De wereld ligt aan je voeten. Je moet alleen diep genoeg willen bukken...
"Wie geen fouten maakt maakt meestal niets!"
Verwijderd
Verwijderd
dat je bijvoorbeeld de functie 2x2 hebt, je de grafiek tekend, kijkt of het een deel van eer circel is (het buigt omhoog, dus het moet uit circels kunnen bestaan). er moet toch een snellere manier zijn ?
Verwijderd
Welch Schauspiel! Aber ach! ein Schauspiel nur!
Wo fass ich dich, unendliche Natur?
Ik weet niet zeker hoe je grafische rekenmachine het doet. volgens mij kan zo'n ding niet integreren, dus hij zou het haast ook wel op dezelfde manier doen. Misschien een snellere processor (moderne dedicated processors zijn tientallen malen zo snel in hun specifieke taak dan jouw PCtje), en waarschijnlijk ook een heel veel sneller algoritme.
Embedded systems ruled
Build a man a fire, and he'll be warm for a day. Set a man on fire, and he'll be warm for the rest of his life - Terry Pratchett
Deze functie bestaat toch echt niet uit cirkels hoor. Het is een parabool, dat is wel wat anders. Niet alles wat krom is is een cirkelbaan.Op vrijdag 22 februari 2002 22:13 schreef Goedkoop het volgende:
waarom deel je het op ion rechthoeken? is er geen andere manier om dat te doen? zoveelste deel van circel ofzo?
dat je bijvoorbeeld de functie 2x2 hebt, je de grafiek tekend, kijkt of het een deel van eer circel is (het buigt omhoog, dus het moet uit circels kunnen bestaan). er moet toch een snellere manier zijn ?
Bovendien, hoe wil je in godsnaam dan de oppervlakte onder zo'n grafiek gaan uitrekenen hiermee? Je kunt elke nette functie benaderen met rechthoeken, maar hoe wil je een functie benaderen met cirkels?
Build a man a fire, and he'll be warm for a day. Set a man on fire, and he'll be warm for the rest of his life - Terry Pratchett
Verwijderd
Waarbij
a de x(begin) is
b de x(eind) is
c de stapgrootte is (dx)
Y1 de functie is
d de totale opp is
c <- 1
ff <- 0
Do While key.pause {
R <- random.(uniform) getal tussen 0 en 1.
ff <- ff+ Y1 ((b-a)*R+a))
d <- (ff/c)*(b-a)
c <- c+1
Print d
}
Welch Schauspiel! Aber ach! ein Schauspiel nur!
Wo fass ich dich, unendliche Natur?
Ok, ik snap het.
Welch Schauspiel! Aber ach! ein Schauspiel nur!
Wo fass ich dich, unendliche Natur?
Dan over het nut van dit algoritme, het wordt idd steeds nauwkeuriger, maar het duurt wel verschrikkelijk lang, van het vorige algoritme weet je iig dat het eindigt en als je grotere nauwkeurigheid wilt voer je gewoon een kleinere stapgrootte in.
Oh, en daar komt natuurlijk nog bij dat je GF over ze nek gaat als je lang genoeg wacht, omdat ff dan een overflow krijgt...
He who knows only his own side of the case knows little of that.
de rechthoeksregel
Deze benadering wordt gegeven door
de som van i = 0 tot i = N-1 over f(a+i*h)*h.
Kortom, je neemt de waarde aan het begin van ieder interval, vermenigvuldigt dat met de lengte van het interval en sommeert dat over alle intervallen. De globale fout die je maakt is van orde h.
de middenpuntsregel
Deze benadering wordt gegeven door
de som van i = 0 tot i = N-1 over f(a+(i+1/2)*h)*h
Je neemt dus nu de waarde in het midden van ieder interval en vermenigvuldigt dat met de lengte van het interval. De globale fout is nu van orde h2
de regel van Simpson
Deze benadering wordt gegeven door
de som van i = 1 tot i = N-1 over
h/3*[f(a+(i-1)) + 3*f(a+(i-1/2)) + f(a+i*h)]
Je neemt dus de waarde aan het begin van het interval + 3 maal de waarde in het midden van het interval + de waarde aan het eind van het interval. De globale fout is nu van orde h4
De regel van Simpson geeft een betere benadering, waardoor je uiteindelijk veel minder functie-evaluaties nodig hebt om dezelfde nauwkeurigheid te bereiken; je kan N veel kleiner kiezen.
Wie trösten wir uns, die Mörder aller Mörder?
daarmee krijg je het vlot en exact
de rechthoekjes-methode heb ik maar een keer gehad op de middelbare school, als introductie en verheldering op integreren
maar integreren is vlotter, en exact
Die wel wat kleine foutjes bevatte:Op zaterdag 23 februari 2002 12:55 schreef Fused een hele hoop handige informatie:
De rechthoeksregel, daar heb ik nog nooit van gehoord. Als je goed naar die regel kijkt is het gewoon de middenpuntsregel, met de evaluatie punten 1/2*h naar links verschoven. Wat nog meer opvalt is dat die methode volgens jouw een slechtere benadering geeft dan de middenpuntsregel. Dat lijkt me sterk, het is namelijk gewoon de zelfde methode.
