Als een afgeleide van de discussies over de Scheve Toren van de NWT (Nationale Wetenschapsquiz 2005 (Vraag 16 t/m 20)) is dit topic bedoeld om nader in te gaan op de functie van wiskundige modellen. Dit topic is bedoeld om te proberen duidelijk te laten worden hoe verschillende mensen over wiskundige modellen denken en waar ze eventueel goed voor zijn. Het gaat er niet om wie gelijk heeft en wie fout zit maar om hoe een wiskundig model nuttig kan zijn buiten de manieren om welke voor mij gelden.
Ik stel dat wiskundige modellen op minimaal 3 verschillende vlakken nuttig kunnen zijn. Waarschijnlijk zal dat getal door vanuit verschillende opvattingen uitgebreid kunnen worden naar duizenden. Dat zou betekenen dat mijn huidige inzicht een ietwat uitgebreid zou kunnen worden.
Zo zie ik het voorlopig:
1 als wiskundige structuren om de mogelijke relaties tussen getallen te demonstreren, te onderzoeken c.q. vast te stellen. De toepasbaarheid van deze modellen is breed en kan louter dienen om op een school een beetje wiskunde te leren om voor een eindexamen te kunnen slagen en er verder nooit meer aan te denken. . . .op zich zijn ze dan nuttig geweest om iemand te laten denken en zo het algemene denkvermogen van het "slachtoffer" te ontwikkelen;
2 als wiskundige representaties van een engineering of wetenschappelijk vraagstuk over de realiteit. In dit kader is het model toepasbaar om er uiteindelijk een bruikbare oplossing mee te creëren, dan wel de grenzen van een veronderstelde applicatie te vinden. In deze kan het vraagstuk over het bouwen van een toren geplaatst worden: het model van een toren is dan bedoeld om uiteindelijk de toren te gaan bouwen. Het zelfde geldt voor een model van een virus waarmee het misschien mogelijk wordt om een vaccin te ontwerpen. Ik noem dit even omdat iemand misschien zou willen suggereren dat ik alleen maar het bouwen van een constructie bedoel.
3 de derde reden hoe en waarom een wiskundig model nuttig kan zijn ben ik vergeten.
Om de discussie af te trappen geef ik mijn toelichting op 1 en 2:
Wiskunde
In de wiskunde is een model bijvoorbeeld interessant om te ontdekken hoe getallen in series optellen en antwoorden te berekenen plus te beredeneren waarom er een bepaald resultaat ontstaat. De berekening op zich is vaak gemakkelijk. Een verklaring van het resultaat vereist enig denkwerk en vooral inzicht. Een voorbeeld:
De Serie: SOM=1+1/4+1/9+1/16 . . . .+1/N (met N=n2). . .n=1,2,3. . .∞
SOM(n-->∞ )=Limiet1= 2
Een ander voorbeeld:
De Serie: SOM=1/0,9999+1/3,9999+1/8,9999+1/15,9999 . . .+1/N (met N=n2-0,0001). . .n=1,2,3. . .∞
SOM(n-->∞ ) ---->∞
In 1970/71 presenteerde mijn wiskunde leraar dit soort eenvoudige leerstof en stelde dat voor elke serie SOM 1/n2-a voor n---->∞ er geen limiet aan de som zou zijn indien a>0 zou zijn, ongeacht hoe klein a zou zijn.
De strekking van zijn les was dat zelfs als voor a het getal 10E-1000000000000000000000000000 gemomen zou worden dat de serie geen limiet zou vormen maar zodra je a=0 zou invullen dat er dan opeens wel een limiet voor de som zou zijn.
Ik vond dit prachtig: als je nagenoeg niets van de exponent 2 zou aftrekken zou de som opeens oneidig groot worden! Het verschil tussen een willekeurig grote limiet en oneindig is op zich oneindig groot. Hoe kan dat zo zijn, dacht ik?
Ik vroeg de "hooggeachte" Wiskunde Leraar in mijn klas van nagenoeg 100 studenten, waarom dit zo was. Nu weet elk kind dat je met de vraag waarom? je ouders op de kast kan jagen, en jawel hoor, de hooggeachte Wiskunde Leraar zat uiteindelijk op de kast in het hoekje van het grote klaslokaal: hij verdween in het niets! Later dook hij weer op en ik kreeg een prachtig cijfer voor wiskunde. Waar het in mijn vraag aan hem om draaide was een bewijs en een verklaring voor het resultaat maar dat kon hij niet ter plaatse produceren en zei uiteindelijk: "Het is gewoon zo". Niet een bijster effectief antwoord voor een leraar.
