Ik heb hier nog geen duidelijke samenvatting gezien van de speciale relativiteitstheorie, en ik geloof dat dat erg handig zou zijn voor mensen die zich van "langzamere klokken" e.d. nog niet veel kunnen voorstellen of geloven dat tijd absoluut is.
Dus zal ik proberen het een beetje samen te vatten (ik ben er niet zo'n kei in en nog middelbare school, dus graag domme dingen verbeteren

)
De speciale relativiteitstheorie gaat uit van het (experimenteel bewezen) axioma dat de lichtsnelheid (c) gelijk is voor elk referentiekader C' (coördinatenstelsel), ongeacht de positie of beweging van dat stelsel.
Verder gaat de theorie uit van het relativiteitsprincipe, wat inhoud dat de natuurwetten die gelden voor een bepaald stelsel C' ook gelden voor een stelsel C'' als dat stelsel t.o.v. C' een eenparige rechtlijnige translatie (= beweging zonder rotatie) uitvoert.
Deze twee ideën lijken beiden logisch, maar spreken elkaar tegen. Een voorbeeldje om dat duidelijk te maken (gejat van Einstein):
Stel een lange trein rijdt over een spoorbaan met snelheid v. Stel vervolgens dat naast de trein een lichtstraal beweegt met snelheid c (die dus altijd hetzelfde is).
Wat is de snelheid van de lichtstraal t.o.v. de trein ?
Voor de relativiteitstheorie zou het simpelweg zijn : c-v. Dat zou echter betekenen dat de natuurwet die t.o.v de lichtstraal geldt (licht beweegt altijd even snel) niet zou gelden t.o.v. de trein. Oftewel, het relativiteitsprincipe klopt dan dus niet.
Hetzelfde geldt voor afstanden als je er even over nadenkt. Maar ook voor simpele begrippen als "gelijktijdig".
Als twee bliksemschichten tegelijk inslaan, en je richting één daarvan beweegt, zal het licht van die blikseminslag je eerder bereiken, en dus zijn de gebeurtenissen voor jou niet gelijktijdig. Voor iemand die stilstaat zullen de inslagen wel tegelijkertijd lijken plaats te vinden. Conclusie: het begrip tijd is relatief, oftewel voor elk referentiekader verschillend.
Het idee dat tijd absoluut is klopt dus blijkbaar niet, en daardoor vervalt de tegenstrijdigheid tussen het relativiteitsprincipe en de wet voor de lichtsnelheid, want de tijd die een bepaalde gebeurtenis in beslag neemt t.o.v. C (in dit geval de trein) mag niet worden gelijkgesteld aan de tijd die dezelfde gebeurtenis in beslag neemt t.o.v. C (in dit geval de spoorbaan). De tijd is dus net zo variabel als x,y of z. Daarom wordt de wereld beschouwt als een vierdimensionaal ruimte-tijdcontinuüm.
Om het tijdsysteem (de lengte van één seconde bijv.) te berekenen van een lichaam C t.o.v. jezelf (C) als dat eenparig rechtlijnig t.o.v. jou beweegt, kan je de lorentztransformatie gebruiken:
t=1/(V1-v^2/c^2)
hierin is
V het wortelteken

t de tijd die één seconde duurt voor C t.o.v. C.
v de relatieve snelheid van C t.o.v. C
c de lichtsnelheid in vacuüm (299297 km/s)
Het lijkt me dan ook onlogisch dat je sneller dan het licht zou kunnen reizen, want dan wordt de wortel imaginair...(en bij de lichtsnelheid zelf oneindig groot).
Sorry beetje lange post geworden