Het moge duidelijk zijn. Om het overzicht een beetje te bewaren heb ik de 20 vragen van de Nationale Wetenschapsquiz 2001 ingedeelt in 4 blokken van elk 4 of 6 vragen.
Hou het een beetje helder en overzichtelijk aub.
De vragen
Vraag 9: Je rolt een biljartbal door een gekromde buis. Hoe rolt de bal verder aan het einde van de buis?
a. Hij vervolgt de kromming.
b. Hij vervolgt de kromming een stukje en rolt dan recht verder.
c. Hij rolt recht verder.
Vraag 10: Jantje zegt dat Pietje liegt. Pietje zegt dat Klaasje liegt. Klaasje zegt dat Jantje en Pietje allebei liegen. Wie liegt er eigenlijk?
a. Jantje liegt.
b. Pietje liegt.
c. Jantje en Pietje liegen allebei.
Vraag 11: Het is helder, zonnig weer met hier en daar een wolk. Drijven deze wolken?
a. Nee, ze drijven niet, maar vallen heel langzaam doordat water zwaarder is dan lucht.
b. Ja, ze drijven doordat de soortelijke massa van de wolken net iets kleiner is dan die van lucht.
c. Nee, ze stijgen langzaam doordat ze sterk uitzetten.
Vraag 12: Wat verandert er aan het geluid dat een kerkorgelpijp produceert, als er in plaats van lucht pure kooldioxide in geblazen wordt?
a. Het geluid wordt hoger.
b. Het geluid wordt lager.
c. Het geluid houdt dezelfde toonhoogte.
Vraag 13: Plassen vissen?
a. Ja, maar zoetwatervissen plassen veel meer dan zoutwatervissen.
b. Ja, maar zoutwatervissen plassen veel meer dan zoetwatervissen.
c. Nee, vissen plassen niet.
Vraag 14: Twee hellingen zijn even hoog en in een rechte lijn gemeten even lang. De ene helling loopt recht naar beneden, de andere is enigszins hol. Je laat op hetzelfde moment van beide hellingen een knikker rollen. Welke knikker is het eerst beneden?
a. De knikker op de rechte helling.
b. De knikker op de holle helling.
c. Ze komen tegelijk aan.
Hou het een beetje helder en overzichtelijk aub.
De vragen
Vraag 9: Je rolt een biljartbal door een gekromde buis. Hoe rolt de bal verder aan het einde van de buis?
a. Hij vervolgt de kromming.
b. Hij vervolgt de kromming een stukje en rolt dan recht verder.
c. Hij rolt recht verder.
Vraag 10: Jantje zegt dat Pietje liegt. Pietje zegt dat Klaasje liegt. Klaasje zegt dat Jantje en Pietje allebei liegen. Wie liegt er eigenlijk?
a. Jantje liegt.
b. Pietje liegt.
c. Jantje en Pietje liegen allebei.
Vraag 11: Het is helder, zonnig weer met hier en daar een wolk. Drijven deze wolken?
a. Nee, ze drijven niet, maar vallen heel langzaam doordat water zwaarder is dan lucht.
b. Ja, ze drijven doordat de soortelijke massa van de wolken net iets kleiner is dan die van lucht.
c. Nee, ze stijgen langzaam doordat ze sterk uitzetten.
Vraag 12: Wat verandert er aan het geluid dat een kerkorgelpijp produceert, als er in plaats van lucht pure kooldioxide in geblazen wordt?
a. Het geluid wordt hoger.
b. Het geluid wordt lager.
c. Het geluid houdt dezelfde toonhoogte.
Vraag 13: Plassen vissen?
a. Ja, maar zoetwatervissen plassen veel meer dan zoutwatervissen.
b. Ja, maar zoutwatervissen plassen veel meer dan zoetwatervissen.
c. Nee, vissen plassen niet.
Vraag 14: Twee hellingen zijn even hoog en in een rechte lijn gemeten even lang. De ene helling loopt recht naar beneden, de andere is enigszins hol. Je laat op hetzelfde moment van beide hellingen een knikker rollen. Welke knikker is het eerst beneden?
a. De knikker op de rechte helling.
b. De knikker op de holle helling.
c. Ze komen tegelijk aan.