Vraag 16: Je krijgt achter elkaar in willekeurige volgorde zes taarten te zien van verschillende grootte. Na elke taart moet je beslissen of je deze wilt of niet. Je mag maar één keer ja zeggen. Wat is de beste strategie om de grootste taart te bemachtigen?
A. Je verwerpt de eerste twee mogelijkheden en kiest daarna voor de eerste taart die groter is dan de eerste twee.
B. Je verwerpt de eerste vier mogelijkheden en kiest daarna voor de eerste taart die groter is dan de eerste vier.
C. Met een dobbelsteen, want het zal altijd een gok blijven.
Vraag 17: Is het waar dat de zee rustiger wordt als er olie op de golven drijft?
A. Ja, maar alleen bij zeer grote hoeveelheden olie, zodat er een dikke laag ontstaat.
B. Ja, maar alleen bij een zeer dun laagje olie.
C. Nee, het is een fabeltje.
Vraag 18: Met een staafmagneet kun je een kilo ijzer optillen. Je zaagt de staaf precies doormidden. Hoeveel kun je maximaal met elk van de twee kleine staven optillen?
A. Ongeveer een kilo.
B. Rond ¾ kilo.
C. Iets meer dan een pond.
Vraag 19: In een badkuip met 100 liter water drijft een bootje met daarin 10 kilo zout. Je vervangt het zout door een steen van 10 kilo en lost het zout op in de badkuip. Wat gebeurt er met het waterpeil?
A. Het stijgt.
B. Het daalt.
C. Het blijft gelijk.
Vraag 20: Hoe schenk je een volle fles met vloeistof het snelste leeg?
A. Door hem recht en zo stil mogelijk op zijn kop te houden en op de bodem te tikken.
B. Door eerst te schudden en hem met de flessenhals schuin naar beneden te houden.
C. Door hem eerst om zijn lengteas rond te draaien en hem met de flessenhals schuin naar beneden te houden.
A. Je verwerpt de eerste twee mogelijkheden en kiest daarna voor de eerste taart die groter is dan de eerste twee.
B. Je verwerpt de eerste vier mogelijkheden en kiest daarna voor de eerste taart die groter is dan de eerste vier.
C. Met een dobbelsteen, want het zal altijd een gok blijven.
Vraag 17: Is het waar dat de zee rustiger wordt als er olie op de golven drijft?
A. Ja, maar alleen bij zeer grote hoeveelheden olie, zodat er een dikke laag ontstaat.
B. Ja, maar alleen bij een zeer dun laagje olie.
C. Nee, het is een fabeltje.
Vraag 18: Met een staafmagneet kun je een kilo ijzer optillen. Je zaagt de staaf precies doormidden. Hoeveel kun je maximaal met elk van de twee kleine staven optillen?
A. Ongeveer een kilo.
B. Rond ¾ kilo.
C. Iets meer dan een pond.
Vraag 19: In een badkuip met 100 liter water drijft een bootje met daarin 10 kilo zout. Je vervangt het zout door een steen van 10 kilo en lost het zout op in de badkuip. Wat gebeurt er met het waterpeil?
A. Het stijgt.
B. Het daalt.
C. Het blijft gelijk.
Vraag 20: Hoe schenk je een volle fles met vloeistof het snelste leeg?
A. Door hem recht en zo stil mogelijk op zijn kop te houden en op de bodem te tikken.
B. Door eerst te schudden en hem met de flessenhals schuin naar beneden te houden.
C. Door hem eerst om zijn lengteas rond te draaien en hem met de flessenhals schuin naar beneden te houden.
Cons:::BB4E