Wat mij opvalt is dat de structuur van onze taal een heleboel filosofische veronderstellingen bevat. Deze lijken mij vaak onjuist. Wat ik me afvraag is: in hoeverre be-invloedt de taal waar je mee bent opgegroeid je filosofische standpunten? Moet je om tegen die standpunten in te gaan niet eigenlijk een andere taal scheppen?
Laat ik eerst een banaal voorbeeld geven: Het regent. Regenen wordt hier gezien als actie die wordt uitgevoerd door een subject, 'het'. Natuurlijk is dit niet een subject dat echt ergens naar verwijst, maar toch is de structuuur van de taal zo dat hij beter zou passen bij een volk dat denkt dat alles wat gebeurt de wil van een bepaald godheidje is. Stelling 1: het subject-begrip van de westerse talen is animalistisch. Het zou logischer zijn om te spreken over 'Regenend.' oid, in plaats van 'Het regent.'
Er zijn natuurlijk talloze voorbeelden te vinden van verkeerde denkbeelden die tot vaste uitdrukkingen zijn geworden: De zon komt op, bijvoorbeeld. Maar daar gaat het mij niet zo zeer om. Interessanter is een voorbeeld als 'ik denk'. Opnieuw wordt hier gesproken over een actie, denken, en een subject hiervan, ik, degene die die actie verricht. Stelling 2: dit is een verkeerde voorstelling van zaken, en deze werkt het idee van de ziel in de hand.
Wat ik zou zeggen is dit: gedachten vinden plaats in de hersenen. (See it? Gedachten die een actie verrichten, namelijk 'plaats vinden'... ook al probeer je het te ontwijken, het subjectsbegrip komt terug.) Het geheel van deze gedachten vormt de 'ik'. De 'ik' is niet iets dat die gedachten aanzet, aanstuurt oid, de ik is het geheel van de gedachten, bestaat eruit. Er is geen subject dat gedachten 'heeft', gedachten vinden plaats. Echter, de structuur van onze taal, en daar kom je eigenlijk niet omheen, schrijft voor dat er een subject is. Heeft dit invloed op de populariteit van het idee dat er inderdaad zo'n subject is, de ziel? Schrijft de structuur van de taal de ideeen voor die wij hebben?
Wat is jullie mening hierover?
Laat ik eerst een banaal voorbeeld geven: Het regent. Regenen wordt hier gezien als actie die wordt uitgevoerd door een subject, 'het'. Natuurlijk is dit niet een subject dat echt ergens naar verwijst, maar toch is de structuuur van de taal zo dat hij beter zou passen bij een volk dat denkt dat alles wat gebeurt de wil van een bepaald godheidje is. Stelling 1: het subject-begrip van de westerse talen is animalistisch. Het zou logischer zijn om te spreken over 'Regenend.' oid, in plaats van 'Het regent.'
Er zijn natuurlijk talloze voorbeelden te vinden van verkeerde denkbeelden die tot vaste uitdrukkingen zijn geworden: De zon komt op, bijvoorbeeld. Maar daar gaat het mij niet zo zeer om. Interessanter is een voorbeeld als 'ik denk'. Opnieuw wordt hier gesproken over een actie, denken, en een subject hiervan, ik, degene die die actie verricht. Stelling 2: dit is een verkeerde voorstelling van zaken, en deze werkt het idee van de ziel in de hand.
Wat ik zou zeggen is dit: gedachten vinden plaats in de hersenen. (See it? Gedachten die een actie verrichten, namelijk 'plaats vinden'... ook al probeer je het te ontwijken, het subjectsbegrip komt terug.) Het geheel van deze gedachten vormt de 'ik'. De 'ik' is niet iets dat die gedachten aanzet, aanstuurt oid, de ik is het geheel van de gedachten, bestaat eruit. Er is geen subject dat gedachten 'heeft', gedachten vinden plaats. Echter, de structuur van onze taal, en daar kom je eigenlijk niet omheen, schrijft voor dat er een subject is. Heeft dit invloed op de populariteit van het idee dat er inderdaad zo'n subject is, de ziel? Schrijft de structuur van de taal de ideeen voor die wij hebben?
Wat is jullie mening hierover?
Welch Schauspiel! Aber ach! ein Schauspiel nur!
Wo fass ich dich, unendliche Natur?