Vraag


  • mw303
  • Registratie: December 2011
  • Niet online
De afgelopen maanden heb ik werkelijk overal in Belgisch Limburg offertes aangevraagd en er uiteindelijk 2 ontvangen. De eerste was op basis van Vaillant Arotherm plus (nieuwe donkergrijze 2026 variant) en was meer dan 32.000 euro en tweede was minder dan de helft op basis van Mitsubishi Ecodan.

Wat opvalt is dat beide offertes in mijn ogen vreselijk overgedimensioneerd zijn en beide voorzien van parallelle buffervat(en). Niet erg efficiënt dus, wel veilig.

Ik wil het e.e.a. graag op basis van een realistische prijs en een aantoonbaar efficiënte setup laten installeren.

Wat zouden jullie doen? Tips voor een installateur in de omgeving van Hamont-Achel (België)?

Huidige Situatie & Verbruik

  • Woning: Open bebouwing in Vlaanderen. Inhoud ca. 435 m³, bewoonbaar oppervlak ca. 190 m², EPC-waarde: 230.
  • Gasverbruik: 16.500 kWh/jaar (c.a 1500 m3), inclusief sanitair warm water (SWW).
  • Huidige ketel: Nefit Ecomline HR (19 jaar oud), opgesteld op zolder (2e verdieping). Verzorgt SWW.
  • De Nefit heeft 2 circuits met aanvoer- en retourleidingen van 22x2mm alupex. 1x voor alle radiatoren op gelijkvloers en 1e verdieping, en 1x voor de vloerverwarming op gelijkvloers en 1e verdieping.
Afgiftesysteem Gelijkvloers:
  • Vloerverwarming: Stalen mengverdeler met 6 groepen en een Wilo hu15/5-3 p pomp, legafstand 15cm in alle ruimtes, behalve het kantoor.
  • Radiatoren (3): In het kantoor (daar dus geen vloerverwarming), in de keuken en in de bijkeuken. (allen geschikt voor eventuele actieve ventilatie).
Afgiftesysteem 1e Verdieping:
  • Vloerverwarming: Stalen mengverdeler met 3 groepen en een Wilo hu15/5-3 pomp, legafstand 15cm, in de badkamer en op de overloop. In de badkamer tevens wandverwarming.
  • Radiatoren (4): Op de overloop en in de slaapkamers (allen geschikt voor eventuele actieve ventilatie).
Gezinssamenstelling:

3 personen. SWW-behoefte: Totaal 2x Wekelijks gebruik van bad én 2x dagelijks gebruik van de douche.

Warmteverliesberekening:

Zie onderstaand (zelf berekend)

Aanvoertemperatuur-test:

Succesvol uitgevoerd op 45-50 graden.

Diversen:

Panasonic Airco's in woonkamer, beide slaapkamers en in de hobby/kantoorruimte.

Energie-infrastructuur

  • Zonnepanelen: 18x Enphase IQ7+ (max. 5.3 kW omvormervermogen).
  • Elektrische auto's: 2 EV's (accu's van 40 kWh en 60 kWh).
  • Toekomstplanning (Snel): Installatie van een 3-fasen Victron ESS (Energy Storage System) met ca. 20kWh accucapaciteit.
  • Plaatsing warmtepomp: De meest logische plek voor de nieuw te plaatsen warmtepomp zou buiten op het platte dak van de begane grond zijn (zie foto). Vanuit die plek kunnen leidingen 2,5 meter omhoog en ongehinderd via het dakbeschot in een goot naar de zolder, waar zich direct achter het dakbeschot de huidige CV installatie bevindt. Leiding traject c.a. 4,5 meter, waarvan 3,5 meter buiten onder een overstek.
Warmteverliesberekening:

Verwarmde oppervlakte ± 150 m² over twee bouwlagen (plafondhoogte 2,45 m; volume ± 365 m³); onverwarmde zolder met open trap (meegerekend als extra verliespost). Bouwjaar 2005 zonder na-isolatie, dubbel glas (U ≈ 1,9 W/m²K), natuurlijke ventilatie. Afgifte: vloerverwarming op het gelijkvloers en in badkamer/wc/overloop, aanvullende radiatoren; alle vloergroepen permanent open, regeling via één kamerthermostaat. Huidige HR-ketel draait op 45–50 °C aanvoer. Binnentemperatuur 20,5 °C, nachtverlaging slechts 1 °C. Jaarverbruik 16.500 kWh gas incl. sanitair warm water (2 douches/dag, 2 baden/week).

Bij een ontwerpbuitentemperatuur van −8 °C (ΔT = 28,5 K) bedragen de transmissieverliezen via muren, dak, vloer en beglazing, met een gemiddelde schil-U-waarde van 0,55–0,65 W/m²K, gecorrigeerd voor de bufferende zolder, circa 4,3–4,8 kW. De ventilatie- en infiltratieverliezen (± 0,35 luchtwisselingen/uur, plus toeslag voor de open zoldertrap) komen op circa 1,5 kW. Totaal theoretisch warmteverlies: 5,8–6,3 kW.

Validatie werkelijk verbruik:

16.500 kWh gas × ketelrendement 85–90 % minus ± 2.500–3.000 kWh voor warm water geeft ± 11.500–12.000 kWh/jaar ruimteverwarming. Gedeeld door ± 1.950 vollasturen volgt 5,9–6,2 kW, dus theorie en praktijk bevestigen elkaar. Het ontwerpvermogen houd ik vooralsnog op ≈ 6 kW bij −8 °C.

Systeemvolume en buffervat:

Het vloercircuit is altijd volledig doorstroombaar (geen zonekleppen, groepen permanent open). Inhoud: ± 410 m vloerbuis 16×2 ≈ 46 l, plus collectoren en aanvoerleidingen ± 15–25 l, samen ± 60–70 l vrij doorstroombaar volume — ruim boven de eis van de PUZ-WZ-reeks (gunstigste categorie “over 60 L” in de installatiehandleiding). Daarnaast werkt de dekvloer (± 9.000 kg beton op de vloergroepen) als thermische buffer van meerdere kWh, ruim méér dan het buffervat van c.a. 120 L ooit kan leveren.

Het buffervat kan dus wat mij betreft vervallen bij directe hydraulische aansluiting op het afgiftesysteem, mits het minimale modulatievermogen laag genoeg is. Voor de PUZ-WZ85 lijkt dat 35 % van 8,5 kW ≈ 3,0 kW te zijn; daarmee draait het toestel hartje winter continu en cyclet het in het tussenseizoen traag en vermoedelijk onschadelijk op de dekvloer. Ontdooi-energie en minimumdebiet komen uit het open vloercircuit.

Sanitair warm water:

2 douches/dag + 2 baden/week (ligbad 150 l). Eén vat van ± 200 l is daarvoor het comfortabele minimum; Beschikbare opstelhoogte onder het schuine dak: 140 cm, vandaar mijn keuze voor een laag vat, inmiddels aangeschaft: OSO Delta Geocoil DGC 200 (191 l, 127 cm, spiraal 2,6 m², ErP A).

