Het fictieve Hilbert hotel is oneindig groot. Het hotel bevat één oneindig lange gang. Aan de ene kant zitten de kamers met oneven nummers, aan de andere kat de even nummers. Het hotel is vol.
Nu komt er een oneindig grote bus die vol zit. De stoelnummers zijn genummerd van 1 t/m oneindig. De mensen uit de bus willen het hotel in. Dit gaat helaas niet, het hotel zit vol. De buschauffeur weet echter twee uitspraken te doen, een in het hoten en een in de bus, waardoor de mensen uit de bus het hotel in kunnen. Ook de mensen in het hotel kunnen blijven.
VRAAG:
Welke twee uitspraken heeft de chauffeur gedaan? En wat zegt dat over het begrip oneindig?
Nu komt er een oneindig grote bus die vol zit. De stoelnummers zijn genummerd van 1 t/m oneindig. De mensen uit de bus willen het hotel in. Dit gaat helaas niet, het hotel zit vol. De buschauffeur weet echter twee uitspraken te doen, een in het hoten en een in de bus, waardoor de mensen uit de bus het hotel in kunnen. Ook de mensen in het hotel kunnen blijven.
VRAAG:
Welke twee uitspraken heeft de chauffeur gedaan? En wat zegt dat over het begrip oneindig?
Always outnumbered, never outgunned!