In sterrenkunde wordt de afstand tot verre sterrenstelsels of quasars bepaald door de roodverschuiving.
Des te verder deze verschuiving naar het rode deel van het spectrum gaat, des te verder het object wegstaat en ook wegvlucht.
Stel je hebt 2 quasars, beide (in de werkelijke ruimte) op 10 miljard lichtjaar afstand van de aarde, waarvan 1 zich exact van de aarde afbeweegt en de andere zich lateraal beweegt.
Is de roodverschuiving van de quasar die zich lateraal van ons afbeweegt niet anders dan die andere die zich wel recht van ons afbeweegt? Immers, roodverschuiving wordt bepaald hoe snel een object daadwerkelijk zich van ons afbeweegt.
Kortom, de lateraal bewegende quasar zal een veel mindere roodverschuiving vertonen en de geschatte afstand tot de aarde zal dan zeker niet op 10 miljard lichtjaren uitkomen (welke het wel in werkelijkheid is).
Is dit een probleem dat bekend is in de sterrenkunde? Zo niet, dan zou 99,9% van alle verre objecten zich dichterbij de aarde ophouden dan men aanvankelijk had berekend.
Ideeën?
Des te verder deze verschuiving naar het rode deel van het spectrum gaat, des te verder het object wegstaat en ook wegvlucht.
Stel je hebt 2 quasars, beide (in de werkelijke ruimte) op 10 miljard lichtjaar afstand van de aarde, waarvan 1 zich exact van de aarde afbeweegt en de andere zich lateraal beweegt.
Is de roodverschuiving van de quasar die zich lateraal van ons afbeweegt niet anders dan die andere die zich wel recht van ons afbeweegt? Immers, roodverschuiving wordt bepaald hoe snel een object daadwerkelijk zich van ons afbeweegt.
Kortom, de lateraal bewegende quasar zal een veel mindere roodverschuiving vertonen en de geschatte afstand tot de aarde zal dan zeker niet op 10 miljard lichtjaren uitkomen (welke het wel in werkelijkheid is).
Is dit een probleem dat bekend is in de sterrenkunde? Zo niet, dan zou 99,9% van alle verre objecten zich dichterbij de aarde ophouden dan men aanvankelijk had berekend.
Ideeën?
