IP is de laag die het Internet Protocol definieert.
De meest bekende laag daarboven is het TCP-protocol, een zgn. connection-oriented protocol, d.w.z. dat als 2 computers hiermee praten, ze eerst onderling een logische verbinding op poten zetten. Dat kost wat overhead in het begin, maar vermindert daarna de overhead. Als een pakketje "van de lijn valt", wordt dit door TCP ontdekt en opnieuwe verzonden zonder dat de applicatie zich hiermee bemoeit.
Daarnaast gebruiken veel mensen regelmatig het ICMP-protocol. Dit wordt namelijk door ons roemruchte "ping" gebruikt, net zoals vele andere "tooltjes" rond het IP-protocol.
Ook veel gebruikt is het UDP-protocol. Net als TCP wordt dit voor echt data-verkeer gebruikt, maar het is connection-less, d.w.z. dat de verzender het "op hoop van zegen" het net op smijt. Fouten en mislukkingen moeten dan door de bovenliggende lagen worden afgehandeld, maar het is wel sneller zolang het goed gaat.
En zo kunnen we nog wel even doorgaan ....
Services (zoals bijv. een FTP-server of een HTTP-server) kunnen ofwel TCP, ofwel UDP, ofwel beide protocollen ondersteunen, net wat voor die specifieke service mogelijk danwel handig is.
The number of things that Arthur couldn't believe he was seeing was fairly large