"De proliferatie van superwapens is nu het gevaarlijkste spookbeeld voor deze planeet." -
CRITICAL MASS, DOOR WILLIAM E. BURROWS EN ROBERT WINDREM.
BIJ het ochtendgloren op 25 januari 1995 verscheen er plotseling een onheilspellende echo op de radarschermen in heel Noord-Rusland. Ergens voor de kust van Noorwegen was een raket gelanceerd! Radaroperators waarschuwden Moskou voor de mogelijke komst van een kernbom.
Binnen enkele minuten werd de Russische president een koffertje overhandigd met elektronische apparatuur waarmee hij bevel kon geven tot een verwoestende nucleaire
tegenaanval. Een totale kernoorlog scheen elk moment te kunnen beginnen.
Gelukkig bleven de hoofden koel en het traject van de raket bleek geen bedreiging voor Rusland te vormen. Later werd vernomen dat het projectiel apparatuur voor meteorologisch onderzoek bevatte. Desondanks werd in een artikel in The Washington Post opgemerkt: "Dit zouden wel eens enkele van de gevaarlijkste momenten van het atoomtijdperk geweest kunnen zijn. Ze laten ons even zien hoe het in hoge staat van paraatheid verkerende nucleaire
lanceermechanisme uit de tijd van de Koude Oorlog nog steeds functioneert en hoe rampzalig mis het zou kunnen gaan, ook al behoort de felle wedijver tussen de supermachten tot het verleden."
Op scherp.
Decennialang was het nucleaire standpunt van zowel de voormalige Sovjet-Unie als de Verenigde Staten gebaseerd op het afschrikkingsconcept, bekend als wederzijds verzekerde vernietiging (MAD, voor mutual assured destruction). Eén pijler van MAD was de strategie
die men 'lanceer bij waarschuwing' noemde. Die gaf beide partijen de grimmige garantie dat als zij aanvielen, hun vijand nog voordat de aanvallende kernkoppen hun doel konden bereiken, tot een grootscheepse vergelding over zou gaan. Een tweede pijler van MAD was de strategie die 'lanceer bij aanval' werd genoemd. Daarmee werd gedoeld op het vermogen om nog vergeldingsaanvallen uit te voeren nadat vijandelijke kernkoppen hun schade hadden
aangericht.
Ondanks de dooi van de Koude Oorlog achtervolgt het MAD-spookbeeld de mensheid nog steeds.
Ja, de Amerikaanse en Russische voorraden kernwapens zijn drastisch verminderd - volgens sommigen met wel de helft - maar er bestaan nog duizenden kernkoppen. De mogelijkheid is dus aanwezig dat wapens per ongeluk of zonder machtiging gelanceerd worden. En omdat beide landen nog steeds de ogenschijnlijk onwaarschijnlijke mogelijkheid van een verrassingsaanval vrezen, wordt een groot aantal raketten op scherp gehouden.
Het is waar dat de Verenigde Staten en Rusland in 1994 overeenkwamen hun strategische raketten niet meer op elkaar gericht te houden. "Deze verandering, hoewel het een welkom gebaar is, heeft militair weinig te betekenen", merkt Scientific American op.
"Raketcommandanten kunnen binnen enkele seconden weer doelcoördinaten in geleidingscomputers laden."
Nieuwe wapens aan de horizon?
Een feit dat niet over het hoofd gezien mag worden, is dat de research en ontwikkeling op het gebied van kernwapens doorgaat. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld bedraagt het
jaarbudget voor zulke wapens ongeveer $4,5 miljard! In 1997 berichtte The Toronto Star:
"Paradoxaal genoeg geven de VS nu meer aan het behoud van hun nucleaire oorlogsmachinerie uit dan tijdens de Koude Oorlog. En een deel van dat geld is bestemd voor twijfelachtige programma's waarvan critici zeggen dat ze zouden kunnen leiden tot een nieuwe mondiale wapenwedloop."
Zo is er veel wrijving ontstaan over het vele miljarden dollars verslindende Amerikaanse overheidsproject dat Stockpile Stewardship and Management Program heet. Hoewel het ogenschijnlijke doel van het programma het onderhoud van bestaande kernwapens is, zeggen critici dat het ook een onheilspellender doel dient. The Bulletin of the Atomic Scientists bericht: "Er zijn plannen voor wijzigingen, aanpassingen, moderniseringen en vervangingen - niet alleen om het leven van het kernwapenarsenaal te verlengen . . . maar ook om het te 'verbeteren'."
In 1997 ontstond grote opschudding over de ontwikkeling van een kernbom, de zogeheten B-61, die zich in het aardoppervlak kan boren voordat ze explodeert. Daardoor kan ze ondergrondse commandoposten, fabrieken en laboratoria vernietigen. Hoewel voorstanders
beweren dat het louter een oudere bom in een nieuw jasje is, beweren tegenstanders dat het wel degelijk een nieuwe bom is - een grove schending van door de Amerikaanse regering gedane beloften dat ze geen nieuwe kernwapens zou ontwikkelen.
