Je kunt altijd de boottijd nog wat verkorten door initrd te schrappen, en de benodigde modules direct in de kernel te bakken...
Verder doet udev er ook nog een tijdje over om zijn werk te doen. Dat kan je schrappen, of iig een hoop regels ervan, scheelt ook weer wat boottijd, maar kost wel flexibiliteit.
Als je ergens een linux-server/ permanent bereikbare desktop hebt staan, kan je daar ook nog interessante dingen mee doen, bijv. als bestandsserver gebruiken, liefst nfs+cachefs, of remote applicaties op draaien, liefst via NX.
Je kunt het complete OS in een squashfs stoppen. Is alleen-lezen, maar wel een stukkie sneller.
Als je dan de rest van de bestandsruimte op je netbook puur als cache gebruikt, kun je ook enigszins risico op bestandssysteemcorruptie accepteren, en bijv. wat minder veilige mount-opties gebruiken(bijv. nobarrier, geen journal). Maakt het ook weer wat sneller.
Je kunt behoorlijk gaan snijden in de scripts die bij het opstarten gedraaid worden.
Veel power-management staat, voor de algehele stabiliteit, nogal conservatief ingesteld. Enjoy.
Dit zijn dingen die niet echt te doen zijn voor een OS voor algemeen gebruik, omdat ze nogal afhankelijk zijn van de specifieke situatie. Maar voor eigen gebruik kan het natuurlijk wel...
Maarre, beginnen we niet een klein beetje offtopic te raken?
ONtopic:
Er is GEEN ENKELE echte microkernel voor algemeen gebruik. Er zijn er een paar voor embedded-systemen, en daar houdt het mee op. Mac OS X heeft een hybride kernel, met een dunne bodem, en daar bovenop de feitelijke kernel. Windows heeft een gedrocht gecreëerd. Dat ding stamt af van een microkernel, maar MS, en de hardwarefabrikanten et al, hebben in de tussentijd dusdanig veel in de kernel lopen proppen dat er van micro weinig over is. En de belangrijkste reden voor een microkernel, de stabiliteit, is ook ver te zoeken...
Een microkernel heeft 2 voordelen: stabiliteit en veiligheid. Met een goed ontwerp gebeurt er verder weinig als er een onderdeel crasht. En dat ene onderdeel kan je dan simpelweg herstarten. Bij een macrokernel neem je meestal de complete kernel mee... Ook hebben onderdelen niet volledige toegang, wat de veiligheid aanzienlijk vergroot.
Als nadeel zit je echter wel met het probleem dat je, om die voordelen te kunnen bereiken, elke keer als de ene module de ander aanroept goed moet kijken of-ie dat wel mag. Dat is nogal vertragend. Ook zal je heel voorzichtig moeten zijn met niet-helemaal-veilige functionaliteit, zoals dma. (daarmee kan een apparaat zelf bij het geheugen, en dus de kernel passeren...)
Het heeft niet veel zin om nu nog te gaan proberen de linux-kernel naar een microkernel te verbouwen. Daar is-ie intussen toch net iets te groot voor geworden, tegen de tijd dat je klaar bent is de monilitische kernel alweer een heel stuk verder, en er behoorlijk performance uit krijgen wordt ook nogal lastig.
Wel krijgt de linux-kernel steeds meer mogelijkheden om drivers in userspace te planten. Bijv. USB-drivers, fuse, en nu ook cuse.
Ik kan me weinig andere redenen bedenken om een 3.0 te gaan beginnen...
Have a taste of freedom. It is sometimes a bitter pill. To me though, this is the sweetness of the GPL