Een switch hang je aan router, en aan de switch hang je pc's. Misschien tussen je WAN en Router nog een firewall maar de meeste "routers" heb een ingebouwde firewall.
Wat theorie (schaamteloos gekopieerd van wikipedia):
Router
Een router is een apparaat (dat kan een computer zijn), dat twee of meer verschillende computernetwerken aan elkaar verbindt, bijvoorbeeld internet en een bedrijfsnetwerk. Een router kan gezien worden als een schakelapparaat voor datapakketten dat actief is op OSI-laag 3. Dit in tegenstelling tot een hub, die op laag 1 werkt en een switch, die opereert op OSI-laag 2.
Om de juiste uitgaande poort te kiezen, zoekt de router het bestemmingsadres van het te routeren pakket op in de routeringstabel. Bij het TCP/IP-protocol (zoals op het internet) bestaat een routeringstabel uit een tabel met IP-adressen of gegroepeerde IP-adressen (subnet), en het bijbehorende volgende knooppunt (next-hop). Het volgende knooppunt is doorgaans een andere router, die gekoppeld is via een van de poorten van de router.
Wanneer het bestemmingsadres routeerbaar is, en dus bestaat in de routeringstabel, zal de router het bijbehorende volgende knooppunt gebruiken om de uitgaande poort te bepalen. Het binnenkomende IP-pakket wordt naar de uitgaande poort gestuurd.
De router bouwt een routeringstabel op door route-informatie uit te wisselen met buurrouters. Zo ontstaat een volledig beeld van alle routes in het IP-netwerk. De router zal op basis van het Kortste Pad Algoritme (Edsger Dijkstra), een routeringstabel opbouwen waarbij het kortste pad wordt gekozen naar de eindbestemming. In andere bewoording: het knooppunt dat gekozen wordt, maakt deel uit van het kortste pad (shortest path).
De volgende routeringsprotocollen kunnen hiervoor gebruikt worden: - RIP (Routing Information Protocol). - OSPF (Open Shortest Path First). - IS-IS Intermediate System to Intermediate System. - BGP (Border Gateway Protocol)
Een router wordt beschouwd als een uitvoerapparaat. Een datapakket mag normaal maar door een bepaald aantal routers heen gaan voor het op zijn eindbestemming aankomt, bepaald door de TTL-waarde (Time to Live) van het pakketje. Een router staat vaak in verbinding met een gateway, of functioneert zelf als dusdanig.
Switch
Een switch is net als een hub een apparaat in de infrastructuur van een computernetwerk. In tegenstelling tot een hub stuurt een switch een datapakket alleen naar de specifieke poort waarnaar het pakketje geadresseerd is. Een hub stuurt elk pakket naar alle poorten. In het verleden kon een hub niet omgaan met verschillende snelheden en een switch wel, maar ook hubs kunnen tegenwoordig omgaan met twee snelheden. Doordat de data alleen naar de poort wordt gestuurd waarop de eindbestemming van het pakket is aangesloten, vermindert het totale verkeer op het netwerk door switches toe te passen, en is het risico op botsingen (collisions) lager.
Een switch kan Ethernet, Token ring, Fibre Channel of andere types pakketgeschakelde netwerksegmenten verbinden tot één homogeen netwerk op het niveau van de OSI-datalinklaag.
Switches zijn zelflerend, een netwerkpakketje met een nieuw adres komt langs een inkomende poort de switch binnen en wordt in eerste instantie via alle andere poorten het netwerk in gestuurd. Als op een specifieke poort een antwoordpakketje komt, weet de switch door het afzenderadres wie daar aangesloten is, de switch slaat dit adres en de poort op in zijn MAC-adressentabel en zal in het vervolg pakketjes met hetzelfde adres alleen nog naar die ene poort sturen. Regelmatig probeert de switch de andere poorten ook weer, het kan immers zijn dat iemand een andere computer aangesloten heeft, of een computer naar een andere poort verplaatst heeft.
Bij een hub is het hele netwerk één collision domain, door het gebruik van een switch wordt dit opgesplitst naar elk verbonden netwerksegment. Enkel NIC's die rechtstreeks op een switchpoort verbonden zijn door een point-to-pointlink, of direct verbonden hubs, zullen dan een collision domain vormen. Op deze manier kunnen full-duplex point-to-point-verbindingen met een switch mogelijk gemaakt worden, waar collisions uitgesloten worden.
In complexe netwerken, waar redundante links liggen of waar men storingen wil opvangen, kan het Spanning Tree Protocol gebruikt worden om lussen in het netwerk te vermijden.
Er bestaan managed switches en unmanaged switches. Zoals de naam het laat vermoeden kan je een managed switch beheren: QoS (quality of service: sommige soorten netwerkverkeer voorrang geven), VLAN's (virtuele LANs: de switch opsplitsen in verscheidene virtuele switches) of poorten reserveren voor specifieke computers. Aan een unmanaged switch is niets in te stellen, en de ingebruikname is dan ook vaak probleemloos.
[
Voor 102% gewijzigd door
Turdie op 01-07-2009 04:04
]