Ik heb net even naar aanleiding van weer een topic over dit onderwerp het onderstaande stukje geschreven, heeft iemand wat feedback? Klopt alles? Als de modjes het goedvinden, kan deze dan op slot, en kan er misschien een verwijzing naar in de gewone FAQ......
Onofficiele FAQ: Het overclocken van een Pentium I/486
- Waarom deze FAQ?
Het regent tegenwoordig in OCM vragen over het overclocken van een wat ouder systeem. In theorie gaat voor het OCen van een oud systeem hetzelfde op, als voor een nieuw systeem, wat beschreven staat in de OCM FAQ (http://gathering.tweakers.net/forum/list_messages/324186/1?limit=25). Helaas is dit blijkbaar voor veel mensen niet duidelijk genoeg voor de oudere computer. Met de search is deze info goed te vinden, maar ook dat lukt blijkbaar niet iedereen.
Vrijwel alles na de eerste 486s is opgebouwd volgens het systeem dat nu nog gewoon gebruikt word, van multipliers, dividers en frontsidebus. De snelheid van een processor wordt opgebouwd uit FSB * multiplier. De FSB is de snelheid waarop je moederbord en geheugen loopt, de multiplier is dus hoeveel sneller de processor loopt. Door deze waarden aan te passen, kan je dus je processor (en dus je systeem) sneller laten lopen.
- De 486
Bij een 486 zit de standaardmultiplier in de naam, de kloksnelheid is vrijwel altijd 33. Een 486DX heeft een multiplier van 1 en loopt dus op 33 MHz. Een DX2 loopt op 33 * 2 = 66. Uitzondering is de DX4, die op 100 loopt, maar dat is marketing van destijds. Bij het overclocken van je 486 heb je de mazzel nodig, dat je bord hogere kloksnelheden ondersteund, zoals degene die ik heb. Ook mogelijk is, die-hard, om er een snellere klokgenerator op te zetten. Bij de 33 MHz exemplaren zit er vaak een op met dezelfde kloksnelheid als de processor, 33 MHz dus. Bij duurdere moederborden is dit vaak 2 keer de snelheid van de processor, dus 66 Mhz. Bij een DX2 en nieuwer is het vaak de helft van de snelheid. Nogmaals, dit is een uitweg voor als je systeem geen mogelijkheid met jumpers biedt, hiervoor zit vaak een tabelletje op het moederbord zelf met de instellingen die je kan maken met jumpers, en de resulterende snelheid. Een heatsink is een vereiste voor het overclocken van de 486, een fan kan ook erg fijn zijn.
- Pentium I
Pentium I's zijn er in meerdere varianten, ik bespreek alleen even de socket 5 en de socket 7 chips. (De standaard PI's dus). De lagere pentiums zijn vaak socket 5, dezen ondersteunen geen hogere multiplier dan 2. Een Pentium 75 bijvoorbeeld draait op 50 * 1.5 = 75. Door hier 50 * 2 van te maken, loop je al op 100 MHz. Procentueel gezien een fijne snelheidswinst. Als het bord het ondersteund kan dit bijvoorbeeld ook 60 * 2 worden, 120 MHz. Of dit laatste in de praktijk haalbaar is, is een andere vraag. Een Sock5 Pentium 90 moet dat in de praktijk kunnen, misschien nog wel hoger met 66 als bussnelheid (FSB). Heb je de beschikking over een Socket 7 processor, wordt het al leuker, deze gaat tot de multiplier 3, en de borden hebben vaak ook hogere FSBs. De beroemde Asus P/I-P55T2P4 bijvoorbeeld, was zijn tijd vooruit met de snelheid van 83 MHz. In theorie kan je P120 (60 * 2) draaien op 250 (83 *3), in de werkelijkheid is dat te hoog gegrepen, maar 150 (75 * 2 of 60 * 2.5) of 133 (66*2) is prima te doen.
Het merendeel van de PI 133 MHz's zijn door Intel aangepast om maximaal 2 als multiplier te herkennen, dit omdat er destijds door louche computerzaken veel werd gefraudeerd door overgeclockte systemen te verkopen. Een P133 kan echter prima op 150 draaien met een bussnelheid van 75 (dit kan alleen met de duurdere borden).
Belangrijk:
- Overclocken met een hogere multiplier, maar een lagere FSB (bijvoorbeeld een P120 zetten op 55*3 (165 MHz)) is in de praktijk vaak langzamer.
- Controlleer of je systeem nog stabiel draait na een overclock door gewoon aan de slag te gaan voor een half uurtje en wat programma's/spelletjes te draaien. Voel hierna ook even aan je heatsink, deze moet vast te houden zijn, lukt dit niet, is het te warm en kan je processor of zelfs je moederbord beschadigen, betere koeling of iets minder overclocken is hier de remedie voor. Tegen instabiliteit kan voltage verhogen werken, doe dit maar met HELE KLEINE stapjes, het werkt met jumpers op je bord, zie handleiding.
- Voor de benodigde jumperinstellingen wil ik je doorverwijzen naar de handleiding van je moederbord of je moederbord zelf (staat er vaak op afgedrukt). Een tip: de handleidingen van de meeste gangbare moederborden uit het pentium I tijdperk zijn in PDF-formaat vaak te downloaden van de site van de fabrikant. Even zoeken met google op het typenummer en je hebt er vaak een te pakken.
Voetnoot
Dit stukje is even door mij gekalkt na aanleiding van de vele topics die over dit onderwerp nog steeds tevoorschijnkomen. Lees ook even de gewone OCM FAQ. Heb je vragen, probeer het eerst met de search en open dan pas een topic. Mail is ook welkom.
