Een enqueteur komt langs de huizen. Een vader doet open en er volgt het volgende gesprek:
E: Hoeveel kinderen heeft u?
V: 3
E: Wat is de leeftijd van uw kinderen?
V: De som van de leeftijden van mijn kinderen is het huisnummer van de buren
De enqueteur weet het huisnummer v.d. buren
E: Dat zijn niet genoeg gegevens, ik wil meer!
V: Produkt van alle leeftijden is 36
E: Hier heb ik niet genoeg aan..
V: De kinderen zijn jonger dan de buurjongen.
Enqueteur weet de leeftijd van de zoon al
E: Ik weet genoeg!
- WAT IS DE LEEFTIJD VAN DE KINDEREN?
- WAT IS HET HUISNUMMER VAN DE BUREN?
E: Hoeveel kinderen heeft u?
V: 3
E: Wat is de leeftijd van uw kinderen?
V: De som van de leeftijden van mijn kinderen is het huisnummer van de buren
De enqueteur weet het huisnummer v.d. buren
E: Dat zijn niet genoeg gegevens, ik wil meer!
V: Produkt van alle leeftijden is 36
E: Hier heb ik niet genoeg aan..
V: De kinderen zijn jonger dan de buurjongen.
Enqueteur weet de leeftijd van de zoon al
E: Ik weet genoeg!
- WAT IS DE LEEFTIJD VAN DE KINDEREN?
- WAT IS HET HUISNUMMER VAN DE BUREN?