Inmiddels ben ik met wat hulp van een kennis een heel stuk verder. Dit is het huidige plan. Nu nog een installateur vinden die het zo wil maken, want dat valt niet mee in Belgisch limburg.
----
Installatieplan all-electric warmtepomp
Mitsubishi Ecodan PUZ-WZ85YAA — open bebouwing Vlaanderen (juli 2026)
1. Vermogensberekening & Haalbaarheid
Warmteverlies op basis van gasverbruik (meest betrouwbare methode):| Post | Waarde |
|---|
| Gasverbruik totaal | 16.500 kWh/j (bovenwaarde) |
| SWW-aandeel (3 pers., 2× douche/dag + 2× bad/week ≈ 125 L/dag @ 40 °C) | ± 2.400 kWh gas → 1.600 kWh netto |
| Gas voor ruimteverwarming | ± 14.100 kWh/j |
| Netto warmtevraag (seizoensrendement 20 j oude HR-ketel ± 90 %) | ± 12.700 kWh/j |
| Ontwerpvermogen bij 1.700–1.900 vollasturen (Vlaanderen) | 6,7 – 7,4 kW |
Kruiscontroles: graaddagenmethode (H ≈ 220 W/K × ΔT 28,5 K bij −8 °C buiten / 20,5 °C binnen) → 6,3 kW; kengetal bouwjaar 2005 (45–55 W/m² × 150 m² verwarmd) → 6,8–8,2 kW. Alle methodes convergeren op
± 7 kW warmteverlies bij −8 °C, exclusief SWW-hersteltijd.
Match met de PUZ-WZ85YAA (databook):| Conditie | Vermogen WZ85 | Beoordeling |
|---|
| A−7 / W45, maximaal (curve p. A-42) | ± 9 kW | 28 % marge op de 7 kW-last, incl. ontdooien |
| A−7 / W55, maximaal | ± 8,5 kW | SWW-lading bij vorst geen probleem |
| ErP-declaratie Tj −7 °C | Pdh 7,1 kW · COP 2,17 (W55) / 2,96 (W35) | Bivalentiepunt −7 °C, WTOL 75 °C |
| Werkbereik | tot −25 °C buiten · aanvoer max 75 °C | Ruim |
De 8,5 kW-klasse moduleert diep genoeg voor de lage deellast in het tussenseizoen (minimaal pendelen), en de geslaagde praktijktest op 45–50 °C aanvoer bevestigt dat het afgiftesysteem meekan.
All-electric is hier zonder voorbehoud haalbaar, zonder structureel gebruik van de back-upweerstand.
2. Configuratie
Systeem: PUZ-WZ85YAA buitenunit (R290 Hydro-Split, 3ø 400 V, max 12 A, automaat 16 A, SPL 47 / PWL 54 dB(A), 117 kg, debietbereik 7,2–27,2 L/min) op het platte dak, met een wandhangende ERPX-YM9E hydrobox op zolder en een 3-wegklep naar de OSO-boiler.
Hydrobox ERPX-YM9E — gekozen boven de VM6E-variant omdat de 9 kW-booster op 3~ 400 V het net symmetrisch belast (± 13 A per fase, tegenover 26 A op één fase bij de VM6E) en daarmee past bij het F40/3N TT-net, de twee EV's en de geplande 3-fasen Victron ESS. De booster dient
uitsluitend als noodback-up (storing of extreme kou) en wordt via de FTC7 en Home Assistant begrensd; de legionellacyclus loopt volledig op de warmtepomp (§3).
Stuklijst:| # | Component | Type | Functie / opmerking |
|---|
| 1 | Buitenunit | PUZ-WZ85YAA | R290 Hydro-Split, 3ø 400 V, max 12 A, automaat 16 A, 117 kg |
| 2 | Hydrobox (wandmontage zolder) | ERPX-YM9E | FTC7-regelaar, circulatiepomp, 10 L expansievat, veiligheidsventiel 5 bar (het 3 bar-systeemventiel zit in de buitenunit), booster 9 kW 3~ (enkel noodback-up) |
| 3 | SWW-buffer | OSO Delta Geocoil DGC 200 (aanwezig) | Spiraal 2,6 m²; laden op 55–58 °C |
| 4 | 3-wegklep SWW/CV | Mitsubishi USV32 (omschakelklep verw./SWW, DN32) op de FTC7 | Incl. boilervoeler THW5 (bijv. PAC-TH011TK-E) in de OSO-voelerbuis |
| 5 | Kamervoeler woonkamer | Bedrade thermistor PAC-SE41TS-E op TH1-ingang FTC7 (regeloptie B, databook §4.7.1) | Hergebruik bestaande thermostaatkabel (YMvK 2×1,5 mm², 12 m; 12 + 5 m voelerkabel < 30 m-limiet); verbinding solderen + isoleren, weg van 230 V-bedrading. Enige temperatuurbron — geen "remote temperature" via HA ernaast; bediening via HA/main controller. Optie: PAR-WT50R-E + PAR-WR51R-E (± € 230–270, WR51R-E geverifieerd € 79,75) als later toch fysieke bediening beneden gewenst is |
| 6 | LTV-verdelers | 2× kunststof/RVS, pomploos, met debietmeters (6 + 3 groepen) | Vervangt de stalen mengverdelers en beide Wilo-pompen |
| 6b | Radiatorventielen | 7× IMI Heimeier Eclipse (thermostatisch ventiel met automatische volumestroombegrenzing, instelbaar 10–150 L/u; bij ventielradiatoren de Eclipse F-inzet) | Noodzakelijk om de lage radiatordebieten (± 24–52 L/u per stuk) daadwerkelijk in te stellen — drukonafhankelijk, dus stabiel als andere ventielen of de OUT8-zoneklep schakelen |
