaat van de beeldkwaliteit. Sommige teleconverters maken het beeld zo onscherp dat ze nog minder deltails opleveren dan het croppen van het originele beeld. Het enige voordeel dat je dan hebt is minder ruis.
Aan de andere kant van het verhaal heb je de groothoekconverters. Een 0.7x converter vergroot het groothoekbereik: 35mm x 0.7 is ongeveer 25mm. Je kunt dus verder "uitzoomen". Handig voor landschapsfoto's of architectuur.
Beschouw converters niet als een uitbreiding van het zoombereik. Ze zijn vaak maar op een heel klein deel van het zoombereik bruikbaar. Zie ze eerder als een uitbreiding van het max. of min. bereik, voor als je aan het normale bereik niet genoeg hebt.
Als laatste nog: veel mensen denken dat teleconverters "licht" (in de vorm van max diafragma) kosten, dit klopt voor teleconverters die bij spiegelreflexen gebruikt worden. Deze worden tussen de camera en de lens geplaatst. Bij voorzetlenzen voor digitale camera's, is dit echter niet het geval.