Op het moment dat ik dit schrijf is op Discovery Channel een documentaire bezig over het verband tussen intelligentie en de genencombinatie. Er wordt heel duidelijk betoogd dat de mate van intelligentie genetisch bepaald is, met enkele duidelijke voorbeelden:
• Eeneiige tweelingen die jaren gescheiden geleefd hebben, blijken na een test exact hetzelfde IQ te hebben. Niet ondertiteld maar wel in het Engels gesproken was de bewering zelfs nog sterker: je zou geen verschil kunnen zien tussen het tweemaal testen van een van beide of het eenmaal testen van de tweelingen.
• Het maakt voor het IQ van een kind totaal niet uit of je hen stuurt naar een goede, matige of zeer slechte creche. Hun intelligentie wordt er totaal niet door beinvloed, ook al stuur je hen er 50 uur per week heen.
• Er is een gen ontdekt dat extreem veel meer voorkomt in een groep van extreem intelligente kinderen (IQ => 160) in vergelijking met een controlegroep van kinderen met een gemiddelde intelligentie.
Dit klinkt allemaal erg interessant. Echter, het is allemaal statistisch gezien wel bewezen, maar men vergeet de praktijk. Wanneer een jochie in de buitenwijken van India geboren wordt met een extreem hoog IQ, dan zal hij zich misschien wat vaker verwonderd afvragen hoe de wereld in elkaar zit, maar verder heeft hij er niks aan. Vermoedelijk zal hij niet eens kunnen lezen.
Bovendien vertelt een andere tak van de wetenschap, bijv. de ontwikkelingspsychologie, ons juist dat wel de omgeving, de familie en het onderwijs ons vormen. Zelf kun je dit ook ervaren: zodra je een bepaalde kritische wijze van denken hebt geleerd dankzij het onderwijs, merk je dat je ook zelf kritischer wordt bij dingen die je voorheen gewoon accepteerde.
Is nu de exacte wetenschap te exact of de psychologie te vaag?
• Eeneiige tweelingen die jaren gescheiden geleefd hebben, blijken na een test exact hetzelfde IQ te hebben. Niet ondertiteld maar wel in het Engels gesproken was de bewering zelfs nog sterker: je zou geen verschil kunnen zien tussen het tweemaal testen van een van beide of het eenmaal testen van de tweelingen.
• Het maakt voor het IQ van een kind totaal niet uit of je hen stuurt naar een goede, matige of zeer slechte creche. Hun intelligentie wordt er totaal niet door beinvloed, ook al stuur je hen er 50 uur per week heen.
• Er is een gen ontdekt dat extreem veel meer voorkomt in een groep van extreem intelligente kinderen (IQ => 160) in vergelijking met een controlegroep van kinderen met een gemiddelde intelligentie.
Dit klinkt allemaal erg interessant. Echter, het is allemaal statistisch gezien wel bewezen, maar men vergeet de praktijk. Wanneer een jochie in de buitenwijken van India geboren wordt met een extreem hoog IQ, dan zal hij zich misschien wat vaker verwonderd afvragen hoe de wereld in elkaar zit, maar verder heeft hij er niks aan. Vermoedelijk zal hij niet eens kunnen lezen.
Bovendien vertelt een andere tak van de wetenschap, bijv. de ontwikkelingspsychologie, ons juist dat wel de omgeving, de familie en het onderwijs ons vormen. Zelf kun je dit ook ervaren: zodra je een bepaalde kritische wijze van denken hebt geleerd dankzij het onderwijs, merk je dat je ook zelf kritischer wordt bij dingen die je voorheen gewoon accepteerde.
Is nu de exacte wetenschap te exact of de psychologie te vaag?