| 7 | Corrosie-inhibitor: Fernox Protector F1 (systeem op zuiver water, géén glycol) | 500 ml doseert tot 130 L — dosering afstemmen op de werkelijke systeeminhoud (raming 130–212 L, zie §7.6: mogelijk 2 flessen); Belgaqua-, KIWA- en NSF-goedgekeurd, geschikt voor gemengde materialen (staal, koper, aluminium, RVS). Doseren via de vulset of de vuilafscheider. Alternatief: Sentinel X100 (1 L/100 L) | Databook: "Corrosion inhibitor however should ALWAYS be used." Belgaqua-erkenning is hier relevant omdat het circuit vloeistofcategorie 4 blijft (§7.7). Vorstbescherming loopt via de kleppen (#7b) — laat de installateur dit toetsen, zie §7.4. Wordt glycol alsnog vereist: Fernox HP-15C (voorgemengd propyleenglycol + inhibitor), het product dat Mitsubishi in de Ecodan-documentatie zelf noemt |
| 7b | Vorstbeveiligingskleppen | 2× Caleffi iStop serie 108 (bijv. 108601, 1"), direct buiten bij de monoblock op het laagste punt in aanvoer en retour — met isolatieschalen Caleffi F0002553 (verplicht bij buitenopstelling: houdt de klep op waterzijdige temperatuur en voorkomt vals openen door koude buitenlucht) | Openen mechanisch en stroomloos bij 3 °C, sluiten bij 4 °C. Afvoer zó leiden dat er géén water op dakbedekking of verandadak komt (ijsvorming); systeemdruk in HA bewaken met alarm |
| 8 | Vuilafscheider met magneet: SpiroTrap MB3, 28 mm knel | Horizontaal in de retour vóór de hydrobox | Los magnetietfilter vervalt: de hydrobox heeft een ingebouwd magneetfilter (databook 5.5.1); de combi-afscheider vangt grof vuil + magnetiet vóór de unit en is zonder aftappen te reinigen (20 j staal in het systeem) |
| 9 | Microbellenontluchter: SpiroVent RV2, 28 mm knel | Horizontaal in de aanvoer direct na de hydrobox (heetste punt, conform Spirotech-plaatsingsinstructie) | Aanvulling, geen dubbeling: de hydrobox heeft volgens databook 5.5.1 (item 11) wél een ingebouwde automatische ontluchter, maar dat is een vlotterontluchter die alleen verzamelde lucht bovenin de unit afvoert — géén circulerende microbellen uit de stroom. Op dit 20 j oude, opnieuw te vullen stalen systeem is de RV2 die functie waard (weerstand ± 0,2 kPa). Wil je besparen (± € 80–120): weglaten en vertrouwen op de ingebouwde ontluchter, met tragere ontluchting als risico |
| 10 | Lokale HA-koppeling | Zelfbouw ESP32 + CN105-connector (ESPHome, "ecodan-ha-local") | Eigen beheer, max € 50; zie §4 |
| 11 | Belgaqua-set | Gekeurde veiligheidsgroep (EA-keerklep + overdrukventiel per OSO-voorschrift), optioneel sanitair expansievat 8 L (doorstroomtype, drinkwatergeschikt — niet verplicht in België; voorkomt dagelijks afblazen ± 1–2 L via de veiligheidsgroep en verkalking daarvan), thermostatisch mengventiel, losneembare vulverbinding met BA-beveiliging voor het CV-circuit (inhibitor = vloeistofcategorie 4) | Zie §7.7 |
| 12 | Elektrisch | Kring buitenunit 5G2,5 mm² / 16 A + aparte 3-f boosterkring 16 A / 2,5 mm²; differentieel type B | Eigen uitvoering; AREI-herkeuring; zie §7.1 |
| 13 | 2-weg zoneklep radiatorencircuit | Aangestuurd door FTC7-uitgang OUT8 (actief bij koelen) | Sluit circuit 2 automatisch af in koelbedrijf |
| 14 | Dauwpuntsensor | Op de BG-verdeler, gekoppeld aan HA/FTC | Begrenst de koelaanvoer dynamisch → meer koelvermogen op droge dagen |
| — | Wifi-interface MAC-587IF-E | Optioneel | Deelt de CN105-poort met de bridge; enkel aanschaffen als garantieregistratie of inbedrijfstelling MELCloud vereist, daarna omwisselen |
| — | Buffervat | Vervalt | Databook tabel 5.6.2 vraagt slechts 5 + 7 L vrij volume (gematigd klimaat) — ruim gedekt door de ± 75 L vloerverwarming, mits vrij debiet (§5) |
Opstelling op het dak (beoordeeld o.b.v. foto's; databook-minima 100 mm achter / 350 mm vóór worden ruim gehaald):
- Positie: de rechterhoek nabij de regenpijp. R290-beschermzone (handleiding-revisie jan/feb 2026): 1 m rondom de unit, 30 cm hoog vanaf de basis. Binnen die zone zijn alleen ontstekingsbronnen en gebouwopeningen/kelderingangen lager dan 300 mm boven de unitbasis verboden; goten en riool-/regenwaterafvoeren zijn sinds die revisie expliciet toegestaan. Het slaapkamerraam ligt ruim boven de 300 mm-grens en is dus geen beperking meer; 1 m vrijhouden rond de unit volstaat. Laat de installateur de actuele handleidingrevisie hanteren.
- Oriëntatie: rug naar de gevel (aanzuig achter/zijkant vrij), uitblaas evenwijdig aan de daklengte — niet tegen de dakopstand (recirculatie) en niet richting buren.
- Montage: geballast frame op tegels/rubbers, zonder perforatie van de bitumen, stormvast conform fabrikantvoorschrift (fundatie-eis databook: draagkrachtig, M10-verankering).
- Condens/ontdooiwater: naar de dakafvoer leiden — niet op het polycarbonaat verandadak ernaast (tikgeluid, ijsvorming).
