hiero ff een leuk stukkie tekst dat ook goed in de theisme/atheisme discussie past, 'k heb al een paar keer gezegd dat ik dit tekstje hier zou posten, het komt uit m'n latijn (examen) boek en gaat over atheisme en de rol van de kerk enzo, lees ze...
Een priester uit de kerk gestoten
Het Vaticaan heeft onlangs de 72-jarige Sri-Lankese pater Balasuriya geëxcummuniceerd, die al meer dan een halve eeuw behoort tot de missionarissen Oblaten van de Onbevlekte Maagd Maria. Die veroordeling is buitengewoon opmerkelijk. Het canonieke recht kent geen zwaardere straf dan de excommunicatie, een maatregel die herinneringen oproept aan de hoogtijdagen van de Inquisitie. De exummunicatie van Balasuriya moet dan ook gezien worden als een desperate reactie van het Vaticaan op onoplosbare dilemma's waarvoor de moderne religieuze mens zich geplaatst ziet.
Wie het leven van Tissa Balasuriya in ogenschouw neemt kan slechts concluderen dat het hier gaat om een oprecht gelovige die met volle inzet van krachten heeft gevochten voor het geloof en voor een grotere menselijkheid in zijn deel van de wereld. Sri Lanka heeft een multireligieuze cultuur en in een dergelijke situatie is het bevorderen van religieuze tolerantie wezenlijk voor een vreedzame coëxistentie van de verschillende denominaties. Balasuriya speelt een belangrijke rol bij het op gang brengen van een gesprek tussen de religies in Sri Lanka. Maar een dialoog is bij voorbaat onmogelijk indien men vasthoudt aan de exclusieve waarheid van de eigen religie, zoals kardinaal Ratzinger, het gevreesde hoofd van de Congregatie voor geloofsleer en rechterhand van paus Johannes Paulus II pleegt te doen. Dit inzicht bracht Balasuriya ertoe verscheidene leerstukken van het katholicisme te relativeren. Hij pleit er ook voor dat het Vaticaan de legitimiteit van andere religies in beginsel erkent.
Deze relativerende houding tegenover het christelijk geloof heeft Balasuriya in toenemende mate in conflict gebracht met de katholieke orthodoxie. Nadat in 1993 de Conferentie van Katholieke Bisschoppen van Sri Lanka opgeroepen had tot een onderzoek van Balasuriya's boek over Maria en menselijke bevrijding,compileerde de Congregatie voor de geloofsleer in juli 1994 een elf pagina's lange kritiek op Balasuriya's werk. Deze antwoordde door in 55 bladzijden te betogen dat de kritiek berustte op een misleidende weergave van zijn gedachten, waarop het Vaticaan replliceerde met één woord: 'ontoereikend'. Op 2 januari 1997 werd Balasuriya veroordeeld en formeel uit de gemeenschap van gelovigen gestoten omdat hij was 'afgeweken van de waarheid van het katholieke geloof'.
Zijn alle godsdiensten gelijkwaardig?
In vroeger eeuwen konden religieuze autoriteiten de geesten van hun gelovigen afschermen tegen afwijkende opinies door deze als ketterij te veroordelen. Door de moderne communicatiemiddelen is een dergelijke afscherming onmogelijk geworden. Elke religie wordt in toenemende mate met andersdenkenden geconfronteerd en zal een houding moeten bepalen tegenover de principiële filosofische dilemma's die de pluraliteit van religies impliceert. Ik zal nu betogen dat deze dilemma's onoplosbaar zijn zodat zij die het geloof willen behouden zware offers moeten brengen op het terrein van hun intellectuele integriteit.
Een eerste dilemma betreft de keuze tussen religieus relativisme en religieus absolutisme. Religieus relativisme is de positie dat elke religie waarheid bevat, zodat godsdiensten elkaar wederzijds moeten respecteren. Dit is de positie die Balasuriya verdedigde en waarvoor hij werd geëxcommuniceerd. Religieus absolutisme daarentegen gaat ervan uit dat er maar één religieuze waarheid bestaat, die van de eigen religie. Zoals kardinaal Ratzinger schreef in een brief aan een conferentie over de geloofsleer die onlangs plaats had te Guadalajara, Mexico, 'komt het geloof [...] ofwel tot ons van God via Zijn kerk [...], of het bestaat niet als absolutum'. Ratzinger meent dat het katholieke geloof aan de christen geschonken is door een almachtige, goede en waarheidlievende God, zodat dit geloof absoluut waar is.
