Cookies op Tweakers

Tweakers maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren, het gebruiksgemak te vergroten en advertenties te tonen. Door gebruik te maken van deze website, of door op 'Ga verder' te klikken, geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Wil je meer informatie over cookies en hoe ze worden gebruikt, bekijk dan ons cookiebeleid.

Meer informatie


FAQ Audio en Hifi

Inhoudsopgave
«^

Inleiding / Disclaimer
En daar is hij dan, na meer dan twee jaar zonder AUDIO FAQ gezeten te hebben is hier dan toch een stukje tekst wat de belangrijkste begrippen uitlegt als het gaat om audio. Verder is er in deze FAQ ook te vinden hoe je diverse componenten aan moet sluiten. En ook de uitleg over de diverse soorten surround en codecs ontbreekt niet.

Natuurlijk is een FAQ nooit compleet en kan deze ook snel verouderen.

Wil je meehelpen aan het up-to-date houden van de FAQ of heb je iets toe te voegen? Neem dan contact op met één van de moderators. De contactgegevens staan onderaan de pagina.
«^

Belangrijke begrippen
Voordat we gaan beginnen met de Q and A eerst uitleg over begrippen die in de audiowereld vaak naar voren komen: impedantie en vermogen. En ook hoe deze samen hangen.

Het feit dat luidsprekers een Ohm waarde en een bepaalde hoeveelheid Watts in de specificaties hebben staan en versterkers ook, levert bij sommige Tweakers wat verwarring op. Dat is nergens voor nodig, want het steekt vrij eenvoudig in elkaar.

Impedantie
De impedantie (uitgedrukt in Ohms) van een speaker bepaald welke stroom een versterker moet leveren om een bepaalde spanning over de speaker te kunnen zetten. En daar zit een klein aandachtspuntje verscholen.

Veelal staat achterop een versterker een opmerking staan over de impedantie van de aan te sluiten speakers. Zeker wanneer het een versterker betreft die een aansluitmogelijkheid heeft voor vier speakers. Dan zie je vaak staan "A or B: 4 - 16Ohm, A+B 8 - 32 Ohm" of iets gelijkwaardigs. Dit betekent dat wanneer men slechts twee speakers aansluit, deze elk een impedantie mogen hebben tussen 4 en 16 Ohm. Wanneer er vier speakers worden aangesloten, moet de impedantie tussen de 8 en 32 Ohm liggen. Dat is dubbel zo hoog. De oorzaak hiervan ligt in dat aandachtspuntje wat net genoemd werd. Wanneer men meerdere speakers aansluit, worden deze parallel geschakeld. Dat betekent dat de impedantie die de versterker "ziet", gehalveerd wordt. Om een gelijke spanning over de speaker te kunnen zetten, moet de versterker nu een tweemaal zo hoge stroom leveren. Twee maal 4Ohm speakers parallel betekend een impedantie van 2 Ohm, er zijn niet veel versterkers die daar goed mee om kunnen gaan. Je kan dit vergelijken met het aansluiten van twee sproeiers op een tuinslang, om door elke sproeier net zoveel water te laten stromen als wanneer je er maar eentje op een tuinslang aansluit, zal er twee maal zoveel water uit de kraan moeten komen.

Samenvattend: Wanneer men slechts twee luidsprekers op een stereoversterker aansluit, hoeft men niet te letten op de impedantie van deze luidsprekers. Wanneer men er meerdere aan wilt sluiten, moet men opletten dat de impedantie van deze luidsprekers hoog genoeg is.

Vermogen
Zowel luidsprekers als versterkers hebben een bepaalde opgave voor het vermogen. Voor versterkers is opgegeven hoeveel ze kunnen leveren, voor luidsprekers is opgegeven hoeveel ze kunnen verwerken. In tegenstelling tot wat je zou verwachten, is het niet nodig luidsprekers en versterkers uit te zoeken met exact dezelfde opgave. Dit komt omdat deze opgave een maximale waarde is. In de dagelijkse praktijk, is de hoeveelheid vermogen die naar de luidsprekers wordt verstuurt erg klein!

Bij een normaal luisterniveau en "normale" speakers is dit nog geen halve Watt!! (en veelal een fractie ervan). Bij "hard" spelen praat men nog steeds maar over één tot enkele Watts. Dit is een hoeveelheid die de meeste versterkers makkelijk kunnen leveren en die de meeste luidsprekers makkelijk kunnen verwerken.

Wanneer moet men het vermogen dan wel in de gaten houden?
Simpel: wanneer er grenzen opgezocht gaan worden. Wanneer het vermogen dat de versterker kan leveren veel lager ligt dan wat de speakers kunnen verwerken is de versterker dus de beperkende factor. Wat gebeurt er dan wanneer de de versterker helemaal voluit zet? In plaats van de muziek goed door te geven, worden de pieken "afgeplat". De versterker zit dan tegen de grenzen van zijn voedingsspanning aan en bij elke piek zal dat de maximale spanning zijn die over de speaker wordt gezet (beter bekend als "clippen" van de versterker). Dit is erg schadelijk voor de speaker; zelfs speakers die heel veel vermogen kunnen verwerken kunnen hier stuk van gaan. Vooral tweeters (de hoge-tonen units) leggen hierbij vaak het loodje. Wanneer na een heftige houseparty wordt gemerkt dat de speakers wat dof klinken, bovenstaande is dus de reden. Let wel: dit is een beperking van de versterker, waarbij het eigenlijk niet uitmaakt welke speakers er aan de versterker hangen. Dit treedt zowel bij speakers die veel vermogen kunnen verwerken als bij speakers die een laag vermogen kunnen verwerken op.


Wanneer de versterker veel meer vermogen kan leveren dan dat de speakers kunnen verwerken, zal men van bovenstaand probleem niet zoveel last hebben. Maar dan gaat er een ander probleem optreden. Namelijk: de speakers raken oververhit. Het maximale vermogen dat een speaker kan verwerken wordt door twee zaken begrensd. Als eerste is er de maximale uitslag die de conus kan maken. Wanneer deze grens overschrijdt, zal de speaker mechanisch beschadigen (de woofer klapt dan letterlijk kapot). Hier hoeft men bij een beetje deugdelijk ontworpen speaker bij het spelen van muziek niet bang voor te zijn. Alleen wanneer met behulp van een programma of speciale cd testtoontjes afspeelt kan men hier last van krijgen. Pas dus op…

Het tweede probleem waar tegenaan gelopen kan worden is het oververhitten van de speaker. Speakers zijn erg inefficiënte dingen. Bij een speaker wordt slechts 1% (vaak minder) van de energie omgezet in geluid. De rest wordt warmte. Al die warmte moet ergens heen. Het meeste wordt door de magneet opgenomen en uitgestraald. Er zijn grenzen aan wat de magneet kan uitstralen. En die grens is vaak wat als norm wordt genomen en wat in de specificaties van de speaker staat. Als die waarde wordt overschreden dan wordt de magneet erg heet. Er kan dan van alles gebeuren: door de hitte verliest de magneet zijn magnetisch veld; de lijm in de woofer kan smelten of de isolatie om het draad dat om de spreekspoel zit kan smelten ("doorbranden").

Watt en Rendement
De hoeveelheid geluid drukken we uit in de eenheid Bell, maar omdat die te groot is delen we de eenheid door 10 en krijgen we dB. Het is goed om te weten dat wij
  • 1 dB verschil kunnen waarnemen als “iets luider”
  • 3 dB waarnemen als “een stap luider”
  • 10 dB waarnemen als “twee maal zo luid.
In versterkervermogen uitgedrukt betekent 3 dB meer een verdubbeling van het vermogen en 10 dB meer een vertienvoudiging.

