Normaal gesproken post ik niet zoveel in dit forum... maar nu dan toch maar wel. Wat vinden jullie van dit verhaal?
-- zelfgemaakt voor een of andere opdracht voor school
--
-- zelfgemaakt voor een of andere opdracht voor school
Een heleboel jaar geleden was er helemaal niks. Totdat er op een gegeven moment een ongelooflijke knal was (De Big Beng) en er allemaal verschillende zonnen, planeten, sterren en dergelijke door het niks werden geslingerd.
Dit wordt het ontstaan van het heelal genoemd. Al snel kwam er een of andere macho uit een ander melkwegstelsel dan dat van ons die het hier maar een kale boel vond. Deze macho had de vervelende gewoonte om alles zeer ordelijk op te bergen, zoals al het water bij elkaar, al het steen bij elkaar, al de zonmolekulen bij elkaar en ga zo maar door. Dat het sorteren in dit melkwegstelsel nog moest gebeuren, had deze macho door en hij begon een heleboel verschillende bolletjes te kneden van de aparte stoffen. Tegenwoordig noemt de wetenschap dit het heelal, maar daar had onze macho nog geen flauw benul van. Oh ja, laat ik die macho voor het gemak maar even God noemen.
God, die het eigenlijk wel een kale boel vond in dit melkwegstelsel, bedacht dat het leuker zou zijn als er iets meer variatie zou zijn. Hij begon met het inrichten van een willekeurige bol, de bol van het water. Van de kleiplaneet haalde hij een beetje klei, en hij begon twee figuurtjes te boetseren. Hij had ze levenskracht gegeven door er wat van zijn lucht in te blazen (deze primitieve vorm van tot leven wekken wordt vandaag de dag soms nog toegepast op de bijna-levenlozen, maar dan niet altijd met succes) en hij zette ze op de aarde neer.
Deze individuen waren totaal niet in staat om zich in leven te houden, dus bedacht God dat hij een soort van slager nodig had. Maar omdat er voor een slager toch eerst nog dieren nodig waren, maakte God een aantal andere beesten* waarvan sommige voor consumptie geschikt en andere niet. Deze beestenboel zette hij ook op de aarde neer.
Na een paar uur was er helemaal geen schijntje leven meer was te bekennen op planeet aarde. Zijn zojuist gecreëerde dieren en figuurtjes dreven allemaal levenloos in het koude water. Hij kwam tot de conclusie dat het misschien handig was om ook wat andere materialen op aarde neer te zetten. Hij pakte dus weer wat klei en zand en opvulmateriaal en maakte daarmee een substantie waar de mens en de dieren fatsoenlijk op konden staan. Tegenwoordig noemt de normale burger deze massa vasteland. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat dit onmogelijk een paar uur kan zijn, maar dat zoiets minstens een paar miljoen jaar duurt. Dit even terzijde.
God, die er inmiddels wel de balen van had dat hij weer opnieuw kon beginnen met het kleien van zijn figuurtjes, besloot om daar een dagje mee te wachten, en nu eerst een dutje te gaan doen. De volgende ochtend ging God vrolijk aan het werk, onder het motto "De Morgenstond heeft Goud in de Mond". Wat dat motto precies in hield, wist God toen nog niet, maar goed, het klonk wel stoer dus was het zijn motto. Nadat hij die ochtend twee figuurtjes had gekleid en ze tot leven had gebracht, ging hij verder met de dieren creëren. Die twee figuurtjes, die wij thans in deze samenleving als oermens of Neanderthaler beschouwen, werden alleen helemaal opgevreten door de dieren die God had gemaakt. God die inmiddels alweer aan z''n middagdutje toe was, had niks door, en toen de dieren elkaar hadden opgevreten en de laatste met een harde boer God uit zijn middagdutje haalde, was God behoorlijk pissig op dat beest, en hij schoot met zijn halfautomatisch bliksemschichtkanon dat dier naar de zevende hemel (waar die hemel ligt zoek je maar op in de atlas, of vraag je maar aan de betere Aardrijkskundeleraar).
God zou God niet zijn als hij de moed niet op geeft. Maar eerst een Bavaria. Tijdens het drinken van z''n Bavaria viel zijn oog op een oud stoffig boek dat in z''n boekenkast stond weg te rotten. Hij pakte het eruit, nam nog een flinke slok van z''n Bavaria en daarna begon hij te lezen: "Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever worden gereproduceerd of nagemaakt. De namaker of vervalser zal hiervoor worden gestraft."
