
Hieronder vind je een overzichtje van de bekende merken:
Hoewel de processor het belangrijkste is om een systeem te kunnen laten werken, is de chipset in wezen het hart van het systeem. Dit is het centrum waarin alle componenten van de computer met elkaar communiceren en samenwerken. De chipset omvat in desktopenvironment veelal de northbridge en de southbridge. Er bestaan ook single-chip chipsets, waarbij de southbridge in de northbridge is geïntegreerd (zie je veel bij SiS en nVidia). Soms omvat een chipset meer onderdelen, zeker wanneer het om een serverchipset gaat. De chipset is dan uitgebreid met bijvoorbeeld PCI-X hubs, een extra I/O hub dat de communicatie tussen de northbridge en de southbridge én meerdere PCI-X hubs verzorgt.
Northbridge: dit is het gedeelte van de chipset dat het dichtst bij de CPU staat. De CPU communiceert direct met de northbridge om toegang te krijgen tot de componenten van het systeem. Het geheugen en de AGP poort danwel de snelste PCIe poorten (vaak x8 en x16) zijn eveneens aan de northbridge gekoppeld. De FSB is bepalend voor de snelheid waarmee de CPU met de northbridge communiceert, met het overclocken van de CPU overclock je dus tevens de northbridge. Bij de AMD K8 is de geheugencontroller verplaatst van de northbridge naar de CPU. Er blijft in wezen bijna niks over dan een simpele AGP/PCIe controller.
Southbridge: deze naam wordt gegeven aan het deel van de chipset dat de PCI bus danwel de langzamere PCIe bussen (vaak x1 en x4) en de I/O interfacing afhandelt. Lang geleden had een computer een losse I/O kaart voor IDE/paralelle/seriele interfaces, maar tegenwoordig is dit dus in een enkele chip geintegreerd. Audio, USB, Firewire en verwante interfaces zitten tegenwoordig ook in de southbridge.
Single chip chipset: enkele chipsetfabrikanten bieden ook een chipset aan in de vorm van één chip. De northbridge en de southbridge zijn dan gebakken in eenzelfde chip. De chipsetfabrikant SiS heeft relatief veel van deze single chip oplossingen gebakken. En sinds de AMD K8 familie is de geheugencontroller dus uit de northbridge richting de CPU verhuisd. Hierdoor blijft er relatief gezien weinig van de northbridge over, dan is het voordeliger en handiger om deze gelijk met de southbridge te laten samensmelten. Sommige chipsetfabrikanten houden de northbridge en southbridge liever apart, omdat de southbridge zogezegd universeel kan zijn en dat is kostenbesparend. Bij chipsets voor zowel Intel als AMD kun je dan dezelfde southbridge gebruiken, dat zie je vooral bij VIA chipsets.
Dit komt door ACPI. ACPI is een standaard voor verschillende beheersystemen, en het device beheer valt daar ook onder. ACPI zorgt er in Windows 2000/XP vaak voor dat er veel devices op 1 IRQ gezet worden. Meestal is dat IRQ 9 of 11. Hoewel IRQ sharing theoretisch probleemloos zou moeten werken, is de praktijk soms anders. Dat komt veelal door ranzige BIOS'sen/drivers, check dus eerst voor BIOS/driver updates eer je met ACPI aan de slag gaat. Indien je problemen door IRQ delingen wil uitsluiten, dan moet je even ACPI in Windows uitschakelen. Dat is echter irreversibel. Mocht je ACPI uiteindelijk terug willen zetten, dan zul je Windows moeten herinstalleren. Het enige wat je zonder ACPI moet missen, is de luxe powermanagment features die ACPI biedt (automatisch uitschakelen bij shutdown, standby/hibernate mogelijkheid, etc), maar voor de meeste mensen weegt deze luxe niet op tegen de IRQ problemen.