De spiraal van 2,6 m² is op warmtepompvermogen gedimensioneerd, en het 3 kW-element dient als wekelijkse legionella-boost (zoveel mogelijk op zonne-overschot geschakeld)

Deze OSO staat nu al "stand-by" in geval dat de ketel het begeeft, zodat we dan snel weer SWW hebben en tijdelijk kunnen verwarmen met de 4 bestaande airco's. Niets zo vervelend als overhaast een dure beslissing nemen.
Afbeeldingslocatie: https://tweakers.net/i/ZwhxRuqfq58WXzxBe9V2CEqx0g0=/800x/filters:strip_icc():strip_exif()/f/image/ZirV6kP64mx44EWWRfiXGfkK.jpg?f=fotoalbum_large

Afbeeldingslocatie: https://tweakers.net/i/C531pqKBVnVPLAmWlJr24hpwdDs=/800x/filters:strip_icc():strip_exif()/f/image/xKzz0HMPSK4y2oVt2jUbJHGK.jpg?f=fotoalbum_large

Afbeeldingslocatie: https://tweakers.net/i/ahjkPAwW9QQ2jxZqAA3eyiay40o=/x800/filters:strip_icc():strip_exif()/f/image/HufGyrbVvpYraQCjqCd3Ua4h.jpg?f=fotoalbum_large

[ Voor 17% gewijzigd door mw303 op 18-07-2026 19:10 ]

Alle reacties


  • Ronald
  • Registratie: Juli 2000
  • Nu online
Jullie hebben hoog calorisch gas, maar uit 1500m³ komt geen 16.500 kWh...
Vollasturen gebruikt i.i.g. de koevlaas formule 1650 uren, niet 1950.


Die 16.500, is dat wat op je factuur staat? De CV haalt daar niet 100% uit... (Nee een HR ketel is niet 107% van de ingaande calorische waarde, het is t.o.v. een VR ketel 8)7)

Dus op basis van je gasverbruik zit je met 6kW te kort. Ben je bereid bij te verwarmen met de airco's, dan gaat het goed.


Verder geen wonder dat je CV het red op 45C... de vloer gaat niet eens 45C in ;-) Betekend meer dat je mengverdelers niet al teveel roet in het eten gooien. Die wil je idealiter ombouwen naar gesloten - zonder pomp. Mengverdelers zijn minder efficiënt (Zelfde reden als dat parallel buffer vat).

Ik heb een offerte liggen voor een Vaillant 55/8.1 van rond de €15 incl zeker niet goedkoopste SWW vat (Itho daalderop I-WPV)...

PV Output - Obdam; SolarEdge SE5K 'Voor korte strings'; 12x350Wp Oost-West 13°; 8x415Wp Zuid 10°; Totaal 7520Wp.


  • mw303
  • Registratie: December 2011
  • Niet online
Bedankt voor je reactie.

Deze begrijp ik niet, die vuistregel is mij niet bekend.
Vollasturen gebruikt i.i.g. de koevlaas formule 1650 uren, niet 1950.
Ik heb voor het rendement van de huidige CV 85-90% aangehouden. Niet 100%. Volgens mij is dat bij een HR ketel corect.

Volgens mij is de correcte formule voor kWh naar m3 in Belgisch Limburg 16.500 kWh gedeeld door 11,5 = 1.434,78 m3, dus ik zat zelfs aan de hoge kant. https://www.creg.be/nl/a-z-index/omzetting-m3-gas-naar-kwh#:~:text=De%20CBW's%20schommelen%20rond%20twee%20waarden%3A%2011%2C6,1.500%20m%C2%B3%20x%2010%2C3%20%3D%2015.450%20kWh.

Mijn berekening stuurt naar een 7 tot maximaal 9 kW WP capaciteit. Niet 6. Zelf voorzien: mitsubishi ecodan PUZ-WZ85YAA of een vaillant arotherm plus 75/8.1, geoffreerd een Mitsubishi PUZ-WZ120VAA en een vaillant arotherm plus 105/8.1. Veel te zwaar in mijn ogen.

Het vervangen van de verdelers had ik inderdaad al voorzien. `stalen verdelers en pompen er uit, kunststof verdelers er in.

[ Voor 16% gewijzigd door mw303 op 19-07-2026 08:59 ]


  • Ronald
  • Registratie: Juli 2000
  • Nu online
Dat is de vuistregel van forumlid Koevlaas2. Werkt heel goed op NL-gas (Wij hebben m³ op de factuur):
gas-in-m³ * 8 (kWh/m³) / 1650 (vollasturen)

Die eerste stap maakt dus een schatting van kWh/jaar dus die kunnen we overslaan met jouw 16.500kWh... de 2e geeft 10kW benodigd vermogen @-10.

Je eigen verliesberekening kwam je 2x tot 6kW ontwerpvermogen bij -8 ;-)
-8 is wat krap, zeker voor (ook Belgisch) Limburg.

Met een krappe dimensionering zit je óók bij 2 graden en vochtig weer krap door de enorme verliezen (in tijd) en wat warmte tijdens de vele defrosts die je dan hebt.


Als de iets luidere Arotherm Pro 105 een optie is, dan heb je er een mooie aan: En genoeg vermogen, maar hij moduleert ook echt heel ver terug...

PV Output - Obdam; SolarEdge SE5K 'Voor korte strings'; 12x350Wp Oost-West 13°; 8x415Wp Zuid 10°; Totaal 7520Wp.


  • mw303
  • Registratie: December 2011
  • Niet online
Ik kan geen Pro 105 vinden, wel een aroTHERM pro VWL 115/7.1 A. Tot hoever moduleert die terug dan? Ik kan er geen officiële cijfers van vinden.

Ik zie wel een Plus VWL 105/8.1 A, maar die moduleert 'slechts' terug naar 3,7kW, dus dan lijk ik met een Mitsubishi WZ85YAA beter af te zijn.

[ Voor 34% gewijzigd door mw303 op 19-07-2026 09:41 ]


  • 99ruud99
  • Registratie: December 2018
  • Laatst online: 17:10
@mw303 op je factuur van Fluvius wordt kWh genoemd, omdat er meteen een omrekening van gastype per dorp wordt gedaan. Hoeveel kWh staat er bij jou op? (Veel makkelijker dan m3 zelf omrekenen, omdat je nooit weet hoe hoog calorische het gas is).


Ps zelf pak ik telkens dezelfde uit hamont, ben er wel tevreden over maar is niet goedkoop :).

[ Voor 3% gewijzigd door 99ruud99 op 19-07-2026 09:29 ]


  • Ronald
  • Registratie: Juli 2000
  • Nu online
115, sorry.

In installatiehandleiding p200
https://www.myvaillantpro...45&language=nl&isPdf=true

PV Output - Obdam; SolarEdge SE5K 'Voor korte strings'; 12x350Wp Oost-West 13°; 8x415Wp Zuid 10°; Totaal 7520Wp.


  • mw303
  • Registratie: December 2011
  • Niet online
De VWL 115/7.1 A heeft dus een minimum van 2,15 kW, lager dan de WZ85 (3,1 kW bij +2 °C/W40) en zelfs lager dan wat ik voor de 7 kW-Vaillant had ingeschat.

Voeding is 400 V 3~/N/PE met maximaal 10 A. Top!

Nu nog het ontwerp probleem tackelen en een installateur vinden die het voor een normale prijs wil installeren :)

Vragen blijven, wel of geen buffervat en wanneer wel, dan hooguit serieel op de retour? Andere ontwerp-tips?

[ Voor 40% gewijzigd door mw303 op 19-07-2026 09:51 ]


  • mw303
  • Registratie: December 2011
  • Niet online
99ruud99 schreef op zondag 19 juli 2026 @ 09:28:
@mw303 op je factuur van Fluvius wordt kWh genoemd, omdat er meteen een omrekening van gastype per dorp wordt gedaan. Hoeveel kWh staat er bij jou op? (Veel makkelijker dan m3 zelf omrekenen, omdat je nooit weet hoe hoog calorische het gas is).

Ps zelf pak ik telkens dezelfde uit hamont, ben er wel tevreden over maar is niet goedkoop :).
Die cijfers kwamen van Fluvius, de enige reden dat ik het omrekende is omdat een Nederlander vaak niet zo veel kan met kWh opgaven.
Het verbruik van 2025 was dus 16.518 kWh om precies te zijn.

  • Ronald
  • Registratie: Juli 2000
  • Nu online
Serie buffer is er voor tekort circulerend volume.
Parallel buffer als naregeling tekort debiet, tekort volume of tekort afgifte veroorzaakt.