Dit wiskundige model vraagt om een verklaring: het waarom is belangrijk om dit soort en vergelijkbare vraagstukken op te lossen omdat daarmee je wiskunde en verwante zaken gaat begrijpen en omdat het denkvermogen wordt gestimuleerd.
Zonder ooit in de praktijk oneindige sommen nodig te hebben gehad zijn de twee bovenste wiskunde modellen nuttig om fundamentele zaken te kunnen onderzoeken. De Wiskunde Leraar bleef het antwoord schuldig hoe het mogelijk was (in SOM1) om zonder limiet een getal aan een getal toe te voegen en toch met de som tot een limiet te komen terwijl dit voor SOM 2 niet zo was ( Ik wilde het naadje van de kous weten): elk antwoord dat de leraar gaf was een kluitje waarmee hij mij het riet in wilde sturen. Ik heb in het vervolg van mijn (engineering) studies allerlei leraren langs zien komen: sommige waren ongeacht hun diverse doctorandus titels als leraar nagenoeg waardeloos en andere blonken uit met hun manier van het geven van inzicht in de voorgeschotelde stellingen en gegeven bewijzen.
Tot op vandaag aan de dag is het antwoord op die vraag nooit bevredigend beantwoord, ook al weet ik zelf de reden achter het antwoord wel. Het nut van de wiskunde in dit kader is me niet ontschoten. Als Engineer heb ik voor een bouwwerk of voor een werkbare oplossing van een probleem nog nooit een oneindige opsomming hoeven maken (afgezien van het feit dat veel wiskundige formules die engineers gebruiken tot stand gekomen zijn vanwege oneindige opsommingen).
Engineering
Ik zal proberen hier kort te zijn: een wiskundig model voor een bouwwerk of oplossing van een engineering vraagstuk is bij voorbaat geacht tekort te schieten aan de werkelijke behoefte voor het antwoord op de vraag: "Hoe moeten we de te bouwen constructie ontwerpen?"
Uitgaande van de praktische stelling dat de werkelijke vraagstukken welke we proberen op te lossen te complex zijn om in een formule weer te geven nemen we genoegen met wiskundige modellen die ongeveer het vraagstuk voorstellen, veelal vanuit een opsomming van factoren en fysische "wetten" welke we denken van toepassing te zijn. In deze modellen komen factoren voor welke in verhouding met andere factoren klein zijn of klein worden als het model uitgewerkt wordt voor verschillende toepassingen. Bij voorbeeld het model van een ToePassing van een ontwerp wordt weergegeven door de functie
TP = 2x2 + 1/(5x) +SQRT(x)
waar x een variabele van een constructie of voor een vloeistofstroming kan zijn. Om de oplossing van het probleem te vinden gaan we niet blindelings een antwoord uitrekenen maar eerst gaan we bekijken welke factoren belangrijk zijn en welke niet. Als bijvoorbeeld x zeer klein is vereenvoudigen we de formule naar
TP=1/(5x)
en als x relatief groot is naar
TP = 2x2+SQRT(x)
Geen van de twee modellen is correct maar voor de toepassing zijn ze goed genoeg. De beredenering is dat 1/(5x) een dalende waarde heeft als x in waarde stijgt en dat 2x2+SQRT(x) een stijgende waarde heeft als x stijgt.
Hiermede worden de aangepaste formules toepasbaar op het vraagstuk terwijl een wiskundige misschien zou zeggen dat we fout bezig zouden zijn met een onjuist model.
Hier komt dus aan de orde wat men verstaat met een juiste aanpak om een vraagstuk op te lossen. Engineers hebben de neiging om een vraagstuk nauwkeurig te interpreteren en het te vereenvoudigen voor zover dit binnen de grenzen van kennis toelaatbaar is. Strikt genomen zijn de modellen welke we gebruiken dus altijd onjuist, maar doorgaans goed genoeg.
Dit zijn twee visies op de toepasbaarheid van wiskundige modellen welke ik als basis gebruik met het beoordelen/beschouwen van wiskundige stellingen. Als een model voor engineering gebruik te ver naar een theoretisch extreem gedreven wordt is het model vaak niet meer relevant (toepasbaar) en moet afgedankt worden.
Het vraagstuk over de maximale overhang van een scheve toren met het stapelen van tegels is een voorbeeld van wat ik bedoel: een opstapeling van een oneindig aantal tegels heeft niets met bouwen te maken maar is louter een oplossing van een puur wiskundige stelling over het optellen van getallen. De wiskundige relatie
OverHang = SOM 0,5*(1+1/2+1/3 . . . . +1/n met n = 1,2,3. . . .N is alleen toepasbaar voor een werkelijk bouwwerk als we met andere formules het getal N voor het te gebruiken aantal bouwstenen kunnen uitrekenen. Het antwoord N=oneindig is derhalve alleen goed voor een vraag welke in de pure wiskunde thuis hoort. Als de vraag bedoeld is als wiskundig raadseltje moet men zoiets duidelijk maken en niet iets vragen ten aanzien van het bouwen van een toren.