ACPI uitschakelen: ga hiertoe via de apparaatbeheer naar Computer. Verander "ACPI uniprocessor PC" (of "ACPI multiprocessor PC" in geval van een SMP bak) naar "Standaard PC" en reboot. Of druk tijdens de installatie van XP/2000 op F5 op het moment dat er gevraagd wordt op F6 te drukken om non-MS disk/RAID controllers te laden. Kies "Standaard PC" en Windows wordt geïnstalleerd zonder ACPI.
Problemen met videokaarten komen regelmatig voor en er zijn een hoop mogelijke oorzaken:
Generatieconflicten: veel oudere moederborden zijn gebouwd op de oudere generaties videokaarten, hierdoor kunnen ze dan vaak niet voldoende stroom leveren op de AGP voor een moderne videokaart. Een die-hard Tweaker oplossing is om de +5V lijn vanuit de ATX connector door middel van 2 draadjes naar de pins B2 en B3 van de AGP slot te lussen. Check www.technick.net voor de pinouts.
Voltages: veel moderne Intel chipsets ondersteunen minimaal AGP 4x (1,5V), zodoende werken de oudere AGP 2x (3,3V) kaarten niet op de moederborden met deze chipsets.
Signaal/timing: er kunnen mogelijk signaal/timing problemen op de AGP interface zijn. Met een beetje mazzel kan dit verholpen worden met een BIOS update of aangepaste BIOS instellingen. Op bijvoorbeeld de Abit KT7 familie kun je de AGP Driving Value instellen en er zijn op verschillende moederborden nog andere instellingen die uitkomst kunnen bieden.
Plaatje + tabelletje: hieronder kun je een duidelijk plaatje en een tabel vinden met betrekking tot AGP compatibiliteit:

AGP compatibiliteit mobo-videokaart | Videokaart |
| AGP 1.0 | AGP 2.0 | AGP 3.0 |
| Moederbord | 3,3V | 3,3V | 1,5V | Universal | Universal 1,5V AGP 3.0 | AGP 3.0 | Universal 3,3V AGP 3.0 |
| AGP 1.0 slot | 3,3V | 3,3V | 3,3V | NEE | 3,3V | NEE | NEE | 3,3V |
| AGP 2.0 slot | 3,3V | 3,3V | 3,3V | NEE | 3,3V | NEE | NEE | 3,3V |
| 1,5V | NEE | NEE | 1,5V | 1,5V | 1,5V | NEE (1) | 1,5V |
| Universal | 3,3V | 3,3V | 1,5V | 1,5V | 1,5V | NEE (1) | 1,5V |
| AGP 3.0 slot | Universal 1,5V AGP 3.0 | NEE | NEE | 1,5V | 1,5V | 0,8V | 0,8V | 0,8V |
| AGP 3.0 | NEE | NEE | NEE (2) | NEE (2) | 0,8V | 0,8V | 0,8V |
| Universal 3,3V AGP 3.0 | 3,3V | 3,3V | 1,5V | 1,5V | 0,8V | 0,8V | 0,8V |
| (1) en (2): de kaart past wel, maar gaat NIET werken! | AGP 1.0 (3,3V) 1x 2x | AGP 2.0 (3,3V) 1x 2x 4x | AGP 2.0 Strikt (1,5V) 2x 4x | AGP 2.0 Universal (3,3/1,5V) 1x 2x 4x | AGP 3.0 Semi-Uni (1,5/0,8V) 4x 8x | AGP 3.0 Strikt (0,8V) 4x 8x | AGP 3.0 Universal (3,3/1,5/0,8V) 1x 2x 4x 8x |
(met dank aan euss)Uitleg tabel: een 0,8V kaart is hetzelfde als een 1,5V kaart gekeyed, alleen wordt er via sens pinnen (MB_Det#, GC_Det#, TYPEDet#) en de registration tabs (het achterste rijtje, het voorste rijtje meest naar de slotkant is nl. de evt. extra voedingsconnectoren) de kaart alleen ingeschakeld als het moederbord voldoet aan alle signalen en spanningen. Als er gekozen kan worden uit verschillende signalen/spanningen wordt de laagste spanning gekozen van de hoogste AGP specificatie [0,8V, 8x AGP 3.0] (zie bovenstaande tabel en AGP 3.0 specs). Dit is ook de reden dat in de overzichtstabel bij de opmerkingen (1) en (2) staat: "De kaart past wel, maar gaat NIET werken!" (kaart is 1,5V keyed zodat hij past, maar antwoord niet terug op de verwachte manier en/of mist de keypins).
