Iedereen probeert quantum computing uit te leggen met 'draaiende munten' of 'vloeistoffen', maar dat maakt het er soms niet duidelijker op. Daarom introduceer ik de Vormenstoof-analogie.
Stel, je hebt een vormenstoof (van dat peuterspeelgoed) met 18 verschillende uitsparingen in de deksel. Het juiste antwoord dat je zoekt, is de ster-uitsparing.
Wat vinden jullie van mijn analogie?
GeorgeDB
Stel, je hebt een vormenstoof (van dat peuterspeelgoed) met 18 verschillende uitsparingen in de deksel. Het juiste antwoord dat je zoekt, is de ster-uitsparing.
- Klassieke computers (de peuter): Pak één voor één een los houten blokje uit de doos. Past de cirkel in de ster-opening? Nee. Past het vierkant? Nee. De computer probeert ze supersnel één voor één totdat de ster aan de beurt is en door de opening past.
- Quantum computers (superpositie): Je hebt geen doos met losse blokjes. Je hebt één 'magisch' blokje dat alle 18 vormen tegelijkertijd in zich heeft.
- Het filteren: Je drukt dit ene magische blokje tegen de deksel. De 17 foute vormen botsen tegen de deksel en worden tegengehouden (uitgedoofd). Alleen de ster-vorm glijdt moeiteloos door de juiste opening (versterkt). Zodra het blokje de bodem raakt (de meting), ligt er simpelweg een ster in de stoof.
Wat vinden jullie van mijn analogie?
GeorgeDB