Chiraal: 1 van de twee mogelijke spiegelbeelden van moleculen aannemen; herkenbaar aan links of rechtsdraaiend.
ALLE aminozuren die in de vrije natuur voorkomen hebben een linksdraaiend chiraal centrum. Deze enantiozuivere eigenschappen maken veel onderdelen van het leven mogelijk. Oprollen van DNA en eiwitten zij slechts delen daarvan. Het volledig enantiozuiver zijn van aminozuren en ook suikers is 1 van de grote artefacten van het leven. De vraag is alleen: hoe heeft zoiets kunnen ontstaan?
In de oersoep zullen gerust aminozuren aanwezig zijn geweest, maar dat moet een racemisch mengsel zijn geweest (evenveel links als rechtsdraaiend: netto mengsel). De bron der enantioselectiviteit is tot heden een raadsel.
1 van de serieuze mogelijkheden zijn de formaties van kristallen op de oceaanbodem. Bepaalde Calciet-kristallen kunnen elkaar spiegelbeelden zijn in roosteropbouw. het vermoeden bestaat dat linksdraaiende aminozuren op 1 van de oppervlakte van deze kristallen stabieler is dan op de andere. Dan rest mij de vraag hoe een chiraal oppervlak erin slaagt deze chiraliteit te verplaatsen naar de eerste levende moleculen (deze waren al linksdraaiend).
De daaropvolgende vragen zijn dan zoiets dat AL het leven een oorsprong vind in 1 'levend' molecuul (aangezien het onwaarschijnlijk is dat deze complexe interacties massaal voorkwamen). Ook interesant is de vraag: zou er in den beginne ook een rechtsdraaiende tak van levensvormen ontstaan zijn (die inmiddels is uitgestorven)?
ALLE aminozuren die in de vrije natuur voorkomen hebben een linksdraaiend chiraal centrum. Deze enantiozuivere eigenschappen maken veel onderdelen van het leven mogelijk. Oprollen van DNA en eiwitten zij slechts delen daarvan. Het volledig enantiozuiver zijn van aminozuren en ook suikers is 1 van de grote artefacten van het leven. De vraag is alleen: hoe heeft zoiets kunnen ontstaan?
In de oersoep zullen gerust aminozuren aanwezig zijn geweest, maar dat moet een racemisch mengsel zijn geweest (evenveel links als rechtsdraaiend: netto mengsel). De bron der enantioselectiviteit is tot heden een raadsel.
1 van de serieuze mogelijkheden zijn de formaties van kristallen op de oceaanbodem. Bepaalde Calciet-kristallen kunnen elkaar spiegelbeelden zijn in roosteropbouw. het vermoeden bestaat dat linksdraaiende aminozuren op 1 van de oppervlakte van deze kristallen stabieler is dan op de andere. Dan rest mij de vraag hoe een chiraal oppervlak erin slaagt deze chiraliteit te verplaatsen naar de eerste levende moleculen (deze waren al linksdraaiend).
De daaropvolgende vragen zijn dan zoiets dat AL het leven een oorsprong vind in 1 'levend' molecuul (aangezien het onwaarschijnlijk is dat deze complexe interacties massaal voorkwamen). Ook interesant is de vraag: zou er in den beginne ook een rechtsdraaiende tak van levensvormen ontstaan zijn (die inmiddels is uitgestorven)?