- Leidingtraject: 5,5 m via het dakbeschot naar zolder, ø28 mm koper (ERPX- en unit-aansluitingen zijn G1) tot aan de overgang op de bestaande 22×2-stamleidingen; vorstbescherming via de kleppen bij de monoblock (§7.4). Concrete uitvoering:
- Isolatie in de goot: Armacell AF/ArmaFlex ACE, 28 mm × 19 mm wand (art. ACE-19X028; λ ≈ 0,033–0,036 W/m·K, ruim binnen de databook-eis ≤ 0,04). Buitendiameter wordt 66 mm. Binnen de goot is geen UV-mantel nodig — dat scheelt 2–4 mm die je hier niet hebt.
- Isolatie op de vrije bochten buiten de goot: Armacell HT/ArmaFlex S, 28 × 19 mm — EPDM met fabrieksmatige coating, UV-bestendig, dus geen losse mantel of verf nodig. Alternatief: AF/ArmaFlex + Arma-Chek D-omhulling.
- Goot: 1 per leiding. Voorkeur voor een airco-gootsysteem in UV-bestendig PVC met bijpassende bochten en eindstukken, bv. Inaba Denko Slimduct SD-100 (2 m-lengtes, met bochten, muurdoorvoeren en eindkappen; antraciet/wit/ivoor). Controleer bij bestelling de inwendige maat — die moet ≥ 70 mm zijn voor de 66 mm buis. Kies je een standaard installatiegoot 80 × 80 mm (inwendig ± 76 mm), neem dan een UV-stabiele uitvoering en maak de bochten buiten de goot.
- Montage: ondersteun met isolatiedragers (Armafix-type) elke 1–1,5 m — nooit op de isolatie klemmen; boor afwateringsgaatjes op het laagste punt van elke goot (condens en inregenend water). Hydrobox en OSO-boiler komen op de huidige ketelpositie; de rookgasafvoer wordt na ontmanteling afgedopt of verwijderd.
3. Sanitair Warm Water — OSO Delta Geocoil DGC 200
| Kenmerk | Waarde | Beoordeling |
|---|
| Inhoud | 200 L RVS (duplex) | Bij 55 °C ≈ 320 L mengwater van 40 °C → ruim voor 2 douches/dag; baddagen krap maar oplosbaar met slimme voorverwarming (§4) |
| Spiraaloppervlak | 2,6 m² | Geschikt voor warmtepompen tot ± 15 kW → ruime match met de WZ85; lage laadtemperatuurverschillen = hoge SWW-COP |
| Elektrisch element | 2,8 kW (230 V) | Alleen noodvoorziening bij storing/onderhoud; niet aangesloten op de FTC7 (die immersion-heateruitgang hoort bij de cylinder units), dus enkel handmatig of via een HA-relais te schakelen |
| Stilstandsverlies | 58 W | Op de onverwarmde zolder een extra isolatiemantel overwegen |
De FTC7 stuurt de SWW-lading via de 3-wegklep en de THW5-voeler in de OSO-voelerbuis; het legionellaprogramma (≥ 60 °C, wekelijks) draait
volledig op de warmtepomp — geen enkel elektrisch element nodig. Dat is bovendien de efficiëntste én hygiënisch veiligste route: de warmtepomp verwarmt via de spiraal onderin het hele vat (COP ± 2 tegenover 1,0 bij een weerstand, ± € 10/jaar verschil), terwijl een dompelelement alleen het water erboven opwarmt en de koude bodemzone — juist de risicozone — onbehandeld laat. Sanitaire aansluiting conform Belgaqua: gekeurde veiligheidsgroep op de koudwatertoevoer (EA-keerklep + overdrukventiel volgens het OSO-voorschrift, afblaas via zichtbare onderbreking naar de afvoer), drinkwatergeschikt sanitair expansievat van ± 12 L en een thermostatisch mengventiel op het vertrek (verbrandingsbeveiliging bij 58 °C+). De vulwijze van het CV-circuit staat in §7.7.
4. Systeemintegratie & Slimme Sturing
Architectuur — Home Assistant als enige regisseur, met drie lokale koppelingen:- FTC7 (ERPX-YM9E) → zelfbouw ESP32-bridge op CN105 (ESPHome, "ecodan-ha-local"; gekozen route, max € 50). Geeft lees- en schrijftoegang tot stooklijn en aanvoersetpoint, SWW-setpoint en -boost, bedrijfsmodus, blokkering en energiemonitoring. Commercieel alternatief indien ooit gewenst: Procon MelcoBEMS MINI A1M (Modbus, ± € 450). De smart-grid-ingangen IN11/IN12 van de FTC7 dienen als potentiaalvrije failsafe (SWW-boost forceren of blokkeren via een HA-relais).
- Victron Cerbo GX → MQTT/Modbus TCP — ESS-grid-setpoint, SoC en fasevermogens.
- Enphase Envoy → lokale API — actuele PV-productie.
Prioriteitenladder eigenverbruik (thermische opslag gaat vóór elektrochemische):
- PV-overschot ≥ ± 1,5 kW → SWW-boost naar 58 °C (± 4 kWh gratis thermische buffer; inplannen vóór baddagen).
- Daarna vloer-overboost van 0,5–1 °C via stooklijnverschuiving (de betonvloer is een gratis buffer).
- Daarna pas de Victron-batterij laden (32 kWh).
- Peakshaving: de Cerbo bewaakt het kwartiervermogen; HA blokkeert warmtepomp-boost (nooit de basisverwarming) zodra de netafname het plafond (bv. 5 kW) nadert — cruciaal naast twee EV's. De 9 kW-booster staat standaard uit en wordt in HA hard begrensd tot noodsituaties (ook de legionellacyclus vraagt hem niet).
Regels: lokale sturing via CN105/Modbus is het primaire pad, de smart-grid-ingangen de fallback, MELCloud hooguit tijdelijk voor garantieregistratie. Eén regisseur: geen parallelle PV-sturing (zoals een Enphase IQ Energy Router) naast HA. De PAR-set is de enige kamertemperatuurbron.
