Hier onder een link naar een populaire voorstelling van de speciale relativiteitstheorie.
http://mediatheek.thinkquest.nl/~lla129/specrelativiteitstheorie.htm
Iets aan de gegeven uitleg klopt niet.
Een waarnemer in het ruimtetuig ziet de lichtflits heen en weer gaan in 2 nanosec(1° animatie). De stelling dat de tijd in het ruimteschip trager verloopt, klopt niet aangezien zijn klok een verkeerde referentie gebruikt om de tijd te meten. De waarnemer zou een roodverschuiving (Dopplereffect) moeten waarnemen vermits de lichtbron zich verwijdert met de snelheid van het ruimtetuig(2° animatie). Uitberekening van de werkelijk afgelegde weg van de lichtflits en rekening houdend met de constante lichtsnelheid volgt de werkelijke tijd. Die werkelijk afgelegde weg is gelijk aan wat de externe waarnemer ziet. Bijgevolg is de tijd in het ruimte schip gelijk aan de tijd van de externe waarnemer.
Tweede bedenking:
Indien een externe waarnemer zich in de bewegingsrichting van het ruimte schip bevind ziet hij exact de lichtflits heen en weer gaan in 2 nanosec net zoals de interne waarnemer. Maar hij neemt een violetverschuiving waar, indien het ruimtetuig nadert. Indien de algemeen aanvaarde theorie klopt dan zou voor de tweede externe waarnemer de tijd even lang moeten duren als voor de eerste, vermits beiden niet in beweging zijn.
De theorie stelt: de tijd verloopt trager in een bewegend systeem, dus is de tijd is relatief. Maar volgens mij is de plaats van waarneming relatief, anders zou de tweede externe waarnemer ook een langere tijd moeten waarnemen.
De tijd is een dimensie en heeft volgens mij bijgevolg ook geen snelheid, enkel denkbeeldige referenties.
Wie of wat is er mis? De uitleg op de link of de theorie of ben ik diegene die er niets van begrijpt?
http://mediatheek.thinkquest.nl/~lla129/specrelativiteitstheorie.htm
Iets aan de gegeven uitleg klopt niet.
Een waarnemer in het ruimtetuig ziet de lichtflits heen en weer gaan in 2 nanosec(1° animatie). De stelling dat de tijd in het ruimteschip trager verloopt, klopt niet aangezien zijn klok een verkeerde referentie gebruikt om de tijd te meten. De waarnemer zou een roodverschuiving (Dopplereffect) moeten waarnemen vermits de lichtbron zich verwijdert met de snelheid van het ruimtetuig(2° animatie). Uitberekening van de werkelijk afgelegde weg van de lichtflits en rekening houdend met de constante lichtsnelheid volgt de werkelijke tijd. Die werkelijk afgelegde weg is gelijk aan wat de externe waarnemer ziet. Bijgevolg is de tijd in het ruimte schip gelijk aan de tijd van de externe waarnemer.
Tweede bedenking:
Indien een externe waarnemer zich in de bewegingsrichting van het ruimte schip bevind ziet hij exact de lichtflits heen en weer gaan in 2 nanosec net zoals de interne waarnemer. Maar hij neemt een violetverschuiving waar, indien het ruimtetuig nadert. Indien de algemeen aanvaarde theorie klopt dan zou voor de tweede externe waarnemer de tijd even lang moeten duren als voor de eerste, vermits beiden niet in beweging zijn.
De theorie stelt: de tijd verloopt trager in een bewegend systeem, dus is de tijd is relatief. Maar volgens mij is de plaats van waarneming relatief, anders zou de tweede externe waarnemer ook een langere tijd moeten waarnemen.
De tijd is een dimensie en heeft volgens mij bijgevolg ook geen snelheid, enkel denkbeeldige referenties.
Wie of wat is er mis? De uitleg op de link of de theorie of ben ik diegene die er niets van begrijpt?