Het rendement van een luidspreker wordt uitgedrukt in dB per Watt. De eenheid is om exact te zijn 2,83 Volt aan 8 Ohm is gelijk aan 1 Watt. De geluidsdruk die dan gemeten wordt op een afstand van 1 meter van de luidspreker geeft het rendement van de luidspreker in dB’s aan. Heeft een luidspreker een impedantie van 4 Ohm dan is bij een gelijkblijvende spanning van 2,83 volt 2x zoveel stroom nodig. Spanning vermenigvuldigt met stroom is namelijk gelijk aan vermogen. Geeft een leverancier een rendement op van 90 dB aan 4 Ohm dan is dat gezien vanuit het oogpunt van de versterker vergelijkbaar met 93 dB aan 8 Ohm en zo u wilt 96 dB aan 15 Ohm.

Stel onze luidspreker heeft een rendement van 80 dB en wij willen een geluidsdruk van 100 dB realiseren. Dat betekent dat er een vermogen nodig is van 1 x 10 x 10 = 100 Watt. 80 dB was vroeger (ruwweg 1965 tot 1985) een realistische waarde voor het rendement van een speaker. Tegenwoordig liggen rendementen hoger en veelal rond en boven 90 dB. In dat geval hebben we dus maar 10 Watt nodig om net zo hard te spelen. Een hoornluidspreker met een rendement van 97 dB (een heel normale waarde voor een hoorn) levert al 100 dB geluiddruk bij 1 x 2 = 2 Watt. Home Cinema liefhebbers, liefhebbers van zware klassieke werken en rock fanaten willen harder kunnen dan 100 dB en gaan soms tot meer dan 110 dB. 110 dB is extreem hard en vergelijkbaar met een motorzaag of een straaljager op 90 meter hoogte. Wie puur realisme zoekt moet weten dat de piek van een symfonie orkest tussen de 120 en 130 dB ligt. Niet zo wonderlijk dat veel musici vroeg doof zijn. Met onze luidspreker van 90 dB hebben we voor 130 dB 1 x 10 x 10 x 10 x 10 = 10.000 Watt nodig. De beroemde Klipschorn hoornluidspreker met zijn rendement van 104 dB zou kunnen volstaan met 1 x 2 x 2 x 10 x 10 = 400 Watt. De ouderwetse transmission line van eind jaren ‘70 zou 100.000 Watt vragen.

Met een luidsprekerrendement van 90 dB/1 Watt/8 Ohm is vrijwel altijd een versterker van 50 tot 100 Watt voldoende voor de huiskamer. De keuze zou dus makkelijk zijn, koop een speaker met een belastbaarheid van 75 Watt en een versterker van 75 Watt en het gaat altijd goed. Helaas gaat in de praktijk die stelling lang niet altijd op. De voornaamste oorzaak daarvoor is dat een luidspreker een complexe belasting vormt voor een versterker.
Tot nu toe rekenden we alleen met spanning, maar we hebben ook te maken met stroom en fase verschuiving. Voor onze voorbeelden stappen we daar gemakshalve overheen, maar weet wel dat als uw leverancier het heeft over “een moeilijk aanstuurbare luidspreker” uw versterker in staat moet zijn veel stroom te leveren en zijn vermogen eigenlijk moet kunnen verdubbelen als de impedantie van de luidspreker zakt van 8 Ohm naar 4 Ohm en wederom verdubbelen bij 2 Ohm. Voorbeelden van versterkers die van oudsher daartoe in staat zijn komen veelal uit de USA. Als het vermogen verdubbelt, verdubbelt ook de hoeveelheid stroom die door de versterker loopt en dat maakt de versterker warm tot heet. Een zware voeding en voldoende koeling zijn een absolute noodzaak waardoor de prijs van de versterker stijgt.

Nog een laatste voorbeeld. Uw versterker levert 100 Watt aan 8 Ohm en 150 Watt aan 4 Ohm. Onder de 4 Ohm belasting stort de voeding in en komt u nauwelijks hoger dan de 150 Watt en soms dat zelfs niet eens (let op, de waardes zijn realistisch). Uw luidspreker is maar 4 Ohm en zakt af en toe naar 2 Ohm (een willekeurige elektrostaat doet dat). Dan daalt dus de maximale geluiddruk. Uitgaande van 90 dB aan 8 Ohm houden we nog maar 84 dB over aan 2 Ohm. Omdat het geleverde vermogen van de versterker toeneemt winnen we weer iets. Maar met onze 100 Watt versterker halen we maar ongeveer 106 dB en niet langer 110 dB aan maximale geluidsdruk. Om die 110 dB weer te bereiken is dus al snel 200 tot 250 Watt noodzaak.

Samenvattend:
  • Wie op normaal niveau muziek speelt in een doorsnede Nederlandse huiskamer met een gemiddelde moderne luidspreker heeft voldoende aan een versterker van zo'n 20 Watt per kanaal.
  • Wie een “moeilijk aan te sturen” luidspreker kiest vanwege de geluidskwaliteit heeft een zwaardere en duurdere versterker nodig. Het gros van de surround receivers op de markt kan niet omgaan met complexe speakers.
  • Wie graag werkt met kleine buizenversterkers tot 10 Watt zal zijn toevlucht moeten nemen tot hoogrendement (=hoornluidsprekers) om hard genoeg te kunnen spelen.
  • Luidsprekers vormen een complexe belasting voor versterkers en daarom moet de versterker matchen met de luidspreker
  • Het vermogen van de versterker mag rustig veel hoger zijn dan wat de luidspreker volgens de specificaties aankan (200 Watt versterker op een 50 Watt luidspreker). Omgekeerd (20 Watt versterker op een 50 Watt luidspreker) kan tot problemen leiden.
Let op het opgegeven vermogen van een receiver houdt niet op bij xx Watt. Je moet ook weten hoe dit vermogen is gemeten. Veel merken meten het vermogen op slechts één kanaal op 1000 Hz en met een relatief hoog percentage THD. Op die manier valt het vermogen lekker hoog uit en dat is iets waar de gemiddelde consument nu eenmaal naar kijkt. In de praktijk zegt vermogen welke op die manier gemeten is helemaal niets! Je gaat namelijk nooit slechts één speaker aansturen op een toon van 1000 Hz. Je zal altijd minstens twee kanalen aan hebben staan en over een volledig bereik van 20 - 20.000 Hz. Als je al naar vermogens gaat kijken dan moet je de waarden gebruiken die op die laatste manier zijn gemeten. Want door alleen naar de "xx Watt" te kijken kan je kromme vergelijkingen krijgen. De 150 Watt van merk X kan (veel) minder zijn dan de 100 Watt van merk Y.

Dus mocht je je blind willen staren op cijfertjes weet dan wel op welke cijfertjes je moet letten. En nogmaals, cijfertjes zeggen niets over de klank van een apparaat of speaker. Daarvoor moet je toch echt naar de winkel en gaan luisteren.


S/PDIF
S/PDIF of S/P-DIF ook wel IEC 958 type II genoemd, maakt deel uit van de IEC-60958 standaard. Dit is een collectie van hardware en low-level protocolspecificaties voor het transporteren van digitale stereo PCM-signalen tussen verschillende apparaten en stereocomponenten.