Naregeling is iets waar je serieus over moet nadenken: het is geen alternatief voor lui zijn en niet inregelen. Als het niet heel echt nodig is doe het geheel niet… altijd hele huis constant houden.

PV Output - Obdam; SolarEdge SE5K 'Voor korte strings'; 12x350Wp Oost-West 13°; 8x415Wp Zuid 10°; Totaal 7520Wp.


  • mw303
  • Registratie: December 2011
  • Niet online
Ik wil het ook liever niet en alles zo efficiënt mogelijk, de vraag is of dat in mijn geval kan en mijn redenering (zie eerste post) klopt. Ik ben alles behalve expert op dit gebied.

De offertes die ik tot nu toe gekregen heb spelen volledig op safe met (volgens mij) overgedimensioneerde warmtepompen en flinke buffervaten (parallel).

Op zich ben ik wel gecharmeerd van het bedrijf van de Mitsublishi offerte, maar dan alleen als hij een zo efficiënt mogelijke installatie wil leveren niet niet zoals nu gewoon een "safe opstelling" offreert.

[ Voor 23% gewijzigd door mw303 op 19-07-2026 17:26 ]


  • Ronald
  • Registratie: Juli 2000
  • Nu online
Je geeft in je startpost niets aan over eventuele regeling van de afgifte. Dus je zal dat of moeten vertellen, of zelf interpreteren op basis van wat ik je gaf ;-)

PV Output - Obdam; SolarEdge SE5K 'Voor korte strings'; 12x350Wp Oost-West 13°; 8x415Wp Zuid 10°; Totaal 7520Wp.


  • mw303
  • Registratie: December 2011
  • Niet online
Inmiddels ben ik met wat hulp van een kennis een heel stuk verder. Dit is het huidige plan. Nu nog een installateur vinden die het zo wil maken, want dat valt niet mee in Belgisch limburg.
----

Installatieplan all-electric warmtepomp

Mitsubishi Ecodan PUZ-WZ85YAA — open bebouwing Vlaanderen (juli 2026)
1. Vermogensberekening & Haalbaarheid
Warmteverlies op basis van gasverbruik (meest betrouwbare methode):
PostWaarde
Gasverbruik totaal16.500 kWh/j (bovenwaarde)
SWW-aandeel (3 pers., 2× douche/dag + 2× bad/week ≈ 125 L/dag @ 40 °C)± 2.400 kWh gas → 1.600 kWh netto
Gas voor ruimteverwarming± 14.100 kWh/j
Netto warmtevraag (seizoensrendement 20 j oude HR-ketel ± 90 %)± 12.700 kWh/j
Ontwerpvermogen bij 1.700–1.900 vollasturen (Vlaanderen)6,7 – 7,4 kW
Kruiscontroles: graaddagenmethode (H ≈ 220 W/K × ΔT 28,5 K bij −8 °C buiten / 20,5 °C binnen) → 6,3 kW; kengetal bouwjaar 2005 (45–55 W/m² × 150 m² verwarmd) → 6,8–8,2 kW. Alle methodes convergeren op ± 7 kW warmteverlies bij −8 °C, exclusief SWW-hersteltijd.

Match met de PUZ-WZ85YAA (databook):
ConditieVermogen WZ85Beoordeling
A−7 / W45, maximaal (curve p. A-42)± 9 kW28 % marge op de 7 kW-last, incl. ontdooien
A−7 / W55, maximaal± 8,5 kWSWW-lading bij vorst geen probleem
ErP-declaratie Tj −7 °CPdh 7,1 kW · COP 2,17 (W55) / 2,96 (W35)Bivalentiepunt −7 °C, WTOL 75 °C
Werkbereiktot −25 °C buiten · aanvoer max 75 °CRuim
De 8,5 kW-klasse moduleert diep genoeg voor de lage deellast in het tussenseizoen (minimaal pendelen), en de geslaagde praktijktest op 45–50 °C aanvoer bevestigt dat het afgiftesysteem meekan. All-electric is hier zonder voorbehoud haalbaar, zonder structureel gebruik van de back-upweerstand.
2. Configuratie
Systeem: PUZ-WZ85YAA buitenunit (R290 Hydro-Split, 3ø 400 V, max 12 A, automaat 16 A, SPL 47 / PWL 54 dB(A), 117 kg, debietbereik 7,2–27,2 L/min) op het platte dak, met een wandhangende ERPX-YM9E hydrobox op zolder en een 3-wegklep naar de OSO-boiler.

Hydrobox ERPX-YM9E — gekozen boven de VM6E-variant omdat de 9 kW-booster op 3~ 400 V het net symmetrisch belast (± 13 A per fase, tegenover 26 A op één fase bij de VM6E) en daarmee past bij het F40/3N TT-net, de twee EV's en de geplande 3-fasen Victron ESS. De booster dient uitsluitend als noodback-up (storing of extreme kou) en wordt via de FTC7 en Home Assistant begrensd; de legionellacyclus loopt volledig op de warmtepomp (§3).

