Abbadon en PipoDeClown zijn de enigen die iets zinnigs hebben gezegd, en van de rest heb ik bijna onder tafel gelegen

(foei Grrrrrene

)
RISC is inderdaad gebaseerd op hele elementaire instructies, terwijl CISC complexe en krachtige instructies bevat. De complexe instructies worden geimplementeerd met elementaire instructies, en dit gebeurt aan de hand van de microcode van de CISC instructies. Dat betekent dat een CISC eigenlijk een soort interpreter/emulatie is die alles projecteert op elementaire micro instructies.
Voordeel? Het ontbreken van de emulatie/interpretatie maakt RISC CPU's veel sneller omdat ze efficienter instructies kunnen uitvoeren. Nadeel? Omdat de intructies zo verrekte primitief zijn moet er veel werk gedaan worden door de programmeur (assembly) of de compiler. Die moet namelijk complexe dingen met beperkte instructies oplossen. Dat stelt hoge eisen aan optimalisatie van de code, maar in principe is het vrij efficient in de praktijk. Dingen als caching, pipelining en parallelle verwerking zijn ook makkelijker en efficienter te realiseren met RISC.
Wat je je wel moet bedenken, is dat RISC veel meer instructies uit moet voeren omdat alles primitiever is. Voordeel van moderne CISC is dan ook dat het maken van efficiente microcode processing kan concurreren met RISC. Nu is het handiger en praktischer om een grote set van complexe instructies in de CPU te bakken (basisinstructies, FPU, MMX, SSE, etc) en die geoptimaliseerd intern te laten verwerken met allerlei trucs.
Je kunt hier haast een boek over schrijven, maar in het kort is dit het verhaal over RISC/CISC