Hoe dan ook, Ted Taylor, kernfysicus aan de Princeton University, merkte op: "Ik vermoed dat de soort research die nu (in de VS) plaatsvindt, ook gebeurt in Rusland, Frankrijk, Duitsland en andere landen, en ik geloof dat sommige van onze projecten de wereld naar een
nieuwe wapenwedloop voeren." Critici beweren ook dat de research naar nieuwe wapens en het ontwikkelen en ontwerpen ervan actief worden gestimuleerd door de wapenontwerpers zelf.
Gekwetste ego's, afnemend aanzien en financiële moeilijkheden kunnen een krachtige drijfveer voor deze kundige wetenschappers vormen om op een herleving van de research naar wapens aan te dringen.
Nieuwe machten op het nucleaire toneel.
Dan zijn er nog de veranderingen in het internationale politieke deelnameveld. Van oudsher bestond de nucleaire club uit vijf naties: China, Frankrijk, Groot-Brittannië, Rusland en de Verenigde Staten. Maar algemeen wordt erkend dat ook andere landen kernwapens hebben ontwikkeld. India en Pakistan bijvoorbeeld hebben onlangs kernproeven genomen die vrees hebben gewekt voor een intense wapenwedloop in Zuidoost-Azië. Andere landen die ervan
verdacht worden kernwapenprogramma's te hebben, zijn onder meer Algerije, Irak, Iran en Noord-Korea. Ruim 180 landen hebben het Non-proliferatieverdrag geratificeerd dat in 1970 van kracht werd. Maar tot dusver hebben een aantal machten die er alom van verdacht worden hun nucleaire ambities verborgen te houden, het niet getekend.
Asiaweek bericht: "Deskundigen op het gebied van de nucleaire proliferatie geloven nog steeds dat de echte dreiging komt van het groeiende aantal landen waarvan de leiders graag hun vinger aan de nucleaire trekker zouden hebben." Sommige waarnemers denken dat het
Non-proliferatieverdrag eenvoudig niet vermag regeringen tegen te houden die vastbesloten zijn om ondanks sancties in het bezit te komen van de technologie en materialen die zij nodig hebben om in het geniep een kernmacht te worden. James Clapper, directeur van de Amerikaanse Militaire Inlichtingendienst, voorspelde: "Tegen de eeuwwisseling zouden talrijke landen wel eens in staat kunnen blijken een in eigen land vervaardigde raket van een [chemische, biologische of nucleaire] kop te voorzien."
Het is evenmin waarschijnlijk dat alle landen zullen zwichten voor de druk om van kernproeven af te zien. Toen er in 1996 bij een aantal landen werd gelobbyd voor
ondertekening van het Alomvattend Kernstopverdrag, werd in een redactioneel artikel in Asiaweek opgemerkt: "Voor de Amerikanen of de Europeanen is het geen probleem een verbod
op kernproeven te preken, want zij hebben al voldoende kernwapens tot ontploffing gebracht om genoeg te hebben aan de vergaarde informatie."
Het smokkelen van nucleair materiaal en terrorisme.
Wat sommigen als de grootste dreiging zien, is dat een terroristische groep de hand zou weten te leggen op een kernwapen en dan zou besluiten het wapen te laten exploderen - of daar op zijn minst mee zou dreigen - om kracht bij te zetten aan hun politieke doelstellingen. Ook vreest men dat een criminele organisatie op soortgelijke wijze radioactief materiaal zou kunnen gebruiken voor grootschalige afpersing van een regering of onderneming. In een artikel in Scientific American wordt uitgelegd: "Het zou een
nucleaire afperser vrij makkelijk vallen zijn dreigement geloofwaardig te maken door een monster achter te laten voor analyse. Daaropvolgende dreigementen om de lucht of
watervoorraden te verontreinigen, of zelfs een klein kernwapen te laten exploderen, zouden aanzienlijke pressie kunnen uitoefenen." Politieorganisaties hebben reeds pogingen aan het licht gebracht om nucleair materiaal te smokkelen. Dat intensiveert de angst dat criminele
organisaties wel eens zouden kunnen proberen kernwapens te ontwikkelen.
Het is waar dat sommige analytici het smokkelen van nucleair materiaal afdoen als een geringe dreiging. Klaarblijkelijk is volgens hen niet alleen weinig materiaal van eigenaar veranderd maar is ook, enkele uitzonderingen daargelaten, het grootste deel ervan lang
niet van 'wapenzuivere' kwaliteit geweest. Scientific American brengt zijn lezers echter onder de aandacht dat "op bijna alle illegale markten slechts het topje van de ijsberg zichtbaar is, en waarom zou de zwarte markt voor nucleair materiaal daarop een uitzondering zijn? . . . Het zou dwaas zijn te geloven dat de autoriteiten meer dan tachtig procent van de handel onderscheppen. Bovendien zou zelfs een klein percentage dat
erdoor glipt al enorme consequenties kunnen hebben."