Je methode van Simpson klopt ook niet helemaal. Ik neem aan dat je Simpson's 1/3 regel bedoelt, en niet zijn 3/8 regel (die heeft namelijk 4 evaluatie punten).
Het lijkt me duidelijk dat de som van de gewichten bij de evaluatie punten altijd 1 (in jouw geval 3 want je vermenigvuldigt met h/3) moet zijn. Bij jou is die som 5, dus iets klopt er niet. De correcte regel van Simpson ziet er zo uit: (gebruik makende van jouw notatie)
de som van i = 0 (waarom had jij 1?) tot i = N-1 over
h*[1/6*f(a+(i*h)) + 2/3*f(a+(i+1/2)*h) + 1/6*f(a+(i+1)*h)]
Daarnaast vergeet je nog 1 hele bekende regel (misschien bedoelde je deze met jouw rechthoeksregel?) nl. de trapeziumregel:
de som van i = 0 tot i = N-1 over
h*(1/2*[f(a+(i*h)) + f(a+(i+1)*h)])
Hierbij evalueer je in het begin en eindpunt van een subinterval. Van die functie waarden neem je het gemiddelde en dat vermenigvuldig je met h.
De regel van Simpson kun je trouwens uitbreidden, door meer evaluatiepunten en gewichten te nemen. Met de juiste evaluatie punten en gewichten kun je polynomen van hoge graad EXACT integreren. Deze functies heten Gauss, of ook wel Gauss-Legendre formules. In een GR kun je dan mooi een tabelletje stoppen met evaluatie punten en gewichten, en daarmee kun je dan lekker snel, lekker nauwkeurig integreren. Of dit ook de in de praktijk gebruikte methode is weet ik helaas niet.
He who knows only his own side of the case knows little of that.
Zie J. van Kan, Numerieke wiskunde voor technici, appendix A.2.1:RickN schreef:
De rechthoeksregel, daar heb ik nog nooit van gehoord. Als je goed naar die regel kijkt is het gewoon de middenpuntsregel, met de evaluatie punten 1/2*h naar links verschoven. Wat nog meer opvalt is dat die methode volgens jouw een slechtere benadering geeft dan de middenpuntsregel. Dat lijkt me sterk, het is namelijk gewoon de zelfde methode.
Die laatste regel staat hier als formule natuurlijk.De laagste orde benadering is de rechthoeksregel. Deze wordt gegeven door:
integraal van x0 tot x0 + h over f(x)dx 'is ongeveer gelijk aan'
h*f(x0)
Op de rest kom ik later terug; die regel van Simpson heb ik inderdaad verprutst; de trapeziumregel had ik weggelaten omdat de middenpuntsregel dezelfde orde van nauwkeurigheid heeft, maar ik ben blij dat je die er nog even bij vermeldde. De middenpuntsregel zoals door mij vermeld klopte ook niet; ik heb daar ook met het aantal gekozen intervallen zitten prutsen tov. het boek (ik wilde het niet in die exacte notatie hier neerzetten).De keuze van het steunpunt bij éénpuntsintegratie is van belang voor de nauwkeurigheid. Kiezen we het steunpunt in het midden van het interval, dan winnen we een orde van nauwkeurigheid. Dit heet om voor de hand liggende redenen de middenpuntsregel.
[..]
integraal van x0 - h tot x0 + h over f(x)dx = 2*h*f0 + h3/3*f''(x0 + theta*h)
Sorry, ik heb nogal een gestresste dag (vanavond huisfeest en er moet nog heel veel gebeuren) en niet voldoende tijd aan het opschrijven besteed.
Maar ach, bij gebruik op testfuncties ziet iemand het snel genoeg als het niet klopt
Wie trösten wir uns, die Mörder aller Mörder?
Yep, ik heb em nu ook op google gevonden. En idd, als je naar een plaatje van de rechthoek regel en de middenpunt regel kijkt zie je duidelijk dat die tweede een betere benadering geeft.Op zaterdag 23 februari 2002 15:54 schreef Fused het volgende:
[..]
Zie J. van Kan, Numerieke wiskunde voor technici, appendix A.2.1:
Wat trouwens nog niet genoemd is, Adaptive Quadrature. Daar heb ik ooit een opdracht over moeten doen bij m'n numerieke wiskunde college. Ook best lache, hierbij hak je het interval niet meteen op in N evengrootte subintervallen, maar begin je met 1 groot interval en dan ga je iteratief telkens het interval dat voor de grootste fout zorgt in tweeen hakken. Op die manier leg je je evaluatie punten meestal op gunstigere plaatsen neer dan wanneer je ze gewoon uniform over het interval verdeelt.
Gaussian Quadrature, (Gauss-Legendre formules) doet het wat dat betreft natuurlijk nog beter, want daarbij reken je gewoon uit wat de meest gunstige plaats is voor je evaluatie punten.
He who knows only his own side of the case knows little of that.
