Als korte antwoord op de vraag:
Er werd en wordt meer dan genoeg gedaan aan andere architecturen die op papier en vaak in silicon veel efficienter zijn dan x86. Toch zorgt marktwerking ervoor dat x86 dominant blijft - althans op de desktop. Er is meer software voor x86, dus gebruiken mensen x86. En omdat er meer gebruikers zijn voor x86, wordt er ook meer software voor geschreven...
Fundamenteel gezien zijn er 3 soorten CPU archtectuur:
CISC (veel instructies, waarvan sommigen meerdere cycles nodig hebben om uitgevoerd te worden, daarnaast geen instructies in de registers)
RISC (reduced instruction set, minder instructies die allemaal in een enkele cycle uitgevoerd kunnen worden. Bovendien worden alle instructies in de registers bewaard)
EPIC (meerdere instructies worden door de compiler in lange 64b opdrachten omgezet)
x86 is in beginsel een CISC ontwerp uit de jaren '70. CISC wordt doorgaans als minder efficient dan RISC bestempeld. Toch is met uitzondering van medio jaren '90 (de vroege Alpha's) nooit een enorm performancegat geweest tussen CISC iha (en x86 in het bijzonder) en RISC. Deels komt dat door aanpassing van x86 met een RISC core (de microcode vertaalt de x86-standaard CISC code naar RISC instructies), maar deels ook doordat RISC simpelweg andere inefficienties toevoegt (om te beginnen dat je meer instructies nodig hebt voor een willekeurige taak). Intel besloot daarom een andere koers in te slaan met EPIC. Dat zou de nadelen van RISC omzeilen en een superieure performance garanderen. Helaas is de Itanium (de enige CPU die gebruik maakt van EPIC) geen enorm succes- de beloofde prestaties blijven uit en daarom slaat het ook nauwelijks aan.
Even een overzichtje (niet volledig) non-x86 architecturen:
CISC:
- Z80: afgeleid van de oudere Intel 8008 8b-ontwerp. Voor de IBM PC was dit de dominante architectuur met Digital's CP/M als OS of choice. Ook gebruikt in veel homecomputers (Sinclair, MSX etc.)
- 68x: Motorola 16/32b CPUs, de directe concurrent van de x86 reeks. Gebruikt in veel Unix workstations als directe opvolger van Z80 systemen, in de Atari ST en Commodore Amiga en vroegere Apple Macintoshes.
- VAX: nooit echt op de desktop beland, VAXen waren in de jaren '80 veruit de meest populaire minicomputers, toentertijds de ruggegraat van het internet. Meest extreme (en laatste grote) CISC ontwerp.
RISC:
- MIPS: de eerste commerciele RISC CPUs, worden nog steeds doorontwikkeld. Vrijwel alle oudere SGI systemen waren MIPS-based, bovendien draaien N64 en Playstation2 consoles hierop. SInds de R10000 64b
- ARM: Archimedes RISC Machine. Aanvankelijk alleen door Acorn gebruikt, later als aparte bedrijf de CPU of choice voor embedded apps. Intel's XScale CPUs gebruiken ARM architectuur. Goede kans dat je mobiele telefoon op een ARM draait
- SPARC: de CPUs waar Sun groot mee werd (vervingen eerdere 68x ontwerpen). Sun ontwikkelt ze nog steeds, momenteel met de 64b UltraSparc IV CPUs
- Power: IBM's tweede RISC ontwerp. Aanvankelijk alleen in mainframes ingezet, maar na modificatie tot PowerPC succesvol als CPU voor nieuwere Apples (en veel auto boordcomputers). Bovendien heeft de Xbox360 een drietal PowerPC cores aan boord, wat vermoedelijk meer dan compenseert voor het wegvallen van Apple als klant.
- PA-RISC: HP had ook een RISC CPU nodig voor high-end apps. De PA-RISC staat er vooral bekend om een wel erg uitgebreide instructieset te hebben, groter dan bij sommige CISC ontwerpen. HP heeft de PA-RISC obsolete verklaard en ontwikkelt samen met Intel aan de Itanium, al is de toekomst van die samenwerking allerminst helder.
- Alpha: het bewijs dat goede techniek niet succes op de markt levert. Digital's Alpha stond vrijwel direct bij introductie kop en schouders boven andere CPUs uit qua performance. De eerste 64b CPU op een enkele chip, 50 tot 100 procent hogere clock speeds dan x86 op dat moment kon leveren en bovendien een beest van een FPU. OS support was ook goed, zowel VMS (van de oudere VAXen), Unix als WIndowsNT (er is zelfs een RC van Win2K voor Alpha verschenen) waren aanwezig. Anno 1995 was de snelste Intel CPU de Pentium 120. Op dat moment kon je een Digital Alphastation 266 kopen die inderdaad op 266MHz draaide - en bovendien clock-for-clock een veel sterkere FPU had. Waarom draaien we niet allemaal Alpha's dan? Omdat Digital de Alpha zo waardeloos in de markt gezet heeft dat niet alleen de architectuur niet breed opgepakt is, maar Digital er zelf aan te gronde ging (wat voor de 20+ jaar lang onbetwistte #2 in computers (achter IBM natuurlijk) opmerkelijk is). Toch heeft de Alpha de val van DEC overleefd. Compaq heeft de CPU afdeling opgekocht en heeft de Alpha mondjesmaat doorontwikkeld, wat x86 en PowerPC (en overigen) de kans gaf de achterstand in te halen. Na de overname van Compaq door HP is de Alpha officieel dood verklaard (HP wil niet aan meerdere CPU architecturen werken en ontwikkelde al de Itanium). Toch leven delen ervan voort. AMD heeft licentie genomen op de FSB van de Alpha, de EV6 bus van Athlon SlA en SoA systemen is gewoon een Alpha bus (en omgekeerd werden AMD 750 'Irongate' chipsets voor Alpha workstations gebruikt). En de FPU van de Athlon die tegen iedereens verwachtingen bij verschijning sterker bleek dan Intels tot dan toe (onder x86) onaantastbare FPU performance is door dezelfde team ontworpen die de Alpha FPU ontwierpen
EPIC:
De Itanium.
Geen ideel hoe het met de Cell zit, heb ik me nog onvoldoende in verdiept hoe het daar met instructieset etc. zit, het concept van parallelle cores zit op een ander vlak en zegt dus weinig over instructieset. Wel zal het door die parallellisme erg afhankelijk zijn van goede compilers (net zoals de Itanium, maar dan om andere redenen).