Nadat in talloze topics geruzied is over de vraag of theorie X wetenschappelijk is, bij deze eens een topic waarin ik de vraag wil beantwoorden: wat is goede wetenschap. Aangezien een groot deel van dit topic niet verder komt dan Popper en een ander groot deel helemaal geen idee heeft, lijkt het me eens hoog tijd wat meer aandacht aan dit onderwerp te besteden.
Indien mogelijk wil ik in dit topic de vraag "wat is wetenschap" vermijden, omdat die vraag ons direct een postmodern moeras inleidt waarvan ik vrees dat we er niet meer uit komen. Echter, ik weet niet of het mogelijk is de vraag te beantwoorden wat goede wetenschap is zonder te weten wat wetenschap is, en of ik hiermee niet automatisch een bias richting pragmatisme introduceer. Aan de andere kant gaat het me ook voornamelijk om een antwoord dat toepasbaar is binnen discussies hier op W&L, waarmee enig pragmatisme nauwelijks een bezwaar is.
Over de vraag wat goede wetenschap is, is vanuit de wetenschapsfilosofie al veel geschreven. Onder andere de logisch-positivisten (verificatie) en Karl Popper (falsificatie) hebben manieren gegeven om wetenschappelijke theorieen te kunnen beoordelen. Kuhn ging tegen beide in door te wijzen op een bias veroorzaakt door interpretatie van metingen binnen een paradigma, maar in ieder geval in de exacte wetenschappen gaat zijn paradigmatheorie slechts zeer beperkt op. En dan is er nog een pragmatische benadering: een theorie moet beoordeeld worden op basis van de accuraatheid van haar voorspellingen of haar praktisch/technologische toepasbaarheid.
Allereerst de discussie over falsificeerbaarheid, dat op W&L nog wel eens als het ultieme criterium voor goede wetenschap geponeerd wordt. Falsificeerbaarheid als criterium lijkt me niet ter discussie staan. Gebruik makende van het pragmatische principe heeft een theorie die op geen enkele manier falsificeerbaar is, nul voorspellende of praktische waarde, omdat voor elke voorspelling ook een daarmee conflicterende voorspelling gedaan moet kunnen worden op basis van die theorie (immers, anders zou je de theorie op basis van een vergelijk van die voorspelling met de uitkomst van een experiment kunnen falsificeren). Hiermee is de toepasbaarheid van het falsificatieprincipe binnen de exacte wertenschap echter ook meteen erg gelimiteerd, want op wat conspiracy- en andere crackpottheorieen na zijn er slechts zeer weinig theorieen op geen enkele manier te falsificeren zijn. Een theorie kan prima falsificeerbaar zijn en toch onjuist, omdat het onredelijk is te verwachten van die theorie dat alle mogelijk denkbare falsificatie-experimenten uitvoerbaar zijn.
Er is dus meer nodig. maar wat? Verificatie? Verguisd door Popper en door Kuhn heeft verificatie het probleem dat een observatie vele theorieen kan ondersteunen afhankelijk van de interpretatie van die observatie, en dat daardoor het kunnen verklaren van een meting vanuit een theorie weinig zegt over de waarde van die theorie. Toch is verificatie niet dood, integendeel. Uiteindelijk is het doen van correcte voorspellingen op basis van een theorie een vorm van verificatie. Weer vanuit pragmatisch oogpunt, wanneer vele onafhankelijke metingen een theorie ondersteunen, is het voorspellende gehalte van die theorie groot en is het dus een nuttige theorie. In dit model is paradigmabias een minder groot probleem, omdat het objectief te bepalen valt hoe goed een theorie voorspellingen doet (simpelweg door met behulp van statistiek de afwijking van die voorspellingen ten opzichte van metingen te bepalen) en daarmee dus een objectieve basis voor een vergelijking tussen theorieen beschikbaar komt. Maar wat als twee elkaar tegensprekende theorieen elk op een verschillend gebied goede voorspellingen doen? Elk van beide maar op hun deelgebied gebruiken en verder niet moeilijk doen?
