benoni schreef op maandag 04 december 2006 @ 19:54:
[...]
Het feit dat die simpele (en niet al te dure) rechttoe rechtaan versterkers het al ruim 30 jaar prima doen, terwijl er in mijn omgeving al twee nieuwere generaties electronica inmiddels op de schroothoop zijn beland, heeft mij wel aan het denken gezet over de keuze van nieuwe audiocomponenten.
Troep heb je er altijd tussen zitten, dat heeft niks met vroeger of nu te maken.
Ik zou niet kiezen voor zo'n alles in één receiver met veel knopjes, in- en uitgangen, volumeknoppen die meedraaien met de afstandsbediening... het gaat allemaal slijten, of het heeft volgens de laatste mode ineens weer in- of uitgangen te weinig en dan zit je er maar mee... De kans is bovendien best groot dat gewone versterkers en voorversterkers binnen 10 jaar passé zijn, ongeacht of ze nu 5.1, 7.2 of whatever aan kanalen aansturen. De hele taak van inputs selecteren en mixen wordt overgenomen door een audiokaart in de computer of het digitale mediasysteem.
Dat nu alles met tiptoetsen is uitgevoerd, met meedraaiende volumeknoppen en veel in-/uitgangen, lijkt heel eng

Echt snel kapot gaat het echter niet. Of een schakelaar nou direct schakelt, of dat 'ie via een relais werkt, dat maakt weinig uit. Meedraaiende volumeknoppen kom je bij surround receivers al bijna niet meer tegen, die worden namelijk digitaal geregeld. Over de in- en uitgangen kan ik je weinig negatiefs vertellen, mooi toch, zoveel ingangen? Daar is het namelijk een receiver voor, die gemaakt is om als ''centrale'' te werken in een AV setup.
In het laatste geval lijkt het mij aantrekkelijker om simpele (mono)versterkers te gebruiken, zodat je gescheiden voedingen hebt, gescheiden audiocircuits, weinig of geen potmeters, dus minder vervorming. Door alle overbodige poespas weg te laten is er meer geld voor hoogwaardige componenten. En het werkt veel flexibeler; je kunt van start gaan met een 2.0 installatie en later uitbreiden, of je installatie tijdelijk opsplitsen als je muziek in de tuin wilt hebben of zo.
Echte Hifi liefhebbers kiezen daar ook voor. Maar overdrijven is ook een vak. De ''audiofielen'' laten het liefst alles weg, ''want dat is beter'', maar dat gaat niet altijd op. Ingangsbuffers weglaten, een voorversterker passief maken, etc., dat heeft meestal meer nadelen dan voordelen. Dat proberen ze dan recht te trekken met exotische componenten, die niks met het ontwerp te maken hebben.
Ik zou alleen niet weten welke merken vandaag de dag zo'n oplossing bieden op een redelijk consumenten-prijsniveau. Je ziet het eigenlijk alleen in de high-end markt (en bij car audio, maar ja dat wordt ook weer zo'n gepruts). Misschien kun je op zoek gaan naar goede vintage versterkers die een mooi geluid geven en elkaar goed aanvullen. Hier zat ik voor mijzelf aan te denken. Ik wilde er dan wel hedendaagse speakers bij kopen, bijvoorbeeld die B&W 601 en 603 lijken me ietskes beter dan de oude B&W's waar ik nu naar luister.
Daar ben ik het helemaal niet mee eens! Een merk als 47Labs, die exact voldoet aan jouw omschrijving, is inderdaad heel minimalistisch opgebouwd. Maar meet zo'n ding eens na, het klopt voor geen kant, en het moet je smaak maar zijn.... Maar ''high end'', zoals audiofielen dat noemen, is het bij lange na niet
De B&W 601's zijn speakers die amper wat laten horen, dus dan maakt het al helemaal niet uit welke amp je gebruikt

Overigens is B&W een typisch commercieel speakermerk, die in de lagere klasses (overdreven uitgedrukt) veel laag en hoog laten horen, met weinig daartussen.
[
Voor 4% gewijzigd door
Barry|IA op 04-12-2006 20:21
]
“Nothing changed since the 70s. Nothing. Except people train not that hard”. - Tom Platz