• FutureCow
  • Registratie: December 2000
  • Laatst online: 11:12

FutureCow

(C) FutureCow

Topicstarter
Is de de Engelse/Amerikaanse term: 'Making Money' correct?
Een kennis van me stelde dat 'Making money' niet een juiste term is omdat economie het rondpompen van geld is, zodat je beter kunt spreken van 'Earning money'. Door een inspanning zorg je ervoor dat geld jouw kant op stroomt.
Maar, op welk moment onstaat er dan geld in de economie, geld dat er eerst nog niet was?
Ik zie duidelijk ieder jaar bij de meeste landen de totale hoeveelheid geld toenemen.
Ik weet dat geld letterlijk wordt gemaakt door zgn "Geldscheppende instanties", normaal gesproken zijn dat de staat, de nationale bank en de particuliere
banken. Dat komt omdat zij de mogelijkheid hebben om meer geld uit te geven dan ze hebben.
Dit is de oorzaak van inflatie, maar hoe zit het dan met een economie die groeit?
Als de economie met bv. 4% groeit, en ik denk daarmee ook het BNP, dan is er toch ook 4% meer geld in omloop?
Dat is toch niet alleen door de geldscheppende instanties ingebracht? Waar wordt dat geld dan 'gemaakt', of anders geformuleerd: 'waar wordt dat geld dan gegenereerd'?

Verwijderd

Als de overheid meer geld uitgeeft dan het feitelijk heeft, stijgt de staatsschuld. Men leent om die schuld te dekken dmv staatsobligaties bij particulieren. De overheis is dus geen directe geldschepper.

De Nederlandse bank is dat wel, die kunnen geld bij drukken. Dat zal vooral gebeuren ter vervanging van oude biljetten en niet zozeer om extra geld in de economie te pompen. Op die manier daalt de waarde van de munteenheid. Immers het aanbod van de gulden (om het simpel te houden kun je de euro beter buiten beschouwing laten) en wordt de waarde op de valutamarkten dus minder. Dit is nadelig voor NL'se bedrijven en consumenten die Dollars moeten kopen om producten te importeren en op vakantie te gaan.

Ook particuliere banken zijn in principe geen geldscheppende organisaties. Zij kunnen een percentage van het geld dat zij in bezit hebben uitlenen, maar aangezien het een lening betreft, moet dat geld altijd weer worden terugbetaald en is er dus geen geld gemaakt.

De conclusie dat de economie met 4% groeit wil niet zeggen dat er ook 4% meer geld in omloop is, het is een stuk waarschijnlijker dat de omloopsnelheid is verhoogd. Geld wordt sneller uitgegeven, waardoor meer mensen van het geld kunnen profiteren.

  • The mindkiller
  • Registratie: Februari 2005
  • Laatst online: 28-12-2025
er is vandaag de dag wereld wijd wel meer geld in omloop dan 50 jaar geleden. er moet dus wel ergens geld in de economie gepompt worden.

  • IkBenAlles
  • Registratie: Januari 2002
  • Laatst online: 27-01-2022

IkBenAlles

1 europa

The mindkiller schreef op zondag 24 april 2005 @ 19:50:
er is vandaag de dag wereld wijd wel meer geld in omloop dan 50 jaar geleden. er moet dus wel ergens geld in de economie gepompt worden.
Tuurlijk, het oppompen van grondstoffen is geld waard. Hoe meer er dus gemaakt word, des te meer geld er zal ontstaan? (tot op een bepaalde hoogte)

Of zie ik het helemaal verkeerd?

Samen staan we sterk!


Verwijderd

Bovendien stijgt het BNP doordat het geld sneller doorstroomt. Als mensen meer uitgeven wordt er meer verdiend en kunnen mensen weer meer uitgeven, oftewel de economie zit in een opwaardse spiraal.

  • MSalters
  • Registratie: Juni 2001
  • Laatst online: 10-12-2025
De klassieke vergelijking is Y=M*V. Y is het nationaal inkomen, M de hoeveelheid geld, en V de snelheid waarme het geld rondgaat. Y is natuurlijk wat telt (productie). M wordt gewoon door de nationale banken geregeld op ongeveer Y/V. V is eigenlijk niet spannend, dat hangt van technische factoren af (salarisfrequentie, snelheid van banken, misschien consumentenvertrouwen).

De aanname dat als de economie (Y) 4% groeit, dat dan de hoeveelheid geld (M) ook 4% groeit si dus goed als V ongewijzigd blijft. Dat is een redelijke aanname.

