marcieking schreef op donderdag 17 mei 2007 @ 10:39:
[...]
Ik begrijp zeker wat je bedoelt, maar ben het er niet mee eens: je moet wel degelijk verschil maken tussen een analoog en digitaal signaal.
Een bij een analoog signaal zou het uitmaken wanneer er af en toe wat signaal verlies optreedt en het signaal nog maar half zo sterk aankomt bij de ontvanger. Daardoor zou bijvoorbeeld geluid (om maar een voorbeeldje te noemen) nog maar half zo hard klinken). Dat is ook de reden dat de dure kabels waar bijvoorbeeld hoge kwaliteit audio doorheen moet, vergulde connectoren hebben: om signaalverlies te voorkomen.
Een digitaal signaal is enen en nullen. Als het signaal even half zo sterk doorkomt, is een één nog steeds te onderscheiden van een nul, en merk je er dus helemaal niets van. Om even terug te komen op het voorbeeld van de geluidskabels: het is voor digitaal geluid dus een verwaarloosbaar voordeel om vergulde connectoren te kopen, een één is immers een één, en een nul een nul.
Ook met glasvezel maakt dit uit: als over een grote afstand een deel van het licht verloren gaat, is het overige deel nog steeds een één, en "geen licht" nog steeds een 0, mits het om een digitaal signaal gaat.
Systeembeheerders zien transmissie-lijnen altijd in een puur digitale vorm.
Een 1 is een 1 en een 0 is een 0.
Ik heb een elektrotechnische opleiding gehad. Vandaar dat ik datacom
ook vanuit de elektrotechnische hoek bekijk.
Carrier signalen zijn
altijd analoge signalen en zijn dus onderhevig aan dingen als demping, reflecties of invloeden van buitenaf. Of dit nu elektrische signalen, of elektromagnetische signalen zijn.
( Zoals radio golven en licht. )
Wanneer je een digitaal blok patroon op een lijn zet, komt dit aan het einde van de lijn er verzwakt uit. Het blok patroon ziet er dan uit als heuveltjes. ( Een soort sinus met een gelijkspanningscomponent. )
De elektronica aan de ontvangende kant kan aan de hand van de spanningsniveau's niet
meer bepalen
wat een 1 is en wat een 0. Bovendien zijn de stijlen flanken verdwenen en daardoor het klok signaal; de elektronica kan dus ook niet meer bepalen
wanneer een 1, een 1 is en wanneer een 0, een 0.
Hoe langer de lijn is hoe beroerder het digitale signaal eruit gaat zien en hoe meer bitjes er gaan omvallen. Dat een paar bitjes omvallen is niet erg, omdat dit wordt opgevangen door error detectie / correctie methoden in de hogere lagen van de protocol stack. Denk dan aan lijn protocollen, of het verzenden van extra data om het verlies aan data op te vangen. Je kunt bijvoorbeeld ook denken aan CRC checks, of het zend / ontvangst mechanisme van TCP.
Een paar omvallende bitjes is dus niet erg, maar er is een punt dat dat signaal teveel verzwakt raakt.
Alle error correctie methoden kunnen er dan niet veel soep meer van maken en er kan geen data meer mee verzonden worden.
Signalen op transmissie lijnen kun je versterken of regeneren.
Bij versterking wordt een digitaal signaal versterkt.
( Inclusief alle vervormingen die het signaal al heeft opgelopen.)
Bij regeneratie wordt het verzwakte signaal ontvangen en wordt weer als een nieuwe blokgolf uitgestuurd.
Dit is bijvoorbeeld een verschil tussen een hub en een switch.
idd. XENPAK of X2 modules.
[
Voor 3% gewijzigd door
Bl@ckbird op 17-05-2007 21:03
]