Overigens is S/PDIF ook in staat om bitstream DTS en Dolby Digital te versturen. S/PDIF kan dus ook zeker wel meerkanaals geluid doorsturen.

Er wordt veelal gedacht dat S/PDIF de welbekende optische aansluiting is, dit is dus niet zo. Er zijn twee versies van S/PDIF:
  1. Optische / TOSLINK Bij de optische aansluiting heb je deze ook nog in twee vormen:
    • De 3,5mm jack (mini-toslink)
    • De bekendere "vierkante" aansluiting.
  2. Digitale coax
De verschilling tussen deze twee type kabels zijn uitgelegd op: Coaxial Vs. Optical Audio Cables.

HDMI
Op het moment van schrijven zijn er diverse soorten HDMI op de markt.
HDMI 1.0 tot en met HDMI 1.2 zijn niet echt meer in trek nu HDMI 1.3 al standaard is. Echter hebben de nieuwere apparaten al HDMI 1.4.

HDMI is een aansluiting voor audio- en videosignalen in ongecomprimeerde digitale vorm. HDMI biedt een interface tussen elke compatibele digitale bron van audio/video zoals een settopbox, dvd-speler, versterker en een compatibel scherm zoals een plasmascherm of een lcd-scherm en computers met DVI-aansluiting.

Maar ... wat is nu het verschil tussen HDMI 1.0 en HDMI 1.4?
  • HDMI 1.0
    HDMI 1.0 combineert een digitaal video signaal met een 2 kanaals audio signaal in één enkele kabel. Dit kan bijvoorbeeld zijn tussen een DVD speler met HDMI en een TV met HDMI.
  • HDMI 1.1
    Deze versie voegt de mogelijkheid toe om niet alleen video en 2 kanaals audio door één enkele kabel te voeren, maar ook de mogelijkheid om surround geluid zoals Dolby Digital en DTS door te voeren, tot wel 8 kanalen (7.1 setting)
  • HDMI 1.2
    Deze versie voegt de mogelijkheid toe om SACD signalen door te voeren. Dit zijn signalen van een Super Audio CD van bijvoorbeeld een DVD speler naar een receiver, beiden met HDMI.
  • HDMI 1.3
    Deze versie bevat verbeteringen in zowel de audio als video elementen. Door de komst van Blu-Ray (en het toenmalige HD DVD) brengt deze versie ook de mogelijkheid om digitale bitstreams (data stromen) door te voeren voor de nieuwe hoge resolutie audio formaten als Dolby TrueHD en DTS-HD.
  • HDMI 1.3a (b, b1, c)
    Naast de boven genoemde audio verbeteringen, vergroten HDMI 1.3 and 1.3a de video bandbreedte die overgebracht kan worden van een bron naar het scherm. Dit betekent dat er bijvoorbeeld grotere kleurdiepten (kleur paletten) doorgestuurd kunnen worden en ook hogere resolutie dan het huidige 1080p.
  • HDMI 1.4
    HDMI 1.3 is nog maar net om de hoek komen kijken, maar HDMI 1.4 is alweer in de maak. Er zijn een groot aantal verbeterpunten doorgevoerd in HDMI 1.4, zoals hieronder beschreven;
    • Netwerk – Versie 1.4 wordt de integratie van HD video, HD audio met Ethernet in dezelfde kabel. Dit houdt in dat je thuis netwerk, je internet en je beeld en audio signalen allemaal geintegreerd kunnen worden in één enkele kabel.
    • Audio Return Channel – De televisie kan straks audio-signalen terug sturen naar een receiver om dit geluid af te laten spelen. Dit is vooral erg handig wanneer je nog gebruik maakt van een analoge TV tuner in je TV. Normaal gesproken zou je dan een kabel terug moeten leggen naar de receiver om de audio via je receiver te laten lopen naar je speakers. Ook nu kan alles weer door één enkele kabel.
    • Snelheid – Opkomende technieken als 2K en 4K (2000 pixels en 4000 pixels, wat een zeer hoge resolutie is) en 3D tv hebben meer bandbreedte nodig; HDMI 1.4 geeft ze die ruimte. De hogere snelheid is natuurlijk interessant, maar op de technologieën die dit nodig hebben moeten we nog even wachten. De ondersteuning van “Deep Color” (diepere kleuren) in HDMI 1.3 wordt nu nog steeds vrijwel niet gebruikt.
    • HD in je auto – Een nieuwe connector (aansluiting) wordt geïntroduceerd die de auto-industrie moet helpen om HD video en audio in de auto te integrereren met HDMI.
    • Kleinere connector – er komt een nieuwe, kleinere 19 pins connector naast de huidige connectoren.
Of HDMI 1.4 nu echt een meerwaarde heeft is aan jou.
Overigens zijn er ook HDMI 1.3 kabels die gewoon 3D kunnen versturen. Het gaat dus niet zo zeer om de 1.x-aanduiding, maar vooral om de doorvoersnelheid. Als je een HDMI 1.3 High Speed-kabel hebt kan je zonder problemen 3D doorsturen.


Bitstream en Linear Pulse Code Modulation
In deze FAQ zal er dikwijls gepraat worden over het versturen van data als "bitstream" en als "LPCM". Bij deze dan ook de uitleg van deze begrippen:

Bitstream
Bitstream doet eigenlijk wat de naam al zegt: een stroom (stream) van bitjes versturen. Het bronapparaat stuurt een hele reeks eentjes en nulletjes naar een ander apparaat. Stel dat het andere apparaat een receiver is dan zal deze de reeks van bitjes omzetten naar geluid. Doordat in de bitstream nog niet gedecodeerd is kan de receiver alle informatie uit de stream halen. Dus als de stream een DTS-HD-stream is dan zal de receiver weten dat het om DTS-HD gaat. En als resultaat zal de receiver dan ook laten zien dat er DTS-HD binnen komt.

LPCM
LPCM is een andere manier van data versturen. Dit gebeurt niet met ongecodeerde bitjes zoals bij bitstream, maar met reeds gecodeerde informatie.

Dit is makkelijker uit te leggen met een voorbeeldje:
Stel je hebt een Blu-ray disc. Op de Blu-ray disc staan audiofiles met DTS-HD erin. Nu kan er met dat DTS-HD pakketje twee dingen gebeuren.
  • Of de Blu-rayspeler stuurt dit pakketje één op één door naar een receiver. Wanneer de receiver DTS-HD-decoders aan boord heeft zal deze het pakketje "snappen" en uit kunnen pakken. Om de display van de receiver staat dan dat er DTS-HD binnen komt en wordt weergegeven.
  • Als een receiver hebt met de gewone audio-decoders zal de receiver op DTS staan in plaats van op DTS-HD (aangezien het backwardscompatible is) en de receiver het DTS-HD pakketje niet zal snappen. Nu kan je er dus ook voor kiezen om de Blu-ray speler het DTS-HD pakketje al uit te laten pakken. Dan wordt het geluid niet als pakketje verstuurd, maar als LPCM. De receiver krijgt dan gewoon de complete informatie binnen en stuurt alles meteen naar de speakers. De receiver is dus minder intensief bezig aangezien de codec al uitgepakt is. Wat er op je receiver staat hangt van het merk af. Dit kan gaan van LCPM tot Mult Ch. In. Je hoort dan dus wel HD geluid alleen zal de receiver het niet zo herkennen omdat het pakket al uitgepakt is.
Indien je dus graag wilt zien wat er op de receiver (of welk apparaat dan ook) binnen komt moet je bitstream selecteren. Indien je LPCM selecteert is deze informatie namelijk niet meer te achterhalen. Het enige apparaat wat "weet" wat voor audio er dan wordt uitgevoerd is de bron zelf aangezien deze het geluid naar LPCM decodeert. Een goed voorbeeld hiervan is de PS3 Fat welke HD Audio alleen in LPCM uit kan voeren. De PS3 Fat laat zien dat er bijvoorbeeld DTS-HD klinkt, maar de receiver ziet dat niet meer omdat alles reeds is gedecodeerd.