Man hopes. Genius creates. Ralph Waldo Emerson
Never worry about theory as long as the machinery does what it's supposed to do. R. A. Heinlein


Verwijderd

MSalters schreef op zondag 24 april 2005 @ 22:35:
De klassieke vergelijking is Y=M*V. Y is het nationaal inkomen, M de hoeveelheid geld, en V de snelheid waarme het geld rondgaat. Y is natuurlijk wat telt (productie). M wordt gewoon door de nationale banken geregeld op ongeveer Y/V. V is eigenlijk niet spannend, dat hangt van technische factoren af (salarisfrequentie, snelheid van banken, misschien consumentenvertrouwen).

De aanname dat als de economie (Y) 4% groeit, dat dan de hoeveelheid geld (M) ook 4% groeit si dus goed als V ongewijzigd blijft. Dat is een redelijke aanname.
Het ligt wel wat genuanceerder, en daarnaast is de kwantiteitstheorie waar je je op beroept onjuist weergegeven en afkomstig uit 1911 en dus reeds achterhaalt. Ten eerste is het PY=MV (waarbij PY het nominaal inkomen is), en Y wordt als constant wordt gezien (en niet P zoals jij veronderstelt). Een verdubbeling van M zal dus alleen leiden tot een verdubbeling van P. Echter V is helemaal geen constante. In tijden van recessies zal je namelijk een daling van V zien. Al met al wordt de klassieke kwantiteitstheorie niet meer gebruikt.

De meeste "huidige" geldvraagfuncties hebben de volgende vorm: M1/P = f ( Y, i ) ofwel de reëele vraag naar geen rente ontvangend geld (m1) (nominaal geldvraag geïndexeerd voor stijging van het prijsniveau) is een functie van de verandering in de rentevoet (met de inflatie erin verwerkt) en het reëele inkomen.

In lineair verband ln mt = B0 + B1lnYt + B2it + Et (t staat voor tijd, B staat voor coëfficient)

  • MSalters
  • Registratie: Juni 2001
  • Laatst online: 10-12-2025
Ach, dit was in 1991 nog VWO Economie I. Achterhaald, misschien, maar destijds werd hij precies zo onderwezen.

Maar wat bedoel je precies met P? Waar staat die factor voor? Ik veronderstel geen constante P, ik heb die hele factor niet. Die relatie is verder ook in zekere zin tautologisch. Dat zie je als ik 'm schrijf als V = Y/M : de omloopsnelheid is gelijk aan de totale jaarlijkse uitgaven gedeeld door de hoeveelheid (beschikbaar) geld. Als de jaarlijkse productie 120 euro/jaar is, en de geldhoeveelheid 10 euro, dan wordt de snelheid dus 12 jaar-1

Man hopes. Genius creates. Ralph Waldo Emerson
Never worry about theory as long as the machinery does what it's supposed to do. R. A. Heinlein


Verwijderd

P is een benadering van het prijsniveau. De klassieken veronderstelden dat V en Y op de korte termijn vast lagen, waardoor een verandering in M, een zelfde verandering in P tot gevolg heeft. Ofwel als jij de geldhoeveelheid (M) verdubbelt, dan verdubbelt ook de inflatie (P). Wat jij Y noemt, zou je moeten schrijven als PY, en dan klopt je verhaaltje an sich wel, mits dat de theorie natuurlijk in principe achterhaalt is. Toch wordt het vaak gebruikt ter introductie en ter vergroting van de inzichten in de monetaire economie. Vanuit die kwantiteitstheorie zijn namelijk nieuwe en modernere theorieën afgeleid, waardoor het dus een essentieële rol speelt in dit vakgebied.

  • MSalters
  • Registratie: Juni 2001
  • Laatst online: 10-12-2025
Prijsnivo was bij ons gewoon onderdeel van Y. Inderdaad leidt een stijging van M dan tot een stijging van Y, zonder dat de productie dan in eenheden groter wordt. De stijging van Y is dan inderdaad puur inflatie. Ik kan me voorstellen dat je het onderscheid scherper gaat maken op het moment dat je M2 en M3 mee gaat nemen, omdat inflatie dan een moeilijker verhaal wordt.