5. Afgifte-optimalisatie
LTV-geschiktheid: ja. Vloerverwarming op 15 cm legafstand (BG 6 groepen + 1e verdieping 3 groepen + wandverwarming badkamer) is volwaardig LTV; de praktijktest op 45–50 °C bewijst dat het radiatorencircuit meekan.
Ontwerpaanvoer: 45 °C bij −8 °C, weersafhankelijk geregeld door de FTC7 (het grootste deel van het seizoen 30–38 °C). SCOP-winst ten opzichte van 50 °C: ± 10 %. De premievoorwaarde (afgifte ≤ 55 °C) wordt ruim gehaald.
Verdelers vervangen: ja. De 20 jaar oude stalen mengverdelers met Wilo-pompen zijn met een weersafhankelijk geregelde warmtepomp overbodig én contraproductief. Beide worden vervangen door pomploze kunststof/RVS-verdelers met debietmeters. Voordelen: geen pendelende mengregelingen, lagere retourtemperatuur (betere COP), corrosiebron verdwenen en ± 90 W continu pompverbruik bespaard. Uitvoering: chemisch reinigen en spoelen, combi-vuilafscheider met magneetring plaatsen, waterzijdig inregelen van alle 9 groepen (debietmeters) en de radiatoren via de Eclipse-volumestroombegrenzers (stuklijst #6b), afsluitend inregelrapport.
Hydraulische randvoorwaarden: (1)
Ontwerpdebiet: ΔT 7 K ≈ 17,5 L/min, met ΔT 6 K (≈ 20,5 L/min) als instelbare terugvaloptie. Het databook (tabel 5.6.3, p. B-94) noemt 14,3 L/min bij ΔT 8 K als aanbeveling en een werkbereik van 7,2–27,2 L/min (onder 5,0 L/min slaat de flow sensor af, boven 36,9 L/min erosierisico). ΔT 8 K blijkt hier echter te krap: geef je de 9 vloergroepen hun benodigde 1,2 L/min (648 L/u), dan resteert slechts 274 L/u voor de radiatoren die er bij 50/42 °C 451 nodig hebben. Bij
ΔT 7 K resteert 406 L/u (−10 %, acceptabel) en bij
ΔT 6 K 581 L/u (overschot). De snelheden blijven binnen de grenzen doordat het debiet zich over de twee aparte 22×2-circuits splitst: VV-stam maximaal ± 780 L/u (0,85 m/s), radiatorcircuit ± 450 L/u; aan de 28 mm-kant 20,5 L/min = 0,64 m/s. De ΔT is instelbaar op de FTC7 (5–20 K).
De eerder overwogen 28 mm-vervanging van de stamtrajecten is hiermee van tafel. (2)
Vrij debiet en volume voor ontdooiing: het databook (tabel 5.6.2) vraagt slechts 5 + 7 L vrij watervolume in gematigd klimaat — geborgd door ≥ 2 vloergroepen en de radiator op de overloop nooit af te sluiten, aangevuld met een automatische bypass (FTC7-minimumdebiet 5,0 L/min). Een buffervat is daarmee overbodig. (3) Het systeem draait op zuiver water met inhibitor (§7.4), dus zonder het vermogens- en viscositeitsverlies van een glycolmengsel; wordt glycol na toetsing door de installateur alsnog vereist, reken dan ± 5 % lager afgiftevermogen en ± 30 % hoger drukverlies in de inregeling.
Drukverliesbalans (nagerekend en extern geverifieerd; basis ΔT 8 K / ± 15 L/min):| Traject | Drukverlies |
|---|
| Buitenunit (kv 2,87 — incl. interne componenten zoals het ingebouwde magneetfilter) | 10,3 kPa |
| Koper ø28 buitenunit ↔ hydrobox (2 × 7 m, 116 Pa/m) + 50 % plaatselijk | 2,6 kPa |
| 3-wegklep USV32 (kv 16) · 2 vorstkleppen · externe vuilafscheider + ontluchter | ± 1,2 kPa |
| PEX-AL 22×2 naar verdeler 1e verd. (2 × 4 m, 179 Pa/m) + 50 % | 2,1 kPa |
| PEX-AL 22×2 door naar BG (2 × 11 m, 93 Pa/m) + 50 % | 3,1 kPa |
| Vloergroep 100 m PEX 17×2 + verdeler/debietmeter | ± 1,6 kPa |
| Totaal maatgevend circuit | ± 21 kPa bij ΔT 8 · ± 27 kPa bij ΔT 7 · ± 37 kPa bij ΔT 6 |
| Beschikbaar, ERPX-pomp stand 5 (curve fig. 5.6.16, p. B-94) | ± 70 kPa |
Conclusie: ruime marge, ook op het ontwerppunt ΔT 7 K. Zet de pomp daarom niet op de fabrieksinstelling stand 5 maar op
stand 3 (ΔT 7) of stand 4 (ΔT 6): scheelt ± 25–35 W continu, ofwel ± 100–130 kWh per stookseizoen. Stel dit in via de main controller en verifieer met de debietmeters op de verdelers.