Tja, dacht God, dat overkomt mij weer. Na nog een flinke slok bier bladerde God een paar bladzijden verder en las in het boek - dat het de Bijbel was doet er niet toe - "De Aarde was onherbergzaam en verlaten. Een watervloed bedekte haar en er heerste diepe duisternis. Toen zei bla bla bla bla" , en God las het eerste hoofdstuk in één ruk uit. Dit komt me verrekte bekend voor, zei hij tegen zichzelf, en besloot om het nog een laatste keer te proberen met dat hopeloze bolletje met water.
God zei: ''Er moet licht zijn!'' Er gebeurde geen reet, dus God wachtte rustig af, en stak een sigaretje op. Nadat die sigaret bijna opgerookt was, en er nog steeds niks was gebeurd, gooide hij z''n peuk met ferme worp naar de bol met gas. Die bol begon spontaan gigantisch te fikken, en God zag dat dit er wel aardig uit zag en hij noemde die bol zon en dat was het licht. Toen wilde God zijn twee figuurtjes, de oermensen, op de aarde neerzetten, maar hij was vergeten wat het recept was van die figuurtjes en hoe hij ze precies moest maken. Dus ging hij maar weer eens slapen, en tijdens het slapen kreeg hij een visioen waarin een of andere halve zool met een dikke buik en een witte muts op z''n kop tegen God zei: "Neem wat klei, leef je daarop uit en blaas er wat levenskracht overheen".
God werd een paar uur later wakker en herinnerde zich het recept nog als de dag van gisteren. Hij begon met het pakken van wat klei uit de bol die inmiddels al heel wat in volume was afgenomen, omdat hij dit nou al voor de derde keer deed en er een al groot deel van de aarde was opgevuld met die klei. Hij maakte ze dit keer iets minder nauwkeurig als de vorige keer, zodat er tussen de twee figuurtjes een aantal kleine, maar essentiële verschillen ontstonden. Wederom blies hij ze leven in, en zette ze op aarde. Dit keer leek het hem handig om geen dieren die op land leven te maken, want die vreten elkaar toch alleen maar op. Hij zette zijn oermensen op de aarde en keerde terug naar zijn woning. In zijn televisiegids las hij dat Rob en Nico weer in ''t heelal waren, en dat ze nog wat werk zochten. God stuurde de volgende dag een postduif naar hen met het bericht dat ze op aarde wel effe wat bomen en planten neer konden zetten.
Rob en Nico, natuurlijk niet te beroerd voor dit soort dingen, klaarden deze klus, en na veel, heel veel lekkere bakkies was zo ongeveer heel de aarde bedekt met bos, gras, onkruid, planten en weet ik veel wat allemaal.
Deze klus had wel even geduurd, en de drie dagen dat Rob en Nico bezig waren, om samen met de hele "Eigen Huis In Puin" crew overal bomen en planten neer te zetten, waren eigenlijk veel te veel om netjes op schema te blijven. Want God''s streven was om binnen een week klaar te zijn, maar er waren nu al 5 dagen voorbij, en een week duurt nog steeds 7 (zeven) dagen, dus een eenvoudige rekensom van 7 - 5 leert dat God nog maar 2 dagen de tijd had om uit te voeren wat hij had gelezen in "De Bijbel".
De een-na laatste dag maakte God een lijstje met wat er zoal nog op aarde moest komen:
- Meer van die leuke figuurtjes
- Beesten voor op ''t land, beesten voor in ''t water en beesten voor in de lucht.