Stuklijst:
#ComponentTypeFunctie / opmerking
1BuitenunitPUZ-WZ85YAAR290 Hydro-Split, 3ø 400 V, max 12 A, automaat 16 A, 117 kg
2Hydrobox (wandmontage zolder)ERPX-YM9EFTC7-regelaar, circulatiepomp, 10 L expansievat, veiligheidsventiel 5 bar (het 3 bar-systeemventiel zit in de buitenunit), booster 9 kW 3~ (enkel noodback-up)
3SWW-bufferOSO Delta Geocoil DGC 200 (aanwezig)Spiraal 2,6 m²; laden op 55–58 °C
43-wegklep SWW/CVMitsubishi USV32 (omschakelklep verw./SWW, DN32) op de FTC7Incl. boilervoeler THW5 (bijv. PAC-TH011TK-E) in de OSO-voelerbuis
5Kamervoeler woonkamerBedrade thermistor PAC-SE41TS-E op TH1-ingang FTC7 (regeloptie B, databook §4.7.1)Hergebruik bestaande thermostaatkabel (YMvK 2×1,5 mm², 12 m; 12 + 5 m voelerkabel < 30 m-limiet); verbinding solderen + isoleren, weg van 230 V-bedrading. Enige temperatuurbron — geen "remote temperature" via HA ernaast; bediening via HA/main controller. Optie: PAR-WT50R-E + PAR-WR51R-E (± € 230–270, WR51R-E geverifieerd € 79,75) als later toch fysieke bediening beneden gewenst is
6LTV-verdelers2× kunststof/RVS, pomploos, met debietmeters (6 + 3 groepen)Vervangt de stalen mengverdelers en beide Wilo-pompen
6bRadiatorventielenIMI Heimeier Eclipse (thermostatisch ventiel met automatische volumestroombegrenzing, instelbaar 10–150 L/u; bij ventielradiatoren de Eclipse F-inzet)Noodzakelijk om de lage radiatordebieten (± 24–52 L/u per stuk) daadwerkelijk in te stellen — drukonafhankelijk, dus stabiel als andere ventielen of de OUT8-zoneklep schakelen
7Corrosie-inhibitor: Fernox Protector F1 (systeem op zuiver water, géén glycol)500 ml doseert tot 130 L — dosering afstemmen op de werkelijke systeeminhoud (raming 130–212 L, zie §7.6: mogelijk 2 flessen); Belgaqua-, KIWA- en NSF-goedgekeurd, geschikt voor gemengde materialen (staal, koper, aluminium, RVS). Doseren via de vulset of de vuilafscheider. Alternatief: Sentinel X100 (1 L/100 L)Databook: "Corrosion inhibitor however should ALWAYS be used." Belgaqua-erkenning is hier relevant omdat het circuit vloeistofcategorie 4 blijft (§7.7). Vorstbescherming loopt via de kleppen (#7b) — laat de installateur dit toetsen, zie §7.4. Wordt glycol alsnog vereist: Fernox HP-15C (voorgemengd propyleenglycol + inhibitor), het product dat Mitsubishi in de Ecodan-documentatie zelf noemt
7bVorstbeveiligingskleppenCaleffi iStop serie 108 (bijv. 108601, 1"), direct buiten bij de monoblock op het laagste punt in aanvoer en retour — met isolatieschalen Caleffi F0002553 (verplicht bij buitenopstelling: houdt de klep op waterzijdige temperatuur en voorkomt vals openen door koude buitenlucht)Openen mechanisch en stroomloos bij 3 °C, sluiten bij 4 °C. Afvoer zó leiden dat er géén water op dakbedekking of verandadak komt (ijsvorming); systeemdruk in HA bewaken met alarm
8Vuilafscheider met magneet: SpiroTrap MB3, 28 mm knelHorizontaal in de retour vóór de hydroboxLos magnetietfilter vervalt: de hydrobox heeft een ingebouwd magneetfilter (databook 5.5.1); de combi-afscheider vangt grof vuil + magnetiet vóór de unit en is zonder aftappen te reinigen (20 j staal in het systeem)
9Microbellenontluchter: SpiroVent RV2, 28 mm knelHorizontaal in de aanvoer direct na de hydrobox (heetste punt, conform Spirotech-plaatsingsinstructie)Aanvulling, geen dubbeling: de hydrobox heeft volgens databook 5.5.1 (item 11) wél een ingebouwde automatische ontluchter, maar dat is een vlotterontluchter die alleen verzamelde lucht bovenin de unit afvoert — géén circulerende microbellen uit de stroom. Op dit 20 j oude, opnieuw te vullen stalen systeem is de RV2 die functie waard (weerstand ± 0,2 kPa). Wil je besparen (± € 80–120): weglaten en vertrouwen op de ingebouwde ontluchter, met tragere ontluchting als risico
10Lokale HA-koppelingZelfbouw ESP32 + CN105-connector (ESPHome, "ecodan-ha-local")Eigen beheer, max € 50; zie §4
11Belgaqua-setGekeurde veiligheidsgroep (EA-keerklep + overdrukventiel per OSO-voorschrift), optioneel sanitair expansievat 8 L (doorstroomtype, drinkwatergeschikt — niet verplicht in België; voorkomt dagelijks afblazen ± 1–2 L via de veiligheidsgroep en verkalking daarvan), thermostatisch mengventiel, losneembare vulverbinding met BA-beveiliging voor het CV-circuit (inhibitor = vloeistofcategorie 4)Zie §7.7
12ElektrischKring buitenunit 5G2,5 mm² / 16 A + aparte 3-f boosterkring 16 A / 2,5 mm²; differentieel type BEigen uitvoering; AREI-herkeuring; zie §7.1
132-weg zoneklep radiatorencircuitAangestuurd door FTC7-uitgang OUT8 (actief bij koelen)Sluit circuit 2 automatisch af in koelbedrijf
14DauwpuntsensorOp de BG-verdeler, gekoppeld aan HA/FTCBegrenst de koelaanvoer dynamisch → meer koelvermogen op droge dagen
Wifi-interface MAC-587IF-EOptioneelDeelt de CN105-poort met de bridge; enkel aanschaffen als garantieregistratie of inbedrijfstelling MELCloud vereist, daarna omwisselen
BuffervatVervaltDatabook tabel 5.6.2 vraagt slechts 5 + 7 L vrij volume (gematigd klimaat) — ruim gedekt door de ± 75 L vloerverwarming, mits vrij debiet (§5)
Opstelling op het dak (beoordeeld o.b.v. foto's; databook-minima 100 mm achter / 350 mm vóór worden ruim gehaald):
  • Positie: de rechterhoek nabij de regenpijp. R290-beschermzone (handleiding-revisie jan/feb 2026): 1 m rondom de unit, 30 cm hoog vanaf de basis. Binnen die zone zijn alleen ontstekingsbronnen en gebouwopeningen/kelderingangen lager dan 300 mm boven de unitbasis verboden; goten en riool-/regenwaterafvoeren zijn sinds die revisie expliciet toegestaan. Het slaapkamerraam ligt ruim boven de 300 mm-grens en is dus geen beperking meer; 1 m vrijhouden rond de unit volstaat. Laat de installateur de actuele handleidingrevisie hanteren.
  • Oriëntatie: rug naar de gevel (aanzuig achter/zijkant vrij), uitblaas evenwijdig aan de daklengte — niet tegen de dakopstand (recirculatie) en niet richting buren.
  • Montage: geballast frame op tegels/rubbers, zonder perforatie van de bitumen, stormvast conform fabrikantvoorschrift (fundatie-eis databook: draagkrachtig, M10-verankering).
  • Condens/ontdooiwater: naar de dakafvoer leiden — niet op het polycarbonaat verandadak ernaast (tikgeluid, ijsvorming).
  • Leidingtraject: 5,5 m via het dakbeschot naar zolder, ø28 mm koper (ERPX- en unit-aansluitingen zijn G1) tot aan de overgang op de bestaande 22×2-stamleidingen; vorstbescherming via de kleppen bij de monoblock (§7.4). Concrete uitvoering:
    • Isolatie in de goot: Armacell AF/ArmaFlex ACE, 28 mm × 19 mm wand (art. ACE-19X028; λ ≈ 0,033–0,036 W/m·K, ruim binnen de databook-eis ≤ 0,04). Buitendiameter wordt 66 mm. Binnen de goot is geen UV-mantel nodig — dat scheelt 2–4 mm die je hier niet hebt.
    • Isolatie op de vrije bochten buiten de goot: Armacell HT/ArmaFlex S, 28 × 19 mm — EPDM met fabrieksmatige coating, UV-bestendig, dus geen losse mantel of verf nodig. Alternatief: AF/ArmaFlex + Arma-Chek D-omhulling.
    • Goot: 1 per leiding. Voorkeur voor een airco-gootsysteem in UV-bestendig PVC met bijpassende bochten en eindstukken, bv. Inaba Denko Slimduct SD-100 (2 m-lengtes, met bochten, muurdoorvoeren en eindkappen; antraciet/wit/ivoor). Controleer bij bestelling de inwendige maat — die moet ≥ 70 mm zijn voor de 66 mm buis. Kies je een standaard installatiegoot 80 × 80 mm (inwendig ± 76 mm), neem dan een UV-stabiele uitvoering en maak de bochten buiten de goot.
    • Montage: ondersteun met isolatiedragers (Armafix-type) elke 1–1,5 m — nooit op de isolatie klemmen; boor afwateringsgaatjes op het laagste punt van elke goot (condens en inregenend water). Hydrobox en OSO-boiler komen op de huidige ketelpositie; de rookgasafvoer wordt na ontmanteling afgedopt of verwijderd.