Fabrieksfouten: let er ook op dat er ook AGP 2.0 3,3V kaarten in omloop zijn gekomen die door een fout van de fabrikant zijn voorzien van de Universal key. Hierdoor lijkt het of je een AGP 2.0 Universal kaart hebt dat fysiek in een AGP 2.0/3.0 1,5V slot past, terwijl deze technisch helemaal niet hoort te passen. Hiermee kun je zelfs het videokaart en het moederbord beschadigen. Veelvoorkomende voorbeelden zijn TNT2 videokaarten icm nForce/nForce2/i845/i850 borden, zie ook dit topic: TNT2 videokaart geeft geen beeld op nForce2 mobo.
Afwijkende kaarten: en dan blijft er nog het probleem van kaarten die niet voldoen aan de specificaties (A), of moederborden die afwijken (B) of voeding (C) / initialisatie (D) problemen hebben. A, B + D zijn eventueel oplosbaar met een bios update of door het verlagen van de AGP rating (waardoor een hogere signaalspanning wordt gekozen en bepaalde functies anders rerouted worden). D is soms oplosbaar door de AGP spanning (met 0,1~0,2V) te verhogen. C is alleen oplosbaar met een moederbord modificatie (vaak bekend probleem, dus contacteer je mobofabrikant) of door zelf een molex aan je videokaart te solderen en de voedings AGP pinnen daarop aan te sluiten.
PCI en PCI-X (eXtended) zijn tot op zekere hoogte forwards en backwards compatibel met elkaar, terwijl PCIe (Express) op geen enkele manier compatibel is met PCI en PCI-X. Dat komt doordat PCIe serieël is in plaats van parallel. In theorie kun je wel met een bridgechip een parallele bus converteren naar een seriële bus (zie ook de PATA > SATA converters voor harddisks), echter het idee is niet makkelijk toepasbaar (waar laat je de converter? waar laat je de uitbreidingskaart?).
PCI en PCI-X: de PCI en PCI-X sloten leveren óf 3,3V óf 5V óf allebei. Alle typen PCI(X) sloten zijn door middel van nokjes van elkaar onderscheiden. De PCI(X) kaarten zijn hierop afgestemd: zit er een nok op de verkeerde plaats, dan is het simpelweg niet compatibel. Zie ook de plaatjes en tabel hieronder:

| Overzicht PCI/PCI-X versies | PCI 33/66 | PCI-X |
| PCI 2.0 | PCI 2.1 | PCI 2.2 | PCI 2.3 | PCI 3.0 | PCI-X-1.0 | PCI-X-2.0 | PCI-X-3.0 |
| Standaard busbreedte (bit) | 32 | 32 | 32 | 32 | 32 | 64 | 64 | 64 |
| Kloksnelheid (MHz) | 33 | 33/66 | 33/66 | 33/66 | 33/66 | 133 | 533 | 1066 |
| Bandbreedte (MB/s) | 133 | 133/266 | 133/266 | 133/266 | 133/266 | 1066 | 4266 | 8533 |
| Slots per bridge | 4 | 2 | 2 | 2 | 2 | 1 | 1 | 1 |
| I/O Spanning | 5 | 5/3,3 | 5/3,3 | 3,3 | 3,3 | 3,3 | 3,3/1,5 | 3,3/1,5 |
| Aantal pin connector | 120 | 120 | 120 | 120 | 120 | 184 | 184 | 184 |
| Invoering (Jaar) | 1993 | 1994 | 1999 | 2002 | 2004 | 1999 | 2002 | 2004 |
| Snelheidsvarianten | 33 | 33 66 | 33 66 | 33 66 | 33 66 | 66 100 133 | 266 533 | 1066 |
Opmerkingen: Vanaf PCI 2.1 wordt ook een 64bits busbreedte ondersteund met een bandbreedte van maximaal 533MB/s (64bits 66MHz), echter deze is zeer zelden (nooit?) op normale desktopmoederborden geimplementeerd. De 32bits 66MHz PCI sloten zijn zeldzaam, maar ze kwamen wel voor op bepaalde workstationborden en duurdere desktopborden.