- Eten voor die mensen en die beesten
God had bedacht dat hij voor die beesten maar eens een dierentuin moest zoeken, maar hij kon er zo snel niet een vinden. Dus belde hij Scoot, en zoals u weet, wat God zoekt, heeft Scoot al gevonden, dus nog voordat God gebeld had voor een dierentuin was de gehele aarde al bevolkt met beesten. Naja, dacht God, toeval bestaat niet, maar dit keer stiekem wel, en daar zal ik gebruik van maken ook. Nog twee dingen te doen. Die figuurtjes die hij had gekleid moesten eigenlijk de hele wereld bevolken, maar aangezien God een beetje lui is, had hij niet zon zin om grote hoeveelheden van die figuurtjes te kleien. Dus maakte hij een soort mal, en hij stopte de die vol met gips en even later kwamen er witte figuurtjes uit. Toen het gips echter op was, maar er naar God''s mening nog niet genoeg figuurtjes op de wereld waren, gebruikte God een mengsel van stuifzand en zwarte potgrond. Hieruit kwamen bruine figuurtjes. Toen het stuifzand op was, gebruikte hij alleen de potgrond nog, en daar kwamen zwarte figuurtjes uit. Nadat hij op al deze figuurtjes zijn levenskracht had geblazen, zette hij ze op de aarde neer. Nu was het zo ongeveer wel compleet, dacht hij.
Uit pure verveling had God van de planeet waaruit hij de klei had genomen een nieuwe bol gemaakt, en die vlak bij de aarde gezet. Tegenwoordig noemen we deze bol de maan, maar naar mijn mening kan die dus net zo goed kleibol of planeet afval worden genoemd.
Hij zag dat de beesten en de figuurtjes die hij had gemaakt zichzelf voedden door van de bomen en planten te eten. God voelde weer wat sadistische neigingen in hem opkomen, en zei tegen de figuurtjes: Als een van jullie het ook maar waagt om ook maar één hap uit een appel te nemen, dan zal ik die hoogstpersoonlijk straffen. En nou zal ik je vertellen dat je maar beter niet met God kunt spotten. Wie dat wel deden, dat waren Adam en Eva, een stelletje onbehouwen oermensen met het IQ van de gemiddelde benzineprijs. Nou is die vergelijking met de gemiddelde benzineprijs misschien niet zo goed, want de gemiddelde benzineprijs stijgt met de dag. Laat ik dan in ieder geval zeggen: die Adam en Eva zijn dus niet de slimste van de oermensen, en wat doen die sukkels dus: ze nemen wel een hap uit een appel. Tja, eigen schuld dikke bult, maar God was weer eens bezig met z''n middagdutje, en toen hij wakker werd en tot de conclusie kwam dat er een tweetal appels van z''n boom op waren gegeten, werd hij ongelooflijk kwaad, en vroeg aan de mensen wie dat op z''n geweten had. Niemand die iets zei natuurlijk, want zo kinderachtig zijn die mensen wel, en dus besloot God om ze allemaal te straffen. Hij maakte ze allemaal sterfelijk, en hij liet een Babylonische spraakverwarring ontstaan die moest zorgen dat de oermensen van hier tot Tokio verspreid over de wereld een andere taal gingen spreken.
God die door dit voorval danig uit z''n humeur was besloot om van dit kansloze heelal te vertrekken, en naar z''n eigen planeet terug te gaan. Wat ik dan nog steeds niet snap is de reden van zijn vertrek. Zo erg is het toch niet om een appel te eten? Niet voor niets is er de slogan "Snoep verstandig, eet een appel!"
God ging terug, maar dat had hij beter niet kunnen doen. Z''n vriendjes hadden namelijk door gekregen wat hij allemaal had uitgespookt tijdens z''n uitstapje en dat hij in overtreding was geweest met de regels die in het boek "De Bijbel" staan. Daarom hebben z''n vrienden hem aangeklaagd en is hij veroordeeld. Ja, van je vrienden moet je het hebben, zeker als ze je de doodstraf bezorgen. Maar dit even ter zijde, want op dit moment zijn er dus nog talloze mensen op de hele wereld die geloven in God. Dat je wil geloven in God moet je zelf weten, maar het heeft totaal geen zin om te bidden, want God is er niet meer. Die arme stakker is al heel veel jaren geleden vermoord door het hof van Petrus en zijn twaalf discipelen. Sterker nog, ik zou maar uit kijken met die zinnen van "Uw naam worde geheiligd", want als Petrus trawanten daar van horen, dan loop je het risico dat ze naar de aarde toe komen om je te straffen. Maar ja, de kans dat zoiets gebeurd zal wel net zo groot zijn als een atoombom in de achtertuin van de buren (die op twee hoog niet eens een achtertuin hebben).
Dit verhaal hoef je niet te geloven. Als je het doorleest is het wel genoeg en bedenk goed: God is een beste vent, ''t is goed dat je hem kent. Daarom nog één keer allemaal: God, bedankt!