Ik ben momenteel wat aan het programeren in Haskell, nu loop ik tegen een probleempje op.
Als ik 2 lijsten in een functie gooi, dan werkt het volgende script prima:
Dit roep je dus zo aan: invert "1111" ""
en dan krijg je terug: "0001"
[notitie]Er zitten nog meer functies boven[/notitie]
Nu wil ik graag dat je deze functie ook kan aanroepen in de vorm: invert "1111"
Zonder de lege lijst erachteraan.
Weet iemand hoe je zoiets kan doen in Haskell?
Als ik 2 lijsten in een functie gooi, dan werkt het volgende script prima:
code:
1
2
3
| invert lst k
| countList lst == ((countList k) + 1) = twoSom (k++['1']) lst
| otherwise = invert (inverthelp lst) ('0':k) |
Dit roep je dus zo aan: invert "1111" ""
en dan krijg je terug: "0001"
[notitie]Er zitten nog meer functies boven[/notitie]
Nu wil ik graag dat je deze functie ook kan aanroepen in de vorm: invert "1111"
Zonder de lege lijst erachteraan.
Weet iemand hoe je zoiets kan doen in Haskell?
Ik blijf er iig vrij nuchter onder....