Radiatorverificatie per ruimte (Brugman Centric; type afgeleid uit de diepte:
69 mm = T21, 110 mm = T22, 165 mm = T33 — de 69 mm-exemplaren zijn T21-panelen, geen T11; onafhankelijk bevestigd door de externe doorrekening. afgiftefactor bij 45/38 °C = 0,321 en bij 50/42 °C = 0,435 van nominaal EN442 75/65/20 — zie de formule in het kader onder de tabel):
Afmetingen (lengte × hoogte) en nominale vermogens conform de externe doorrekening:
| Ruimte | Radiator (l×h) | Nominaal | Bij 45/38 °C | Bij 50/42 °C | Ook VLV? | Oordeel bij −8 °C |
|---|
| Overloop (1e) | T21 600×900 | 974 W | 313 W | 424 W | ja | ✔ aanvulling op VLV |
| Slaapkamer 1 | T33 1000×500 | 1.822 W | 585 W | 793 W | nee | ✔ |
| Slaapkamer 2 | T22 800×500 | 1.054 W | 338 W | 458 W | nee | ✔ bij 18–19 °C; grens bij 20,5 °C |
| Slaapkamer 3 | T33 1000×500 | 1.822 W | 585 W | 793 W | nee | ✔ |
| Kantoor (BG) | T33 600×900 | 1.795 W | 576 W | 781 W | nee | ✔ passend voor ± 10–12 m² |
| Keuken | T22 600×900 | 1.253 W | 402 W | 545 W | ja | ✔ aanvulling op VLV |
| Bijkeuken | T21 800×500 | 827 W | 265 W | 360 W | ja | ✔ aanvulling op VLV |
| Totaal | | 9.547 W | 3.064 W | 4.153 W | | |
Afgiftefactor — formule en herleiding (EN 442). Radiatorfabrikanten geven het nominale vermogen Q_nom op bij 75/65/20 °C. Bij een ander regime geldt:
Q = Q_nom × (ΔT_log / 49,83)^n , met ΔT_log = (T_aanv − T_ret) / ln[(T_aanv − T_ruimte) / (T_ret − T_ruimte)]
- 49,83 K = ΔT_log bij de normcondities 75/65/20
- n = radiatorexponent; voor plaatradiatoren (Brugman Centric) n = 1,3
| Regime | T_ruimte | ΔT_log | factor f |
|---|
| 50/42 | 21 °C | 25,9 K | 0,435 |
| 50/42 | 20,5 °C | 26,4 K | 0,446 |
| 45/38 | 20,5 °C | 20,9 K | 0,321 |
De tabel hierboven gebruikt
45/38 bij 20,5 °C (f = 0,321) — dat is geen ander uitgangspunt maar de gekozen ontwerpstooklijn (45 °C aanvoer bij −8 °C, laagst mogelijk voor de hoogste COP). De 50/42-kolom is de controle bij een eventueel hogere stooklijn; daar geldt f ≈ 0,435–0,446, niet de 0,47 uit de eerste doorrekening (± 8 % te hoog afgelezen). Met f = 0,435 leveren de radiatoren bij
50/42 samen 4.153 W ≈ 451 L/u (ΔT 8 K); bij de ontwerpstooklijn 45/38 is dat 3.064 W ≈ 330 L/u. Beide sluiten aan op de externe doorrekening.
Kanttekening: deze radiatorvermogens zijn géén exacte maat voor de warmtevraag per ruimte — radiatoren worden bij plaatsing doorgaans op overmaat gekozen (beperkte typekeuze), dus de werkelijke vraag ligt lager. Het bindende ankerpunt blijft daarom de
warmteverliesberekening per ruimte (EN 12831) die de installateur vóór opdracht maakt (§8, offerte-eis 1); het radiatordebiet volgt daaruit, niet uit de toevallige radiatormaat.
Conclusie: alle vier radiator-only ruimtes (drie slaapkamers en het kantoor) zijn bij 45 °C ontwerpaanvoer gedekt. Enig monitorpunt in de eerste winter is slaapkamer 2, die alleen bij een gewenste 20,5 °C krap wordt; zo nodig is T22 → T33 (500×810) een kleine ingreep.
Debiet per vloergroep — opgelost via de ΔT-instelling (analyse extern geverifieerd). De vloergroepen hebben ± 1,2 L/min per stuk nodig (648 L/u totaal); een lus die minder krijgt zakt te ver terug (comfortnorm ≤ 5 K over de lus) en belandt in het laminaire stromingsgebied. De verdeling over de circuits per ΔT-instelling:
| ΔT | Totaal | VV (648 L/u vast) | Rest voor radiatoren | Behoefte 451 L/u (50/42) |
|---|
| 8 K | 922 L/u | 648 | 274 | ✗ factor 1,65 tekort |
| 7 K | 1.054 L/u | 648 | 406 | ✔ −10 %, acceptabel |
| 6 K | 1.229 L/u | 648 | 581 | ✔ overschot |
Aanpak: inregelen op ΔT 7 K (vloergroepen op 1,2 L/min via de debietmeters, radiatoren op het restant)
en de eerste winter meten; wordt het op radiator-ruimtes te krap, dan is ΔT 6 K een pure instelwijziging op de FTC7 — geen leidingwerk. Een extra circulatiepomp op de BG-verdeler blijft af te raden (vraagt hydraulische scheiding, haalt het voordeel van de pomploze verdelers onderuit).
Koeling (actieve vloerkoeling): de WZ85 koelt actief (werkbereik buiten +10 tot +46 °C; de FTC7 blokkeert koelen daaronder zelf). Benodigd: koelmodus vrijzetten in het FTC7-servicemenu; de OUT8-zoneklep (stuklijst #13) die het radiatorencircuit automatisch afsluit — slaapkamers en kantoor koelen dus niet mee; minimale koelaanvoer 18–20 °C, op droge dagen dynamisch verlaagbaar via de dauwpuntsensor (stuklijst #14); en
dampdichte isolatie (Armaflex-type) van de stamleidingen en beide verdelers — het meest vergeten punt. Verwachting: ± 25–35 W/m² over ± 80 m² vloer = 2–2,8 kW temperen (2–4 °C verlaging), geen airco. Via HA vrijwel gratis op PV-overschot te draaien.
