Ballon opgave
Lees eerst de opgave volledig.
Als een deel niet lukt ga dan verder met een ander deel.
Van deze opgave dient de listing ingeleverd te worden.
Zet bovenaan de listing (als commentaar) A-versie, naam, klas, studentnummer.
Geef tevens het antwoord op de vragen, wat is eigen optie en welke opdracht(en) niet gelukt zijn.
Naast het al dan niet functioneren van een oplossing is de correcte code voor de beoordeling belangrijk.
Belangrijke punten zijn o.a.:
-Op de correcte manier inspringen
-
Gebruik van zinvolle Nederlandstalige namen voor de variabelen.
-Efficiënt gebruik van variabelen en methodes.
-Zinvolle toevoeging van commentaar bij de (deel) uitwerkingen.
Een goed programma is meer dan een werkend programma.
A:
-Ga uit van de klassen playballoon en balloon die op blz. 186 en 187 staan.(java stap voor stap)
-Maak de klassen zo Nederlands mogelijk.
-Voeg knoppen en methodes voor omhoog en omlaag toe.
-Maak in plaats van 1 object (myBalloon) 5 objecten. (b1, b2, b3, b4 en b5)
ZINVOLLE NED. VAR ???
-Maak het applet groter door in init de instructie resize(800,600) te plaatsen.
B:
-Maak in de klasse balloon een attribuut van het type Color.
-Geef in de methode display aan je ballon een eigen unieke kleur.
-(gebruik new Color (int x, int y, int z).) Zorg ervoor dat de parameters tussen 0 en 255 blijven.
-
Voorzie de ballon van anders gekleurde stippen of strepen. Bij een grote ballon dienen er meer stippen of strepen te zijn dan bij een kleine ballon.
-Maak de ballon lichter van kleur als hij groter wordt en donkerder als hij kleiner wordt.
C:
-
Maak een tekstveld (selectieveld) en knop (selectieknop). Hiermee kan een van de vijf ballonnen geselecteerd worden.
D:
-Maak een klasse achtergrond. (Poppetjes, wolken, zon etc.). Hou het eerst simpel.
E:
-Maak een methode maxAfstand waarmee de afstand tussen de twee ballonnen die het verst van elkaar verwijderd zijn weergegeven kan worden.
Vraag 1. Hoeveel vergelijkingen (if instructies) zijn er nodig voor 5 ballonnen?
Vraag 2. Stel dat er 10 ballonnen zijn, hoeveel vergelijkingen zijn er dan nodig? Kan het ook efficiënter?
F:
-In het boek wordt op blz. 173 de statische variabelen en methoden behandeld.
-Implementeer de methodes plusEen en toonAantal en test deze.
Vraag 3. Wat is het verschil tussen een statische methode en een gewone methode?
Vraag 4. Wat is het verschil tussen een statische klasse en een gewone klasse? Kan je een voorbeeld noemen van een statische klasse?
G:
- Voeg je eigen unieke opties en of methode toe.