Maar om de TS zijn vraag te beantwoorden: M kun je dus inderdaad vergroten door Y te vergroten, en als je Y vergroot door een reele productiestijging zonder inflatie, dan is er dus sprake van Making Money, en wel ter grootte van dM = dY/V (dP=0,dV=0)

Man hopes. Genius creates. Ralph Waldo Emerson
Never worry about theory as long as the machinery does what it's supposed to do. R. A. Heinlein


  • Mx. Alba
  • Registratie: Augustus 2001
  • Laatst online: 13:06

Mx. Alba

hen/hun/die/diens

Vroeger was geld gekoppeld aan iets fysieks, meestal aan goud, soms aan zilver (denk aan de Pound Sterling). Dit gaf bijvoorbeeld grote problemen voor de Spaanse economie tijdens de coloniale tijd. De welvaart steeg namelijk heel snel, maar er was niet genoeg goud, en dus werd het goud steeds meer waard, om dan bij binnenkomst van een goudvloot vanuit Zuid-Amerika weer verschrikkelijk te kelderen.

Tegenwoordig zit er achter het geld geen enkele fysieke waarde meer. Ons huidige geld is slechts wat waard omdat we allemaal vinden dat het dat waard is, en die waarde wordt continu gestaafd door de hoogte van de inkomsten en de hoogte van de prijzen. Ook is het overgrote deel van het geld niet eens in fysieke representatie terug te vinden, maar bestaat het slechts in de computers van de banken.

De cirkel van de inflatie is eigenlijk vrij simpel te verklaren. Een lichte inflatie stimuleert de economie. Immers, als je geld steeds minder waard wordt, is het gunstiger om het uit te geven dan om het op te potten. Als je geld "vanzelf" meer waard zou worden, dan zou de neiging bestaan het op te potten om het later uit te geven als het meer waard is, wat niet goed voor de economie zou zijn. Omdat de inflatie (of deflatie) altijd fluctueert, is het voor de economie het veiligste om te mikken op een lichte inflatie, van zo'n 2 à 3% op jaarbasis. Op die manier is er een veilige marge tussen het doel en de voor de economie zo funeste deflatie, en blijven ook de meeste nadelen van de inflatie nog uit.

Als er eenmaal zo'n systeem van continue lichte inflatie is, houdt dat zichzelf vrij makkelijk in stand. De prijzen stijgen, dus werknemers eisen meer loon, waardoor de werkgevers hun prijzen verhogen en uiteindelijk die stijging ook weer in de supermarkt terug te vinden is, waarna de werknemers weer een loonsverhoging willen. Zolang dit dus tussen de 5 à 0% blijft, zit het wel goed met de economie.

Maar er is ook een ander soort van inflatie, namelijk het feit dat we steeds meer geld nodig hebben om rond te kunnen komen. Waar de mens als jager/verzamelaar slechts zo'n 4 uur per dag werkte om zijn levensbehoeften bijelkaar te krijgen, moest in het industriële tijdperk de man des huizes al 50 uur per week in de fabriek werken om het gezin te onderhouden, en zien nu veel gezinnen zich gedwongen te tweeverdienen. We werken meer, we produceren meer, we verdienen meer, we geven meer uit. Vroeger had je aan een dak boven je hoofd, een paar potten, en benodigdheden voor de jacht genoeg, wat een handige man ook zelf wel kon maken. Tegenwoordig moet je een mooi huis hebben (of huren), een auto, minstens één televisie en een computer, vaste en mobiele telefoons, een mooi ingerichte keuken, etc, etc, etc. Om dat alles te produceren moeten we harder werken, en doordat we harder werken verdienen we meer geld waardoor we dat ook allemaal kunnen betalen.

Het is alleen een echte hetze als het uit Hetzerath komt, anders is het gewoon sprankelende ophef.


  • hefaistos
  • Registratie: Maart 2002
  • Laatst online: 08:04

hefaistos

feestelijk gehandicapt

Vrij korte, maar (hopelijk wel) treffende reactie.

Making money is een gezegde. Een gezegde wat niet letterlijk ontleed cq. vertaald kan worden.

In weze bedoelt de zegger ermee: ik creëer geld, door middel van inzet van mijn kant. Ik maak dus in feite geld.

Echte mannen die eten geen honing, die kauwen op bijen.
De edelmoedigste GOT'er ooit!!


