De voorafbeelding van het bestaan
Ik weet niet meer of ik zelf op het idee ben gekomen of dat ik het van iemand heb geleend en niet meer teruggegeven.
Bij het ontstaan van het bestaan zijn er uiteindelijk maar twee mogelijkheden
Hetzij : het bestaan is uit zichzelf (uit het niets) ontstaan.
Hetzij (2) : Het bestaan heeft altijd bestaan.
Voor de mensen die er graag God tussen willen lassen.
Hetzij : God is uit zichzelf (uit het niets) ontstaan.
Hetzij : God heeft altijd bestaan.
Het volgende idee heb ik zeer zeker geleend en niet meer teruggeven.
Het stoffelijke bestaan onspruit uit het eeuwige onstoffelijke bestaan. (dus hetzij (2) zou van toepassing zijn)
Indien dit het geval zou zijn is dit misschien héél moeilijk om met instrumenten aan te tonen.
Misschien is dit wel filosofisch op te lossen, misschien is er wel een theoretisch kader mogelijk ?
Het volgende idee is ook een geval van langdurige lening.
In één van de items hier heb ik gelezen dat water volgens de big bang theorie slechts in een latere fase van de ontwikkeling is ontstaan. Dus dat zou betekenen dat er ooit geen water was.
Ondertussen weten wij dat water onder bepaalde omstandigheden ijs wordt. Dit overgaan van water naar ijs kan men als een wetmatigheid beschouwen.
INDIEN men water heeft EN men heeft die bepaalde omstandigheden DAN krijgt men ijs.
Ooit was er dus geen water.
Heeft de wetmatigheid die zegt : (INDIEN men water heeft EN men heeft die bepaalde omstandigheden DAN krijgt men ijs.) ook geldingskracht indien men noch water noch die bepaalde omstandigheden heeft ?
Stel nu eens dat wij ons in het NIETS zouden bevinden zou de wetmatigheid dan nog altijd geldingskracht hebben ?
Ik denk dat jullie het al voelen aankomen.
De stelling luidt : De geldingskracht der wetmatigheden is een bestaansvorm die ook in het Niets kan bestaan.
En daardoor het Niets opheft .
Misschien is geldingskracht niet een kracht in de strikte zin van woord. En misschien kan men ook niet echt zeggen "geldingskracht der wetmatigheden" is een bestaansvorm. Vooral omdat het nogal ongrijpbaar is. Maar tov niets is het groter, en bestaat het dus eigenlijk wel.
----------------------
Wat ik wil is laten aanvoelen dat het idee van een oorsprongloos onstoffelijk begin van het bestaan helemaal zo zot niet is.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Sommigen zullen nu roepen : en wie heeft de wetten gemaakt ?
Wetmatigheden worden niet gemaakt. Wetmatigheden zijn constataties van feiten, beschrijvingen van machtsverhoudingen, berekeningen.
INDIEN EN ALS DAN
In feite is dit niet meer dan pure informatie.
Al de beschrijvingen der verschillende mogelijkheden, alle berekeningen der diverse machtsverhoudingen. Maar dan in een ongeschreven, ongedachte vorm.
Ik weet niet meer of ik zelf op het idee ben gekomen of dat ik het van iemand heb geleend en niet meer teruggegeven.
Bij het ontstaan van het bestaan zijn er uiteindelijk maar twee mogelijkheden
Hetzij : het bestaan is uit zichzelf (uit het niets) ontstaan.
Hetzij (2) : Het bestaan heeft altijd bestaan.
Voor de mensen die er graag God tussen willen lassen.
Hetzij : God is uit zichzelf (uit het niets) ontstaan.
Hetzij : God heeft altijd bestaan.
Het volgende idee heb ik zeer zeker geleend en niet meer teruggeven.
Het stoffelijke bestaan onspruit uit het eeuwige onstoffelijke bestaan. (dus hetzij (2) zou van toepassing zijn)
Indien dit het geval zou zijn is dit misschien héél moeilijk om met instrumenten aan te tonen.
Misschien is dit wel filosofisch op te lossen, misschien is er wel een theoretisch kader mogelijk ?
Het volgende idee is ook een geval van langdurige lening.
In één van de items hier heb ik gelezen dat water volgens de big bang theorie slechts in een latere fase van de ontwikkeling is ontstaan. Dus dat zou betekenen dat er ooit geen water was.
Ondertussen weten wij dat water onder bepaalde omstandigheden ijs wordt. Dit overgaan van water naar ijs kan men als een wetmatigheid beschouwen.
INDIEN men water heeft EN men heeft die bepaalde omstandigheden DAN krijgt men ijs.
Ooit was er dus geen water.
Heeft de wetmatigheid die zegt : (INDIEN men water heeft EN men heeft die bepaalde omstandigheden DAN krijgt men ijs.) ook geldingskracht indien men noch water noch die bepaalde omstandigheden heeft ?
Stel nu eens dat wij ons in het NIETS zouden bevinden zou de wetmatigheid dan nog altijd geldingskracht hebben ?
Ik denk dat jullie het al voelen aankomen.
De stelling luidt : De geldingskracht der wetmatigheden is een bestaansvorm die ook in het Niets kan bestaan.
En daardoor het Niets opheft .
Misschien is geldingskracht niet een kracht in de strikte zin van woord. En misschien kan men ook niet echt zeggen "geldingskracht der wetmatigheden" is een bestaansvorm. Vooral omdat het nogal ongrijpbaar is. Maar tov niets is het groter, en bestaat het dus eigenlijk wel.
----------------------
Wat ik wil is laten aanvoelen dat het idee van een oorsprongloos onstoffelijk begin van het bestaan helemaal zo zot niet is.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Sommigen zullen nu roepen : en wie heeft de wetten gemaakt ?
Wetmatigheden worden niet gemaakt. Wetmatigheden zijn constataties van feiten, beschrijvingen van machtsverhoudingen, berekeningen.
INDIEN EN ALS DAN
In feite is dit niet meer dan pure informatie.
Al de beschrijvingen der verschillende mogelijkheden, alle berekeningen der diverse machtsverhoudingen. Maar dan in een ongeschreven, ongedachte vorm.