« · ^

"Het aansluiten van PC speakers"
Er zijn verschillende soorten speakersets voor op de PC, maar het meest gebruikt zijn toch wel de volgende types: 2.0 ; 2.1 en 5.1. Al komt 7.1 ook wat meer op aangezien merken als Creative dit soort setjes nu ook kant en klaar aan bieden.

Dit soort sets worden eigenlijk altijd aangesloten met gekleurde 3,5mm min-jack stekkers. De kleuren komen overeen met de uitgangen van de geluidskaart of onboard geluid en hebben ook een betekenis:
  • Groene stekker: front left en right speakers
  • Geel/oranje stekker: center speaker en subwoofer
  • Zwarte stekker: rear left en rear right speakers
  • Grijze stekker: side left en side right speakers
De andere kleuren die veelal gebruikt worden zijn
  • Blauwe stekker: line-out
  • Roze stekker: microfoon
Bovenstaande zijn de standaarden hoe ze ooit in de markt zijn gezet. Met de huidige software kunnen de diverse uitgangen (dan wel ingangen) ook omgezet worden naar een andere functie. Zou zijn er moerderborden met alleen een groene, roze en blauwe mini-jack. Volgens bovenstaande zou er dan geen mogelijkheid tot 5.1 zijn. Maar met behulp van de software kan er dan bijvoorbeeld van de roze mini-jack een "zwarte" gemaakt worden.


Aansluiten van 5.1 PC speakers, analoog
Als de set analoog wordt aangesloten wordt het geluid gedecodeerd op de geluidskaart zelf.
De meeste nieuwe pc’s hebben onboard geluid wat al 5.1 of 7.1 is voorbereid. Met dergelijke moederborden kan men dus zonder geluidskaart zonder problemen een bovenstaande configuratie aansluiten. Mocht de pc dit niet hebben dan kan is een meerkanaals geluidskaart een vereiste.
Het aansluiten van de speakers gebeurt door de gekleurde mini-jack stekkers in de juiste poorten van de pc te steken. Dit kan eigenlijk niet fout gaan. Plus dat de huidige software zelfs vraagt welk kanaal er is aangesloten. Wanneer er dus een fout wordt gemaakt kan het softwarematig overbrugt worden en kan de set zo nog steeds goed werken.


Aansluiten van 5.1 PC speakers, digitaal
Voor het digitaal aansluiten van speakersets heeft men de optie uit twee soorten kabels. Als eerste is er de digitale coax en als tweede de optische TOSLINK. Het maakt in principe niet uit welke van de twee er gebruikt wordt aangezien het signaal hetzelfde is, alleen de manier van transporteren is anders.
Sommige speakersets hebben een zogenaamde ingebouwde decoder, deze setjes kunnen Dolby Pro Logic, Dolby Digital en/of DTS geluid van films zelf in surround decoderen. Voordeel van deze sets is dat men hiervoor dan niet perse een surround geluidskaart te hebben. Vanzelfsprekend heeft de PC dan wel een digitale output nodig op het moederbord of de geluidskaart.



En wat is beter? Digitaal of analoog aansluiten?
Het nadeel van sets met een ingebouwde decoder is dat ze geen EAX en A3D of 4 kanaals geluid kunnen weergeven als deze sets alleen met een digitale kabel aan worden gesloten. Dit omdat hierover alleen Dolby Digital, DTS Surround of Stereo (met daarin hooguit Dolby Pro Logic gecodeerd) naar de set gestuurd kan worden. Deze sets hebben zelf geen EAX of A3D processors.
Een uitzondering op deze regel zijn de speakersets en geluidskaarten die op elkaar afgestemd zijn, zo heeft Creative een foefje, waarmee met een digitale kabel wel en EAX en Dolby digital geluid worden weergegeven. Er lopen dan gewoon meerdere stereokanalen over meerdere digitale aansluitingen in een enkele speciale Creative plug.

Tweede uitzondering is Nvidia SoundStorm, zoals geïmplementeerd op sommige Nforce moederborden, die wél aan trans-/encoding doet. Voor een overzicht van moederborden die dit ondersteunen, zie Nvidia's overzicht onder het kopje 'SoundStorm Certified = Yes'.

De PC-speakers digitaal aansluiten is overigens ook niet “beter”. Desondanks dat de marketingterm “digitaal geluid” en termen als “Dolby Digital” het altijd erg lekker doen. Of verschil gehoord kan worden tussen digitaal en analoog geluid gaan we hier niet verder op in. Dat is een discussie die al tijden gaat en nog lang door zal gaan. Want ALS er verschil te horen zou zijn, ligt het dan weer aan het analoog aansluiten of aan de kwaliteit van de kabels…


5.1 geluid leuk, maar wat kan ik er mee?
5.1 geluid wordt tegenwoordig vooral gebruikt in films en in spellen (zowel console als pc). Het punt van 5.1 ten opzichte van bijvoorbeeld 2.0 is dat men het geluid echt van achteren hoort komen als dat ingame of in de film ook zo is. Dus meer het gevoel “midden in de actie te zitten”.

Daarnaast vinden velen het belangrijk dat ook muziek uit zoveel mogelijk speakers komt. Dat is iets wat een geluidskaart zelf regelt. Muziek is hier eigenlijk niet voor bedoeld. Als muziek over alle speakers moet klinken gebruik dan iets als meerkanaals Stereo, maar geen dingen als Dolby Pro Logic II, DTS Neo:6, enzovoorts. Deze codecs zijn niet voor muziek bedoeld…


Ik wil meerdere apparaten aansluiten, kan dat?
Ja, dat kan. Makkelijkste manier om meerdere apparaten aan te sluiten is om bijvoorbeeld een speakerset te kopen en die digitaal aan te sluiten en dan een headset analoog aansluiten. Nadeel is wel dat beide apparaten dan niet tegelijk gebruikt kunnen worden, of er moet meer dan één actieve geluidskaart aanwezig zijn.

Als er twee of meerdere apparaten aangesloten moeten worden op dezelfde uitgang kan dat ook. Het frontsignaal moet dan gesplitst worden en dat kan met behulp van splitters. Deze kabeltjes zijn bij elke locale electroboer wel te koop voor een paar euro. Dit zorgt er voor dat men bijvoorbeeld speakers en een hoofdtelefoon analoog aan kan sluiten.


Het aansluiten van een PC aan een stereo-installatie.
Hier geld eigenlijk hetzelfde verhaal als bij PC speakers. Wat hier nodig is om voor een normale stereo is een kabeltje dat verloopt van de 3,5mm jack naar tulpstekkertjes (ook wel RCA genoemd). De tulpstekker gaan dan in de ingang van de stereoinstallatie.
Ook voor deze kabels/verloopjes geldt dat ze te vinden zijn bij de meeste lokale electrozaken en natuurlijk de grotere ketens, tevens verlengkabels zijn goed te vinden. Dit soort kabels verlengen kan veilig tot een meter of 10 - 15. Sommige mensen zullen dit niet verantwoord vinden, maar dat is een totaal andere discussie.