6. Financieel & Regelgeving (Vlaanderen 2026)
Capaciteitstarief (± 53 €/kW/jaar excl. btw op de maandelijkse kwartierpiek): de WZ85 trekt maximaal 12 A over drie fasen (in de praktijk 2–3 kW) en de 32 kWh 3-fasen Victron ESS vlakt de kwartierpiek 30–50 % af — de piekimpact is daarmee een non-issue. Gestuurd all-electric verslaat hybride: de vaste gaskosten (± € 100–130/j) vervallen en alle pieken worden geregisseerd.
| Post | Toelichting |
|---|
| Mijn VerbouwPremie lucht-water, inkomenscategorie 2 | € 1.500 (na de hervorming van 1/3/2026: verlaagd van € 2.250 voor cat. 1–2) |
| Premievoorwaarden | Rescert-installateur · netaansluiting vóór 2014 ✔ (2005) · afgifte ≤ 55 °C ✔ · factuur ≥ € 1.000 ✔ · digitaal via mijnverbouwpremie.be, binnen 24 maanden na eindfactuur |
| Btw | 6 % bij levering + plaatsing in één aannemingsovereenkomst (woning > 10 jaar ✔); zelf aangekocht materiaal valt onder 21 % |
| Verwijdering gasaansluiting | Kost navragen bij Fluvius (vaak beperkt of gratis bij vervanging door een warmtepomp) |
| EPC-labelpremie | EPC 230 = label C; pas relevant bij een latere sprong naar label A/B |
Kostenoverzicht — materiaal (incl. 21 % btw; kernprijzen geverifieerd 25/7/2026):| Post | Bedrag | Verificatie |
|---|
| PUZ-WZ85YAA buitenunit | € 3.811 – 4.235 | groothandel.be: € 3.811,50 promo / € 4.234,75 regulier, op voorraad |
| ERPX-YM9E hydrobox | € 2.751 – 3.057 | Geverifieerd via offerte groothandel.be: € 2.750,95 promo / € 3.056,50 regulier (Cebeo-art. 7812006, op bestelling). Let op bij bestellen: de ERSF-YM9E (€ 3.214,95) is de split-uitvoering met koudemiddelaansluitingen en past NIET op de PUZ-WZ85YAA |
| 3-wegklep Mitsubishi USV32 + boilervoeler THW5 | € 285 – 315 | USV32 geverifieerd € 222,25 (groothandel.be, op voorraad); voelers € 61–90 (PAC-TH012HT-E € 60,75) |
| Kamervoeler PAC-SE41TS-E (bedraad, TH1; bestaande kabel hergebruikt) | € 40 – 70 | Mitsubishi-accessoire; PAR-set vervalt (optie: + € 230–270, WR51R-E geverifieerd € 79,75) |
| 2× LTV-verdeler RVS met debietmeters (materiaal) | € 350 – 550 | RVS 6-groeps ± € 175–250/st. (Magnum/VTE-klasse) |
| Corrosie-inhibitor Fernox Protector F1 500 ml (+ testset) | € 30 – 70 | Verkrijgbaar bij o.a. STG Group (stg-pro.be); glycol alsnog nodig? reken + € 150–220 voor Fernox HP-15C (§7.4) |
| 2× vorstbeveiligingsklep Caleffi 108 + 2× isolatieschaal F0002553 (§7.4) | € 110 – 180 | Kleppen ± € 30–50/st.; isolatieschalen ± € 25–40/st. (o.a. Toch, Gent — prijs opvragen) |
| SpiroTrap MB3 28 mm + SpiroVent RV2 28 mm + bypass | € 200 – 320 | Spirotech via BE-groothandel (Desco/Van Marcke; artikelnummers bij bestelling verifiëren); los magnetietfilter vervallen (zit in hydrobox) |
| Belgaqua-set (veiligheidsgroep, sanitair vat, mengventiel, BA-vulset) | € 240 – 390 | Marktprijzen sanitair |
| Elektrisch materiaal (differentieel type B, automaten, kabel, goten, wandmontage) | € 500 – 1.000 | elektramat.be: type B 4p 40 A/30 mA vanaf € 129 (EMAT) tot ± € 300 (ABB); incl. XVB-kabel, kabelgoten en klein materiaal |
| Koeling: OUT8-zoneklep + dauwpuntsensor + dampdichte isolatie | € 270 – 450 | Marktprijzen |
| Leidingwerk ø28 mm koper (± 13 m) + isolatie + 2× gootsysteem + beugels/fittingen | € 600 – 900 | Zie §2 "Leidingtraject": AF/ArmaFlex ACE in de goot, HT/ArmaFlex S op de vrije bochten |
| Dakframe (geballast) + trillingsdempers + condensafvoer | € 300 – 500 | Marktprijzen daksteunen/ballastframe |
| 7× IMI Heimeier Eclipse (F) radiatorventiel | € 250 – 400 | ± € 35–55/st. incl. instelwerk-materiaal |
| HA-koppeling: zelfbouw ESP32 + CN105 (ESPHome) | € 25 – 50 | Eigen beheer |
| Materiaal totaal | € 9.745 – 12.525 | |
Arbeid (Rescert-installateur, apart te specificeren in de offerte):| Activiteit | Uren |
|---|
| Dakframe + buitenunit plaatsen (incl. verticaal transport) | 6 – 8 |
| Leidingtraject dak → zolder, isolatie, dakdoorvoer | 4 – 6 |
| Demontage Nefit + afdoppen rookgasafvoer | 3 – 4 |
| Hydrobox + OSO + 3-wegklep hydraulisch monteren | 8 – 10 |
| 2× verdeler vervangen + chemisch reinigen + spoelen | 8 – 10 |
| Vullen (water + inhibitor via BA-vulling), ontluchten, waterzijdig inregelen + rapport | 4 – 6 |
| Elektrische verificatie + aansluiten buitenunit en hydrobox | 2 – 3 |
| Inbedrijfstelling, instellingen (stooklijn, SWW, koelmodus), oplevering | 4 – 5 |
| Totaal arbeid | ± 39 – 52 uur |
| À € 65–80/u (6 % btw bij aanneming) | € 2.800 – 4.200 |
Totalen: | Bedrag |
|---|
| Materiaal (21 % btw) + arbeid (6 % btw) + AREI-herkeuring (€ 150–250, eigen regie) | € 12.695 – 16.975 |
| Mijn VerbouwPremie (cat. 2) | − € 1.500 |
| Netto-investering | ± € 11.195 – 15.475 |
Koopt de installateur (een deel van) het materiaal en plaatst hij het in één aannemingsovereenkomst, dan zakt op dat deel de btw van 21 % naar 6 % — laat de offerte beide varianten tonen. NB: de premie vereist een factuur van ≥ € 1.000 door de Rescert-installateur.