De aanduiding achter PCI-X wordt soms ook gebruikt om de snelheidsvariant mee aan te duiden: een PCI-X 266 kaart is dus een PCI-X 2.0 kaart. PCI is backwards compatible met zichzelf, op 2 belangrijke uitzonderingen na: de benodigde I/O spanning moet overeenkomen én het aantal bits breedte moet overeenkomen of minder zijn van de kaart ten opzichte van het moederbord. Bij PCI-X moeten bijv. alle PCI-X 533 en 266 (mode2) devices in PCI-X 133 en 66 (mode1) kunnen werken. En alle PCI-X devices (mode1 en mode2) moeten ook in conventioneel PCI33 mode kunnen werken, terwijl PCI66 mode optioneel is.
(met dank aan euss)PCIe (Express, ook wel PCI-E genoemd) is op juni 2004 officieel geïntroduceerd als vervanger van AGP en PCI. De reden is duidelijk: compacte sloten en méér bandbreedte. Een PCIe x1 slot is 3,5x kleiner dan een huis-tuin-keuken PCI slot en een PCIe x1 slot kan 250MB/s (per richting!) aan data transporteren tegenover 133MB/s (kan maar in 1 richting tegelijk). Daar waar een AGP 8x slot tot 2GB/s gaat, gaat PCIe x32 al tot 8GB/s. Al zal in het begin alleen PCIe x16 (4GB/s) worden gebruikt als vervanger van AGP. De PCIe sloten kunnen gewoon bestaan naast de bestaande PCI en AGP sloten, al hangt het laatste wel af van het gebruikte chipset. Zo ondersteunen de Intel 9xx chipsets geen AGP meer (wel hebben sommige moederbordfabrikanten (Gigabyte) een PCIe x16 --> AGP bridge oplossing op het mobo geïntegreerd).
 |  In de volgorde: PCIe x16 - PCIe x1 - PCIe x1 - PCI - PCI |
 De tweede PCIe x16 slot is vaak gewoon een PCIe x8 slot in x16 formaat. |
| Overzicht PCIe versies | PCIe | PCIe PEG |
| PCIe x1 | PCIe x4 | PCIe x8 | PCIe x16 | PCIe x32 |
| Aantal lanes | 1 | 4 | 8 | 16 | 32 |
| Aantal datapinnen | 4 | 16 | 32 | 64 | 128 |
| Max.busbreedte (bit) | 8 | 32 | 64 | 128 | 256 |
| Max.bandbreedte (GByte/s) [bidir./piek] | 0,24 / 0,48 | 0,97 / 1,95 | 1,95 / 3,90 | 3,90 / 7,81 | 7,81 / 15,63 |
| Aantal pin connector | 36 | 64 | 98 | 164 | ? |
| Max.slots per bridge (-PEG) | 32 (16) | 8 (4) | 4 (2) | 2 | 1 |
Compatibiliteit: PCIe is in wezen compatibel met zichzelf. Je kunt dus bijvoorbeeld een x4 PCIe kaartje zonder problemen in een x16 slot zetten. Omgekeerd kan in theorie ook, maar dan wordt de beschikbare bandbreedte wel beperkt. "In theorie", omdat niet alle PCIe sloten (99,9% daarvan) een uitsparing hebben, zodat grotere PCIe kaarten in een kleinere PCIe slot passen. Een uitsparing erin vijlen zou in theorie de oplossing zijn, maar dan verlies je wel de garantie op het moederbord.