Het aansluiten van een PC aan een surroundinstallatie/receiver.
Als men surround geluid wil uit de PC kan de pc op twee manieren aangesloten worden.
Als eerste op de digitale manier met een optische of digitale coax kabel. Voordeel van deze is dat codecs als Dolby Digital, DTS, etcetera meteen naar de receiver worden verstuurd om aldaar gedecodeerd te worden en over de speakers worden weergegeven.

Ten tweede kan het met analoge kabels, echter zijn hier twee mogelijkheden:
  1. Als de receiver alleen beschikt over "Stereo In" dan kan er niet van echt 5.1 geluid genoten worden, het enige wat de receiver dan kan doen is (met codecs als Dolby Pro Logic 5.1) het proberen na te bootsen.
  2. Als de receiver meerkanaals ingangen heeft kan er wel van echt 5.1 geluid genoten worden, hiervoor moeten alle kanalen dan per stuk aangesloten worden vanaf de pc naar de receiver. Er zijn dan drie kabels nodig van 3,5mm jack naar twee maal RCA. De 3,5mm jacks die in de groene en zwarte aansluiting gaan zullen geen probleem zijn. Dit aangezien left en right met kleur zijn aangegeven (veelal wit en rood). De center en subwoofer uitgang is wat lastiger. Deze zijn namelijk op het oog niet te onderscheiden. Makkelijkste manier is gewoon aansluiten en testen of het geluid goed is. Is dat niet zo dan de RCA-stekkers van de center en subwoofer omdraaien aan de kant van de receiver.

Ik heb last van een ENORME brom als ik mijn pc op mijn hifi aansluit!!
Dan heeft men last van een aardlus. Als de TV kabel eruit wordt getrokken zal de aanwezigdheid van de brom veel afnemen. Mogelijke oplossingen zijn:
  • De TV galvanisch scheiden van het kabelnet, door een scheidingsfilter (mantelstroomfilter) te plaatsen bij de TV/radio-hoofdaansluiting.
  • Een digitale kabel te gebruiken om je PC digitaal aan te sluiten op de versterker.

Speakers direct op een geluidskaart aansluiten
Een geluidskaart rechtstreeks op een set passieve hifi speakers aansluiten is niet mogelijk. Dit omdat er niet voldoende versterking aanwezig is, men moet er altijd een versterker bij gebruiken. Alleen bij volledig actieve sets kan dat, dit soort sets worden ook wel eens studiomonitoren genoemd.

« · ^

"Hoe sluit ik een DVD-/Blu-ray speler aan op mijn receiver?"
Elke speler kan gewoon net zoals een CD-speler, met een analoog stereokabeltje, aangesloten worden op een receiver/versterker, alleen zal er dan geen Dolby Digital geluid uitkomen. Hiervoor moet namelijk een digitale kabel gebruikt worden op een Dolby Digital/DTS-versterker.

De decoder in de versterker zorgt er vervolgens voor dat het signaal naar 5.1 kanalen gedecodeerd wordt. Aansluiten kan met een optisch of coaxiaal kabeltje. (Coaxiaal is in theorie beter, maar de verschillen zijn minimaal. Voor een kleine vergelijking zie ook: )

Echter zijn er tegenwoordig ook digitale aansluitingen die beeld én geluid door kunnen sturen, het gaat hier om HDMI. HDMI heeft als voordeel ten opzichte van de andere twee, digitale kabels, waardoor de bandbreedte hoger is. Waar optisch en coax stoppen bij Dolby Digital en DTS gaat HDMI verder met Dolby Digital Plus en DTS-HD MA.


Audioformaten en het uitsturen ervan
Audio kan zowel over analoge als via digitale wegen worden verzonden naar receiver. De “gewone” versies van Dolby Digital en DTS kunnen via S/PDIF worden verstuurd, dus via een optische of coaxiaal digitale uitgang. Aangezien de HD-formaten meer bandbreedte nodig hebben zijn deze alleen als bitstream te versturen over HDMI.

Dit kan samengevat worden in onderstaande tabel:
FormaatKan bitstream verstuurd worden per
DTSS/PDIF en HDMI
Dolby DigitalS/PDIF en HDMI
DTS-HD (MA en HQ)HDMI
Dolby TrueHDHDMI
Dolby Digital PlusHDMI



Ik heb geen HDMI op mijn receiver, kan ik nu niet van HD-audio genieten?
Wanneer men een receiver heeft zonder HDMI en toch wil genieten van de HD Audio formaten kan men kiezen voor een Blu-ray speler met 5.1 of 7.1 analoog uit. De Blu-ray speler zal de digital HD Audio formaten dan zelf decoderen naar analoog en deze uitsturen naar de analoge uitgangen van de speler. Natuurlijk moet de receiver dan wel beschikken over 5.1 of 7.1 analoog in. In tegenstelling tot de bitstream welke de digitale uitgangen verliet gaat het signaal hier over LPCM.

Wanneer men een receiver heeft met HDMI In, maar welke geen HD Audio als DTS-HD ondersteunt, kan men nog steeds genieten van deze formaten. Men moet dan een speler nemen welke de HD formaten kan decoderen naar LPCM. Het audioformaat wordt dan al in de Blu-ray speler gedecodeerd in plaats van in de receiver. De receiver hoeft in dit geval dus weinig te doen, namelijk het inkomend signaal naar de speaks sturen. Steeds meer en meer Blu-ray spelers kunnen zelf decoderen naar LPCM, maar er zijn nog steeds modellen die dat niet doen. Dus heb je het nodig, let dan op bij de aanschaf!

Wanneer men een receiver heeft met HDMI In en HD Audio decodering kan men eigenlijk elke Blu-ray speler kopen. Dit omdat elke speler audio kan bitstreamen naar de receiver. De receiver zal het digitale pakket van de Blu-ray speler binnen krijgen en zelf decoderen, hier doet de receiver dus het decodeerwerk en niet de Blu-ray speler zoals bij LPCM het geval is.

Ook dit kan samen worden gevat in een dergelijk schema:
Receiver zonder HDMIReceiver met HDMI zonder HD AudioReceiver met HDMI en HD Audio
DTS-HDAnaloog uitLPCMHDMI
Dolby Digital PlusAnaloog uitLPCMHDMI
Dolby TrueHDAnaloog uitLPCMHDMI



De DVD speler direct op een setje surround speakers aansluiten
Als men goedkoop surround wil hebben, kan ervoor gekozen worden om een setje PC speakers op de DVD speler aan te sluiten. Dan geldt hetzelfde verhaal als in speakers direct op een geluidskaart aansluiten. De speakerset moet dus een eigen versterker hebben, PC speakers zijn dan heel geschikt.

In de meeste gevallen zal men een DVD speler moeten kopen met een ingebouwde 5.1 decoder omdat er in PC speakers niet vaak een DTS/Dolby Digital decoder zit. Bij sommige duurdere PC speakers is dat wel zo (Logitech Z-5500, Teufel Concept), dan is een digitale uitgang op een DVD speler voldoende.

Er zijn tegenwoordig ook kant-en-klare of out-the-box 5.1 sets te vinden. In de doos zit dan letterlijk een 5.1 set met een DVD of Blu-ray speler. De versterker is veelal ingebouwd in de speler of komt los mee. Dit is een iets luxere manier dan met het pc-speakersetje.