3. Sanitair Warm Water — OSO Delta Geocoil DGC 200
KenmerkWaardeBeoordeling
Inhoud200 L RVS (duplex)Bij 55 °C ≈ 320 L mengwater van 40 °C → ruim voor 2 douches/dag; baddagen krap maar oplosbaar met slimme voorverwarming (§4)
Spiraaloppervlak2,6 m²Geschikt voor warmtepompen tot ± 15 kW → ruime match met de WZ85; lage laadtemperatuurverschillen = hoge SWW-COP
Elektrisch element2,8 kW (230 V)Alleen noodvoorziening bij storing/onderhoud; niet aangesloten op de FTC7 (die immersion-heateruitgang hoort bij de cylinder units), dus enkel handmatig of via een HA-relais te schakelen
Stilstandsverlies58 WOp de onverwarmde zolder een extra isolatiemantel overwegen
De FTC7 stuurt de SWW-lading via de 3-wegklep en de THW5-voeler in de OSO-voelerbuis; het legionellaprogramma (≥ 60 °C, wekelijks) draait volledig op de warmtepomp — geen enkel elektrisch element nodig. Dat is bovendien de efficiëntste én hygiënisch veiligste route: de warmtepomp verwarmt via de spiraal onderin het hele vat (COP ± 2 tegenover 1,0 bij een weerstand, ± € 10/jaar verschil), terwijl een dompelelement alleen het water erboven opwarmt en de koude bodemzone — juist de risicozone — onbehandeld laat. Sanitaire aansluiting conform Belgaqua: gekeurde veiligheidsgroep op de koudwatertoevoer (EA-keerklep + overdrukventiel volgens het OSO-voorschrift, afblaas via zichtbare onderbreking naar de afvoer), drinkwatergeschikt sanitair expansievat van ± 12 L en een thermostatisch mengventiel op het vertrek (verbrandingsbeveiliging bij 58 °C+). De vulwijze van het CV-circuit staat in §7.7.
4. Systeemintegratie & Slimme Sturing
Architectuur — Home Assistant als enige regisseur, met drie lokale koppelingen:
  1. FTC7 (ERPX-YM9E) → zelfbouw ESP32-bridge op CN105 (ESPHome, "ecodan-ha-local"; gekozen route, max € 50). Geeft lees- en schrijftoegang tot stooklijn en aanvoersetpoint, SWW-setpoint en -boost, bedrijfsmodus, blokkering en energiemonitoring. Commercieel alternatief indien ooit gewenst: Procon MelcoBEMS MINI A1M (Modbus, ± € 450). De smart-grid-ingangen IN11/IN12 van de FTC7 dienen als potentiaalvrije failsafe (SWW-boost forceren of blokkeren via een HA-relais).
  2. Victron Cerbo GX → MQTT/Modbus TCP — ESS-grid-setpoint, SoC en fasevermogens.
  3. Enphase Envoy → lokale API — actuele PV-productie.
Prioriteitenladder eigenverbruik (thermische opslag gaat vóór elektrochemische):
  1. PV-overschot ≥ ± 1,5 kW → SWW-boost naar 58 °C (± 4 kWh gratis thermische buffer; inplannen vóór baddagen).
  2. Daarna vloer-overboost van 0,5–1 °C via stooklijnverschuiving (de betonvloer is een gratis buffer).
  3. Daarna pas de Victron-batterij laden (32 kWh).
  4. Peakshaving: de Cerbo bewaakt het kwartiervermogen; HA blokkeert warmtepomp-boost (nooit de basisverwarming) zodra de netafname het plafond (bv. 5 kW) nadert — cruciaal naast twee EV's. De 9 kW-booster staat standaard uit en wordt in HA hard begrensd tot noodsituaties (ook de legionellacyclus vraagt hem niet).
Regels: lokale sturing via CN105/Modbus is het primaire pad, de smart-grid-ingangen de fallback, MELCloud hooguit tijdelijk voor garantieregistratie. Eén regisseur: geen parallelle PV-sturing (zoals een Enphase IQ Energy Router) naast HA. De PAR-set is de enige kamertemperatuurbron.
5. Afgifte-optimalisatie
LTV-geschiktheid: ja. Vloerverwarming op 15 cm legafstand (BG 6 groepen + 1e verdieping 3 groepen + wandverwarming badkamer) is volwaardig LTV; de praktijktest op 45–50 °C bewijst dat het radiatorencircuit meekan.

Ontwerpaanvoer: 45 °C bij −8 °C, weersafhankelijk geregeld door de FTC7 (het grootste deel van het seizoen 30–38 °C). SCOP-winst ten opzichte van 50 °C: ± 10 %. De premievoorwaarde (afgifte ≤ 55 °C) wordt ruim gehaald.

Verdelers vervangen: ja. De 20 jaar oude stalen mengverdelers met Wilo-pompen zijn met een weersafhankelijk geregelde warmtepomp overbodig én contraproductief. Beide worden vervangen door pomploze kunststof/RVS-verdelers met debietmeters. Voordelen: geen pendelende mengregelingen, lagere retourtemperatuur (betere COP), corrosiebron verdwenen en ± 90 W continu pompverbruik bespaard. Uitvoering: chemisch reinigen en spoelen, combi-vuilafscheider met magneetring plaatsen, waterzijdig inregelen van alle 9 groepen (debietmeters) en de radiatoren via de Eclipse-volumestroombegrenzers (stuklijst #6b), afsluitend inregelrapport.

Hydraulische randvoorwaarden: (1) Ontwerpdebiet: ΔT 7 K ≈ 17,5 L/min, met ΔT 6 K (≈ 20,5 L/min) als instelbare terugvaloptie. Het databook (tabel 5.6.3, p. B-94) noemt 14,3 L/min bij ΔT 8 K als aanbeveling en een werkbereik van 7,2–27,2 L/min (onder 5,0 L/min slaat de flow sensor af, boven 36,9 L/min erosierisico). ΔT 8 K blijkt hier echter te krap: geef je de 9 vloergroepen hun benodigde 1,2 L/min (648 L/u), dan resteert slechts 274 L/u voor de radiatoren die er bij 50/42 °C 451 nodig hebben. Bij ΔT 7 K resteert 406 L/u (−10 %, acceptabel) en bij ΔT 6 K 581 L/u (overschot). De snelheden blijven binnen de grenzen doordat het debiet zich over de twee aparte 22×2-circuits splitst: VV-stam maximaal ± 780 L/u (0,85 m/s), radiatorcircuit ± 450 L/u; aan de 28 mm-kant 20,5 L/min = 0,64 m/s. De ΔT is instelbaar op de FTC7 (5–20 K). De eerder overwogen 28 mm-vervanging van de stamtrajecten is hiermee van tafel. (2) Vrij debiet en volume voor ontdooiing: het databook (tabel 5.6.2) vraagt slechts 5 + 7 L vrij watervolume in gematigd klimaat — geborgd door ≥ 2 vloergroepen en de radiator op de overloop nooit af te sluiten, aangevuld met een automatische bypass (FTC7-minimumdebiet 5,0 L/min). Een buffervat is daarmee overbodig. (3) Het systeem draait op zuiver water met inhibitor (§7.4), dus zonder het vermogens- en viscositeitsverlies van een glycolmengsel; wordt glycol na toetsing door de installateur alsnog vereist, reken dan ± 5 % lager afgiftevermogen en ± 30 % hoger drukverlies in de inregeling.

Drukverliesbalans (nagerekend en extern geverifieerd; basis ΔT 8 K / ± 15 L/min):
TrajectDrukverlies
Buitenunit (kv 2,87 — incl. interne componenten zoals het ingebouwde magneetfilter)10,3 kPa
Koper ø28 buitenunit ↔ hydrobox (2 × 7 m, 116 Pa/m) + 50 % plaatselijk2,6 kPa
3-wegklep USV32 (kv 16) · 2 vorstkleppen · externe vuilafscheider + ontluchter± 1,2 kPa
PEX-AL 22×2 naar verdeler 1e verd. (2 × 4 m, 179 Pa/m) + 50 %2,1 kPa
PEX-AL 22×2 door naar BG (2 × 11 m, 93 Pa/m) + 50 %3,1 kPa
Vloergroep 100 m PEX 17×2 + verdeler/debietmeter± 1,6 kPa
Totaal maatgevend circuit± 21 kPa bij ΔT 8 · ± 27 kPa bij ΔT 7 · ± 37 kPa bij ΔT 6
Beschikbaar, ERPX-pomp stand 5 (curve fig. 5.6.16, p. B-94)± 70 kPa
Conclusie: ruime marge, ook op het ontwerppunt ΔT 7 K. Zet de pomp daarom niet op de fabrieksinstelling stand 5 maar op stand 3 (ΔT 7) of stand 4 (ΔT 6): scheelt ± 25–35 W continu, ofwel ± 100–130 kWh per stookseizoen. Stel dit in via de main controller en verifieer met de debietmeters op de verdelers.

