Opbouw en plaats van de Koran
Koran betekent: "iets dat moet worden opgezegd" Dit is te verklaren m.b.v. het bevel dat Mohammed tijdens zijn eerste ontmoeting met de Aartsengel Gabriël heeft gekregen, wat luidde "Zeg op!" Één van de openbaringen spreekt over Mohammed die de Arabieren een Koran brengt in hun eigen taal. Volgens sommigen moet dit uitlegt worden als een dringende aanbeveling de openbaringen te reciteren bij de eredienst, maar volgens anderen wijst het woord Koran juist op de Islamitische leer aangaande de profetie en de schrift.
Iedere afzonderlijke openbaring heet een Koran, en samen vormen zij het boek. Woorden zouden door de engel zijn opgezegd of voorgelezen uit een Hemels, eeuwig, ongeschapen en coëxistent met God, boek, dat het eeuwige spreken van God bevat. Het boek staat bekend onder de naam "Goedbewaarde Tafel" of "De Moeder van het boek". Alle boeken van eerdere profeten, de Injil van Jezus (evangelie), de Zabur (Psalmen van David) en de Thora van Mozes, zouden ontleent zijn aan deze Hemelse schat van waarheid. God stuurde een ander boek om twee redenen:
1 De behoefte van de Arabieren aan een profeet die hen duidelijk in de eigen taal zou aanspreken.
2 Het feit dat de Christenen en Joden, de volken van het boek, hun schrift hadden vervalst.
De Koran zit vol teksten die een relatie hebben met plaatsen, gebeurtenissen en personen die eveneens in het Jodendom en in het Christendom teruggevonden kunnen worden, alhoewel respectiefelijk moeder en dochter dit liever ontkennen. We noemen hier slechts: Adam, Abraham, Noag, Moses, David, Jozef en Jezus.
Laten we het voorbeeld rond Abraham ter verduidelijking uitwerken. Voor de Moslims is Abraham de vader van de Arabieren en grondlegger van de Islam, door zijn zoon Ismaël die uit de Egyptische Hagar geboren is en zijn overtuiging dat er slechts één God is (monotheïmse); aan wie een mens zich volledig moet overgeven. Voor de Joden is Abraham de vader van Israël door zijn zoon Izaak die uit Sara geboren is. Ook de Joden zien Abraham als de vader van alle gelovigen, want door hem zouden alle volkeren ter wereld gezegend worden. De Christenen hebben over dit laatste de zelfde opvatting als de Joden, maar nu zonder banden aan volk en land.
Maar de koran getuigd van een oorspronkelijke religieuze inspiratie met een zienswijze die helemaal verschilt van die vroegere geschriften. Er komen inderdaad bijbelse figuren en verhalen in voor, maar die dienen om een heel andere en eigen visie te geven op God, de mens en de wereld, en met een beslist eigen integriteit. De Koran is voor alle moslims zeer gezaghebbend in zowel in zaken van leer, als van leven en wet. Het boek is even groot als het Nieuwe Testament in de Bijbel en bevat 114 hoofdstukken die Surahs worden genoemd. Anders dan in het Jodendom en Christendom zijn de Surahs gerangschikt naar hun lengte; met de langste voorop. Iedere Surah heeft een naam meegekregen, een soort van steekwoord, ontleend aan de inhoud. Op één Surah na beginnen ze allemaal met de woorden: "Bismillah Al-rahman Al-rahim". Dat wil zoveel zeggen als: "In de naam van God, de barmhartige Erbarmer."
Koran betekent: "iets dat moet worden opgezegd" Dit is te verklaren m.b.v. het bevel dat Mohammed tijdens zijn eerste ontmoeting met de Aartsengel Gabriël heeft gekregen, wat luidde "Zeg op!" Één van de openbaringen spreekt over Mohammed die de Arabieren een Koran brengt in hun eigen taal. Volgens sommigen moet dit uitlegt worden als een dringende aanbeveling de openbaringen te reciteren bij de eredienst, maar volgens anderen wijst het woord Koran juist op de Islamitische leer aangaande de profetie en de schrift.
Iedere afzonderlijke openbaring heet een Koran, en samen vormen zij het boek. Woorden zouden door de engel zijn opgezegd of voorgelezen uit een Hemels, eeuwig, ongeschapen en coëxistent met God, boek, dat het eeuwige spreken van God bevat. Het boek staat bekend onder de naam "Goedbewaarde Tafel" of "De Moeder van het boek". Alle boeken van eerdere profeten, de Injil van Jezus (evangelie), de Zabur (Psalmen van David) en de Thora van Mozes, zouden ontleent zijn aan deze Hemelse schat van waarheid. God stuurde een ander boek om twee redenen:
1 De behoefte van de Arabieren aan een profeet die hen duidelijk in de eigen taal zou aanspreken.
2 Het feit dat de Christenen en Joden, de volken van het boek, hun schrift hadden vervalst.
De Koran zit vol teksten die een relatie hebben met plaatsen, gebeurtenissen en personen die eveneens in het Jodendom en in het Christendom teruggevonden kunnen worden, alhoewel respectiefelijk moeder en dochter dit liever ontkennen. We noemen hier slechts: Adam, Abraham, Noag, Moses, David, Jozef en Jezus.
Laten we het voorbeeld rond Abraham ter verduidelijking uitwerken. Voor de Moslims is Abraham de vader van de Arabieren en grondlegger van de Islam, door zijn zoon Ismaël die uit de Egyptische Hagar geboren is en zijn overtuiging dat er slechts één God is (monotheïmse); aan wie een mens zich volledig moet overgeven. Voor de Joden is Abraham de vader van Israël door zijn zoon Izaak die uit Sara geboren is. Ook de Joden zien Abraham als de vader van alle gelovigen, want door hem zouden alle volkeren ter wereld gezegend worden. De Christenen hebben over dit laatste de zelfde opvatting als de Joden, maar nu zonder banden aan volk en land.
Maar de koran getuigd van een oorspronkelijke religieuze inspiratie met een zienswijze die helemaal verschilt van die vroegere geschriften. Er komen inderdaad bijbelse figuren en verhalen in voor, maar die dienen om een heel andere en eigen visie te geven op God, de mens en de wereld, en met een beslist eigen integriteit. De Koran is voor alle moslims zeer gezaghebbend in zowel in zaken van leer, als van leven en wet. Het boek is even groot als het Nieuwe Testament in de Bijbel en bevat 114 hoofdstukken die Surahs worden genoemd. Anders dan in het Jodendom en Christendom zijn de Surahs gerangschikt naar hun lengte; met de langste voorop. Iedere Surah heeft een naam meegekregen, een soort van steekwoord, ontleend aan de inhoud. Op één Surah na beginnen ze allemaal met de woorden: "Bismillah Al-rahman Al-rahim". Dat wil zoveel zeggen als: "In de naam van God, de barmhartige Erbarmer."