Op het eerste gezicht zal men meer sympathie hebben voor Balasuriya's relativisme dan voor het absolutisme van Ratzinger. Is dit relativisme niet een goede basis voor de religieuze tolerantie die de moderne wereld zozeer nodig heeft? Bij nader inzien beschikt Rome echter over sterke argumenten tegen het relativisme. Ik neem aan dat Ratzinger een solide neothomische training heeft en dus vertrouwd is met Aristoteles. In het vierde boek van Aristoteles' Metafysica, hoofdstuk 4, zijn vernietigende argumenten tegen het relativisme te vinden.
Verschillende godsdiensten spreken elkaar op allerlei punten tegen. Zo stellen jodendom, christendom en islam dat er maar één god bestaat, terwijl het hindoeïsme talrijke goden kent. Daarom moet religieus relativisme ervan uitgaan dat twee elkaar tegensprekende stellingen waar kunnen zijn, wat neerkomt op verwerping van het meest fundamentele beginsel van de logica, het beginsel van non-contradictie. Aristoteles betoogt terecht dat verwerping van dit beginsel tot gevolg heeft dat zinvol taalgebruik onmogelijk wordt. In het gegeven voorbeeld: als men tegelijk voor waar houdt dat er maar één god is en dat er veel goden bestaan, berooft men de woordjes 'één' en 'veel' van hun betekenis. Religieus relativisme heeft tot consequentie dat godsdienstige doctrines betekenisloos worden, een consequentie die Balasuriya niet zal willen aanvaarden. Wat de verwerping van het relativisme betreft heeft kardinaal Ratzinger dus het gelijk aan zijn zijde.
Scepticisme, agnosticisme en atheïsme
Maar betekent dit dat diens keuze voor religieus absolutisme gerechtvaardigd is? Natuurlijk niet, want het absolutisme lijdt schipbreuk op kennistheoretische zandbanken. Er is geen enkele goede reden te bedenken voor de stelling dat de ene godsdienstige doctrine waar is en de andere niet. Een beroep op openbaring of op de gedachte dat het geloof een geschenk is van een waarachtige god kan de gelovige niet helpen, want dergelijke argumenten bevatten onmiskenbaar een cirkelredenering. Daarom is het religieuze absolutisme geen betere positie dan het religieuze relativisme en het eerste dilemma is onoplosbaar voor de gelovige. De verwerping van zowel religieus relativisme als religieus absolutisme impliceert een derde positie: religieus scepticisme. We kunnen van geen enkele godsdienstige doctrine weten of met redenen veronderstellen dat ze waar is. Dit scepticisme of agnosticisme is een uitstekende basis voor religieuze tolerantie. Aangezien niemand weet wie het in religieuze zaken bij het rechte eind heeft, moeten we alle meningen als principieel gelijkwaardig beschouwen en iedereen moet er maar het zijne van vinden. Er is weinig kans dat het Vaticaan ooit religieus scepticisme zal aanvaarden, maar verlichte protestanten gaan een heel eind in deze richting. In de protestantse traditie maakte men, in navolging van de verlichtingsfilosoof Immanuel Kant, vaak een scherp onderscheid tussen weten en geloven. Ofschoon men op religieus terrein niets kanweten, zou dit juist ruimte scheppen voor iedereen om te geloven wat men wil. Protestantse denkers verwelkomen het agnosticisme soms als een positie die hen kan beschermen tegen de atheïst. Indien men niets kan weten over datgene wat de wereld van onze ervaring te boven gaat, staat de atheïst niet sterker dan de gelovige: ook hij kan niet met argumenten staven dat hij gelijk heeft.