  • MSalters
  • Registratie: Juni 2001
  • Laatst online: 10-12-2025
Mx. Alba schreef op vrijdag 29 april 2005 @ 23:25:
Maar er is ook een ander soort van inflatie, namelijk het feit dat we steeds meer geld nodig hebben om rond te kunnen komen. Waar de mens als jager/verzamelaar slechts zo'n 4 uur per dag werkte om zijn levensbehoeften bijelkaar te krijgen, moest in het industriële tijdperk de man des huizes al 50 uur per week in de fabriek werken om het gezin te onderhouden, en zien nu veel gezinnen zich gedwongen te tweeverdienen. We werken meer, we produceren meer, we verdienen meer, we geven meer uit.
Vergeet de wet van de afnemende meeropbrengsten niet. De bevolking is sterk gestegen, de oppervlakte waarop we voedsel kunnen produceren niet. Mathus zag ellende ontstaan, maar in werkelijkheid is de grond per hectare meer gaan produceren, juist door een massalere inzet van arbeid. Hoe meer tijd je besteed aan onkruid wieden, beesten wegjagen, etcetera, hoe meer voedsel je overhoud, maar dat is zeker geen lineair verband.

Bovendien moet je rekening houden met het feit dat vroeger de kinderstefte enorm was, en dat er nu een heleboel mensen zijn die van 0 uur per week werken toch kunnen leven (bejaarden). Sterker nog, de verzorging van die bejaarden legt beslag op de arbeid van de samenleving, en die tijd zullen de bejaarden dus eerst moeten investeren. Pensioen is duur.

Man hopes. Genius creates. Ralph Waldo Emerson
Never worry about theory as long as the machinery does what it's supposed to do. R. A. Heinlein


  • baardmans
  • Registratie: Juni 2001
  • Laatst online: 15-11-2025
Zo lang er geen sprake is van volledige entropie in onze speeltuin is making money altijd mogelijk.

Het onderscheid tussen kunstmatig en natuurlijk is even kunstmatig als natuurlijk


Verwijderd

FutureCow schreef op zondag 24 april 2005 @ 14:59:
Is de de Engelse/Amerikaanse term: 'Making Money' correct?

Een kennis van me stelde dat 'Making money' niet een juiste term is omdat economie het rondpompen van geld is, zodat je beter kunt spreken van 'Earning money'. Door een inspanning zorg je ervoor dat geld jouw kant op stroomt.
De term waarvoor precies?

Making money wordt gebruikt wanneer er een product/dienst vervaardigt wordt, er wordt dan immers ruilhandel bijgemaakt en zo wordt "geld gemaakt". Maar het wordt ook gebruikt als gezegde.

Een andere term is getting money, welke meer wordt gebruikt in de financiele wereld waar ze alleen "schuiven" met geld.

Earning money is meer een term voor inkomsten krijgen lijkt me.
Maar, op welk moment onstaat er dan geld in de economie, geld dat er eerst nog niet was?
Ik zie duidelijk ieder jaar bij de meeste landen de totale hoeveelheid geld toenemen.
Ik weet dat geld letterlijk wordt gemaakt door zgn "Geldscheppende instanties", normaal gesproken zijn dat de staat, de nationale bank en de particuliere
banken. Dat komt omdat zij de mogelijkheid hebben om meer geld uit te geven dan ze hebben.
Dit is de oorzaak van inflatie, maar hoe zit het dan met een economie die groeit?
Als de economie met bv. 4% groeit, en ik denk daarmee ook het BNP, dan is er toch ook 4% meer geld in omloop?
Dat is toch niet alleen door de geldscheppende instanties ingebracht? Waar wordt dat geld dan 'gemaakt', of anders geformuleerd: 'waar wordt dat geld dan gegenereerd'?
Geld was vroeger een equivalent voor goud of zilver. Elk biljet vertegenwoordigde een bepaalde hoeveelheid goud/zilver. Dit was dus letterlijk nog ruilhandel. Je ruilt gewoon een hoeveelheid goud/zilver (weliswaar in biljet-vorm) voor een product/dienst.

Werd er goud/zilver gevonden dan werd het geld minder waard, omdat je per eenheid goud/zilver nu minder product hebt, producten/diensten worden dus duurder oftewel inflatie.
Worden er meer producten of diensten gecreeerd dan wordt het geld meer waard omdat er voor dezelfde hoeveelheid goud/zilver nu meer producten/diensten beschikbaar zijn, deze zijn dus goedkoper oftewel deflatie.

Economische groei wordt hier door beinvloedt. Economiesche groei uitgedrukt in BNP is wat iedereen bij elkaar verdient (simpel gezegd). Als er inflatie is dan daalt de waarde van het geld, dus investeert iedereen in producten, leningen of aandelen wat de economische groei stimuleert. Bij deflatie zullen mensne steeds minder gaan uitgeven wat desastreus is voor de economie.

Aangezien tegenwoordig het geld niet meer gedekt is door goud/zilver
Pagina: 1