In Naam der Koningin!
KANTONGERECHT TE NIJMEGEN
Zaaknummer 148935
Rolnummer 1011/99/19
Uitspraak 6 oktober 2000
Vonnis in de zaak van
1. Wilhelmus Jacobus Degen, wonende te 65xx xx Nijmegen, xxxxxstraat xx, en
2. Johannes Gerardus Maria Jacobs, wonende te 65xx xx Nijnegen, xxxxxxxx xx, eisende partijen, beiden procederend in persoon,
tegen
de naamloze vennootschap N.V. Telekabel, gevestigd te Velp, gedaagde partij, gemachtigde: G. J. Hommersom, deurwaarder te Nijmegen.
Partijen zullen ook in dit vonnis Degen, Jacobs en Telekabel worden genoemd.
1. Het verdere verloop van de procedure
Dit blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 februari 2000
- het proces-verbaal van de ingevolge dat vonnis op 16 mei 2000 gehouden comparitie van partijen
2. De verdere beoordeling van het geschil
2.1 Wat in voornoemd tussenvonnis is overwegen wordt hier overgenomen.
2.2 Degen en Jacobs beklagen zich erover dat diverse internetfaciliteiten niet werkten. Het ging om een intranetaansluiting, in plaats van een internetaansluiting, zo stellen zij.
Telekabel heeft daartegen aangevoerd dat aan de abonnees van Quicknet een intranet naast een internetaansluiting is geleverd. Die laatste maakte het mogelijk op het internet te surfen, een eigen homepage te maken en E-mail te ontvangen. Specifieke communicatiefaciliteiten zoals ICQ, CUSeeMe, IRC en Netmeeting maakten volgens haar geen deel uit van de op grond van de overeenkomst te leveren dienst.
Telekabel verwijst voor de inhoud van de overeenkomst naar haar advertenties (produktie II bij conclusie van antwoord), naar haar prijslijst (produktie III bij die conclusie) en naar haar informatieboekje (produktie IV).
De inhoud van die stukken geeft echter onvoldoende steun voor haar opvatting. Weliswaar vermeldt de prijslijst dat de QuicIcNet Service bestaat uit:
"(...) WWW homepage
Email adres
(…)".
en valt uit de tekst van het informatieboekje zeker af te leiden dat QuickNet ook een lokaal karakter heeft, dat neemt echter niet weg dat in dat informatieboekje complete internetfaciliteiten in elk geval worden gesuggereerd:
"(…) Het is net zo groot als het Internet - en zo gemakkelijk als de TV aanzetten. Quicknet is een Internet-service die werkt via de TV-kabel. Net alsof je duizend TV-kanalen hebt En met een druk op de knop krijg je juist dat in beeld wat je zoekt.
(…)", en
"(...) Telekabel zorgt er ook voor dat je direct toegang hebt tot alle diensten die voor jou belangrijk zijn. (...)", en
"(…) QuickNet de snelste weg naar een wereld vol informatie en amusement (...)".
Het verweer van Telekabel wordt daarom verworpen.
In redelijkheid mochten Degen en Jacobs verwachten dat de door hen bedoelde nternetfaciliteiten tot de te leveren diensten behoorden.
Nu Telekabel niet heeft bestreden dat deze niet zijn geleverd, is de conclusie dat zij in dit opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten.
2.3 Degen en Jacobs verwijten Telekabel dat de snelheid van de dienst niet hoger was dan die van een snelle "gewone" Intemet-aanbieder, wat betekent dat er een iets hogere snelheid dan modemsnelheid werd gehaald.
