Wel, je hebt zelf al behoorlijk wat van mij gehoord, maar wellicht dat het toch leuk is om hier ook nog even wat neer te zetten

.
Ik studeeer informatica aan de universiteit utrecht (5e jaars) dus als ik het over 'de universiteit' heb, bedoel ik deze opleiding

. Ik heb maar weinig gezien en gehoord van andere opleidingen, dus ik kan niet goed beoordelen wat de verschillen zijn.
Wat vind ik van onze opleiding?
1. Je leert aardig
praktisch programmeren: een universiteit is niet alleen maar vaag wetenschappelijk gekletst. Tegenwoordig zijn er veel meer vakken die op de hogere, praktische functies in het bedrijfsleven zijn gericht. Dit komt uiteraard omdat IT bedrijven vaak graag universitair opgeleidde mensen willen hebben. Sommige mensen vinden de praktische vakken een blamage, anderen vinden het een goede ontwikkeling

.
Welke vakken bedoel ik?
Imperatief programmeren: Simpele introductie in het imperatieve programmeren met behulp van Java. Weinig aandacht voor OO-design, meer loop constructies, methoden enzovoorts.
Object-georienteerde modellen en programmeren: veel meer aan dacht voor OO-design, wel toegepast in Java, maar niet alleen daarop gericht. Het niveau is nog vrij praktisch: design-patterns, refactoring, uml enzovoorts.
Gedistribueerde programmeren: Aandacht voor de theoretische en praktische aspecten van concurrent programming met een practicum in Java.
Software-architectuur: Globalere theorie over software-architectuur wat net iets verder gaat dan OOMP.
Software-project: Met een groep van ongeveer 8-10 mensen werken je heel concreet aan een software-project voor een klant. Je wordt behoorlijk vrij gelaten om zo zelf door vallen en opstaan de praktijk te leren.
Software-constructie: In een van de laatste jaren een vak als vervolg op het software-project. Ook hier moet je iets maken op de klant, maar je leert meer theorie over het opzetten van software-projecten.
Gedistribueerde Object-Systemen: Implementatie en theorie van gedistribueerde object-systemen zoals CORBA, RMI, DCOM
Databases: Inleiding in relationele-databases: database ontwerp, SQL etc.
Datastructuren: Allerlei praktische en theoretische info over data-structuren die belangrijk zijn in bijvoorbeeld algoritmen.
en zo kan ik eigenlijk nog wel een tijdje doorgaan

. Ik vind dus dat je na deze opleiding wel degelijk praktisch nuttig bent. Uiteraard is het wel belangrijk om ook zelf wat aan de slag te gaan, daarmee vul je de opleiding uitstekend aan

.
2. Naast praktische aspecten leren je ook meer theorie van de informatica: redeneren over programma's, technieken beoordelen, nieuwe technieken ontwikkelen. Ik heb het idee dat een HBO opleiding vooral aandacht besteedt aan het toepassen van de huidige technieken. Op een academische opleiding wordt daar iets meer van geabstraheerd en leer je niet al te concreet 1 of meer technieken. Je leert algemene principes en kunt zo veel eerder werken met nieuwe technieken en ontwikkelingen. Omdat je ook meer 'meta'-kennis hebt kan je ook beter technieken vergelijken en zelfs nieuwe technieken ontwikkelen. Een academische opleiding is tenslotte uiteindelijke bedoeld als een voorbereiding op het verrichten van wetenschappelijk onderzoek.
3. Veel mogelijke richtingen: je kunt in de latere jaren kiezen uit heel veel aspecten van de informatica. Hierdoor kan je je specialiseren in het aspect van de informatica wat jij interessant vindt. Je kunt namelijk niet overal goed in zijn

.
De UU biedt:
- Algoritmisch Ontwerpen
- Intelligente Systemen
- Software Technologie
en in andere studierichtingen zoals Medisch Technische Informatica, Technische Kunstmatige Intelligentie en Informica en Management:
- Medische Beeldverwerking
- Simulatie en Visualisatie
- Medische Beslissingsondersteuning
- Beslissingsondersteuning
- Intelligent Agents
- Electronic Business
- Logistiek en Management
Het is ook mogelijk om vakken van andere studie-richtingen te volgen als je dat leuk vindt

.
4. Docenten zijn zeer betrokken bij hun vak: docenten op een universiteit zijn in feite wetenschappers/onderzoekers. Ze zijn dus zeer geinteresseerd en betrokken bij hun vakgebied. Ook weten ze over het algemeen heel veel van huidige en toekomstige en technieken en weten die ook te beoordelen.