Sinds de introductie van Socket775, Socket939 en PCI Express worden veel moederborden uitgerust met een 24 pins voeding aansluiting. Deze moederborden vallen onder de ATX 2.0 standaard. De oudere moederborden met een 20 pins voedings aansluiting vallen onder de ATX 1.x standaard. De vier extra pinnetjes van ATX 2.0 omvatten extra +3,3V, +5V en +12V lijnen en één ground lijn. Deze moet de stabiliteit garanderen wanneer er relatief veel van de voeding wordt gevergd.

24 pins ATX en 20 pins ATX stekker
24 pins ATX stekker op een 20 pins aansluiting: je hebt 3 mogelijkheden om dit werkend te krijgen:
20 pins ATX stekker op een 24 pins aansluiting: fysiek gezien past dit uitstekend. Maar qua stabiliteit kun je erop achteruit gaan. De 24 pins aansluiting zit niet voor de sier op het moederbord, de extra voltage lijnen zijn weldegelijk broodnodig, al is het maar in bepaalde stress situaties. Wanneer je instabiliteit verneemt, dan heb je reden om de voeding te verdenken. Je kunt ook gewoon een 20 pins naar 24 pins converter kabel gebruiken. Maar hierbij moet je nog steeds rekening houden met de stabiliteit, zeker wanneer de capaciteit van je voeding niet is berekend op de extra voltage lijnen.

20 pins ATX naar 24 pins ATX converter
En hoe zit het met BTX, EPS en SSI? De 24 pins ATX 2.0 stekker wordt in ongewijzigde vorm ook gebruikt bij BTX, EPS en SSI voedingen. Er is afgezien van de naamgeving totaal geen verschil tussen een ATX 2.0 en BTX voeding. Het meest verwarrende is dat de (marketing)term BTX voeding ook wordt gebruikt bij ATX 1.x voedingen. Nooit deze term gebruiken dus
SSI staat voor Server System Infrastructure, een standaard van Intel. EPS is een voortvloeisel uit SSI. De EPS voedingen zijn in de eerste instantie bestemd voor Dual CPU en Dual Core systemen. De EPS voedingen zijn namelijk voorzien van een "dubbele" 4 pins ATX 12V stekker: de 8 pins EPS 12V stekker. Deze voorziet de tweede CPU ofwel de tweede core in haar behoefte aan de 12V lijn. Er bestaan ook ATX naar EPS converters. Voor het 20 pins naar 24 pins gedeelte kun je bestaande converters gebruiken. Daarnaast kun je een 4 pins ATX 12V naar 8 pins EPS 12V converter gebruiken. Deze zijn ook als setjes te koop. Verder bestaan er ook molex naar EPS 12V converters, voor het geval je geen 4 pins ATX 12V stekker uit de voeding hebt hangen.

20 pins ATX + 4 pins ATX 12V naar 24 pins EPS + 8 pins EPS 12V converter

4 pins molex naar 8 pins EPS 12V converter
Pinouts:
Simpel: kijk onder 'Support' of 'Download' op de website van de moederbordfabrikant 
OEM PC: indien je een OEM PC hebt (Compaq/HP/Dell/Aldi/Medion/etc), dan moet je logischerwijs op de supportsite van de OEM fabrikant wezen.
Windows/DOS: wanneer je stabiliteitsproblemen in Windows hebt, die je met een BIOS update denkt te kunnen oplossen, gebruik dan liever geen Windows-based flashtooltje, maar flash zo mogelijk in een pure DOS omgeving. Je kunt het beste DRDOS Flash bootdiskette van www.bootdisk.com downloaden.
Floppy/CDROM: mocht je geen FDD in je computer meer hebben (een trend van de laatste tijd .. ), dan kun je ook gewoon een bootable CDROM maken. Download hiertoe diezelfde DRDOS Flash bestand en pak hem uit (mbv ACE, RAR etc), je zult een .IMA bestand krijgen. Start Nero, kies bij New Compilation de type CD-ROM (boot), laad de .IMA bestand, sleep de BIOS bestand en het flashtooltje naar de te branden CD en brand ze!
Dat kun je op verschillende manieren doen. Indien de PC nog floppyactiviteit vertoont na de reboot, dan kun je de BIOS herstellen met een speciale opstartflop:
AWARD BIOS
AMI BIOS
- Download de BIOS file en hernoem hem naar AMIBOOT.ROM
- Zet dit bestand op een maagdelijk lege flop.
