Een particuliere eigenaar bezit landbouwgrond in box 3. De huidige fiscale/agrarische waarde is relatief laag, maar er lopen inmiddels gesprekken met een projectontwikkelaar over mogelijke woningbouwontwikkeling op de locatie.
Er is nog geen bestemmingswijziging, maar er lijken serieuze kansen te zijn op ontwikkeling. De mogelijke toekomstige waarde bij woningbouw ligt daardoor potentieel veel hoger dan de huidige agrarische waarde.
Nu speelt het volgende.
Een ontwikkelaar werkt met een model waarbij:
Zoals ik het momenteel begrijp:
Er is nog geen bestemmingswijziging, maar er lijken serieuze kansen te zijn op ontwikkeling. De mogelijke toekomstige waarde bij woningbouw ligt daardoor potentieel veel hoger dan de huidige agrarische waarde.
Nu speelt het volgende.
Een ontwikkelaar werkt met een model waarbij:
- eerst principeoverleg met de gemeente plaatsvindt;
- daarna mogelijk een koopovereenkomst onder voorwaarden wordt gesloten;
- maar daadwerkelijke levering en betaling pas later plaatsvinden (mogelijk pas in 2028 of later), bijvoorbeeld nadat:
- bestemmingsplan is gewijzigd;
- vergunningen rond zijn;
- of een bepaald percentage woningen vooraf verkocht is.
Zoals ik het momenteel begrijp:
- lijkt voor vastgoed de waarde per 1-1-2028 belangrijk te worden als fiscale startwaarde;
- en lijkt waardestijging vóór die datum mogelijk relevant voor de uiteindelijke belastingdruk.
- Stel dat in 2027 al een koopovereenkomst onder voorwaarden wordt getekend met een veel hogere koopprijs dan de huidige agrarische waarde:
- kan dat ertoe leiden dat de economische waarde van de grond al vóór 1-1-2028 aanzienlijk hoger wordt geacht?
- Is voor box 3 vooral relevant:
- het moment van daadwerkelijke levering/betaling;
- of juist het moment waarop economisch voldoende zekerheid ontstaat over ontwikkeling en koopprijs?
- In hoeverre spelen hierbij mee:
- ontbindende voorwaarden;
- principebesluit gemeente;
- bestemmingswijziging;
- vergunningen;
- of vooraf verkochte woningen?
- Zou een koopcontract in 2027 ertoe kunnen leiden dat een groot deel van de waardestijging feitelijk “voor” het nieuwe box 3-stelsel plaatsvindt?