Zijn er nog andere manieren om een wiskundig model toe te passen?
Ik stel dat wiskundige modellen op minimaal 3 verschillende vlakken nuttig kunnen zijn. Waarschijnlijk zal dat getal door vanuit verschillende opvattingen uitgebreid kunnen worden naar duizenden. Dat zou betekenen dat mijn huidige inzicht een ietwat uitgebreid zou kunnen worden.
Zo zie ik het voorlopig:
1 als wiskundige structuren om de mogelijke relaties tussen getallen te demonstreren, te onderzoeken c.q. vast te stellen. De toepasbaarheid van deze modellen is breed en kan louter dienen om op een school een beetje wiskunde te leren om voor een eindexamen te kunnen slagen en er verder nooit meer aan te denken. . . .op zich zijn ze dan nuttig geweest om iemand te laten denken en zo het algemene denkvermogen van het "slachtoffer" te ontwikkelen;
2 als wiskundige representaties van een engineering of wetenschappelijk vraagstuk over de realiteit. In dit kader is het model toepasbaar om er uiteindelijk een bruikbare oplossing mee te creëren, dan wel de grenzen van een veronderstelde applicatie te vinden. In deze kan het vraagstuk over het bouwen van een toren geplaatst worden: het model van een toren is dan bedoeld om uiteindelijk de toren te gaan bouwen. Het zelfde geldt voor een model van een virus waarmee het misschien mogelijk wordt om een vaccin te ontwerpen. Ik noem dit even omdat iemand misschien zou willen suggereren dat ik alleen maar het bouwen van een constructie bedoel.
3 de derde reden hoe en waarom een wiskundig model nuttig kan zijn ben ik vergeten.
Om de discussie af te trappen geef ik mijn toelichting op 1 en 2:
Wiskunde
In de wiskunde is een model bijvoorbeeld interessant om te ontdekken hoe getallen in series optellen en antwoorden te berekenen plus te beredeneren waarom er een bepaald resultaat ontstaat. De berekening op zich is vaak gemakkelijk. Een verklaring van het resultaat vereist enig denkwerk en vooral inzicht. Een voorbeeld:
De Serie: SOM=1+1/4+1/9+1/16 . . . .+1/N (met N=n2). . .n=1,2,3. . .∞
SOM(n-->∞ )=Limiet1= 2
Een ander voorbeeld:
De Serie: SOM=1/0,9999+1/3,9999+1/8,9999+1/15,9999 . . .+1/N (met N=n2-0,0001). . .n=1,2,3. . .∞
SOM(n-->∞ ) ---->∞
In 1970/71 presenteerde mijn wiskunde leraar dit soort eenvoudige leerstof en stelde dat voor elke serie SOM 1/n2-a voor n---->∞ er geen limiet aan de som zou zijn indien a>0 zou zijn, ongeacht hoe klein a zou zijn.
De strekking van zijn les was dat zelfs als voor a het getal 10E-1000000000000000000000000000 gemomen zou worden dat de serie geen limiet zou vormen maar zodra je a=0 zou invullen dat er dan opeens wel een limiet voor de som zou zijn.
Ik vond dit prachtig: als je nagenoeg niets van de exponent 2 zou aftrekken zou de som opeens oneidig groot worden! Het verschil tussen een willekeurig grote limiet en oneindig is op zich oneindig groot. Hoe kan dat zo zijn, dacht ik?
Ik vroeg de "hooggeachte" Wiskunde Leraar in mijn klas van nagenoeg 100 studenten, waarom dit zo was. Nu weet elk kind dat je met de vraag waarom? je ouders op de kast kan jagen, en jawel hoor, de hooggeachte Wiskunde Leraar zat uiteindelijk op de kast in het hoekje van het grote klaslokaal: hij verdween in het niets! Later dook hij weer op en ik kreeg een prachtig cijfer voor wiskunde. Waar het in mijn vraag aan hem om draaide was een bewijs en een verklaring voor het resultaat maar dat kon hij niet ter plaatse produceren en zei uiteindelijk: "Het is gewoon zo". Niet een bijster effectief antwoord voor een leraar.
Dit wiskundige model vraagt om een verklaring: het waarom is belangrijk om dit soort en vergelijkbare vraagstukken op te lossen omdat daarmee je wiskunde en verwante zaken gaat begrijpen en omdat het denkvermogen wordt gestimuleerd.