Radiatorverificatie per ruimte (Brugman Centric; type afgeleid uit de diepte: 69 mm = T21, 110 mm = T22, 165 mm = T33 — de 69 mm-exemplaren zijn T21-panelen, geen T11; onafhankelijk bevestigd door de externe doorrekening. afgiftefactor bij 45/38 °C = 0,321 en bij 50/42 °C = 0,435 van nominaal EN442 75/65/20 — zie de formule in het kader onder de tabel):

Afmetingen (lengte × hoogte) en nominale vermogens conform de externe doorrekening:
RuimteRadiator (l×h)NominaalBij 45/38 °CBij 50/42 °COok VLV?Oordeel bij −8 °C
Overloop (1e)T21 600×900974 W313 W424 Wja✔ aanvulling op VLV
Slaapkamer 1T33 1000×5001.822 W585 W793 Wnee
Slaapkamer 2T22 800×5001.054 W338 W458 Wnee✔ bij 18–19 °C; grens bij 20,5 °C
Slaapkamer 3T33 1000×5001.822 W585 W793 Wnee
Kantoor (BG)T33 600×9001.795 W576 W781 Wnee✔ passend voor ± 10–12 m²
KeukenT22 600×9001.253 W402 W545 Wja✔ aanvulling op VLV
BijkeukenT21 800×500827 W265 W360 Wja✔ aanvulling op VLV
Totaal9.547 W3.064 W4.153 W
Afgiftefactor — formule en herleiding (EN 442). Radiatorfabrikanten geven het nominale vermogen Q_nom op bij 75/65/20 °C. Bij een ander regime geldt:

Q = Q_nom × (ΔT_log / 49,83)^n , met ΔT_log = (T_aanv − T_ret) / ln[(T_aanv − T_ruimte) / (T_ret − T_ruimte)]
  • 49,83 K = ΔT_log bij de normcondities 75/65/20
  • n = radiatorexponent; voor plaatradiatoren (Brugman Centric) n = 1,3
RegimeT_ruimteΔT_logfactor f
50/4221 °C25,9 K0,435
50/4220,5 °C26,4 K0,446
45/3820,5 °C20,9 K0,321
De tabel hierboven gebruikt 45/38 bij 20,5 °C (f = 0,321) — dat is geen ander uitgangspunt maar de gekozen ontwerpstooklijn (45 °C aanvoer bij −8 °C, laagst mogelijk voor de hoogste COP). De 50/42-kolom is de controle bij een eventueel hogere stooklijn; daar geldt f ≈ 0,435–0,446, niet de 0,47 uit de eerste doorrekening (± 8 % te hoog afgelezen). Met f = 0,435 leveren de radiatoren bij 50/42 samen 4.153 W ≈ 451 L/u (ΔT 8 K); bij de ontwerpstooklijn 45/38 is dat 3.064 W ≈ 330 L/u. Beide sluiten aan op de externe doorrekening.

Kanttekening: deze radiatorvermogens zijn géén exacte maat voor de warmtevraag per ruimte — radiatoren worden bij plaatsing doorgaans op overmaat gekozen (beperkte typekeuze), dus de werkelijke vraag ligt lager. Het bindende ankerpunt blijft daarom de warmteverliesberekening per ruimte (EN 12831) die de installateur vóór opdracht maakt (§8, offerte-eis 1); het radiatordebiet volgt daaruit, niet uit de toevallige radiatormaat.
Conclusie: alle vier radiator-only ruimtes (drie slaapkamers en het kantoor) zijn bij 45 °C ontwerpaanvoer gedekt. Enig monitorpunt in de eerste winter is slaapkamer 2, die alleen bij een gewenste 20,5 °C krap wordt; zo nodig is T22 → T33 (500×810) een kleine ingreep.

Debiet per vloergroep — opgelost via de ΔT-instelling (analyse extern geverifieerd). De vloergroepen hebben ± 1,2 L/min per stuk nodig (648 L/u totaal); een lus die minder krijgt zakt te ver terug (comfortnorm ≤ 5 K over de lus) en belandt in het laminaire stromingsgebied. De verdeling over de circuits per ΔT-instelling:
ΔTTotaalVV (648 L/u vast)Rest voor radiatorenBehoefte 451 L/u (50/42)
8 K922 L/u648274✗ factor 1,65 tekort
7 K1.054 L/u648406✔ −10 %, acceptabel
6 K1.229 L/u648581✔ overschot
Aanpak: inregelen op ΔT 7 K (vloergroepen op 1,2 L/min via de debietmeters, radiatoren op het restant) en de eerste winter meten; wordt het op radiator-ruimtes te krap, dan is ΔT 6 K een pure instelwijziging op de FTC7 — geen leidingwerk. Een extra circulatiepomp op de BG-verdeler blijft af te raden (vraagt hydraulische scheiding, haalt het voordeel van de pomploze verdelers onderuit).