Op mijn Blu-ray speler staat DTS-HD / Dolby True HD heb ik nu een ingebouwde decoder?
Dat kan, maar het hoeft niet. Men kan een decoder herkennen door de specificaties te bekijken en te zoeken naar specifiek het woord decoder of naar 5.1 output. Men kan het ook zien door naar de achterkant van een DVD of Blu-ray speler te kijken om te zien of er 6 analoge uitgangen opzitten. Dan zit er sowieso een decoder in en soms ook een DTS decoder.

Het verschil tussen een het uitsturen van geluid via LPCM (met decoder) of via bistream (zonder decoder) is hierboven reeds uitgelegd. (Zie ook: Bitstream en LPCM)


Surround geluid uit de TV / TV aansluiten op de receiver.
Bij een TV moet achterop de TV gekeken worden naar een line-out of een audio-out. Deze is er in twee vormen: de digitale versie en de analoge. De digital versie is veelal een optische uitgang Al werken sommige merken met een zogenaamde digitale coax uitgang. Voordeel van deze digitale uitgangen is dat de tv in theorie 5.1 geluid door kan sturen naar een receiver. In de praktijk wil het echter dat er veel tv’s dit signaal terug scalen naar 2.0 stereo of kieskeurig zijn met de codecs. Zo zijn tv’s die DTS kunnen uitvoeren zeldzaam. Dit komt doordat er in deze interface geen High-bandwidth Digital Content Protection (HDCP) wordt doorgegeven. HDMI beschikt hier wel over.

De andere versie is dus analoog. Het aansluiten van deze uitgang gaat met tulp-stekkers. De ene kant van de kabel gaat in de tv en de andere kant in de receiver. Nadeel is dat men op deze manier maximaal 2.0 geluid heeft. Al is ook hier wel de optie aanwezig om gebruik te maken van Dolby Pro Logic, mits de receiver het ondersteund.

Als bovenstaande niet aanwezig zijn kan men kijken of er een scartaansluiting aanwezig is en of de TV de mogelijkheid heeft om daar geluid door naar buiten te sturen.

Als de TV dit alles niet heeft dan is de laatste strohalm de hoofdtelefoonuitgang. Met een verloopplugje kan deze ook aangesloten worden.

« · ^

Wat is Surround Sound
Een algemene term waarmee geluid wordt omschreven dat ruimtelijker klinkt dan stereo, hetzij door een stel extra speakers, hetzij door faseverschuivingen in het geluid. Afkomstig uit de bioscoop waar het gebruikt wordt om het gevoel te geven dat men middenin de actie zit door geluid van meerdere kanten te laten komen. Wat ook nog versterkt wordt door verschillende kanalen toe te wijzen aan de verschillende kanten.


Wat betekent 2.0, 5.1, 7.1, enzovoort?
Dit is de notering waarmee aangegeven wordt hoeveel onafhankelijke kanalen er weergegeven worden bij het afspelen. Er zijn in het meest complete geval dus 8 kanalen: Linksvoor, Rechtsvoor, Center, Linksachter, Rechtsachter, Surround Rechts en Surround Links. Het .1e kanaal is een kanaal met een zeer beperkt frequentiebereik, namelijk 20-120Hz. Dit kanaal wordt gebruikt voor een extra laageffect bij films, dat wordt weergegeven door een subwoofer.

Overigens bestaat er ook een 6.1 versie. Dat is een standaard 5.1 set-up, maar dan met één speaker extra en wel de rear center.

De huidige standaard voor DVD’s is 5.1 en voor Blu-ray 7.1 (al gaat het hier veelal om een upscale van een 5.1 track). Er zijn overigens al receiver die tot een 11.3 set-up gaan.


Wat is Dolby surround?
Dolby surround is de huidige standaard voor surround geluid waarmee alleen een stereo kanaal weergegeven kan worden. Dit Systeem werkt met vier kanalen, namelijk Links, Center, Rechts en een tot 8Khz frequentiebeperkt kanaal: Het achterkanaal. Deze kanalen worden "verzonnen" aan de hand van de aanwezige twee kanalen van de stereo bron. Dit wordt gedaan door de Dolby Prologic decoder.


Hoe werkt Dolby Pro Logic?
De vier kanalen zitten in een zogenaamde "matrix" in het stereokanaal. Met deze techniek kunnen in het stereosignaal 4 kanalen gecodeerd worden.

Het centerkanaal is heel eenvoudig te verklaren. Dit is gewoon al het geluid dat mono is opgenomen en uit beide speakers even hard komt. De decoder zal dat herkennen en zal het geluid naar het centerkanaal sturen.

Het surround kanaal is een kanaal dat met van een fase verschuiving in het gewone signaal is gemixed. De decoder zal ook dit signaal herkennen en het naar het achterkanaal sturen. Dit signaal is een beperkt kanaal omdat anders de hoge tonen, waarvoor het gehoor veel gevoeliger is voor fase fouten, te veel gestoord worden. Ook de allerlaagste tonen worden niet weergegeven door het achterkanaal omdat bij deze lange golven een faseverschuiving zeer gemakkelijk leidt tot het uitdoven van de lage tonen. Dit verhaal kan je zelf nagaan door je stereo speakers uit fase aan te sluiten. De hoge tonen, die de meeste richtingsinformatie bevatten, lijken uit alle plekken te komen, behalve uit je speakers.


Op dit moment zijn verschillende versies van Dolby Pro Logic.
Zo is er Pro Logic II welke van een 2.0 signaal 5.1 kan maken. Maar Dolby Pro Logic IIz komt nu ook meer en meer op. Deze codec kan van een 5.1 signaal een 7.1 signaal maken of van een 7.1 een 9.1 signaal.

Wat houdt digitaal surround geluid in?
Dit is niets anders dan een digitaal geluidsspoor waarin een surround effect zit. Het zegt niets over de kwaliteit ervan; het kan ook gewoon Dolby Pro Logic zijn. In de reclame wordt dit als synoniem gebruikt voor Dolby Digital, DTS en MPEG-2 geluid, wat dus verkopersonzin is.

Wat is Dolby Digital?
Dolby Digital is de standaard voor DVD's om geluid op de schijf op te staan. Door gebruik te maken van compressie (AC3 genaamd) wordt veel ruimte bespaard op de schijf. Dit is handig omdat er op DVD vaak meerdere geluidssporen staan in verschillende talen en omdat het ook vaak met zes kanalen op de DVD staat. Met Dolby Digital kan tot vijf onafhankelijke kanalen op een DVD opnemen, die allemaal een volledig frequentiebereik hebben. Dolby Digital is trouwens geen synoniem aan surround geluid. Er bestaan variaties 2.0 tot 5.1, waarbij 2.0 en 5.1 het meest gebruikt worden.


Wat is het voordeel van Dolby Digital boven Dolby ProLogic?
Dit is te omschrijven in de volgende punten
  1. Er zijn vijf in plaats van vier kanalen, dit leidt tot een veel nauwkeurigere plaatsing van het geluid achter de luisteraar.
  2. Alle kanalen hebben een volledig frequentiebereik. Dit leid tot een veel realistischer geluidsbeeld. Niet alleen klinken de achterkalen beter, ze passen ook veel beter in het geluidsbeeld. Ze kunnen nu hetzelfde weergeven als de voorspeakers. In het ideale geval zijn ze ook hetzelfde.
  3. Alle kanalen zijn discreet, dit houdt in dat alle kanalen een eigen geluidsspoor hebben. Het voordeel uit zich in een veel betere kanaalscheiding waardoor de plaatsing veel nauwkeuriger is. Ook kunnen de achterspeakers en de centerspeaker totaal onafhankelijk van de voorspeakers geluid weergeven. Dus kan een trein ook echt alleen van achteren komen. Het voordeel van een discreet voorkanaal is dat bijvoorbeeld muziek via de frontspeakers worden weergegeven, terwijl de centerspeaker geïsoleerd wordt in waar hij goed in is: spraak weergeven. Ook een auto die van links naar rechts rijd kan de centerspeaker rustig overslaan waardoor de klankkleur niet steeds verandert naarmate het geluid van speaker wisselt (hoe ideaal dan ook, een center klinkt altijd anders dan de frontspeakers)
  4. Er is een apart subwoofersignaal dat in te stellen is op volume. Zo kun je het geluid zeer indrukwekkend laten klinken door dit kanaal goed in te stellen, zonder dat het geluid van de rest van de set bonkerig overkomt.