Telekabel bestrijdt dat zij zich heeft vastgelegd op de snelheid van de te leveren intemetverbinding. Dat kan ook niet, zo voert zij aan, omdat de levering van de dienst afhankelijk is van factoren die zij niet kan beïnvloeden. Dat geldt zowel voor de traditionele internetdienst via de telefoonkabel als voor deze dienst, via de TV-kabel. In enkele van haar advertenties heeft zij niet meer gezegd dan dat Quicknet tot 350 maal sneller is dan een gewoon telefoonmodem. Zij doelde daarmee op het potentieel van de kabel om tot 350 maal sneller te zijn dan het telefoonmodem. Er bestaan ook geen maatschappijen die vooralsnog in staat zijn het maximaal potentieel van een kabelverbinding daadwerkelijk te benutten. Degen en Jacobs wisten of behoorden te weten dat de verschillende aanbieders van dergelijke diensten via kabel af en toe met snelheidproblemen kampen die te maken hebben met overbelasting. Aldus, nog steeds, Telekabel.
2.4 Telekabel heeft geadverteerd met een dienst die zij de naam QuickNet geeft. In die advertentie (produktie II bij conclusie van antwoord) schrijft zij:
"Waarom surfen als je ook kunt vliegen?
Quicknet is een internetservice die werkt via de TV-kabel. Het is tot 350 keer sneller dan een gewoon telefoonmodem Met zo'n snelheid is ineens alles mogelijk
(….)"
Weliswaar heeft Telekabel niet met zoveel woorden beweerd dat de internetverbinding 350 keer sneller is, maar zij heeft wel door in die advertentie het getal 350 te noemen, in combinatie met het zinnetje: "Met zo'n snelheid is ineens alles mogelijk" de verwachting van tenminste een opvallend grote snelheid gewekt.
Overigens kan zij wel degelijk de snelheid van de intemetverbinding beïnvloeden, nu die mede afhankelijk is van de omvang van haar eigen verbinding daarmee. Kortom: wie zich QuickNet durft te noemen en op de hiervoor vermelde manier adverteert, kan zich niet met succes verschuilen op de wijze als Telekabel heeft gedaan, laat staan Degen en Jacobs voorhouden dat zij weet behoorden te hebben van snelheidsproblemen.
Nu Telekabel op zichzelf niet heeft bestreden dat de door haar gerealiseerde snelheid slechts iets hoger lag dan modemsnelheid, is ook in dit opzicht de conclusie dat zij toerekenbaar is tekortgeschoten.
2.5 Telekabel erkent dat Degen en Jacobs geen individueel IP-adres is toegewezen, maar dat is volgens haar geen vereiste voor toegang tot het internet, omdat er werd gewerkt met een "router" die voorzag in "address translation".
Nadat Degen en Jacobs in hun "Reactie op Conclusie van Antwoord" vervolgens hebben gesteld dat juist het feit dat er gebruik werd gemaakt van adresvertaling de problemen met gangbare programma's verklaart, heeft Telekabel bij conclusie van dupliek aangevoerd dat address-translation niet per se problematisch is en heeft vervolgens erkend dat er destijds klachten waren dat bepaalde diensten niet werkten door het gebruik van adress-translation. Zij heeft verder verwezen naar "de productvoorwaarden".
Met dit verweer is de klacht van Degen en Jacobs onvoldoende weerlegd.
Het wordt dan ook verworpen.
2.6 Degen en Jacobs beklagen zich verder over het grote aantal storingen.
Ter onderbouwing daarvan hebben zij een logboek overgelegd (bijlage 3 bij het dagvaardingsformulier) dat zij hebben bijgehouden over de maanden november en december 1998 en dat volgens hen illustratief is voor de hele abonnementsperiode vanaf juni 1998.
Telekabel betwist dat de dienst op de door Degen en Jacobs genoemde dagen beneden de maat functioneerde.
Incidentele storingen beschouwt zij als kinderziekten, inherent aan het feit dat de internettechnologie nog in de kinderschoenen staat.
Deze enkele betwisting van het ondermaats functioneren is in het licht van de gedetailleerde onderbouwing door Degen en Jacobs in het gedurende twee maanden bijgehouden logboek onvoldoende. Daarom gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Telekabel heeft voorts aangevoerd dat het aantal storingen over de gehele periode juli tot en met december 1998) veel lager is geweest dan Degen en Jacobs stellen nu zij over die periode aangeven samen gedurende 13 uur en 20 minuten gebruik te hebben gemaakt van een alternatieve intemetverbinding.
