Ik probeer duidelijkheid te krijgen over de toepassing van de 4-meterregel voor een vergunningvrij bijbehorend bouwwerk.
De situatie is als volgt:
vrijstaande woning;
de woning is het oorspronkelijke hoofdgebouw;
de achtergevel van de begane grond ligt op positie A;
de achtergevel van de eerste verdieping ligt circa 70 cm verder naar achteren op positie B;
de eerste verdieping is onderdeel van het oorspronkelijke, vergunde hoofdgebouw;
het betreffende gedeelte van de eerste verdieping wordt bovendien door palen tot aan de grond ondersteund;
achter de woning komt een losstaand, vergunningvrij atelier/bijgebouw.
De vraag is hoe de 4-meterzone moet worden bepaald.
Optie 1: loodrecht vanaf de achtergevel van de begane grond (A).
Optie 2: loodrecht vanaf de verder naar achter gelegen achtergevel van de eerste verdieping (B).
De regelgeving spreekt over een afstand van maximaal 4 meter vanaf het “oorspronkelijk hoofdgebouw” en over loodrecht meten.
Ik heb inmiddels gezocht naar jurisprudentie. De uitspraak ECLI:NL:RVS:2022:308 van 2 februari 2022 gaat over het volgen van een verspringende contour, maar daar lijkt het om een verspringing in het horizontale vlak te gaan. De situatie met een verspringing in de verticale doorsnede lijkt niet rechtstreeks aan de orde te zijn.
Mijn vraag is daarom:
Is er jurisprudentie, een officiële toelichting van IPLO/Helpdesk Bouwregelgeving of een andere gezaghebbende bron waarin een dergelijke situatie wordt uitgelegd?
Ik ben vooral op zoek naar de juridische onderbouwing, niet alleen naar een praktische inschatting.
De situatie is als volgt:
vrijstaande woning;
de woning is het oorspronkelijke hoofdgebouw;
de achtergevel van de begane grond ligt op positie A;
de achtergevel van de eerste verdieping ligt circa 70 cm verder naar achteren op positie B;
de eerste verdieping is onderdeel van het oorspronkelijke, vergunde hoofdgebouw;
het betreffende gedeelte van de eerste verdieping wordt bovendien door palen tot aan de grond ondersteund;
achter de woning komt een losstaand, vergunningvrij atelier/bijgebouw.
De vraag is hoe de 4-meterzone moet worden bepaald.
Optie 1: loodrecht vanaf de achtergevel van de begane grond (A).
Optie 2: loodrecht vanaf de verder naar achter gelegen achtergevel van de eerste verdieping (B).
De regelgeving spreekt over een afstand van maximaal 4 meter vanaf het “oorspronkelijk hoofdgebouw” en over loodrecht meten.
Ik heb inmiddels gezocht naar jurisprudentie. De uitspraak ECLI:NL:RVS:2022:308 van 2 februari 2022 gaat over het volgen van een verspringende contour, maar daar lijkt het om een verspringing in het horizontale vlak te gaan. De situatie met een verspringing in de verticale doorsnede lijkt niet rechtstreeks aan de orde te zijn.
Mijn vraag is daarom:
Is er jurisprudentie, een officiële toelichting van IPLO/Helpdesk Bouwregelgeving of een andere gezaghebbende bron waarin een dergelijke situatie wordt uitgelegd?
Ik ben vooral op zoek naar de juridische onderbouwing, niet alleen naar een praktische inschatting.
:strip_exif()/f/image/Dwj8eTQVs7rLts3TElTgKPqe.jpg?f=fotoalbum_large)