Wat is Dolby Digital surround EX (DD-EX)?
DD-EX is een recente ontwikkeling in de wereld van Dolby. In de basis is het gelijk aan het gewone Dolby Digital 5.1, waarbij er ruimte is voor drie frontspeakers, twee rearspeakers en één subwoofer. Echter nu wordt er een extra rearkanaal meegecodeerd in de bestaande twee rearkanalen, op eenzelfde manier zoals de centerspeaker wordt meegecodeerd bij Dolby Pro Logic. Middels een actieve matrix wordt dit back-center kanaal uit het linker en rechter rearkanaal gehaald en doorgestuurd naar de speaker die recht achter geplaatst is. Dit geeft de mogelijkheid tot een betere plaatsing van het surroundgeluid. Gebruik als back-center speaker echter wel eenzelfde speaker als de andere rearspeakers, en geen 'echte'. Deze zal namelijk een andere klank hebben wat een negatief effect heeft.


Wat is Dolby Digital Plus (E-AC3)?
E-AC3 is een verbeterd codeersysteem gebaseerd op de AC3-codec. Het biedt verhoogde bitrates (tot 6.144 Mbit/s), ondersteuning voor meerdere audiokanalen (tot 13.1) en verbeterde coderingstechnieken om de compressie te vergroten. Bovendien is het volledig compatibel met oudere versies van AC3-hardware.


Wat is Dolby TrueHD?
Dolby Digital surround is dus de standaard voor DVD, maar met de komst van Blu-ray is er een HD variant toegevoegd.

Dolby TrueHD is een geavanceerde lossless audio-codec. TrueHD ondersteunt audiokanalen met een resolutie van 24 bits, 96KHz oversampling met maximaal 18Mb/s over 14 kanalen verdeeld (hoewel HD DVD en Blu-Ray er maximaal 8 van kunnen gebruiken). Extra ‘meta-informatie’ kan in het formaat worden opgeslagen, zoals normalisatie van het geluid, en Dynamic Range Control.

TrueHD streams zijn opgenomen in de HDMI standaard. Alle HDMI aansluitingen kunnen True HD streams transporteren, als ze zijn omgezet naar ongecomprimeerde audio. Iedere HD DVD speler moet in staat zijn om True HD in minimaal 2 kanalen ongecomprimeerde audio om te zetten.

Vanaf HDMI 1.3a is het mogelijk om TrueHD direct (gecomprimeerd) te versturen naar een AV receiver die met dit formaat overweg kan.

Dolby TrueHD is in competitie met DTS-HD Master Audio, een andere lossless codec van Digital Theater System.

Wat is DTS en wat is het voordeel van DTS boven Dolby Digital?
DTS staat voor Digital Theatre Sound. De werking is exact gelijk aan Dolby Digital. Het enige verschil is de kwaliteit van het signaal. Het kwaliteitsverschil zit hem in de mate van compressie. Bij Dolby Digital worden alle zes de kanalen met 64kbps weergegeven (vergelijk mp3: 128kbps stereo). Dit resulteert in een datastroom van maximaal 384kbps. Bij DTS is dit verhoogd tot 768kbps. Hier is dus 128kbps per kanaal beschikbaar (vergelijk mp3: 256kbps). De methode van comprimeren is niet dezelfde, maar het vergelijk blijft goed staan. Deze hogere bitrate resulteert in een nauwkeuriger "stereobeeld" (tussen aanhalingstekens omdat het om een totaal surroundbeeld gaat in dit geval). Akoestische instrumenten en stemmen profiteren aanzienlijk van de ruimere bandbreedte. Het heeft dus nut als je van plan bent veel muziek op je systeem te spelen, en als je het laatste restje surround uit je systeem wil persen. Het verschil is er zeker, maar niet zo overweldigend als het verschil tussen Dolby Prologic en Dolby Digital.

Wat is DTS-ES?
DTS-ES is de 6.1 variant van DTS welke verkrijgbaar is in een matrix versie en een discrete versie. De matrix versie is in grote lijnen hetzelfde als Dolby Digital EX, waarbij middels aan actieve matrix het extra back-center kanaal uit de twee bestaande rearkanalen wordt gehaald.

DTS 6.1 discrete is vervolgens weer gelijk aan DTS 6.1 matrix. Deze heeft dus ook het back-center kanaal in de twee rearkanalen zitten welke er uit moet worden gehaald. Echter wordt deze nu door de DTS-ES decoder weggegooid en vervangen door een extra en discreet meegestuurd kanaal. Heb je een 'gewone' DTS decoder dan gebeurd dit niet, zodoende blijft DTS-ES backwards compatible met alle decoders.

Wat is DTS-Neo:6?
Dit analoge decodeerformaat maakt deel uit van DTS ES decoders. Er wordt een 6.1-kanaals surround-mix geproduceerd op basis van gewone stereobronnen. Alle kanalen zijn full-range, met een frequentiebereik van 20 Hz tot 20 kHz.

DTS-Neo:6 kan dus eigenlijk gezien worden als de DTS variant van Dolby’s Pro Logic.

Wat is DTS-HD?
Zoals gezegd is met de komst van HD DVD en Blu-ray het HD formaat van Dolby Digital geboren, namelijk Dolby TrueHD. DTS heeft ook een HD variant en wel DTS-HD.

DTS-HD is een High Definition audio spoor in de DTS familie. DTS-HD komt in twee soorten: DTS-HD High Resolution en DTS-HD Master Audio. (Afgekort tot: DTS-HD HR en DTS-HD MA)

DTS-HD HR is een lossy format, wat inhoud dat er compressie is gebruikt ten opzichte van de originele studio master. DTS-HD MA is een lossless format, wat inhoud dat er geen compressie is gebruikt ten opzichte van van de studio master. Beide formaten hebben ook een 'core', een normale DTS track die elke DTS receiver kan afspelen, met een bitrate van 1.5 Mbps. DTS-HD HR gaat nog een stukje verder dan gewoon DTS en gebruikt een bitrate van maximaal 6.0 Mbps bij Blu-ray. DTS-HD MA is dus een één op één kopie van de originele studio master en gebruikt een variabele bitrate.

Wat is THX?
THX is geen standaard. Het is een kwaliteitskeurmerk voor bioscopen, apparatuur en voor films. Het is ontwikkeld door George Lucas ten tijde van Star Wars. Dit uit onvrede over de bioscoopzalen. Met name het geluid in zulke bioscopen. Bioscopen die aan de certificering willen voldoen moesten aan zeer strenge eisen over frequentiebereik en vermogen voldoen. Ze werden ook doorgemeten en dan kwam er een certificering of niet. THX heeft niets met het aantal kanalen te maken of met Dolby Digital. Het komt er simpel op neer dat het geluid erg hard kan en dat er een flinke hoeveelheid voelbaar laag lekker meedreunt. THX ziet men ook op veel thuisapparatuur staan. Dit is ook een kwaliteitsmerk. Dit gaat dan vooral om het vermogen dat de versterker minimaal kan leveren (100W/kanaal) en of het een verwerkingsunit heeft waarmee het geluid, dat in films op bioscoopspeakers is geoptimaliseerd, bewerkt wordt waardoor het wat meer voor kleine kamers geschikt is.