Nadat Degen en Jacobs op dat laatste in hun "Reactie op Conclusie van Antwoord" gemotiveerd hebben gereageerd heeft Telekabel bij conclusie van dupliek die reactie vervolgens onbesproken gelaten, zodat aangenomen moet worden dat zij haar verweer op dit punt heeft laten varen.
De kantonrechter gaat daarom uit van de door Degen en Jacobs gestelde te hoge storingsfrekwentie.
2.7 Degen en Jacobs verwijten Telekabel verder dat de helpdesk niet naar behoren hielp. Zij spreken van ondeskundigheid, van het niet terugbellen of slechts als doorgeefluik functioneren en van het ontbreken van technisch personeel in de weekends. Bovendien is, zo stellen zij, op brieven waarin de gebrekkige dienstverlening aan de orde werd gesteld (in totaal 8, waarvan vier aangetekend) niet gereageerd door Telekabel. Telekabel heeft betwist dat zij niet of onvoldoende heeft gereageerd op klachten en dat de dienstverlening onvoldoende technisch bezet zou zijn geweest.
Zij wil benadrukken dat "de telefonische helpdesk die zij ten dienste van haar abonnees in het leven heeft geroepen een waardevolle bijdrage heeft geleverd aan de effectieve signalering en oplossing van de individuele problemen van Quicknetgebruikers."
Maar Degen en Jacobs bestrijden nu juist dat dat laatste het geval is. Met zo'n niet gemotiveerde betwisting (de kantonrechter leest in de hiervoor gecursiveerde zinsnede niet meer dan een gratuite reclameslogan) kan Telekabel, in het licht van, alweer, de specifieke, ook in het logboek naar voren komende en in de brieven aan Telekabel (bijlage 5 bij het dagvaardingsformulier) al genoemde klachten over de helpdesk, niet volstaan. Ook daaraan zal de kantonrechter voorbijgaan, en uitgaan van de juistheid van de gestelde klachten.
2.8 Het incidenteel voorkomen van storingen zou niet kunnen leiden tot de conclusie dat Telekabel toerekenbaar tekort zou zijn geschoten. De veelvuldige storingen waarvan sprake is geweest, in combinatie met het onvoldoende functioneren van de helpdesk doen dat wel.
2.9 Dat betekent dat Telekabel in beginsel is gehouden tot schadevergoeding. Telekabel heeft aangevoerd dat de aard en de omvang van haar tekortkoming van ondergeschikte betekenis zijn in het licht van de aard van de dienst en van datgene wat zij daarvan redelijkerwijs mochten verwachten, en daarom geen schadevergoeding rechtvaardigen. Dat verweer is met het hiervoor onder 2.2 tot en met 2.8 overwogene reeds verworpen.
Telekabel heeft terecht aangevoerd dat er geen plaats is voor vergoeding van kosten van een tweede internetabonnement naast een restitutie van abonnementsgeld. Dat zou een dubbele vergoeding betekenen. Toegewezen zal worden het gevorderde bedrag aan abonnementskosten van f 712,08.
De vordering tot betaling van porto-, fax, en aanmaningskosten tot een bedrag van in totaal f 60,30 is door Telekabel niet bestreden en zal worden toegewezen.
2.10 Als grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal Telekabel worden veroordeeld in de proceskosten.
De beslissing
De kantonrechter, rechtdoende,
veroordeelt Telekabel aan Degen en Jacobs tezamen te betalen een bedrag van in totaal f 772,38, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 april 1999 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt haar ook in de proceskosten, aan de zijde van Degen en Jacobs gevallen, tot aan deze uitspraak begroot op f 240,-- aan verschotten.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.P.M. Wensten, kantonrechter te Nijmegen en door haar uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting van 6 oktober 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.