Koeling (actieve vloerkoeling): de WZ85 koelt actief (werkbereik buiten +10 tot +46 °C; de FTC7 blokkeert koelen daaronder zelf). Benodigd: koelmodus vrijzetten in het FTC7-servicemenu; de OUT8-zoneklep (stuklijst #13) die het radiatorencircuit automatisch afsluit — slaapkamers en kantoor koelen dus niet mee; minimale koelaanvoer 18–20 °C, op droge dagen dynamisch verlaagbaar via de dauwpuntsensor (stuklijst #14); en dampdichte isolatie (Armaflex-type) van de stamleidingen en beide verdelers — het meest vergeten punt. Verwachting: ± 25–35 W/m² over ± 80 m² vloer = 2–2,8 kW temperen (2–4 °C verlaging), geen airco. Via HA vrijwel gratis op PV-overschot te draaien.
6. Financieel & Regelgeving (Vlaanderen 2026)
Capaciteitstarief (± 53 €/kW/jaar excl. btw op de maandelijkse kwartierpiek): de WZ85 trekt maximaal 12 A over drie fasen (in de praktijk 2–3 kW) en de 32 kWh 3-fasen Victron ESS vlakt de kwartierpiek 30–50 % af — de piekimpact is daarmee een non-issue. Gestuurd all-electric verslaat hybride: de vaste gaskosten (± € 100–130/j) vervallen en alle pieken worden geregisseerd.
PostToelichting
Mijn VerbouwPremie lucht-water, inkomenscategorie 2€ 1.500 (na de hervorming van 1/3/2026: verlaagd van € 2.250 voor cat. 1–2)
PremievoorwaardenRescert-installateur · netaansluiting vóór 2014 ✔ (2005) · afgifte ≤ 55 °C ✔ · factuur ≥ € 1.000 ✔ · digitaal via mijnverbouwpremie.be, binnen 24 maanden na eindfactuur
Btw6 % bij levering + plaatsing in één aannemingsovereenkomst (woning > 10 jaar ✔); zelf aangekocht materiaal valt onder 21 %
Verwijdering gasaansluitingKost navragen bij Fluvius (vaak beperkt of gratis bij vervanging door een warmtepomp)
EPC-labelpremieEPC 230 = label C; pas relevant bij een latere sprong naar label A/B
Kostenoverzicht — materiaal (incl. 21 % btw; kernprijzen geverifieerd 25/7/2026):
PostBedragVerificatie
PUZ-WZ85YAA buitenunit€ 3.811 – 4.235groothandel.be: € 3.811,50 promo / € 4.234,75 regulier, op voorraad
ERPX-YM9E hydrobox€ 2.751 – 3.057Geverifieerd via offerte groothandel.be: € 2.750,95 promo / € 3.056,50 regulier (Cebeo-art. 7812006, op bestelling). Let op bij bestellen: de ERSF-YM9E (€ 3.214,95) is de split-uitvoering met koudemiddelaansluitingen en past NIET op de PUZ-WZ85YAA
3-wegklep Mitsubishi USV32 + boilervoeler THW5€ 285 – 315USV32 geverifieerd € 222,25 (groothandel.be, op voorraad); voelers € 61–90 (PAC-TH012HT-E € 60,75)
Kamervoeler PAC-SE41TS-E (bedraad, TH1; bestaande kabel hergebruikt)€ 40 – 70Mitsubishi-accessoire; PAR-set vervalt (optie: + € 230–270, WR51R-E geverifieerd € 79,75)
2× LTV-verdeler RVS met debietmeters (materiaal)€ 350 – 550RVS 6-groeps ± € 175–250/st. (Magnum/VTE-klasse)
Corrosie-inhibitor Fernox Protector F1 500 ml (+ testset)€ 30 – 70Verkrijgbaar bij o.a. STG Group (stg-pro.be); glycol alsnog nodig? reken + € 150–220 voor Fernox HP-15C (§7.4)
2× vorstbeveiligingsklep Caleffi 108 + 2× isolatieschaal F0002553 (§7.4)€ 110 – 180Kleppen ± € 30–50/st.; isolatieschalen ± € 25–40/st. (o.a. Toch, Gent — prijs opvragen)
SpiroTrap MB3 28 mm + SpiroVent RV2 28 mm + bypass€ 200 – 320Spirotech via BE-groothandel (Desco/Van Marcke; artikelnummers bij bestelling verifiëren); los magnetietfilter vervallen (zit in hydrobox)
Belgaqua-set (veiligheidsgroep, sanitair vat, mengventiel, BA-vulset)€ 240 – 390Marktprijzen sanitair
Elektrisch materiaal (differentieel type B, automaten, kabel, goten, wandmontage)€ 500 – 1.000elektramat.be: type B 4p 40 A/30 mA vanaf € 129 (EMAT) tot ± € 300 (ABB); incl. XVB-kabel, kabelgoten en klein materiaal
Koeling: OUT8-zoneklep + dauwpuntsensor + dampdichte isolatie€ 270 – 450Marktprijzen
Leidingwerk ø28 mm koper (± 13 m) + isolatie + 2× gootsysteem + beugels/fittingen€ 600 – 900Zie §2 "Leidingtraject": AF/ArmaFlex ACE in de goot, HT/ArmaFlex S op de vrije bochten
Dakframe (geballast) + trillingsdempers + condensafvoer€ 300 – 500Marktprijzen daksteunen/ballastframe
7× IMI Heimeier Eclipse (F) radiatorventiel€ 250 – 400± € 35–55/st. incl. instelwerk-materiaal
HA-koppeling: zelfbouw ESP32 + CN105 (ESPHome)€ 25 – 50Eigen beheer
Materiaal totaal€ 9.745 – 12.525
Arbeid (Rescert-installateur, apart te specificeren in de offerte):
ActiviteitUren
Dakframe + buitenunit plaatsen (incl. verticaal transport)6 – 8
Leidingtraject dak → zolder, isolatie, dakdoorvoer4 – 6
Demontage Nefit + afdoppen rookgasafvoer3 – 4
Hydrobox + OSO + 3-wegklep hydraulisch monteren8 – 10
2× verdeler vervangen + chemisch reinigen + spoelen8 – 10
Vullen (water + inhibitor via BA-vulling), ontluchten, waterzijdig inregelen + rapport4 – 6
Elektrische verificatie + aansluiten buitenunit en hydrobox2 – 3
Inbedrijfstelling, instellingen (stooklijn, SWW, koelmodus), oplevering4 – 5
Totaal arbeid± 39 – 52 uur
À € 65–80/u (6 % btw bij aanneming)€ 2.800 – 4.200
Totalen:
Bedrag
Materiaal (21 % btw) + arbeid (6 % btw) + AREI-herkeuring (€ 150–250, eigen regie)€ 12.695 – 16.975
Mijn VerbouwPremie (cat. 2)− € 1.500
Netto-investering± € 11.195 – 15.475
Koopt de installateur (een deel van) het materiaal en plaatst hij het in één aannemingsovereenkomst, dan zakt op dat deel de btw van 21 % naar 6 % — laat de offerte beide varianten tonen. NB: de premie vereist een factuur van ≥ € 1.000 door de Rescert-installateur.

