Uit studies van verwegliggende supernovae lijkt een kracht te kunnen worden afgeleid die de zwaartekracht tegenwerkt bij het vertragen van de expansie van het heelal. Veelal wordt hierbij gerefereerd aan de kosmologische constante die Einstein indertijd zijn grootste vergissing noemde.
Is er misschien niet een andere verklaring denkbaar dan het uitvinden van weer een nieuwe kracht. Waarschijnlijk schiet mijn begrip van de meerdimensionale ruimte hier tekort, maar dit is waar ik aan dacht:
Beschouw een willekeurig punt in een driedimensionale bolvormige ruimte. Het punt ligt op de rand van die bolvormige ruimte. De totale afstand van het punt tot het centrum(hierna te noemen lokaal centrum) wordt vanwege de beperking van de lichtsnelheid bepaald door de leeftijd van ons denkbeeldige 3D heelal. Alle punten die dichter bij het lokale centrum van de ruimte liggen oefenen zwaartekracht uit op het punt.
Beschouw nu eens alle punten die op eenzelfde afstand buiten ons denkbeeldige punt liggen, dus verder van het eerder bepaalde lokale centrum vandaan.
De aan de buitenkant liggende punten bevinden zich alle in een ruimte die aan de ene kant wordt begrensd door een gedeeltelijk bolvormig oppervlak rond het eerder genoemde lokale centrum (zal ongeveer 90 graden over de omtrek van de bol naar alle kanten zijn uitgestrekt) en aan de andere kant door een ellipsoide achtig oppervlak met een langste as die twee stralen van het lokale centrum ligt.
Kan men nu niet stellen dat op elk moment in de tijd het aantal aan de "buitenkant" liggende punten groter is dan het aantal aan de "binnenkant" liggende punten, waarbij de gemiddelde afstand tot ons eerste punt in beide gevallen gelijk is. Daardoor zal ons punt netto een naar buiten gerichte kracht ondervinden en de neiging hebben om versneld te bewegen van de aan de "binnenkant" gelegen punten. Als dit geldt voor ieder punt in het heelal zal er een expansie waarneembaar worden. Op ieder moment in de tijd zijn er voor ieder willekeurige gekozen punt meer aan de "buitenkant" van de wereldruimte gelegen punten dan aan de "binnenkant"
Mijn gevoel zegt dat dit niet kan kloppen. Ieder punt in de ruimte zal waarschijnlijk worden ervaren als staande in het absolute middelpunt en dus naar alle kanten een gelijkwaardige aantrekking ondervinden. Wat in ieder geval geen verklaring kan zijn is om het heelal in deze zin als oneindig te beschouwen omdat de snelheid van welke invloed dan ook altijd beperkt blijft tot de lichtsnelheid. Denk hierbij ook aan de paradox van Olbers.
Ik maak zonder twijfel dus een enorme denkfout omdat mijn meetkundige kennis hierin beperkt is. Kan iemand dit wellicht ontzenuwen? Ik denk dat een van de problemen zal zijn dat het heelal in werkelijkheid meer dan drie dimensies heeft.
Is er misschien niet een andere verklaring denkbaar dan het uitvinden van weer een nieuwe kracht. Waarschijnlijk schiet mijn begrip van de meerdimensionale ruimte hier tekort, maar dit is waar ik aan dacht:
Beschouw een willekeurig punt in een driedimensionale bolvormige ruimte. Het punt ligt op de rand van die bolvormige ruimte. De totale afstand van het punt tot het centrum(hierna te noemen lokaal centrum) wordt vanwege de beperking van de lichtsnelheid bepaald door de leeftijd van ons denkbeeldige 3D heelal. Alle punten die dichter bij het lokale centrum van de ruimte liggen oefenen zwaartekracht uit op het punt.
Beschouw nu eens alle punten die op eenzelfde afstand buiten ons denkbeeldige punt liggen, dus verder van het eerder bepaalde lokale centrum vandaan.
De aan de buitenkant liggende punten bevinden zich alle in een ruimte die aan de ene kant wordt begrensd door een gedeeltelijk bolvormig oppervlak rond het eerder genoemde lokale centrum (zal ongeveer 90 graden over de omtrek van de bol naar alle kanten zijn uitgestrekt) en aan de andere kant door een ellipsoide achtig oppervlak met een langste as die twee stralen van het lokale centrum ligt.
Kan men nu niet stellen dat op elk moment in de tijd het aantal aan de "buitenkant" liggende punten groter is dan het aantal aan de "binnenkant" liggende punten, waarbij de gemiddelde afstand tot ons eerste punt in beide gevallen gelijk is. Daardoor zal ons punt netto een naar buiten gerichte kracht ondervinden en de neiging hebben om versneld te bewegen van de aan de "binnenkant" gelegen punten. Als dit geldt voor ieder punt in het heelal zal er een expansie waarneembaar worden. Op ieder moment in de tijd zijn er voor ieder willekeurige gekozen punt meer aan de "buitenkant" van de wereldruimte gelegen punten dan aan de "binnenkant"
Mijn gevoel zegt dat dit niet kan kloppen. Ieder punt in de ruimte zal waarschijnlijk worden ervaren als staande in het absolute middelpunt en dus naar alle kanten een gelijkwaardige aantrekking ondervinden. Wat in ieder geval geen verklaring kan zijn is om het heelal in deze zin als oneindig te beschouwen omdat de snelheid van welke invloed dan ook altijd beperkt blijft tot de lichtsnelheid. Denk hierbij ook aan de paradox van Olbers.
Ik maak zonder twijfel dus een enorme denkfout omdat mijn meetkundige kennis hierin beperkt is. Kan iemand dit wellicht ontzenuwen? Ik denk dat een van de problemen zal zijn dat het heelal in werkelijkheid meer dan drie dimensies heeft.