[handtekeningen]
Voor grosse conform
De griffier van het
Kantongerecht te Nijmegen
KANTONGERECHT TE NIJMEGEN
Zaaknummer 148935
Rolnummer 1011/99/19
Uitspraak 6 oktober 2000
Vonnis in de zaak van
1. Wilhelmus Jacobus Degen, wonende te 65xx xx Nijmegen, xxxxxstraat xx, en
2. Johannes Gerardus Maria Jacobs, wonende te 65xx xx Nijnegen, xxxxxxxx xx, eisende partijen, beiden procederend in persoon,
tegen
de naamloze vennootschap N.V. Telekabel, gevestigd te Velp, gedaagde partij, gemachtigde: G. J. Hommersom, deurwaarder te Nijmegen.
Partijen zullen ook in dit vonnis Degen, Jacobs en Telekabel worden genoemd.
1. Het verdere verloop van de procedure
Dit blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 februari 2000
- het proces-verbaal van de ingevolge dat vonnis op 16 mei 2000 gehouden comparitie van partijen
2. De verdere beoordeling van het geschil
2.1 Wat in voornoemd tussenvonnis is overwegen wordt hier overgenomen.
2.2 Degen en Jacobs beklagen zich erover dat diverse internetfaciliteiten niet werkten. Het ging om een intranetaansluiting, in plaats van een internetaansluiting, zo stellen zij.
Telekabel heeft daartegen aangevoerd dat aan de abonnees van Quicknet een intranet naast een internetaansluiting is geleverd. Die laatste maakte het mogelijk op het internet te surfen, een eigen homepage te maken en E-mail te ontvangen. Specifieke communicatiefaciliteiten zoals ICQ, CUSeeMe, IRC en Netmeeting maakten volgens haar geen deel uit van de op grond van de overeenkomst te leveren dienst.
Telekabel verwijst voor de inhoud van de overeenkomst naar haar advertenties (produktie II bij conclusie van antwoord), naar haar prijslijst (produktie III bij die conclusie) en naar haar informatieboekje (produktie IV).
De inhoud van die stukken geeft echter onvoldoende steun voor haar opvatting. Weliswaar vermeldt de prijslijst dat de QuicIcNet Service bestaat uit:
"(...) WWW homepage
Email adres
(…)".
en valt uit de tekst van het informatieboekje zeker af te leiden dat QuickNet ook een lokaal karakter heeft, dat neemt echter niet weg dat in dat informatieboekje complete internetfaciliteiten in elk geval worden gesuggereerd:
"(…) Het is net zo groot als het Internet - en zo gemakkelijk als de TV aanzetten. Quicknet is een Internet-service die werkt via de TV-kabel. Net alsof je duizend TV-kanalen hebt En met een druk op de knop krijg je juist dat in beeld wat je zoekt.
(…)", en
"(...) Telekabel zorgt er ook voor dat je direct toegang hebt tot alle diensten die voor jou belangrijk zijn. (...)", en
"(…) QuickNet de snelste weg naar een wereld vol informatie en amusement (...)".
Het verweer van Telekabel wordt daarom verworpen.
In redelijkheid mochten Degen en Jacobs verwachten dat de door hen bedoelde nternetfaciliteiten tot de te leveren diensten behoorden.
Nu Telekabel niet heeft bestreden dat deze niet zijn geleverd, is de conclusie dat zij in dit opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten.
2.3 Degen en Jacobs verwijten Telekabel dat de snelheid van de dienst niet hoger was dan die van een snelle "gewone" Intemet-aanbieder, wat betekent dat er een iets hogere snelheid dan modemsnelheid werd gehaald.