Dit keurmerk wil niet zeggen dat een versterker goed klinkt. Ondertussen is er een THX keurmerk bijgekomen, namelijk THX Select. En de oude gaat nu door het leven als THX Ultra. Voor de precieze eisen waaraan apparatuur moet voldoen om het keurmerk te krijgen klik dan hier.

«^

Versterkers en Receivers
Een audioinstallatie bestaat uit een aantal onderdelen die al dan niet geïntegreerd zijn, deze onderdelen zijn eigenlijk in drie groepen te verdelen:
  1. bron
  2. versterker
  3. weergever

De bron
De bron kan van alles zijn, zoals een tuner, een platenspeler, MP3-speler, CD-speler, PC... noem maar op. Hier komt het geluid vandaan. De bron is aangesloten op een versterker, deze versterkt het geluid zodat het afgespeeld kan worden met de weergever, bijvoorbeeld een speaker of een hoofdtelefoon. Vaak zijn bron en versterker geïntegreerd, bijvoorbeeld een mini-set'je. Maar ook een MP3-speler bevat eigenlijk een vesterkertje om je hoofdtelefoon aan te kunnen sturen. Een stikte scheiding is dus niet altijd te maken. (Natuurlijk zijn de onderdelen verbonden met elkaar door middel van kabels.)


De versterker
Versterkers komen er in vele soorten en maten, voor verschillende doelen en verschillende smaken. Eerst de verschillende soorten:
  • Voor-versterker: Dit is een speciaal type versterker waar eigenlijk geen weergever aan gehangen kan worden. Men dient het namelijk voor een eindversterker te zetten. Een voorversterker bevat altijd een volumeregeling. Meestal bevat een voorversterker ook een bronkeuze en soms ook een balans of toonregeling. Sommige voorversterkers zijn zelfs niet eens versterkers, omdat ze passief (ze bevatten dus geen actieve componenten) zijn, en dus enkel kunnen verzwakken.
  • Eindversterker: Deze bevat de daadwerkelijke "eindtrappen" die ervoor zorgen dat de kleine, zwakke signalen die er uit een voorversterker komen worden versterkt zodat deze via bijvoorbeeld een luidspreker beluisterd kunnen worden. De meeste eindversterkers hebben geen volumeknop omdat de voorversterker de volumeregeling op zich neemt.
  • Geïntegreerde versterker: Een combinatie van de twee bovenstaande en de meest voorkomende soort versterker. Het is gewoon een voor- en eindversterker in één kast.
  • Receiver: Dit gaat nog een stapje verder dan bovenstaande en integreert ook nog een radio, en vaak ook nog vele andere dingen, zoals video verwerking, verwerking van verschillende digitale audio formaten, etcetera. Meest bekende vorm van deze receivers zijn de Home Cinema receivers. Deze bevatten meestal veel in- en uitgangen.
«^

Speakers
Aangezien we hier in Audio & Hifi zitten is de weergever natuurlijk een speaker. De weergever kan ook een tv of scherm zijn aangezien receivers naast geluid ook beeld door kunnen sturen.

Speakers zijn de belangrijkste keten in de audio schakel. Ook hierover zien we bijna dagelijks vragen voorbij komen. Alleen is het in dit geval zo goed als onmogelijk om hier iets zinnigs op te zeggen aangezien geluidsbeleving puur subjectief is. Met andere woorden: Goed geluid is geen universeel begrip. Wat voor de één lekker in het gehoor ligt kan voor de ander wel rampzalig klinken, sommige luisteraars houden van een wat meer aangedikte laag en er zijn er ook weer luisteraars die wat meer helder hoog lekker vinden klinken. Dit is nog een redelijk duidelijk verschil, maar er zijn natuurlijk ook veel subtielere.

Moraal van dit verhaal:
Doordat smaak een rol speelt bij de keus van een luidspreker (en eigenlijk alle audio-producten met een klank) heeft het geen zin om aan een ander te vragen je te helpen bij de keuze daarvan.
Het is verstandig om kritisch te zijn bij de keuze van luidsprekers omdat deze dus het resulterende geluid bepalen. De satelliets
ystemen voor het surround geluid van thuisbioscopen kunnen over het algemeen niet op tegen de grotere boekenplank of vloerstaande speakers. Hoewel er veel satellietsystemen zijn met goede geluidsweergave kiezen veel kritische luisteraars vaak voor de grote luidsprekers.

Vloerstaand of Boekenplank
De keuze tussen een vloerstaande en boekenplank speaker wordt meestal gemaakt aan de hand van de beschikbare ruimte. Een vloerstaande speaker klinkt niet per definitie beter dan een boekenplank model. Echter heeft een vloerstaander wel meer body/kast en kan over het algemeen daardoor meer laag produceren. Maar nogmaals: er zijn zeker ook boekenplankspeakers die dat kunnen. Ook hier is gaan luisteren weer het devies.

Type speaker
Een luidspreker moet een groot gebied van frequenties kunnen weergeven, van de zeer lage tot hoge tonen. Omdat men vrijwel niet in staat is om uit één luidspreker het volledige frequentiegebied te halen worden vaak meerdere luidsprekers in één luidsprekerkast gebruikt. De aanduiding voor dit soort termen is “weg” (als in drieweg, tweeweg, etcetera).

Het elektronische signaal wordt gesplitst door middel van een filter. Een tweeweg luidspreker heeft één zo´n filter ingebouwd. Een tweewegsysteem kan ook meer dan twee luidsprekers per kast hebben, de manier van filteren bepaalt of het een tweeweg danwel driewegluidspreker betreft.
Een driewegsysteem kan veel beter zijn dan een tweewegsysteem maar dat is zeker niet altijd het geval. Een goed tweewegsysteem is vaak goedkoper te maken. Alleen zeer goed doordachte en vervaardigde (en dus vaak niet goedkope) drie- of vierwegsystemen zijn in staat een betere muziekweergave te bieden.

De Basreflex poort
De meeste populaire speakers zijn voorzien van een baspoort. Door middel van de baspoort wordt de energie aan de "achterkant" van de speaker nuttig gebruikt. Bij een gesloten box (zonder basreflex poort) gaat deze energie verloren. De poort zorgt voor een hoger rendement van de speaker. Dit resulteert voornamelijk in een krachtigere weergave van de lage tonen.

Magnetisch afgeschermde speakers
Een magnetisch afgeschermde speaker kan vlak naast, op of onder een TV worden geplaatst zonder dat deze het TV beeld stoort. Dit doordat de interne magneet van de speaker dus afgeschermd is.

«^

Contactgegevens




OnePlus 7 Microsoft Xbox One S All-Digital Edition LG W7 Google Pixel 3 XL OnePlus 6T (6GB ram) FIFA 19 Samsung Galaxy S10 Sony PlayStation 5

Tweakers vormt samen met Tweakers Elect, Hardware.Info, Autotrack, Nationale Vacaturebank, Intermediair en Independer de Persgroep Online Services B.V.
Alle rechten voorbehouden © 1998 - 2019 Hosting door True