- Duw de flop in de gleuf en booten maar!
- Bij sommige mobo's moet je ook nog ALT+F2 of CTRL+Home oid indrukken tijdens het booten, maar dat staat vast wel in de handleiding beschreven
Andere BIOS'sen (OEM, etc): neem contact op met de supportafdeling van de OEM fabrikant. Hiervoor zijn geen standaard recoverytooltjes beschikbaar.
In de alle gevallen zou de computer binnen 1 minuut na het lezen van de floppy automatisch moeten herstarten. Mocht dat helemaal niet lukken, dan zou je kunnen pogen om de BIOS op een ander moederbord te hotswappen/hotflashen. Als laatste hoop kun je de BIOS chip tegen een klein bedrag opsturen naar www.flashbios.org (die gast is een Nederlander) om hem te laten fixen
Ook kun je pogen om de lokale elektronica zaken af te gaan of ze een BIOS programmer hebben, zodat je zelf langs kunt gaan met de chip en de juiste BIOS op een diskette. In geval van een vastgesoldeerde BIOS (vaak het geval bij OEM systemen en laptops) kun je vaak niks anders dan een moederbord replacement aanvragen. Neem hiertoe contact op met de supportafdeling van desbetreffende OEM fabrikant.
Simpel: in de handleiding van je moederbord 
Voor een uitgebreide BIOS tuning guide: The Definitive BIOS Optimization Guide
Hier staat ook aardig wat: BIOS Handboek
Het volstaat vaak ook om de volledige naam van de instelling tussen aanhalingstekens door Google of de GoT-Search heen te trekken.
Hieronder vind je handige CPU compatibiliteits tabellen terug:
BIOS update: download in ieder geval de laatste BIOS update, zo ben je verzekerd dat de laatste CPU microcodes zich daarin bevinden, waardoor de nieuwe processor correct wordt herkend.
Barton: hier kun je een handig PDF overzichtje vinden met daarin de SocketA moederborden welke de Barton ondersteunen. Bron: PCGames.de
Richtlijnen: mocht je niks kunnen vinden, dan kun je ook de volgende richtlijnen aanhouden: zoek naar de nieuwste BIOS updates, in de release notes daarvan staat vaak ook vermeld welke CPU's zijn toegevoegd aan de microcode tabel. Ga na wat de hoogste FSB is dat jouw moederbord ondersteunt, ga na welke multipliers het moederbord allemaal kan bieden en ga na welke CPU-voltages het mobo ondersteunt. Dit kun je gewoonlijk terugvinden in de handleiding van het moederbord, of door eenvoudigweg op het moederbord (jumpers) te kijken danwel in de BIOS. Kies uiteindelijk de CPU dat de gevonden FSB, multiplier en voltage ondersteunt. De multiplier is weliswaar minder belangrijk bij de P4 en A64 (deze is gelocked).
Hoewel So7 borden eigenlijk dezelfde regels volgen als alle andere moederborden zijn er drie redenen om ze even apart te behandelen:
1) de So7 platform heeft enorm lang bestaan (de eerste So5 borden (essentieel hetzelfde als So7) verschenen in 1994, de laatste 'super' So7 borden werden in 2000 gemaakt). De backwards compatibility was doorgaans vrij goed, waardoor vaak CPUs op een ouder moederbord geprikt konden worden die pas jaren later uitkwamen.
2) de documentatie van moederborden gaat altijd uit van wat in-spec is en op het moment van verkoop beschikbaar. Juist doordat (de SY022 P133-reeks uitgezonderd) So7 CPU's geen locks kenden is het perfect mogelijk om ook zonder te overclocken totaal andere FSB/mulitplier ratio's in te stellen dan door de fabrikant voorzien.
3) voor veel van de hedendaagse Tweakers die alles weten over Socket754/939 en Socket775 is kennis over deze borden allesbehalve paraat. Veel dingen werken op fundamenteel dezelfde manier, maar vooral omdat toen veel minder geautomatiseerd was is het even andere koek (wie staat er tegenwoordig stil bij het aantal bits van een FSB of multiplierinstelling?)
