Een polsstokspringer neemt steevast zijn aanloop dwars door de schuur van een boer heen. De boer heeft daar schoon genoeg van en besluit hem te vangen: De volgende keer dat hij door mijn schuur rent, sla ik de deur dicht.
Het geval wil dat de polsstok en de schuur in rust even lang zijn, maar een voorwerp wordt korter naarmate het sneller beweegt (de relativistische Lorentz-contractie).
De boer beredeneert: De polsstok beweegt, en is dus korter dan mijn schuur. Ik vang hem.
Ten opzichte van de polsstokspringer is het echter de schuur die beweegt en dus korter wordt. Ik pas er niet eens in met mijn stok! lacht hij.
reacties graag.
Het geval wil dat de polsstok en de schuur in rust even lang zijn, maar een voorwerp wordt korter naarmate het sneller beweegt (de relativistische Lorentz-contractie).
De boer beredeneert: De polsstok beweegt, en is dus korter dan mijn schuur. Ik vang hem.
Ten opzichte van de polsstokspringer is het echter de schuur die beweegt en dus korter wordt. Ik pas er niet eens in met mijn stok! lacht hij.
reacties graag.