Wat is jullie visie op wat goede wetenschap is?
Indien mogelijk wil ik in dit topic de vraag "wat is wetenschap" vermijden, omdat die vraag ons direct een postmodern moeras inleidt waarvan ik vrees dat we er niet meer uit komen. Echter, ik weet niet of het mogelijk is de vraag te beantwoorden wat goede wetenschap is zonder te weten wat wetenschap is, en of ik hiermee niet automatisch een bias richting pragmatisme introduceer. Aan de andere kant gaat het me ook voornamelijk om een antwoord dat toepasbaar is binnen discussies hier op W&L, waarmee enig pragmatisme nauwelijks een bezwaar is.
Over de vraag wat goede wetenschap is, is vanuit de wetenschapsfilosofie al veel geschreven. Onder andere de logisch-positivisten (verificatie) en Karl Popper (falsificatie) hebben manieren gegeven om wetenschappelijke theorieen te kunnen beoordelen. Kuhn ging tegen beide in door te wijzen op een bias veroorzaakt door interpretatie van metingen binnen een paradigma, maar in ieder geval in de exacte wetenschappen gaat zijn paradigmatheorie slechts zeer beperkt op. En dan is er nog een pragmatische benadering: een theorie moet beoordeeld worden op basis van de accuraatheid van haar voorspellingen of haar praktisch/technologische toepasbaarheid.
Allereerst de discussie over falsificeerbaarheid, dat op W&L nog wel eens als het ultieme criterium voor goede wetenschap geponeerd wordt. Falsificeerbaarheid als criterium lijkt me niet ter discussie staan. Gebruik makende van het pragmatische principe heeft een theorie die op geen enkele manier falsificeerbaar is, nul voorspellende of praktische waarde, omdat voor elke voorspelling ook een daarmee conflicterende voorspelling gedaan moet kunnen worden op basis van die theorie (immers, anders zou je de theorie op basis van een vergelijk van die voorspelling met de uitkomst van een experiment kunnen falsificeren). Hiermee is de toepasbaarheid van het falsificatieprincipe binnen de exacte wertenschap echter ook meteen erg gelimiteerd, want op wat conspiracy- en andere crackpottheorieen na zijn er slechts zeer weinig theorieen op geen enkele manier te falsificeren zijn. Een theorie kan prima falsificeerbaar zijn en toch onjuist, omdat het onredelijk is te verwachten van die theorie dat alle mogelijk denkbare falsificatie-experimenten uitvoerbaar zijn.
Er is dus meer nodig. maar wat? Verificatie? Verguisd door Popper en door Kuhn heeft verificatie het probleem dat een observatie vele theorieen kan ondersteunen afhankelijk van de interpretatie van die observatie, en dat daardoor het kunnen verklaren van een meting vanuit een theorie weinig zegt over de waarde van die theorie. Toch is verificatie niet dood, integendeel. Uiteindelijk is het doen van correcte voorspellingen op basis van een theorie een vorm van verificatie. Weer vanuit pragmatisch oogpunt, wanneer vele onafhankelijke metingen een theorie ondersteunen, is het voorspellende gehalte van die theorie groot en is het dus een nuttige theorie. In dit model is paradigmabias een minder groot probleem, omdat het objectief te bepalen valt hoe goed een theorie voorspellingen doet (simpelweg door met behulp van statistiek de afwijking van die voorspellingen ten opzichte van metingen te bepalen) en daarmee dus een objectieve basis voor een vergelijking tussen theorieen beschikbaar komt. Maar wat als twee elkaar tegensprekende theorieen elk op een verschillend gebied goede voorspellingen doen? Elk van beide maar op hun deelgebied gebruiken en verder niet moeilijk doen?
Wat is jullie visie op wat goede wetenschap is?