Onofficiele FAQ: Het overclocken van een Pentium I/486
- Waarom deze FAQ?
Het regent tegenwoordig in OCM vragen over het overclocken van een wat ouder systeem. In theorie gaat voor het OCen van een oud systeem hetzelfde op, als voor een nieuw systeem, wat beschreven staat in de OCM FAQ (http://gathering.tweakers.net/forum/list_messages/324186/1?limit=25). Helaas is dit blijkbaar voor veel mensen niet duidelijk genoeg voor de oudere computer. Met de search is deze info goed te vinden, maar ook dat lukt blijkbaar niet iedereen.
Vrijwel alles na de eerste 486s is opgebouwd volgens het systeem dat nu nog gewoon gebruikt word, van multipliers, dividers en frontsidebus. De snelheid van een processor wordt opgebouwd uit FSB * multiplier. De FSB is de snelheid waarop je moederbord en geheugen loopt, de multiplier is dus hoeveel sneller de processor loopt. Door deze waarden aan te passen, kan je dus je processor (en dus je systeem) sneller laten lopen.
- De 486
Bij een 486 zit de standaardmultiplier in de naam, de kloksnelheid is vrijwel altijd 33. Een 486DX heeft een multiplier van 1 en loopt dus op 33 MHz. Een DX2 loopt op 33 * 2 = 66. Uitzondering is de DX4, die op 100 loopt, maar dat is marketing van destijds. Bij het overclocken van je 486 heb je de mazzel nodig, dat je bord hogere kloksnelheden ondersteund, zoals degene die ik heb. Ook mogelijk is, die-hard, om er een snellere klokgenerator op te zetten. Bij de 33 MHz exemplaren zit er vaak een op met dezelfde kloksnelheid als de processor, 33 MHz dus. Bij duurdere moederborden is dit vaak 2 keer de snelheid van de processor, dus 66 Mhz. Bij een DX2 en nieuwer is het vaak de helft van de snelheid. Nogmaals, dit is een uitweg voor als je systeem geen mogelijkheid met jumpers biedt, hiervoor zit vaak een tabelletje op het moederbord zelf met de instellingen die je kan maken met jumpers, en de resulterende snelheid. Een heatsink is een vereiste voor het overclocken van de 486, een fan kan ook erg fijn zijn.
- Pentium I
Pentium I's zijn er in meerdere varianten, ik bespreek alleen even de socket 5 en de socket 7 chips. (De standaard PI's dus). De lagere pentiums zijn vaak socket 5, dezen ondersteunen geen hogere multiplier dan 2. Een Pentium 75 bijvoorbeeld draait op 50 * 1.5 = 75. Door hier 50 * 2 van te maken, loop je al op 100 MHz. Procentueel gezien een fijne snelheidswinst. Als het bord het ondersteund kan dit bijvoorbeeld ook 60 * 2 worden, 120 MHz. Of dit laatste in de praktijk haalbaar is, is een andere vraag. Een Sock5 Pentium 90 moet dat in de praktijk kunnen, misschien nog wel hoger met 66 als bussnelheid (FSB). Heb je de beschikking over een Socket 7 processor, wordt het al leuker, deze gaat tot de multiplier 3, en de borden hebben vaak ook hogere FSBs. De beroemde Asus P/I-P55T2P4 bijvoorbeeld, was zijn tijd vooruit met de snelheid van 83 MHz. In theorie kan je P120 (60 * 2) draaien op 250 (83 *3), in de werkelijkheid is dat te hoog gegrepen, maar 150 (75 * 2 of 60 * 2.5) of 133 (66*2) is prima te doen.
Het merendeel van de PI 133 MHz's zijn door Intel aangepast om maximaal 2 als multiplier te herkennen, dit omdat er destijds door louche computerzaken veel werd gefraudeerd door overgeclockte systemen te verkopen. Een P133 kan echter prima op 150 draaien met een bussnelheid van 75 (dit kan alleen met de duurdere borden).
Belangrijk:
- Overclocken met een hogere multiplier, maar een lagere FSB (bijvoorbeeld een P120 zetten op 55*3 (165 MHz)) is in de praktijk vaak langzamer.
- Controlleer of je systeem nog stabiel draait na een overclock door gewoon aan de slag te gaan voor een half uurtje en wat programma's/spelletjes te draaien. Voel hierna ook even aan je heatsink, deze moet vast te houden zijn, lukt dit niet, is het te warm en kan je processor of zelfs je moederbord beschadigen, betere koeling of iets minder overclocken is hier de remedie voor. Tegen instabiliteit kan voltage verhogen werken, doe dit maar met HELE KLEINE stapjes, het werkt met jumpers op je bord, zie handleiding.
- Voor de benodigde jumperinstellingen wil ik je doorverwijzen naar de handleiding van je moederbord of je moederbord zelf (staat er vaak op afgedrukt). Een tip: de handleidingen van de meeste gangbare moederborden uit het pentium I tijdperk zijn in PDF-formaat vaak te downloaden van de site van de fabrikant. Even zoeken met google op het typenummer en je hebt er vaak een te pakken.
Voetnoot
Dit stukje is even door mij gekalkt na aanleiding van de vele topics die over dit onderwerp nog steeds tevoorschijnkomen. Lees ook even de gewone OCM FAQ. Heb je vragen, probeer het eerst met de search en open dan pas een topic. Mail is ook welkom.