Zonder ooit in de praktijk oneindige sommen nodig te hebben gehad zijn de twee bovenste wiskunde modellen nuttig om fundamentele zaken te kunnen onderzoeken. De Wiskunde Leraar bleef het antwoord schuldig hoe het mogelijk was (in SOM1) om zonder limiet een getal aan een getal toe te voegen en toch met de som tot een limiet te komen terwijl dit voor SOM 2 niet zo was ( Ik wilde het naadje van de kous weten): elk antwoord dat de leraar gaf was een kluitje waarmee hij mij het riet in wilde sturen. Ik heb in het vervolg van mijn (engineering) studies allerlei leraren langs zien komen: sommige waren ongeacht hun diverse doctorandus titels als leraar nagenoeg waardeloos en andere blonken uit met hun manier van het geven van inzicht in de voorgeschotelde stellingen en gegeven bewijzen.
Tot op vandaag aan de dag is het antwoord op die vraag nooit bevredigend beantwoord, ook al weet ik zelf de reden achter het antwoord wel. Het nut van de wiskunde in dit kader is me niet ontschoten. Als Engineer heb ik voor een bouwwerk of voor een werkbare oplossing van een probleem nog nooit een oneindige opsomming hoeven maken (afgezien van het feit dat veel wiskundige formules die engineers gebruiken tot stand gekomen zijn vanwege oneindige opsommingen).
Engineering
Ik zal proberen hier kort te zijn: een wiskundig model voor een bouwwerk of oplossing van een engineering vraagstuk is bij voorbaat geacht tekort te schieten aan de werkelijke behoefte voor het antwoord op de vraag: "Hoe moeten we de te bouwen constructie ontwerpen?"
Uitgaande van de praktische stelling dat de werkelijke vraagstukken welke we proberen op te lossen te complex zijn om in een formule weer te geven nemen we genoegen met wiskundige modellen die ongeveer het vraagstuk voorstellen, veelal vanuit een opsomming van factoren en fysische "wetten" welke we denken van toepassing te zijn. In deze modellen komen factoren voor welke in verhouding met andere factoren klein zijn of klein worden als het model uitgewerkt wordt voor verschillende toepassingen. Bij voorbeeld het model van een ToePassing van een ontwerp wordt weergegeven door de functie
TP = 2x2 + 1/(5x) +SQRT(x)
waar x een variabele van een constructie of voor een vloeistofstroming kan zijn. Om de oplossing van het probleem te vinden gaan we niet blindelings een antwoord uitrekenen maar eerst gaan we bekijken welke factoren belangrijk zijn en welke niet. Als bijvoorbeeld x zeer klein is vereenvoudigen we de formule naar
TP=1/(5x)
en als x relatief groot is naar
TP = 2x2+SQRT(x)
Geen van de twee modellen is correct maar voor de toepassing zijn ze goed genoeg. De beredenering is dat 1/(5x) een dalende waarde heeft als x in waarde stijgt en dat 2x2+SQRT(x) een stijgende waarde heeft als x stijgt.
Hiermede worden de aangepaste formules toepasbaar op het vraagstuk terwijl een wiskundige misschien zou zeggen dat we fout bezig zouden zijn met een onjuist model.
Hier komt dus aan de orde wat men verstaat met een juiste aanpak om een vraagstuk op te lossen. Engineers hebben de neiging om een vraagstuk nauwkeurig te interpreteren en het te vereenvoudigen voor zover dit binnen de grenzen van kennis toelaatbaar is. Strikt genomen zijn de modellen welke we gebruiken dus altijd onjuist, maar doorgaans goed genoeg.
Dit zijn twee visies op de toepasbaarheid van wiskundige modellen welke ik als basis gebruik met het beoordelen/beschouwen van wiskundige stellingen. Als een model voor engineering gebruik te ver naar een theoretisch extreem gedreven wordt is het model vaak niet meer relevant (toepasbaar) en moet afgedankt worden.
Het vraagstuk over de maximale overhang van een scheve toren met het stapelen van tegels is een voorbeeld van wat ik bedoel: een opstapeling van een oneindig aantal tegels heeft niets met bouwen te maken maar is louter een oplossing van een puur wiskundige stelling over het optellen van getallen. De wiskundige relatie
OverHang = SOM 0,5*(1+1/2+1/3 . . . . +1/n met n = 1,2,3. . . .N is alleen toepasbaar voor een werkelijk bouwwerk als we met andere formules het getal N voor het te gebruiken aantal bouwstenen kunnen uitrekenen. Het antwoord N=oneindig is derhalve alleen goed voor een vraag welke in de pure wiskunde thuis hoort. Als de vraag bedoeld is als wiskundig raadseltje moet men zoiets duidelijk maken en niet iets vragen ten aanzien van het bouwen van een toren.
Zijn er nog andere manieren om een wiskundig model toe te passen?