Heb het ff op gezocht.
MASSAAL UITSTERVEN
Op dit moment is van alle soorten die er op aarde hebben geleefd, 99,9% uitgestorven. In de geschiedenis van de aarde zijn enkele malen vele soorten binnen zeer korte tijd uitgestorven. De oorzaak lag steeds in een wereldwijde verandering in levensomstandigheden, bijvoorbeeld een relatief snelle klimaatverandering (m.n. een wereldwijde verlaging van de temperatuur heeft een groot effect) of een verplaatsing van de continenten naar een warmer of juist kouder gedeelte van de aarde. In beide gevallen veranderen de omstandigheden zo snel (tropisch regenwoud wordt bijv. woestijn, kuststreken komen onder water te staan of verdrogen juist) dat de planten, dieren en andere organismen zich er niet aan kunnen aanpassen, noch op tijd een betere omgeving kunnen opzoeken. Door het uitsterven van hele groepen planten en dieren, komen er nieuwe mogelijkheden voor de groepen die overleefden. Het gevolg is dan een snelle expansie, waardoor de biodiversiteit eveneens weer snel toeneemt (zie ook evolutie). Gemiddeld duurt het tien miljoen jaar voordat de ecosystemen zich van een uitstervingsgolf hebben hersteld.
De vijf meest omvangrijke gevallen van plotseling uitsterven van grote aantallen soorten zijn voorgekomen aan het eind van de volgende geologische perioden:
Ordovicium: ca. 440 miljoen jaar geleden lag noordwestelijk Afrika in de buurt van de zuidpool. In de buurt van de noordpool en van de zuidpool werden enorme hoeveelheden ijs gevormd, waardoor de oceaanstromingen veranderden, wat weer als gevolg had dat de hele aarde afkoelde. Ca. 85% van de soorten stierf uit.
Devoon: ca. 365 miljoen jaar geleden stierven grote aantallen soorten uit. Dit geschiedde in twee golven, die ca. een miljoen jaar van elkaar gescheiden zijn. De oorzaak hiervan is nog onbekend.
Perm: ca. 251 miljoen jaar geleden veroorzaakte de vorming van het supercontinent Pangea de meest massale uitsterving: 96% van de soorten verdween als gevolg van een combinatie van het verdwijnen van kusten (waardoor enorme klimaatveranderingen optreden in gebieden die eens bij oceanen gelegen waren) en verlaging van de zeespiegel. Dit riep nieuwe veranderingen op: organische stoffen uit sedimenten kwamen droog te liggen en werden afgebroken, waardoor het zuurstofgehalte van de lucht daalde met de helft. Hierdoor stierven vele soorten uit die gevoelig waren voor lage zuurstofgehalten. Vervolgens steeg de zeespiegel, overstroomde grote stukken land waardoor in zeeën en oceanen hele gebieden zuurstofloos werden, met als gevolg massaal uitsterven van in zee levende organismen.
Trias: 200 miljoen jaar geleden stierf 76% van de soorten uit. De zeespiegel daalde eerst en steeg toen weer, waardoor zuurstofloos water grote gebieden overstroomde.
Krijt: 65 miljoen jaar geleden verdween 75 tot 80% van de soorten. De inslag van een grote meteoriet (en wellicht nog meerdere kleinere afkomstig uit dezelfde komeet) veroorzaakte een enorme klimaatverandering, die o.a. de Dinosauriërs het leven kostte. De toen nog onbetekenende zoogdieren profiteerden ervan door snel de opengevallen gebieden in bezit te nemen.
3. INVLOED VAN DE MENS
Met de opkomst en massale uitbreiding van de mens is het uitroeien van natuurlijke organismen een feit geworden; in hoeverre dit een natuurlijk proces is, is betwistbaar de mens is immers zelf een onderdeel van de natuur. Overigens heeft de mens vermoedelijk al in voorhistorische tijden het verdwijnen van diersoorten bewerkstelligd. In Noord-Amerika roeiden de leden van de proto-Indiaanse Cloviscultuur vanaf ca. 11 000 jaar geleden in ongeveer 1000 jaar vele grote zoogdieren (reuzenluiaards, wolharige mammoeten en sabeltandtijgers) uit. In Eurazië wordt het uitsterven van o.a. de mammoet ook aan de mens geweten. In Australië valt het uitsterven van Geyornis newtoni, een verwant van de emoe, ongeveer samen met aldaar verschijnen van de eerste mensen, ca. 50 000 tot 60 000 jaar geleden. In Nieuw-Zeeland waren de Moas al snel (50 tot 100 jaar) na het verschijnen van de eerste mensen uitgeroeid.
Tegenwoordig worden planten en dieren op de rand van uitsterven gebracht door een veelheid van ingrepen in de natuur, bijv. ongebreidelde jacht (om het vlees bushmeat of om de bijzondere producten de horen van neushoorn, de kostbare wol shahtoosh van de Tibetaanse antilope en voor de illegale handel in zeldzame soorten), milieuvernietiging (rooien van bossen, dempen van moerassen, in cultuur brengen van woeste grond, enz.) en milieuverontreiniging (chemicaliën als insecticiden e.d.).
Het uitroeien van (grote) zoogdieren en vogels heeft veel, zij het laat, de aandacht getrokken. Het is niet te becijferen hoeveel minder opvallende organismen en ook plantensoorten voorgoed verdwenen zijn. Bekende bewust of onbewust uitgeroeide dieren zijn de Zuid-Afrikaanse blaauwbok (in 1800 uitgeroeid), oeros, tarpan, quagga, Stellers zeekoe, reuzenalk, dodo, Amerikaanse trekduif en Carolinaparkiet.
In verband met de gemanipuleerde lever worst