Voltage: er zijn meer types CPU voor So7 dan welk ander CPU platform. Een factor bepaalt OF een CPU überhaupt erop kan en dat is de ondersteunde voltages. Hoe lager instelbaar, hoe beter. Hieronder beknopt op een rijtje:
- 3.3V: Intel P54C (Pentium non-MMX), Cyrix/IBM 6x86, AMD K5, IDT WinChip
- 2.9V: Cyrix/IBM 6x86MX/MII, AMD K6
- 2.8V: Intel P55C (Pentium MMX)
- 2.4V: AMD K6-3
- 2.2V: AMD K6-2
- 1.8V: AMD K6-2+, K6-3+
In het algemeen kun je een CPU rustig tot 15% hoger dan spec voeden (uitzonderingen: IBM/Cyrix CPU's zitten tegen hun thermische limieten aan en moeten ECHT niet meer spanning krijgen, en P55C kun je zelfs 3.5V geven (ruim 25% meer) zonder problemen).
FSB: als je bepaald hebt wat voor CPU op je bord kan, dan moet je zien hoe snel hij kan. Allereerst is er de FSB. Omdat bij So7 de L2 cache op het moederbord zit kan niet genoeg benadrukt worden hoe belangrijk FSB is in de performance. Een verhoging van FSB vertaalt zich vrijwel direct in een 1:1 verhoging van performance, terwijl een verhoogde multiplier veel minder effect heeft. Veel moederborden zullen officieel alleen 50, 60 en 66MHz aangeven als FSB settings. Hoeveel er onofficieel zijn hangt af van het aantal FSB jumpers:
- 1: 2 snelheden (meestal 60 en 66)
- 2: 4 snelheden (50, 55, 60, 66)
- 3: 8 snelheden (meestal 50, 55, 60, 66, 68, 75, 83, 92, waarbij 92 zeer zelden werkt)
- 4: 16 snelheden (reken lekker zelf uit, vaak is tem 50 tem 133MHz zo instelbaar, maar kom je alleen op 100MHz FSB borden tegen)
Zet dus ALTIJD je FSB zo hoog mogelijk. Als je 100MHz FSB hebt en zelfs een oude P150, zet hem dan op 1.5x100, niet 2.5x60- dezelfde CPU is bijna 40% sneller op dezelfde clock in dit (extreme) geval.
Multiplier: veel minder belangrijk. Gebruik deze om met de hoogste FSB mogelijk de totale snelheid van de CPU op ongeveer de juiste waarde in te stellen. Hoe hoog het kan is weer afhankelijk van aantal jumpers:
- 1: 1.5 of 2.0 (bijna alleen op So5 planken)
- 2: 1.5, 2.0, 2.5 of 3.0 (kom je vaak tegen)
- 3: 1.5, 2.0, 2.5, 3.0, 4.0, 4.5, 5.0, 5.5
En 3.5x en 6.0x dan? vanaf de P55C, 6x86MX en K6 wordt de 1.5x instelling automatisch geremapped naar 3.5x. Zo kun je toch een P233MMX draaien op een mobo met maar 2 jumpers. De K6-2 doet daar in de late revisies (CTX core, dus vanaf 400MHz) nog een schepje bovenop, 2.0x wordt naar 6.0x geremapped. Dat is vooral handig op oude planken die maar 2 multiplier jumpers hebben en toch zo op 400 of 450MHz kunnen draaien :)
Dat kun je op de volgende manieren uitzoeken:
Mocht je er nog niet uitkomen, open dan een topic met alle relevante informatie, zoals de resultaten van de bovenstaande suggesties en een hele duidelijke beschrijving van de layout van het mobo (socket type, aantal PCI sloten, aantal geheugensloten, etc..etc..), al dan niet vergezeld van een mooie tekening en/of foto.
Electronica werkt op rook, als de rook eruit is, werkt het niet meer 
Bron