Als je m'n build-file wilt gebruiken moet je een standaard directory structuur aanhouden.
Deze structuur ziet er als volgt uit:
code:
1
2
3
4
5
6
7
8
| /
/distr
/build
/src
/src/java
/src/lib
/src/jar-content
/src/distr-content |
De namen spreken eigenlijk al voor zich:
/distr is de lokatie van distributies. Dit kunnen verschillende versies zijn, die zich in sub-directories bevinden met als naam 'version_x'
/build is de lokatie voor class-files, tijdelijke jar bestanden en dergelijke
/src is de lokatie voor alles wat nodig is om de applicatie te bouwen
/src/java is de eigen Java source files die nodig zijn voor dit project. Uiteraard kan je hiervoor packages in sub-directories gebruiken.
/src/lib is de benodigde libraries voor deze applicatie. Je kunt hierbij submappen gebruiken, zolang alles maar een jar is.
/src/jar-content is de directory voor extra files die in de jar moeten komen. Hierbij kan je denken aan configuratie, afbeeldingen en dergelijke.
/src/distr-content is een directory waar je extra directories en files kunt opnemen die in een distributie moeten komen.
Met behulp van de buildfile kan je verschillende zaken doen:
'ant compile' is simpelweg compileren.
'ant jar' maakt een jar die in build/lib belandt.
'ant -Dversion=1.0 distribute' maakt een complete distributie met jar, javadoc, src etc in een submap van distr met version 1.0

.
De build file zit in dit voorbeeld project. De jar is executable en je kunt als het goed is alle taken uitproberen als je de file hebt uitgepakt. Uiteraard moet je dan wel even Ant installeren.
http://www.pandoramix.org/software/ant-example.tar.gz