Verwacht elektrisch verbruik: ± 3.400–3.800 kWh/j (SCOP ≈ 4,2 verwarming, ≈ 3,0 SWW) — grotendeels af te dekken met PV en ESS.
7. Technische eisen, risico's & normen
- AREI / elektrisch (TT-net, eigen uitvoering). Databook §5.4 eist: aardlekbeveiliging in de 3N~ 400 V-voeding, gecombineerd met overstroombeveiliging op dezelfde lijn als de aardlek die niet heeft; alpolige afschakeling met ≥ 3,0 mm contactopening; automaat 16 A voor de buitenunit (max 12 A); eigen 3-fasen kring 16 A / 2,5 mm² voor de 9 kW-booster (via ECB1 in de hydrobox); interconnectie hydrobox–buitenunit 3×1,5 mm² + aarde (S1–S2 230 V AC / S2–S3 24 V DC, max 45 m). Buitenbekabeling mechanisch beschermd en UV-bestendig. Het databook noemt geen differentieeltype of gevoeligheid; wegens mogelijke gladde DC-foutstromen van de 3-fasen inverter is type B de veilige keuze op dit TT-net (type A kan verblinden, type AC volstaat niet). Laat de installateur het type schriftelijk adviseren met verwijzing naar de installatiehandleiding; type A passeert de keuring doorgaans zolang de handleiding zwijgt, maar type B dekt het restrisico bij incident en verzekering. AREI-herkeuring na de wijziging.
- R290 (propaan). Beschermzone conform de actuele installatiehandleiding (revisie jan/feb 2026): 1 m rondom, 30 cm hoog vanaf de unitbasis. Verboden binnen de zone: ontstekingsbronnen en gebouwopeningen/kelderingangen binnen 300 mm boven de basis (ramen, deuren, ventilatieopeningen); goten en afvoeren zijn expliciet toegestaan. Voor dit dak betekent dat: slaapkamerraam en dakafvoer vormen geen beperking; wel blijft gelden dat R290 zwaarder is dan lucht — geen verdiepte opstelling, en de zone loopt over de dakrand mee naar beneden (verandadak/terras: geen ontstekingsbronnen direct onder de rand). België stelt geen aanvullende afstandseisen: de fabrikantshandleiding (EN 378/IEC 60335-2-40) is de norm. Plaatsing op een plat dak aan de achtergevel is in Vlaanderen doorgaans vergunningsvrij — gemeentelijke voorschriften even verifiëren.
- Geluid (Vlarem). Richtwaarde ± 40 dB(A) 's nachts aan de perceelsgrens. Met PWL 54 dB(A) op 5 m ≈ 32 dB(A) vrije-veld: ruim conform, zelfs zonder silent mode; de dakopstand schermt bovendien af richting tuin.
- Vorstbescherming — kleppen + inhibitor, géén glycol (te toetsen door de installateur). Gekozen uitvoering: systeem op zuiver water met Fernox Protector F1 (500 ml volstaat tot 130 L; Belgaqua-goedgekeurd), vorstbescherming via twee Caleffi iStop 108-kleppen met isolatieschalen (stuklijst #7b). Dit is in NL en BE de gangbare oplossing bij monoblocs en behoudt het volle afgiftevermogen, de lagere pompenergie en het onderhoudsgemak (geen concentratie- en pH-controle, geen verdunning bij bijvullen). Uitdrukkelijk aandachtspunt voor de installateur: het databook (sectie 5.6.2, p. B-92) schrijft voor alle Hydro-Split-systemen een "combined inhibitor and anti-freeze solution" voor, en de Ecodan-installatiedocumentatie noemt 20–25 % antivries. Kleppen worden in die documenten niet als alternatief genoemd — laat de installateur daarom schriftelijk bevestigen dat kleppen + inhibitor voor dit toestel volstaan en de garantie in stand houden, met verwijzing naar de installatiehandleiding van de PUZ-WZ85YAA/ERPX en zo nodig navraag bij Mitsubishi Belux. Blijkt glycol toch vereist, dan wordt Fernox HP-15C toegepast (voorgemengd propyleenglycol met inhibitor — het product dat Mitsubishi in de Ecodan-documentatie zelf noemt; ± € 150–220, ± 5 % lager afgiftevermogen, "delivered energy adjustment" in de FTC7 instellen). Randvoorwaarden bij de klepoplossing: kleppen op het laagste punt buiten, met isolatieschalen; afvoer zó leiden dat er géén water op de dakbedekking of het verandadak komt (ijsvorming); systeemdruk in HA bewaken met alarm, zodat een openstaande of lekkende klep direct opvalt in plaats van pas bij uitval; bijvulwater conform VDI 2035 en inhibitorconcentratie na elk bijvullen controleren. Inhibitor houdt het circuit op vloeistofcategorie 4, dus de BA-beveiligde vulling uit §7.7 blijft verplicht. Ontdooiwater van de unit naar de dakafvoer, niet op het verandadak.
- Zolder. Betonvloer: draagkracht bevestigd (boiler gevuld ± 270 kg). Lekbak met afvoer onder de boiler; leidingen isoleren tegen het vorstrisico van de onverwarmde zolder.
