Ik zat tijdens een som over chaostheorie een beetje te spelen met de 'zaagtand-afbeelding', en toen vond ik het volgende resultaat (hoe ik dat vond staat onderaan de post):
(2^p - 2)/p is een geheel getal, voor elke p is priem.
Nu vraag ik me af of iemand enig idee heeft hoe je dit getaltheoretisch zou kunnen bewijzen?
(Het is overigens, helaas, geen voldoende criterium voor een priemgetal. Ergens in de 300 vindt je al het eerste niet-priemgetal dat eraan voldoet.)
------------------
Hoe ik aan het resultaat kwam. Stel je hebt de afbeelding xn+1 = 2 xn modulo 1, die het interval [0,1> op zichzelf afbeeldt. (1 valt er dus net buiten.)
Deze grafiek heeft 1 vast punt: 0. Dit kan je vinden door de afbeelding te combineren met de voorwaarde xn+1 = xn, wat de definitie van een vast punt is.
Als je nu de q-maal ge-itereerde afbeelding neemt, heeft deze 2^q - 1 snijpunten met xn+1 = xn. Stel dat q een priemgetal is, dan liggen al deze punten of op banen die, in de oorspronkelijke afbeelding, na q maal weer in het oorspronkelijke punt terug keren, of op banen die na 1 keer al in het oorspronkelijke punt terug keren. Maar van deze laatste soort is er maar 1: 0. Dus zijn er voor iedere q is priem q^2 - 2 punten die liggen op banen die via q punten na q keer weer in het oorspronkelijke punt terug keren. Omdat er q punten op zo'n baan liggen, zijn er dus (2^q - 2)/q afzonderlijke banen, en aangezien er een geheel aantal banen moet zijn is dit een geheel getal.
(2^p - 2)/p is een geheel getal, voor elke p is priem.
Nu vraag ik me af of iemand enig idee heeft hoe je dit getaltheoretisch zou kunnen bewijzen?
(Het is overigens, helaas, geen voldoende criterium voor een priemgetal. Ergens in de 300 vindt je al het eerste niet-priemgetal dat eraan voldoet.)
------------------
Hoe ik aan het resultaat kwam. Stel je hebt de afbeelding xn+1 = 2 xn modulo 1, die het interval [0,1> op zichzelf afbeeldt. (1 valt er dus net buiten.)
Deze grafiek heeft 1 vast punt: 0. Dit kan je vinden door de afbeelding te combineren met de voorwaarde xn+1 = xn, wat de definitie van een vast punt is.
Als je nu de q-maal ge-itereerde afbeelding neemt, heeft deze 2^q - 1 snijpunten met xn+1 = xn. Stel dat q een priemgetal is, dan liggen al deze punten of op banen die, in de oorspronkelijke afbeelding, na q maal weer in het oorspronkelijke punt terug keren, of op banen die na 1 keer al in het oorspronkelijke punt terug keren. Maar van deze laatste soort is er maar 1: 0. Dus zijn er voor iedere q is priem q^2 - 2 punten die liggen op banen die via q punten na q keer weer in het oorspronkelijke punt terug keren. Omdat er q punten op zo'n baan liggen, zijn er dus (2^q - 2)/q afzonderlijke banen, en aangezien er een geheel aantal banen moet zijn is dit een geheel getal.
Welch Schauspiel! Aber ach! ein Schauspiel nur!
Wo fass ich dich, unendliche Natur?