Telekabel bestrijdt dat zij zich heeft vastgelegd op de snelheid van de te leveren intemetverbinding. Dat kan ook niet, zo voert zij aan, omdat de levering van de dienst afhankelijk is van factoren die zij niet kan beïnvloeden. Dat geldt zowel voor de traditionele internetdienst via de telefoonkabel als voor deze dienst, via de TV-kabel. In enkele van haar advertenties heeft zij niet meer gezegd dan dat Quicknet tot 350 maal sneller is dan een gewoon telefoonmodem. Zij doelde daarmee op het potentieel van de kabel om tot 350 maal sneller te zijn dan het telefoonmodem. Er bestaan ook geen maatschappijen die vooralsnog in staat zijn het maximaal potentieel van een kabelverbinding daadwerkelijk te benutten. Degen en Jacobs wisten of behoorden te weten dat de verschillende aanbieders van dergelijke diensten via kabel af en toe met snelheidproblemen kampen die te maken hebben met overbelasting. Aldus, nog steeds, Telekabel.
2.4 Telekabel heeft geadverteerd met een dienst die zij de naam QuickNet geeft. In die advertentie (produktie II bij conclusie van antwoord) schrijft zij:
"Waarom surfen als je ook kunt vliegen?
Quicknet is een internetservice die werkt via de TV-kabel. Het is tot 350 keer sneller dan een gewoon telefoonmodem Met zo'n snelheid is ineens alles mogelijk
(….)"
Weliswaar heeft Telekabel niet met zoveel woorden beweerd dat de internetverbinding 350 keer sneller is, maar zij heeft wel door in die advertentie het getal 350 te noemen, in combinatie met het zinnetje: "Met zo'n snelheid is ineens alles mogelijk" de verwachting van tenminste een opvallend grote snelheid gewekt.
Overigens kan zij wel degelijk de snelheid van de intemetverbinding beïnvloeden, nu die mede afhankelijk is van de omvang van haar eigen verbinding daarmee. Kortom: wie zich QuickNet durft te noemen en op de hiervoor vermelde manier adverteert, kan zich niet met succes verschuilen op de wijze als Telekabel heeft gedaan, laat staan Degen en Jacobs voorhouden dat zij weet behoorden te hebben van snelheidsproblemen.
Nu Telekabel op zichzelf niet heeft bestreden dat de door haar gerealiseerde snelheid slechts iets hoger lag dan modemsnelheid, is ook in dit opzicht de conclusie dat zij toerekenbaar is tekortgeschoten.
2.5 Telekabel erkent dat Degen en Jacobs geen individueel IP-adres is toegewezen, maar dat is volgens haar geen vereiste voor toegang tot het internet, omdat er werd gewerkt met een "router" die voorzag in "address translation".
Nadat Degen en Jacobs in hun "Reactie op Conclusie van Antwoord" vervolgens hebben gesteld dat juist het feit dat er gebruik werd gemaakt van adresvertaling de problemen met gangbare programma's verklaart, heeft Telekabel bij conclusie van dupliek aangevoerd dat address-translation niet per se problematisch is en heeft vervolgens erkend dat er destijds klachten waren dat bepaalde diensten niet werkten door het gebruik van adress-translation. Zij heeft verder verwezen naar "de productvoorwaarden".
Met dit verweer is de klacht van Degen en Jacobs onvoldoende weerlegd.
Het wordt dan ook verworpen.
2.6 Degen en Jacobs beklagen zich verder over het grote aantal storingen.
Ter onderbouwing daarvan hebben zij een logboek overgelegd (bijlage 3 bij het dagvaardingsformulier) dat zij hebben bijgehouden over de maanden november en december 1998 en dat volgens hen illustratief is voor de hele abonnementsperiode vanaf juni 1998.
Telekabel betwist dat de dienst op de door Degen en Jacobs genoemde dagen beneden de maat functioneerde.
Incidentele storingen beschouwt zij als kinderziekten, inherent aan het feit dat de internettechnologie nog in de kinderschoenen staat.
Deze enkele betwisting van het ondermaats functioneren is in het licht van de gedetailleerde onderbouwing door Degen en Jacobs in het gedurende twee maanden bijgehouden logboek onvoldoende. Daarom gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Telekabel heeft voorts aangevoerd dat het aantal storingen over de gehele periode juli tot en met december 1998) veel lager is geweest dan Degen en Jacobs stellen nu zij over die periode aangeven samen gedurende 13 uur en 20 minuten gebruik te hebben gemaakt van een alternatieve intemetverbinding.