- Hydrauliek & waterkwaliteit. Ontwerp op ΔT 7 K ≈ 17,5 L/min (ΔT 6 K als instelbare terugval, zie §5); pomp op stand 3–4 i.p.v. de fabrieksinstelling stand 5 — het maatgevende circuit vraagt 27–37 kPa tegenover ± 70 kPa beschikbaar (§5); vrij ontdooidebiet borgen (§5); bestaande installatie chemisch reinigen vóór aansluiting (databook-eis); combi-vuilafscheider met magneetring in de retour (het fijne magneetfilter zit al in de hydrobox); primair water conform VDI 2035 (databook noemt België expliciet), pH 6,5–10,0. Expansievat (extern geverifieerd): het ingebouwde 10 L-vat (voordruk 1,0 bar; let op: de 12 L zit in de EHPT/ERPT-cilinderunits, de ERPX heeft 10 L — databook 2.2) dekt per Mitsubishi-formule bij zuiver water tot ± 219 L systeeminhoud. De inhoud ligt tussen ± 130 L (eigen raming, ± 560 m vloerlus) en ± 212 L (externe doorrekening met 100 m per groep) — beide binnen de dekking; bij de reële maximumtemperatuur van 45–50 °C is de marge hoe dan ook ruim. Praktische voorziening: plaats een afgeblind T-stuk in de retour bij de hydrobox, zodat bij een defect intern vat eenvoudig een extern vat wordt bijgeplaatst zonder de hydrobox te openen (bespaart ± € 250 aan arbeid). Koud vullen op 1,2–1,5 bar. Inhibitordosering afstemmen op de wérkelijke inhoud: Fernox F1 doseert 500 ml per 130 L — bij ± 210 L zijn twee flessen nodig. Dit CV-vat staat los van het sanitaire expansievat.
- Belgaqua. (a) Gekeurde veiligheidsgroep op de koudwatertoevoer van de OSO (EA-keerklep + overdrukventiel per OSO-voorschrift), afblaas via zichtbare onderbreking naar de afvoer. (b) Sanitair expansievat in drinkwatergeschikte, Belgaqua-gelijste uitvoering. (c) CV-vulling: verwarmingswater met inhibitor (en eventueel glycol) is vloeistofcategorie 4 (EN 1717) — een vaste vulverbinding met het drinkwaternet is niet toegelaten; vullen via een losneembare verbinding met BA-terugstroombeveiliging of een extern vulvat/vulpomp.
- Sturing. Eén regisseur (HA), geen parallelle PV-sturing; peakshaving-plafond afstemmen op het EV-laadvermogen; booster begrensd tot noodsituaties; PAR-set als enige kamertemperatuurbron.
- Rescert. Certificaatnummer van de installateur borgen vóór ondertekening — zonder attest geen premie.
8. Uitvoeringsplan
Fase 1 — Offerte (± 2–4 weken):- Offertes bij 2–3 Rescert-gecertificeerde Mitsubishi-installateurs; Rescert-nummer op de offerte (premievoorwaarde).
- Offerte-eisen: warmteverliesberekening per ruimte (EN 12831) ter bevestiging van de ± 7 kW; configuratie exact volgens de stuklijst (§2); ontwerp-ΔT 7–8 K; waterzijdige inregeling met inregelrapport; geballast dakframe zonder dakperforatie; R290-beschermzone conform de actuele handleidingrevisie (1 m rondom / 30 cm hoog); differentieeltype schriftelijk geadviseerd.
- Contractueel vastleggen: stooklijninstelling bij oplevering (45 °C bij −8 °C), koelmodus vrijgezet, garantietermijnen, optioneel onderhoudscontract.
Fase 2 — Uitvoering (± 3–5 dagen):- Dag 1–2: dakframe en buitenunit, leidingtraject via het dakbeschot, hydrobox + OSO + 3-wegklep op zolder, demontage Nefit.
- Dag 2–3: verdelers vervangen, chemisch reinigen en spoelen, filters en ontluchter plaatsen, vorstbeveiligingskleppen met isolatieschalen plaatsen, vullen met zuiver water + Fernox Protector F1 via BA-beveiligde vulling, ontluchten (1,2–1,5 bar koud).
- Dag 3–4: eigen elektrisch werk afronden, installateur verifieert en sluit aan, AREI-keuring, inbedrijfstelling en inregeling, rookgasafvoer afdoppen.
- Gasaansluiting laten afsluiten/verwijderen via Fluvius, ná een volledige stookproef.
Fase 3 — Slimme sturing (eigen beheer):- CN105-bridge direct bij oplevering plaatsen; 1–2 weken op fabrieksregeling draaien voor referentiedata in HA.
- Daarna de prioriteitenladder (§4) stapsgewijs activeren: eerst SWW-boost op PV-overschot, dan vloer-overboost, dan de peakshaving-koppeling met de Cerbo.
- Eerste winter: slaapkamer 2 monitoren (§5) en de stooklijn stapsgewijs verlagen tot de comfortgrens.
Fase 4 — Administratie:- Premieaanvraag via mijnverbouwpremie.be binnen 24 maanden na de eindfactuur (cat. 2, € 1.500).
- EPC laten actualiseren — relevant voor een latere labelpremie of verkoop.
Bronnen
Mitsubishi Ecodan (gekozen systeem):- Ecodan ATW Databook PUZ-WZ Vol. 1.0 (aangeleverd): buitenunit-specs p. A-3/A-4 · capaciteitscurves p. A-42 · Best-COP p. A-44 · installatielocatie/fundatie p. A-58 e.v. · hydrobox-specs en componenten p. B-5, 5.5.1 · expansievat p. B-38 · vrij watervolume tabel 5.6.2 · anti-vries/waterkwaliteit p. B-92 · elektrisch §5.4 · regelopties §4.7.1
- Mitsubishi Electric — Ecodan R290 productpagina · PI-sheet PUZ-WZ85/100/120 V/YAA (PDF)
SWW-boiler:Premies, btw & capaciteitstarief (Vlaanderen 2026):AREI & keuring:Slimme sturing:R290-plaatsing (§2/§7.2):Vorstbescherming & waterbehandeling (§7.4):