Hoewel de exacte hoeveelheid een goedbewaard geheim is, schat men dat er voor een kernbom tussen de 3 en 25 kilo verrijkt uranium of tussen de 1 en 8 kilo 'wapenzuiver' plutonium nodig is. Tot groot genoegen van smokkelaars heeft 7 kilo plutonium ruwweg de omvang van een normaal frisdrankblikje. Sommigen denken dat zelfs 'reactorzuiver' plutonium - waaraan gemakkelijker te komen is dan aan 'wapenzuiver' plutonium - gebruikt zou kunnen worden om
een primitieve maar nog altijd vernietigende atoombom te maken. Indien, zoals veel deskundigen beweren, voorraden radioactief materiaal slecht beschermd worden, is de kans
op diefstal groter dan de meeste mensen beseffen. Michail Koelik, een Russische functionaris, schimpte: "Zelfs aardappels worden tegenwoordig waarschijnlijk beter bewaakt
dan radioactief materiaal."
Het is dus duidelijk dat het nucleaire gevaar nog steeds als het zwaard van Damocles boven de mensheid hangt. Bestaat er enige hoop dat het ooit weggenomen zal worden?
"Deskundigen op het gebied van de nucleaire proliferatie geloven nog steeds dat de echte dreiging komt van het groeiende aantal landen waarvan de leiders graag hun vinger aan de nucleaire trekker zouden hebben." - Asiaweek
Biologische en chemische dreigingen
Agressieve naties die te arm zijn om een kernwapenarsenaal te ontwikkelen, kunnen gebruikmaken van middellangeafstandsraketten uitgerust met gifgas of met biologische wapens. Die zijn wel betiteld als armeluiskernwapens. Veel analytici vrezen zelfs dat ook
terroristische groepen zich wel eens bij voorkeur van die wapens zouden kunnen gaan bedienen.
Maar biologische en chemische wapens kunnen zelfs dood en verderf zaaien zonder een hightech overbrengingssysteem. De minister van Defensie van de Verenigde Staten, William
Cohen, zei in november 1997: "Met de geavanceerde technologie en een kleinere wereld met poreuze grenzen heeft het vermogen om op massale schaal ziekte, dood en verwoesting te ontketenen nu een veel grotere orde van grootte bereikt. Een alleen opererende gek of een
groep fanatici met een fles chemicaliën, een partijtje pestbacteriën of een primitieve kernbom kan tienduizenden mensen bedreigen of met één daad van boosaardigheid ombrengen."
Die angsten bleken gegrond toen in maart 1995 leden van een terroristische sekte gebruikmaakten van sarin, een zenuwgas, bij een aanslag op forensen in de ondergrondse van Tokio. Twaalf mensen kwamen om het leven en 5500 liepen letsel op.
"Is een chemische aanval al angstwekkend, een biologisch wapen vormt een nog grotere nachtmerrie", merkt de hoogleraar politieke wetenschappen Leonard Cole op. "Chemische verbindingen zijn levenloos, maar bacteriën, virussen en andere biologisch actieve stoffen
kunnen besmettelijk en reproductief zijn. Krijgen ze eenmaal vaste voet in het milieu, dan kunnen ze zich vermenigvuldigen. In tegenstelling tot elk ander wapen kunnen ze mettertijd gevaarlijker worden."
In een poging de proliferatie van chemische en biologische wapens tegen te gaan, zijn in 1972 de Conventie inzake Biologische en Giftige Wapens en in 1993 de Conventie inzake Chemische Wapens tot stand gekomen. The Economist merkt echter op dat ondanks zulke goede bedoelingen "geen wapenbeheersingsprogramma perfect is. . . . Niet elke overtreding kan bespeurd worden." In dezelfde bron wordt gezegd: "En uiteraard is het sowieso onwaarschijnlijk dat de echte bedriegers hun handtekening zullen zetten."
Politieorganisaties vrezen dat terroristen gemakkelijk tot het gebruik van chemische en biologische wapens kunnen overgaan
Landen met kernwapens.
CHINA
FRANKRIJK
GROOT-BRITTANNIË
RUSLAND
VERENIGDE STATEN
Landen waarvan bekend is dat ze kernproeven hebben genomen.
INDIA
ISRAËL
PAKISTAN
Landen waarvan men denkt dat ze kernwapens ontwikkelen.
ALGERIJE
IRAK
IRAN
NOORD-KOREA
-----
Tjsa hoe groot is de kans dat er een of andere gek een nucleaire bom in bv NYC af laat gaan?
...'k moet er niet aan denken, ...maar 't is wel reeel