Maar goed. Dit soort algoritmes is niets voor mij. Ik snap Riemann sommen, maar om daar nu ook nog eens verschillende types van te gaan onderscheiden, dat gaat mij wat te ver. Zolang de limiet naar oneindig van het aantal stappen maar altijd gelijk blijft ben ik tevreden<small>"A mathematician is a machine for converting coffee into theorems." - Alfréd Rényi</small>
Build a man a fire, and he'll be warm for a day. Set a man on fire, and he'll be warm for the rest of his life - Terry Pratchett
Wacht maar af tot je Numerieke Wiskunde volgend jaar krijgt. Kun je je borst natmaken (is sowieso een rampenvak, maar goed).Op zaterdag 23 februari 2002 18:52 schreef Diadem het volgende:
Toepasselijke signature van RickN hierbij:
[..]
Maar goed. Dit soort algoritmes is niets voor mij. Ik snap Riemann sommen, maar om daar nu ook nog eens verschillende types van te gaan onderscheiden, dat gaat mij wat te ver. Zolang de limiet naar oneindig van het aantal stappen maar altijd gelijk blijft ben ik tevreden
Verder vergeten jullie allemaal dat in de foutschatting de waarde van de m-de afgeleide ook een rol speelt. Als je functie niet continue differentieerbaar is, convergeren de iteraties vaak heel slecht. Ook wel handig om mee te nemen.
Verandert z'n sig te weinig.
Ik snap niet zo goed wat je hier bedoelt. De hier besproken methodes zijn in principe niet iteratief, dus convergentie lijkt me hier niet aan de orde.Op zondag 24 februari 2002 20:50 schreef FCA het volgende:
[..]
Verder vergeten jullie allemaal dat in de foutschatting de waarde van de m-de afgeleide ook een rol speelt. Als je functie niet continue differentieerbaar is, convergeren de iteraties vaak heel slecht. Ook wel handig om mee te nemen.
Het is natuurlijk wel zo dat als de m-de afgeleide van je functie niet continue is, de fout die je maakt bij je benadering wel eens heel groot kan zijn. Dit omdat de fout zelf weer (ongeveer) de integraal is van de m-de afgeleide van de oorspronkelijke functie, vermenigvuldigd met een term die van h afhangt.
Maar het lijkt me dat dit voor alle hier besproken methodes geldt, en dus lijkt het me iets wat je niet KUNT meenemen.
BTW, ik vind het altijd leuk om te zien hoe veel van de wiskundige vragen die hier gepost worden na een tijdje totaal offtopic gaan (en dan pas echt interesant worden
Zal er wel iets mee te maken hebben dat de mods hier ook wiskundigen zijn...
He who knows only his own side of the case knows little of that.
Eigenlijk wel. Je kijkt voor steeds kleinere h hoeveel beter de benadering de werkelijkheid benadert, eigenlijk doe je het wel iteratief. Maar in principe heb je dat wel correct. Je kunt door meerdere stappen achter elkaar te doen, met behulp van een zogenaamde Romberg-schema nog nauwkeurigere benaderingen maken. Je verliest dan wel veel informatie over de grootte van de fout.Op zondag 24 februari 2002 23:23 schreef RickN het volgende:
[..]
Ik snap niet zo goed wat je hier bedoelt. De hier besproken methodes zijn in principe niet iteratief, dus convergentie lijkt me hier niet aan de orde.
Het is natuurlijk wel zo dat als de m-de afgeleide van je functie niet continue is, de fout die je maakt bij je benadering wel eens heel groot kan zijn. Dit omdat de fout zelf weer (ongeveer) de integraal is van de m-de afgeleide van de oorspronkelijke functie, vermenigvuldigd met een term die van h afhangt.
Idd, maar misschien zijn er methodes waarvoor dat niet geldt? Niet dat ik ze ken ofzo, maar stel dat je een functie hebt die precies 1 keer continue differentieerbaar is. Dan kun je veel beter een simpele rechthoek benadering nemen, i.p.v. een Gauss-kwadratuur. Je weet dan tenminste een bovengrens voor de fout. En dan heb je altijd nog het probleem dat de absolute fout dan wel klein mag zijn, maar de relatieve fout gigantisch is, doordat de oppervlakte toevallig net zoveel positief als negatief is.Maar het lijkt me dat dit voor alle hier besproken methodes geldt, en dus lijkt het me iets wat je niet KUNT meenemen.
Nou, LD is een natuurkundige (of sterrenkundige, zoiets iig), Morgoth doet iets heel anders, alleen Diadem is echt wiskundige (en dan nog gecombineerd met natuurkunde, maar dat zijn de bestenBTW, ik vind het altijd leuk om te zien hoe veel van de wiskundige vragen die hier gepost worden na een tijdje totaal offtopic gaan (en dan pas echt interesant worden)
Zal er wel iets mee te maken hebben dat de mods hier ook wiskundigen zijn...
Verder lopen er wel veel natuurkundigen en wiskundigen rond ja.
Verandert z'n sig te weinig.
iig bedankt
De wereld ligt aan je voeten. Je moet alleen diep genoeg willen bukken...
"Wie geen fouten maakt maakt meestal niets!"