Nadat Degen en Jacobs op dat laatste in hun "Reactie op Conclusie van Antwoord" gemotiveerd hebben gereageerd heeft Telekabel bij conclusie van dupliek die reactie vervolgens onbesproken gelaten, zodat aangenomen moet worden dat zij haar verweer op dit punt heeft laten varen.
De kantonrechter gaat daarom uit van de door Degen en Jacobs gestelde te hoge storingsfrekwentie.
2.7 Degen en Jacobs verwijten Telekabel verder dat de helpdesk niet naar behoren hielp. Zij spreken van ondeskundigheid, van het niet terugbellen of slechts als doorgeefluik functioneren en van het ontbreken van technisch personeel in de weekends. Bovendien is, zo stellen zij, op brieven waarin de gebrekkige dienstverlening aan de orde werd gesteld (in totaal 8, waarvan vier aangetekend) niet gereageerd door Telekabel. Telekabel heeft betwist dat zij niet of onvoldoende heeft gereageerd op klachten en dat de dienstverlening onvoldoende technisch bezet zou zijn geweest.
Zij wil benadrukken dat "de telefonische helpdesk die zij ten dienste van haar abonnees in het leven heeft geroepen een waardevolle bijdrage heeft geleverd aan de effectieve signalering en oplossing van de individuele problemen van Quicknetgebruikers."
Maar Degen en Jacobs bestrijden nu juist dat dat laatste het geval is. Met zo'n niet gemotiveerde betwisting (de kantonrechter leest in de hiervoor gecursiveerde zinsnede niet meer dan een gratuite reclameslogan) kan Telekabel, in het licht van, alweer, de specifieke, ook in het logboek naar voren komende en in de brieven aan Telekabel (bijlage 5 bij het dagvaardingsformulier) al genoemde klachten over de helpdesk, niet volstaan. Ook daaraan zal de kantonrechter voorbijgaan, en uitgaan van de juistheid van de gestelde klachten.
2.8 Het incidenteel voorkomen van storingen zou niet kunnen leiden tot de conclusie dat Telekabel toerekenbaar tekort zou zijn geschoten. De veelvuldige storingen waarvan sprake is geweest, in combinatie met het onvoldoende functioneren van de helpdesk doen dat wel.
2.9 Dat betekent dat Telekabel in beginsel is gehouden tot schadevergoeding. Telekabel heeft aangevoerd dat de aard en de omvang van haar tekortkoming van ondergeschikte betekenis zijn in het licht van de aard van de dienst en van datgene wat zij daarvan redelijkerwijs mochten verwachten, en daarom geen schadevergoeding rechtvaardigen. Dat verweer is met het hiervoor onder 2.2 tot en met 2.8 overwogene reeds verworpen.
Telekabel heeft terecht aangevoerd dat er geen plaats is voor vergoeding van kosten van een tweede internetabonnement naast een restitutie van abonnementsgeld. Dat zou een dubbele vergoeding betekenen. Toegewezen zal worden het gevorderde bedrag aan abonnementskosten van f 712,08.
De vordering tot betaling van porto-, fax, en aanmaningskosten tot een bedrag van in totaal f 60,30 is door Telekabel niet bestreden en zal worden toegewezen.
2.10 Als grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal Telekabel worden veroordeeld in de proceskosten.
De beslissing
De kantonrechter, rechtdoende,
veroordeelt Telekabel aan Degen en Jacobs tezamen te betalen een bedrag van in totaal f 772,38, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 april 1999 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt haar ook in de proceskosten, aan de zijde van Degen en Jacobs gevallen, tot aan deze uitspraak begroot op f 240,-- aan verschotten.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.P.M. Wensten, kantonrechter te Nijmegen en door haar uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting van 6 oktober 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.
[handtekeningen]
Voor grosse conform
De griffier van het
Kantongerecht te Nijmegen