Het gelijk van de atheïst
Dit laatste is evenwel een erstige misvatting. Er zijn zeer goede redenen te bedenken om atheïsme te verkiezen boven het geloof en boven agnosticisme, zoals een tweede dilemma laat zien. Dit dilemma ontstaat zodra men tracht het verschijnsel godsdienst te verklaren. Waarom houden mensen er religieuze overtuigingen op na? Men kan op deze vraag antwoorden met een religieuze of met een atheïstische verklaring, maar de tweede staat veel sterker dan de eerste. De religieuze verklaring luidt dat mensen geloven doordat een god hun het geloof gesc
Een priester uit de kerk gestoten
Het Vaticaan heeft onlangs de 72-jarige Sri-Lankese pater Balasuriya geëxcummuniceerd, die al meer dan een halve eeuw behoort tot de missionarissen Oblaten van de Onbevlekte Maagd Maria. Die veroordeling is buitengewoon opmerkelijk. Het canonieke recht kent geen zwaardere straf dan de excommunicatie, een maatregel die herinneringen oproept aan de hoogtijdagen van de Inquisitie. De exummunicatie van Balasuriya moet dan ook gezien worden als een desperate reactie van het Vaticaan op onoplosbare dilemma's waarvoor de moderne religieuze mens zich geplaatst ziet.
Wie het leven van Tissa Balasuriya in ogenschouw neemt kan slechts concluderen dat het hier gaat om een oprecht gelovige die met volle inzet van krachten heeft gevochten voor het geloof en voor een grotere menselijkheid in zijn deel van de wereld. Sri Lanka heeft een multireligieuze cultuur en in een dergelijke situatie is het bevorderen van religieuze tolerantie wezenlijk voor een vreedzame coëxistentie van de verschillende denominaties. Balasuriya speelt een belangrijke rol bij het op gang brengen van een gesprek tussen de religies in Sri Lanka. Maar een dialoog is bij voorbaat onmogelijk indien men vasthoudt aan de exclusieve waarheid van de eigen religie, zoals kardinaal Ratzinger, het gevreesde hoofd van de Congregatie voor geloofsleer en rechterhand van paus Johannes Paulus II pleegt te doen. Dit inzicht bracht Balasuriya ertoe verscheidene leerstukken van het katholicisme te relativeren. Hij pleit er ook voor dat het Vaticaan de legitimiteit van andere religies in beginsel erkent.
Deze relativerende houding tegenover het christelijk geloof heeft Balasuriya in toenemende mate in conflict gebracht met de katholieke orthodoxie. Nadat in 1993 de Conferentie van Katholieke Bisschoppen van Sri Lanka opgeroepen had tot een onderzoek van Balasuriya's boek over Maria en menselijke bevrijding,compileerde de Congregatie voor de geloofsleer in juli 1994 een elf pagina's lange kritiek op Balasuriya's werk. Deze antwoordde door in 55 bladzijden te betogen dat de kritiek berustte op een misleidende weergave van zijn gedachten, waarop het Vaticaan replliceerde met één woord: 'ontoereikend'. Op 2 januari 1997 werd Balasuriya veroordeeld en formeel uit de gemeenschap van gelovigen gestoten omdat hij was 'afgeweken van de waarheid van het katholieke geloof'.
Zijn alle godsdiensten gelijkwaardig?
In vroeger eeuwen konden religieuze autoriteiten de geesten van hun gelovigen afschermen tegen afwijkende opinies door deze als ketterij te veroordelen. Door de moderne communicatiemiddelen is een dergelijke afscherming onmogelijk geworden. Elke religie wordt in toenemende mate met andersdenkenden geconfronteerd en zal een houding moeten bepalen tegenover de principiële filosofische dilemma's die de pluraliteit van religies impliceert. Ik zal nu betogen dat deze dilemma's onoplosbaar zijn zodat zij die het geloof willen behouden zware offers moeten brengen op het terrein van hun intellectuele integriteit.
Een eerste dilemma betreft de keuze tussen religieus relativisme en religieus absolutisme. Religieus relativisme is de positie dat elke religie waarheid bevat, zodat godsdiensten elkaar wederzijds moeten respecteren. Dit is de positie die Balasuriya verdedigde en waarvoor hij werd geëxcommuniceerd. Religieus absolutisme daarentegen gaat ervan uit dat er maar één religieuze waarheid bestaat, die van de eigen religie. Zoals kardinaal Ratzinger schreef in een brief aan een conferentie over de geloofsleer die onlangs plaats had te Guadalajara, Mexico, 'komt het geloof [...] ofwel tot ons van God via Zijn kerk [...], of het bestaat niet als absolutum'. Ratzinger meent dat het katholieke geloof aan de christen geschonken is door een almachtige, goede en waarheidlievende God, zodat dit geloof absoluut waar is.
