Een vraag :
Onder Windows heb je de optie -f bij de opdracht ping. Hiermee voorkom je dat tijdens het pingen datapakketten gefragmenteerd raken. Om de grootte van een VPN-tunnel te testen gebruiken wij de opdracht ping -f -l 1400 <IP-adres> onder Windows. Hiermee ping je <IP-adres> met 1400 bytes aan data zonder dat dit pakketje gefragmenteerd raakt.
Onder linux heb je wel de optie -s om de grootte op te geven, maar de optie om het "Do not fragment-bit" te gebruiken lijkt te ontbreken. Hierdoor werkt het pingen niet meer naar behoren, aangezien de datapakketten gewoon gesplitst worden.
Wie weet raad ?
Onder Windows heb je de optie -f bij de opdracht ping. Hiermee voorkom je dat tijdens het pingen datapakketten gefragmenteerd raken. Om de grootte van een VPN-tunnel te testen gebruiken wij de opdracht ping -f -l 1400 <IP-adres> onder Windows. Hiermee ping je <IP-adres> met 1400 bytes aan data zonder dat dit pakketje gefragmenteerd raakt.
Onder linux heb je wel de optie -s om de grootte op te geven, maar de optie om het "Do not fragment-bit" te gebruiken lijkt te ontbreken. Hierdoor werkt het pingen niet meer naar behoren, aangezien de datapakketten gewoon gesplitst worden.
Wie weet raad ?