Verwacht elektrisch verbruik: ± 3.400–3.800 kWh/j (SCOP ≈ 4,2 verwarming, ≈ 3,0 SWW) — grotendeels af te dekken met PV en ESS.
7. Technische eisen, risico's & normen
  1. AREI / elektrisch (TT-net, eigen uitvoering). Databook §5.4 eist: aardlekbeveiliging in de 3N~ 400 V-voeding, gecombineerd met overstroombeveiliging op dezelfde lijn als de aardlek die niet heeft; alpolige afschakeling met ≥ 3,0 mm contactopening; automaat 16 A voor de buitenunit (max 12 A); eigen 3-fasen kring 16 A / 2,5 mm² voor de 9 kW-booster (via ECB1 in de hydrobox); interconnectie hydrobox–buitenunit 3×1,5 mm² + aarde (S1–S2 230 V AC / S2–S3 24 V DC, max 45 m). Buitenbekabeling mechanisch beschermd en UV-bestendig. Het databook noemt geen differentieeltype of gevoeligheid; wegens mogelijke gladde DC-foutstromen van de 3-fasen inverter is type B de veilige keuze op dit TT-net (type A kan verblinden, type AC volstaat niet). Laat de installateur het type schriftelijk adviseren met verwijzing naar de installatiehandleiding; type A passeert de keuring doorgaans zolang de handleiding zwijgt, maar type B dekt het restrisico bij incident en verzekering. AREI-herkeuring na de wijziging.
  2. R290 (propaan). Beschermzone conform de actuele installatiehandleiding (revisie jan/feb 2026): 1 m rondom, 30 cm hoog vanaf de unitbasis. Verboden binnen de zone: ontstekingsbronnen en gebouwopeningen/kelderingangen binnen 300 mm boven de basis (ramen, deuren, ventilatieopeningen); goten en afvoeren zijn expliciet toegestaan. Voor dit dak betekent dat: slaapkamerraam en dakafvoer vormen geen beperking; wel blijft gelden dat R290 zwaarder is dan lucht — geen verdiepte opstelling, en de zone loopt over de dakrand mee naar beneden (verandadak/terras: geen ontstekingsbronnen direct onder de rand). België stelt geen aanvullende afstandseisen: de fabrikantshandleiding (EN 378/IEC 60335-2-40) is de norm. Plaatsing op een plat dak aan de achtergevel is in Vlaanderen doorgaans vergunningsvrij — gemeentelijke voorschriften even verifiëren.
  3. Geluid (Vlarem). Richtwaarde ± 40 dB(A) 's nachts aan de perceelsgrens. Met PWL 54 dB(A) op 5 m ≈ 32 dB(A) vrije-veld: ruim conform, zelfs zonder silent mode; de dakopstand schermt bovendien af richting tuin.
  4. Vorstbescherming — kleppen + inhibitor, géén glycol (te toetsen door de installateur). Gekozen uitvoering: systeem op zuiver water met Fernox Protector F1 (500 ml volstaat tot 130 L; Belgaqua-goedgekeurd), vorstbescherming via twee Caleffi iStop 108-kleppen met isolatieschalen (stuklijst #7b). Dit is in NL en BE de gangbare oplossing bij monoblocs en behoudt het volle afgiftevermogen, de lagere pompenergie en het onderhoudsgemak (geen concentratie- en pH-controle, geen verdunning bij bijvullen). Uitdrukkelijk aandachtspunt voor de installateur: het databook (sectie 5.6.2, p. B-92) schrijft voor alle Hydro-Split-systemen een "combined inhibitor and anti-freeze solution" voor, en de Ecodan-installatiedocumentatie noemt 20–25 % antivries. Kleppen worden in die documenten niet als alternatief genoemd — laat de installateur daarom schriftelijk bevestigen dat kleppen + inhibitor voor dit toestel volstaan en de garantie in stand houden, met verwijzing naar de installatiehandleiding van de PUZ-WZ85YAA/ERPX en zo nodig navraag bij Mitsubishi Belux. Blijkt glycol toch vereist, dan wordt Fernox HP-15C toegepast (voorgemengd propyleenglycol met inhibitor — het product dat Mitsubishi in de Ecodan-documentatie zelf noemt; ± € 150–220, ± 5 % lager afgiftevermogen, "delivered energy adjustment" in de FTC7 instellen). Randvoorwaarden bij de klepoplossing: kleppen op het laagste punt buiten, met isolatieschalen; afvoer zó leiden dat er géén water op de dakbedekking of het verandadak komt (ijsvorming); systeemdruk in HA bewaken met alarm, zodat een openstaande of lekkende klep direct opvalt in plaats van pas bij uitval; bijvulwater conform VDI 2035 en inhibitorconcentratie na elk bijvullen controleren. Inhibitor houdt het circuit op vloeistofcategorie 4, dus de BA-beveiligde vulling uit §7.7 blijft verplicht. Ontdooiwater van de unit naar de dakafvoer, niet op het verandadak.
  5. Zolder. Betonvloer: draagkracht bevestigd (boiler gevuld ± 270 kg). Lekbak met afvoer onder de boiler; leidingen isoleren tegen het vorstrisico van de onverwarmde zolder.
  6. Hydrauliek & waterkwaliteit. Ontwerp op ΔT 7 K ≈ 17,5 L/min (ΔT 6 K als instelbare terugval, zie §5); pomp op stand 3–4 i.p.v. de fabrieksinstelling stand 5 — het maatgevende circuit vraagt 27–37 kPa tegenover ± 70 kPa beschikbaar (§5); vrij ontdooidebiet borgen (§5); bestaande installatie chemisch reinigen vóór aansluiting (databook-eis); combi-vuilafscheider met magneetring in de retour (het fijne magneetfilter zit al in de hydrobox); primair water conform VDI 2035 (databook noemt België expliciet), pH 6,5–10,0. Expansievat (extern geverifieerd): het ingebouwde 10 L-vat (voordruk 1,0 bar; let op: de 12 L zit in de EHPT/ERPT-cilinderunits, de ERPX heeft 10 L — databook 2.2) dekt per Mitsubishi-formule bij zuiver water tot ± 219 L systeeminhoud. De inhoud ligt tussen ± 130 L (eigen raming, ± 560 m vloerlus) en ± 212 L (externe doorrekening met 100 m per groep) — beide binnen de dekking; bij de reële maximumtemperatuur van 45–50 °C is de marge hoe dan ook ruim. Praktische voorziening: plaats een afgeblind T-stuk in de retour bij de hydrobox, zodat bij een defect intern vat eenvoudig een extern vat wordt bijgeplaatst zonder de hydrobox te openen (bespaart ± € 250 aan arbeid). Koud vullen op 1,2–1,5 bar. Inhibitordosering afstemmen op de wérkelijke inhoud: Fernox F1 doseert 500 ml per 130 L — bij ± 210 L zijn twee flessen nodig. Dit CV-vat staat los van het sanitaire expansievat.
  7. Belgaqua. (a) Gekeurde veiligheidsgroep op de koudwatertoevoer van de OSO (EA-keerklep + overdrukventiel per OSO-voorschrift), afblaas via zichtbare onderbreking naar de afvoer. (b) Sanitair expansievat in drinkwatergeschikte, Belgaqua-gelijste uitvoering. (c) CV-vulling: verwarmingswater met inhibitor (en eventueel glycol) is vloeistofcategorie 4 (EN 1717) — een vaste vulverbinding met het drinkwaternet is niet toegelaten; vullen via een losneembare verbinding met BA-terugstroombeveiliging of een extern vulvat/vulpomp.
  8. Sturing. Eén regisseur (HA), geen parallelle PV-sturing; peakshaving-plafond afstemmen op het EV-laadvermogen; booster begrensd tot noodsituaties; PAR-set als enige kamertemperatuurbron.
  9. Rescert. Certificaatnummer van de installateur borgen vóór ondertekening — zonder attest geen premie.

8. Uitvoeringsplan
Fase 1 — Offerte (± 2–4 weken):
  1. Offertes bij 2–3 Rescert-gecertificeerde Mitsubishi-installateurs; Rescert-nummer op de offerte (premievoorwaarde).
  2. Offerte-eisen: warmteverliesberekening per ruimte (EN 12831) ter bevestiging van de ± 7 kW; configuratie exact volgens de stuklijst (§2); ontwerp-ΔT 7–8 K; waterzijdige inregeling met inregelrapport; geballast dakframe zonder dakperforatie; R290-beschermzone conform de actuele handleidingrevisie (1 m rondom / 30 cm hoog); differentieeltype schriftelijk geadviseerd.
  3. Contractueel vastleggen: stooklijninstelling bij oplevering (45 °C bij −8 °C), koelmodus vrijgezet, garantietermijnen, optioneel onderhoudscontract.
Fase 2 — Uitvoering (± 3–5 dagen):
  1. Dag 1–2: dakframe en buitenunit, leidingtraject via het dakbeschot, hydrobox + OSO + 3-wegklep op zolder, demontage Nefit.
  2. Dag 2–3: verdelers vervangen, chemisch reinigen en spoelen, filters en ontluchter plaatsen, vorstbeveiligingskleppen met isolatieschalen plaatsen, vullen met zuiver water + Fernox Protector F1 via BA-beveiligde vulling, ontluchten (1,2–1,5 bar koud).
  3. Dag 3–4: eigen elektrisch werk afronden, installateur verifieert en sluit aan, AREI-keuring, inbedrijfstelling en inregeling, rookgasafvoer afdoppen.
  4. Gasaansluiting laten afsluiten/verwijderen via Fluvius, ná een volledige stookproef.
Fase 3 — Slimme sturing (eigen beheer):
  1. CN105-bridge direct bij oplevering plaatsen; 1–2 weken op fabrieksregeling draaien voor referentiedata in HA.
  2. Daarna de prioriteitenladder (§4) stapsgewijs activeren: eerst SWW-boost op PV-overschot, dan vloer-overboost, dan de peakshaving-koppeling met de Cerbo.
  3. Eerste winter: slaapkamer 2 monitoren (§5) en de stooklijn stapsgewijs verlagen tot de comfortgrens.
Fase 4 — Administratie:
  1. Premieaanvraag via mijnverbouwpremie.be binnen 24 maanden na de eindfactuur (cat. 2, € 1.500).
  2. EPC laten actualiseren — relevant voor een latere labelpremie of verkoop.

Bronnen
Mitsubishi Ecodan (gekozen systeem):
  • Ecodan ATW Databook PUZ-WZ Vol. 1.0 (aangeleverd): buitenunit-specs p. A-3/A-4 · capaciteitscurves p. A-42 · Best-COP p. A-44 · installatielocatie/fundatie p. A-58 e.v. · hydrobox-specs en componenten p. B-5, 5.5.1 · expansievat p. B-38 · vrij watervolume tabel 5.6.2 · anti-vries/waterkwaliteit p. B-92 · elektrisch §5.4 · regelopties §4.7.1
  • Mitsubishi Electric — Ecodan R290 productpagina · PI-sheet PUZ-WZ85/100/120 V/YAA (PDF)
SWW-boiler:Premies, btw & capaciteitstarief (Vlaanderen 2026):AREI & keuring:Slimme sturing:R290-plaatsing (§2/§7.2):Vorstbescherming & waterbehandeling (§7.4):
Pagina: 1