Op het eerste gezicht zal men meer sympathie hebben voor Balasuriya's relativisme dan voor het absolutisme van Ratzinger. Is dit relativisme niet een goede basis voor de religieuze tolerantie die de moderne wereld zozeer nodig heeft? Bij nader inzien beschikt Rome echter over sterke argumenten tegen het relativisme. Ik neem aan dat Ratzinger een solide neothomische training heeft en dus vertrouwd is met Aristoteles. In het vierde boek van Aristoteles' Metafysica, hoofdstuk 4, zijn vernietigende argumenten tegen het relativisme te vinden.
Verschillende godsdiensten spreken elkaar op allerlei punten tegen. Zo stellen jodendom, christendom en islam dat er maar één god bestaat, terwijl het hindoeïsme talrijke goden kent. Daarom moet religieus relativisme ervan uitgaan dat twee elkaar tegensprekende stellingen waar kunnen zijn, wat neerkomt op verwerping van het meest fundamentele beginsel van de logica, het beginsel van non-contradictie. Aristoteles betoogt terecht dat verwerping van dit beginsel tot gevolg heeft dat zinvol taalgebruik onmogelijk wordt. In het gegeven voorbeeld: als men tegelijk voor waar houdt dat er maar één god is en dat er veel goden bestaan, berooft men de woordjes 'één' en 'veel' van hun betekenis. Religieus relativisme heeft tot consequentie dat godsdienstige doctrines betekenisloos worden, een consequentie die Balasuriya niet zal willen aanvaarden. Wat de verwerping van het relativisme betreft heeft kardinaal Ratzinger dus het gelijk aan zijn zijde.
Scepticisme, agnosticisme en atheïsme
Maar betekent dit dat diens keuze voor religieus absolutisme gerechtvaardigd is? Natuurlijk niet, want het absolutisme lijdt schipbreuk op kennistheoretische zandbanken. Er is geen enkele goede reden te bedenken voor de stelling dat de ene godsdienstige doctrine waar is en de andere niet. Een beroep op openbaring of op de gedachte dat het geloof een geschenk is van een waarachtige god kan de gelovige niet helpen, want dergelijke argumenten bevatten onmiskenbaar een cirkelredenering. Daarom is het religieuze absolutisme geen betere positie dan het religieuze relativisme en het eerste dilemma is onoplosbaar voor de gelovige. De verwerping van zowel religieus relativisme als religieus absolutisme impliceert een derde positie: religieus scepticisme. We kunnen van geen enkele godsdienstige doctrine weten of met redenen veronderstellen dat ze waar is. Dit scepticisme of agnosticisme is een uitstekende basis voor religieuze tolerantie. Aangezien niemand weet wie het in religieuze zaken bij het rechte eind heeft, moeten we alle meningen als principieel gelijkwaardig beschouwen en iedereen moet er maar het zijne van vinden. Er is weinig kans dat het Vaticaan ooit religieus scepticisme zal aanvaarden, maar verlichte protestanten gaan een heel eind in deze richting. In de protestantse traditie maakte men, in navolging van de verlichtingsfilosoof Immanuel Kant, vaak een scherp onderscheid tussen weten en geloven. Ofschoon men op religieus terrein niets kanweten, zou dit juist ruimte scheppen voor iedereen om te geloven wat men wil. Protestantse denkers verwelkomen het agnosticisme soms als een positie die hen kan beschermen tegen de atheïst. Indien men niets kan weten over datgene wat de wereld van onze ervaring te boven gaat, staat de atheïst niet sterker dan de gelovige: ook hij kan niet met argumenten staven dat hij gelijk heeft.
Het gelijk van de atheïst
Dit laatste is evenwel een erstige misvatting. Er zijn zeer goede redenen te bedenken om atheïsme te verkiezen boven het geloof en boven agnosticisme, zoals een tweede dilemma laat zien. Dit dilemma ontstaat zodra men tracht het verschijnsel godsdienst te verklaren. Waarom houden mensen er religieuze overtuigingen op na? Men kan op deze vraag antwoorden met een religieuze of met een atheïstische verklaring, maar de tweede staat veel sterker dan de eerste. De religieuze verklaring luidt dat mensen geloven doordat een god hun het geloof gesc
Only dead fish go with the flow