Wij hebben een woning gebouwd en bij de vergunningaanvraag is voor de warmtepomp een geluidsberekening gemaakt, inclusief positie en geluiddempende omkasting. Dat hebben wij geaccepteerd.
Tijdens de bouw viel op dat in de hele wijk warmtepompen op of dicht bij de erfgrens staan, vaak zonder omkasting. Buurtbewoners geven aan dat bij hen nooit is gecontroleerd of de positie en omkasting kloppen. en geven ook aan dat ze een andere positie hebben gekozen uiteindelijk, en ook geen omkasting geplaatst hebben.
Onze pomp hebben we op een andere plek geplaatst en een kleiner type gebruikt (S2125-8), met minder geluid. Bij de eindcontrole zei de toezichthouder: “Dat kan niet, dat mag niet, waar is de omkasting?”
Ik wees op onze buren en andere woningen; hij zei dat dat eigenlijk ook niet mag. Toen vroeg ik waarom wij dan wél aan de regels moeten voldoen. Antwoord: “Dat staat in uw vergunning, bij hen is gecontroleerd door een collega.” Ik vind het oneerlijk dat de handhaving zo ongelijk is; controles zouden identiek moeten zijn.
De nieuwe geluidsberekening toont 1 dB boven de norm, dus een omkasting is nodig.
Vraag:
Kun je hier een beroep op doen op het gelijkheidsbeginsel of consistente handhaving, als vergelijkbare situaties in de wijk nooit zijn gecontroleerd? Hoe kansrijk is dat?
Ik wil geen buren aangeven, alleen gelijk behandeld worden. Ik weet dat ik deels zelf afweek van de voorschriften, maar dit geldt voor ongeveer 50% van de wijk, en voelt totaal oneerlijk.
Ik begrijp dat regels regels zijn, maar regels moeten voor iedereen gelden. Ik plaats met alle plezier een omkasting als heel de wijk dit ook had gedaan
Gezien het meet om handhaven gaat, schopje naar WON
Tijdens de bouw viel op dat in de hele wijk warmtepompen op of dicht bij de erfgrens staan, vaak zonder omkasting. Buurtbewoners geven aan dat bij hen nooit is gecontroleerd of de positie en omkasting kloppen. en geven ook aan dat ze een andere positie hebben gekozen uiteindelijk, en ook geen omkasting geplaatst hebben.
Onze pomp hebben we op een andere plek geplaatst en een kleiner type gebruikt (S2125-8), met minder geluid. Bij de eindcontrole zei de toezichthouder: “Dat kan niet, dat mag niet, waar is de omkasting?”
Ik wees op onze buren en andere woningen; hij zei dat dat eigenlijk ook niet mag. Toen vroeg ik waarom wij dan wél aan de regels moeten voldoen. Antwoord: “Dat staat in uw vergunning, bij hen is gecontroleerd door een collega.” Ik vind het oneerlijk dat de handhaving zo ongelijk is; controles zouden identiek moeten zijn.
De nieuwe geluidsberekening toont 1 dB boven de norm, dus een omkasting is nodig.
Vraag:
Kun je hier een beroep op doen op het gelijkheidsbeginsel of consistente handhaving, als vergelijkbare situaties in de wijk nooit zijn gecontroleerd? Hoe kansrijk is dat?
Ik wil geen buren aangeven, alleen gelijk behandeld worden. Ik weet dat ik deels zelf afweek van de voorschriften, maar dit geldt voor ongeveer 50% van de wijk, en voelt totaal oneerlijk.
Ik begrijp dat regels regels zijn, maar regels moeten voor iedereen gelden. Ik plaats met alle plezier een omkasting als heel de wijk dit ook had gedaan
Gezien het meet om handhaven gaat, schopje naar WON
[ Voor 1% gewijzigd door Septillion op 19-01-2026 11:33 ]